Studiewijzers
Samuel, profeet uit het Oude Testament
Voetnoten

Hide Footnotes

Thema

Samuel, profeet uit het Oude Testament

Samuel, de zoon van Elkana en Hanna, werd geboren in antwoord op de gebeden van zijn moeder (1 Sam. 1). Als kind werd hij toevertrouwd aan de zorg van Eli, de hogepriester in het huis des Heren te Silo (1 Sam. 2:11; 3:1). De Heer riep Samuel op jeugdige leeftijd om profeet te worden (1 Sam. 3). Na de dood van Eli werd Samuel de grote profeet en richter van Israël. Hij herstelde de wet, de orde en de juiste vorm van godsdienst in het land (1 Sam. 4:15–18; 7:3–17).

1 Samuel 28:5–20 bevat het verslag van Samuel die, op verzoek van koning Saul, door de dodenbezweerster van Endor uit de doden wordt teruggeroepen. Dit kan geen visioen van God zijn geweest, aangezien een dodenbezweerster of ander medium niet in staat is een profeet op zijn of haar verzoek te laten verschijnen.

De boeken 1 en 2 Samuel

In sommige bijbels vormen 1 en 2 Samuel één boek. Deze boeken bestrijken een periode van 130 jaar, vanaf de geboorte van Samuel tot kort voor de dood van koning David.

Het boek 1 Samuel

In de hoofdstukken 1–3 staat beschreven hoe de Heer Eli’s gezin vervloekt en straft en Samuel roept als hogepriester en richter. In de hoofdstukken 4–6 staat hoe de ark van het verbond in handen van de Filistijnen valt. De hoofdstukken 7–8 bevatten Samuels waarschuwingen voor valse goden en een goddeloze koning. In de hoofdstukken 9–15 staat de beschrijving van de kroning van Saul en zijn regering als koning. De hoofdstukken 16–31 geven de geschiedenis weer van David en hoe hij aan de macht kwam: Samuel zalft David, die Goliath had gedood. Hoewel Saul David haat, weigert David Saul te doden wanneer hij daar de kans toe krijgt.

Het boek 2 Samuel

Dit boek bevat de bijzonderheden van Davids heerschappij als koning van Juda en uiteindelijk als koning van heel Israël. De hoofdstukken 1–4 geven verslag van de lange strijd tussen Davids volgelingen, nadat hij koning over Juda was geworden, en de volgelingen van Saul. De hoofdstukken 5–10 verhalen over Davids toenemende macht in vele landen. In de hoofdstukken 11–21 zien wij de afname van Davids geestelijke kracht ten gevolge van zijn zonden en de opstand in zijn eigen huis. De hoofdstukken 22–24 beschrijven Davids pogingen om zich met de Heer te verzoenen.