Christus zal aan het begin van het millennium terugkeren op aarde. Deze gebeurtenis betekent het einde van de sterfelijke proeftijd van deze aarde. De goddelozen zullen van de aarde worden verwijderd en de rechtvaardigen zullen in een wolk worden opgenomen terwijl de aarde wordt gereinigd. Hoewel niemand het tijdstip van Christus’ wederkomst precies weet, heeft Hij ons toch gevraagd te letten op bepaalde tekenen die aangeven dat de tijd nabij is (Matt. 24 ; MJS 1 ).
Ik weet dat mijn Verlosser ten laatste over het stof zal opstaan, Job 19:25 .
Voor Mij zal elke knie zich buigen, bij Mij zal elke tong zweren, Jes. 45:23 (LV 88:104 ).
De Zoon des Mensen kwam met de wolken van de hemel, Dan. 7:13 (Matt. 26:64 ; Luk. 21:25–28 ).
Zij zullen Mij aanschouwen die zij doorstoken hebben, Zach. 12:10 .
Men zal zeggen: Wat betekenen deze wonden aan uw handen, Zach. 13:6 (LV 45:51 ).
Wie kan de dag van zijn komst verdragen? Want Hij is als vuur van een edelsmid, Mal. 3:2 (3 Ne. 24:2 ; LV 128:24 ).
De Zoon des Mensen zal komen in de heerlijkheid van zijn Vader, Matt. 16:27 (Matt. 25:31 ).
Die dag en dat uur is aan niemand bekend, maar alleen aan mijn Vader, Matt. 24:36 (LV 49:7 ; MJS 1:38–48 ).
Deze Jezus zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan, Hand. 1:11 .
De Heer zelf zal neerdalen van de hemel, 1 Thess. 4:16 .
De dag van de Heer zal komen als een dief in de nacht, 2 Petr. 3:10 .
De Heer komt met zijn tienduizenden heiligen, Judas 1:14 .
Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien, Openb. 1:7 .
Bereid u voor, bereid u voor, want de Heer is nabij, LV 1:12 .
Ik zal Mijzelf met macht uit de hemel openbaren en duizend jaar op aarde wonen, LV 29:9–12 .
Verhef uw stem en roep bekering toe om de weg van de Heer voor zijn wederkomst te bereiden, LV 34:5–12 .
Ik ben Jezus Christus en Ik zal plotseling tot mijn tempel komen, LV 36:8 (LV 133:2 ).
De dag komt spoedig dat u Mij zult zien en weten dat Ik ben, LV 38:8 .
Wie Mij vreest, zal uitzien naar de tekenen van de komst van de Zoon des Mensen, LV 45:39 .
Het aangezicht van de Heer zal worden ontsluierd, LV 88:95 .
De grote en geduchte dag van de Heer is nabij, LV 110:16 .
Wanneer de Heiland verschijnt, zullen wij Hem zien zoals Hij is, LV 130:1 .
De Heer zal te midden van zijn volk staan en regeren, LV 133:25 .
Wie is dat die neerdaalt van God in de hemel met geverfde kleren, LV 133:46 (Jes. 63:1 ).