Studiewijzers
Petrus


Petrus

Petrus, de apostel uit het Nieuwe Testament, is eerst bekend als Simon of Simeon (2 Petr. 1:1). Hij is visser, afkomstig uit Bethsaïda, en woont met zijn vrouw in Kapernaüm. Jezus geneest Petrus’ schoonmoeder (Mark. 1:29–31). Petrus wordt samen met zijn broer, Andreas, geroepen als discipel van Jezus Christus (Matt. 4:18–22; Mark. 1:16–18; Luk. 5:1–11). Zijn Aramese naam, Kefas, die ‘ziener’ of ‘steen’ betekent, wordt hem gegeven door de Heer zelf (Joh. 1:41–43; BJS, Joh. 1:42 [Aanhangsel]). Hoewel het Nieuwe Testament een aantal menselijke zwakheden van Petrus vermeldt, zien wij ook dat hij ze overwint en sterk wordt dankzij zijn geloof in Jezus Christus.

Petrus belijdt dat Jezus de Christus is en de Zoon van God (Joh. 6:68–69), waarop de Heer hem uitkiest om de sleutels van het koninkrijk op aarde te dragen (Matt. 16:13–19). Petrus ziet de van gedaante veranderde Heiland, vergezeld van Mozes en Elia, op de berg van verheerlijking (Matt. 17:1–9).

Petrus is de senior-apostel van zijn tijd. Na de dood, opstanding en hemelvaart van de Heiland roept hij de kerk bijeen en geeft hij leiding aan het roepen van een apostel ter vervanging van Judas Iskariot (Hand. 1:15–26). Petrus en Johannes genezen iemand die van zijn geboorte af verlamd is (Hand. 3:1–16) en worden op wonderbaarlijke wijze uit de gevangenis bevrijd (Hand. 5:11–29; 12:1–19). Door Petrus’ bediening wordt het evangelie voor het eerst aan mensen gebracht die niet van Israël zijn (Hand. 10–11). In deze laatste dagen zijn Petrus, Jakobus en Johannes uit de hemel gekomen om het Melchizedeks priesterschap en de bijbehorende sleutels aan Joseph Smith en Oliver Cowdery te verlenen (LV 27:12–13; 128:20).

De eerste brief van Petrus

Deze eerste brief is geschreven vanuit ‘Babylon’ (vermoedelijk Rome) aan de heiligen die woonden in de streek die wij nu Klein-Azië noemen, kort nadat Nero met zijn vervolging van de christenen was begonnen.

Hoofdstuk 1 vermeldt de van tevoren vastgestelde opdracht van Christus als de Verlosser. In de hoofdstukken 2 en 3 wordt uiteengezet dat Christus de hoeksteen is van de kerk, dat de heiligen een koninklijk priesterschap dragen, en dat Christus tot de geesten in de gevangenis heeft gepredikt. In de hoofdstukken 4 en 5 wordt verteld waarom het evangelie tot de doden wordt gepredikt en waarom de ouderlingen de kudde moeten hoeden.

De tweede brief van Petrus

In hoofdstuk 1 worden de heiligen gemaand om hun roeping en verkiezing zeker te stellen. Hoofdstuk 2 waarschuwt voor valse leraars. In hoofdstuk 3 wordt over de laatste dagen en de wederkomst van Christus gesproken.