Studiewijzers
Tabernakel


Tabernakel

Een huis van de Heer, het middelpunt van Israëls aanbidding tijdens de uittocht uit Egypte. De tabernakel was in feite een draagbare tempel die kon worden afgebroken en weer opgezet. De kinderen van Israël maakten gebruik van een tabernakel tot aan de bouw van de tempel van Salomo (LV 124:38).

God openbaarde aan Mozes hoe de tabernakel gemaakt moest worden (Ex. 26–27), waarna de kinderen van Israël volgens dat plan te werk gingen (Ex. 35–40). Toen de tabernakel gereed was, rustte er een wolk op en de heerlijkheid van de Heer vervulde de tabernakel (Ex. 40:33–34). Die wolk was een teken van Gods aanwezigheid. ’s Nachts was zij als een vuurverschijnsel. Wanneer de wolk zich niet verhief, bleven de kinderen van Israël op die plek. Als die zich wél verhief, braken zij op en volgden zij de wolk (Ex. 40:36–38; Num. 9:17–18). De kinderen van Israël droegen de tabernakel met zich mee tijdens hun reis door de woestijn en hun verovering van het land Kanaän. Na die overwinning bevond de tabernakel zich te Silo, de plaats die de Heer daarvoor had aangewezen (Joz. 18:1). Toen de kinderen van Israël eenmaal de tempel van Salomo hadden gebouwd, werd er geen gewag meer gemaakt van de tabernakel.

De Heer en Jesaja gebruikten de tabernakel als symbool van de steden Zion en Jeruzalem bij de wederkomst van de Heer (Jes. 33:20; Moz. 7:62).