Onderwerpen
    Hoofdstuk 17: De Kerk van Jezus Christus nu
    Footnotes
    Theme

    Hoofdstuk 17

    De Kerk van Jezus Christus nu

    The Desires of My Heart  (Joseph Smith History 1:15)

    De Kerk van Jezus Christus was van de aarde verdwenen

    • Waarom is de Kerk van Jezus Christus kort na de dood en opstanding van de Heiland van de aarde verdwenen?

    Toen Jezus Christus op aarde was, richtte Hij zijn kerk op, de enige ware kerk. Hij zette zijn kerk op, zodat alle mensen in de waarheden van het evangelie konden worden onderwezen en de verordeningen van het evangelie met het juiste gezag konden worden bediend. Door middel van deze organisatie kon Christus de heilsboodschap aan alle mensen brengen.

    Na de hemelvaart van de Heiland brachten mensen wijzigingen aan in de verordeningen en leerstellingen die Hij en zijn apostelen hadden ingesteld. Door de afval was er geen rechtstreekse openbaring van God. De ware kerk was niet meer op aarde. Mensen stichtten andere kerken en beweerden dat die juist waren, maar de leerstellingen waren met elkaar in tegenspraak. Er heerste veel verwarring en strijd over godsdienst. De Heer had deze afval voorzien en gezegd dat er een honger in het land zou komen, ‘geen honger naar brood, en geen dorst naar water, maar om de woorden des Heren te horen. Dan zullen zij (…) zoeken naar het woord des Heren; maar vinden zullen zij het niet’ (Amos 8:11–12).

    • Hoe treft de honger waarover in Amos 8:11–12 wordt gesproken mensen?

    De Heer beloofde zijn ware kerk te herstellen

    • Welke omstandigheden in de wereld bereidden zoal de weg voor van de herstelling van het evangelie?

    De Heiland heeft beloofd zijn kerk in de laatste dagen te herstellen. Hij zei: ‘Ik ga voort wonderlijk met dit volk te handelen, wonderlijk en wonderbaar’ (Jesaja 29:14).

    Vele jaren waren de mensen in geestelijke duisternis. Ongeveer 1700 jaar na Christus gingen de mensen steeds meer interesse tonen in God en godsdienst. Sommigen zagen in dat het evangelie van Jezus niet meer op aarde was. Anderen zagen in dat er openbaring noch goddelijk gezag was en dat de kerk die Christus had gesticht niet op aarde te vinden was. De tijd was aangebroken om de Kerk van Jezus Christus op aarde te herstellen.

    • Op welke manieren is de herstelling van de volheid van het evangelie ‘wonderlijk’?

    Nieuwe openbaring van God

    • Wat kwam Joseph Smith over God te weten toen hij zijn eerste visioen ontving?

    In de lente van 1820 vond er een van de belangrijkste gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis plaats. De tijd was aangebroken voor het wonderlijke en wonderbare werk waarover de Heer had gesproken. Joseph Smith wilde al op jonge leeftijd weten welke van alle kerken de ware Kerk van Jezus Christus was. Hij ging vlak bij zijn huis het bos in en bad nederig en oprecht tot zijn hemelse Vader om te weten bij welke kerk hij zich moest aansluiten. Op die ochtend gebeurde er een wonder. Onze hemelse Vader en Jezus Christus verschenen aan Joseph Smith. De Heiland vertelde hem dat hij zich bij geen enkele kerk moest aansluiten, omdat de ware kerk niet op aarde was. Hij zei ook dat de geloofsbelijdenissen van de kerken ‘een gruwel in zijn ogen’ waren (Geschiedenis van Joseph Smith 1:19; zie ook de verzen 7–18, 20). Deze gebeurtenis was het begin van rechtstreekse openbaring uit de hemelen. De Heer had wederom een profeet gekozen. Sinds die tijd zijn de hemelen open gebleven. Tot op de dag van vandaag hebben de profeten die Hij heeft gekozen openbaring ontvangen. Joseph was degene die het ware evangelie van Jezus Christus hielp herstellen.

    • Waarom was het eerste visioen een van de belangrijkste gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis?

    Gezag van God hersteld

    • Waarom was de herstelling van het Aäronisch en Melchizedeks priesterschap noodzakelijk?

    De herstelling van het evangelie hield mede in dat God het priesterschap weer aan de mens gaf. Johannes de Doper is in 1829 gekomen om het Aäronisch priesterschap op Joseph Smith en Oliver Cowdery te bevestigen (zie LV 13; 27:8). Daarna kwamen Petrus, Jakobus en Johannes, het presidium van de kerk in tijden van weleer, om Joseph en Oliver het Melchizedeks priesterschap en de sleutels van het koninkrijk te geven (zie LV 27:12–13). Later zijn er aanvullende priesterschapssleutels hersteld door hemelse boodschappers, zoals Mozes, Elias en Elia (zie LV 110:11–16). De herstelling bracht het priesterschap weer terug op aarde. Wie tegenwoordig het priesterschap dragen, hebben de bevoegdheid om verordeningen zoals de doop te verrichten. Zij hebben ook het gezag om leiding te geven aan het koninkrijk Gods op aarde.

    Christus’ kerk werd weer opgericht

    • Welke gebeurtenissen hebben tot de oprichting van de kerk geleid?

    De Heiland openbaarde dat zijn kerk op 6 april 1830 moest worden opgericht (zie LV 20:1). Zijn kerk wordt De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen genoemd (zie LV 115:4). Christus is nu het hoofd van zijn kerk, zoals Hij dat was in tijden van weleer. De Heer heeft gezegd dat zij ‘de enige ware en levende kerk op het oppervlak der gehele aarde [is], waarin Ik, de Heer, welbehagen heb’ (LV 1:30).

    Joseph Smith werd gesteund als profeet en ‘eerste ouderling’ van de kerk (zie LV 20:2–4). Later, toen het Eerste Presidium was gevormd, werd hem steun verleend als president. Bij de stichting van de kerk werd alleen het raamwerk opgezet. Naarmate de kerk groeide, werd de organisatie verder uitgebouwd.

    De kerk werd georganiseerd met dezelfde functionarissen als in de vroegchristelijke kerk. Die organisatie bestond uit apostelen, profeten, evangelisten (patriarchen), herders (presiderende leiders), hogepriesters, ouderlingen, bisschoppen, priesters, leraren en diakenen. Dezelfde ambten vinden we tegenwoordig in de kerk (zie Geloofsartikelen 1:6).

    De kerk wordt geleid door een profeet, die handelt op aanwijzing van de Heer. Deze profeet is ook de president van de kerk. Hij bezit alle gezag dat noodzakelijk is om leiding aan Gods werk te geven (zie LV 107:65, 91). Twee raadgevers assisteren de president. Twaalf apostelen, die bijzondere getuigen van de naam van Jezus Christus zijn, prediken het evangelie en besturen de aangelegenheden van de kerk in alle werelddelen. Andere algemene functionarissen van de kerk met specifieke taken, zoals de Presiderende Bisschap en de Quorums der Zeventig, dienen onder leiding van het Eerste Presidium en de Twaalf.

    De ambten van het priesterschap bestaan uit apostelen, zeventigers, patriarchen, hogepriesters, bisschoppen, ouderlingen, priesters, leraren en diakenen. Dit zijn dezelfde ambten die in de oorspronkelijke kerk bestonden.

    De kerk is veel groter geworden dan zij in de dagen van Jezus was. Die groei heeft ertoe geleid dat er aanvullende organisatorische units binnen de kerk zijn geopenbaard. Als de kerk in een gebied volledig is georganiseerd, heeft zij plaatselijke onderverdelingen die ringen worden genoemd. Een ring wordt gepresideerd door een ringpresident en zijn twee raadgevers. Een ring heeft twaalf hogeraadsleden die bij het werk van de Heer in de ring assisteren. In de ring worden onder leiding van de ringpresident quorums van de Melchizedekse priesterschap gevormd (zie hoofdstuk 14 in dit boek). Elke ring is onderverdeeld in smallere units, wijk genaamd. Een wijk wordt gepresideerd door een bisschop en zijn twee raadgevers.

    In gebieden van de wereld waar de kerk pas aanwezig is, zijn er districten, die op ringen lijken. Districten zijn onderverdeeld in kleinere units, gemeente genaamd, die op wijken lijken.

    Er werden belangrijke waarheden hersteld

    • Welke belangrijke waarheden zijn met de herstelling van de kerk weer teruggebracht?

    De huidige kerk predikt dezelfde beginselen en bedient dezelfde verordeningen als in de tijd van Jezus. De eerste beginselen en verordeningen van het evangelie zijn: geloof in de Here Jezus Christus, bekering, doop door onderdompeling en handoplegging voor de gave van de Heilige Geest (zie Geloofsartikelen 1:4). Deze waardevolle waarheden zijn in hun volheid teruggebracht met de herstelling van de kerk.

    Door de gave en macht van God vertaalde Joseph Smith het Boek van Mormon, waarin de duidelijke en waardevolle waarheden van het evangelie opgetekend staan. Vele andere openbaringen volgden en zijn opgetekend als schriftuur in de Leer en Verbonden en de Parel van grote waarde (zie hoofdstuk 10 in dit boek).

    Andere belangrijke waarheden die door de Heer zijn hersteld zijn:

    1. Onze hemelse Vader is een werkelijk wezen met een tastbaar, volmaakt lichaam van vlees en beenderen, en Jezus Christus eveneens. De Heilige Geest is een persoon van geest.

    2. We bestonden vóór dit leven als geestkinderen van God.

    3. Het priesterschap is noodzakelijk om de verordeningen van het evangelie te bedienen.

    4. Wij zullen voor onze eigen zonden worden gestraft en niet voor Adams overtreding.

    5. Kinderen hoeven niet te worden gedoopt zolang zij de leeftijd van verantwoordelijkheid niet hebben (acht jaar).

    6. Er zijn drie koninkrijken van heerlijkheid in de hemelen, en door de genade van de Here Jezus Christus zullen mensen beloond worden naar hun daden op aarde en naar de verlangens van hun hart.

    7. De familieband kan eeuwig zijn door het verzegelingsgezag van het priesterschap.

    8. Verordeningen en verbonden zijn nodig voor het eeuwig heil. Zij zijn beschikbaar voor zowel de levenden als de doden.

    • Hoe zijn die waarheden op u en anderen van invloed?

    De Kerk van Jezus Christus zal nooit ten onder gaan

    • Wat is de zending van de kerk?

    Sinds haar herstelling in 1830 is het ledental van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen gestadig gegroeid. In bijna elk land zijn er leden van de kerk. De kerk zal blijven groeien. Want Christus heeft gezegd: ‘Dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden als een getuigenis voor alle volken’ (Matteüs naar Joseph Smith 1:31). De kerk zal nooit meer van de aarde worden weggenomen. Haar zending is de waarheid aan alle mensen te brengen. Duizenden jaren geleden zei de Heer dat Hij ‘een koninkrijk [zou] oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan (…) maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid’ (Daniël 2:44).

    • Hoe hebt u meegeholpen met het werk van het koninkrijk Gods? Wat kunt u doen om dit werk voort te zetten?

    Aanvullende teksten