Onderwerpen
    Hoofdstuk 46: Het laatste oordeel
    Footnotes
    Theme

    Hoofdstuk 46

    Het laatste oordeel

    The Last Judgement

    De oordelen Gods

    • Welke andere oordelen zullen vóór het laatste oordeel plaatshebben? Hoe houden al die oordelen verband met elkaar?

    In de Schrift staat veelvuldig dat de dag zal aanbreken waarop we voor God zullen staan om te worden geoordeeld. We zullen moeten begrijpen hoe het oordeel in zijn werk gaat, zodat we ons beter kunnen voorbereiden op deze belangrijke gebeurtenis.

    In de Schrift lezen we dat we allemaal naar onze werken zullen worden geoordeeld: ‘En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het (boek) des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken’ (Openbaring 20:12; zie ook LV 76:111; 1 Nephi 15:32; Abraham 3:25–28). We zullen ook geoordeeld worden ‘naar het verlangen van [ons] hart’ (LV 137:9; zie ook Alma 41:3).

    Op aarde worden we vaak op onze levenswandel beoordeeld om in het koninkrijk van God te kunnen functioneren. Aan onze doop gaat een beoordeling vooraf in de vorm van een doopgesprek. We worden beoordeeld als we voor een functie in de kerk worden geroepen of in het priesterschap worden bevorderd of een tempelaanbevelingsgesprek hebben.

    Alma predikte dat we na onze dood aan een staat van geluk of ellende worden toegewezen (zie Alma 40:11–15). Dat is een oordeel.

    We worden geoordeeld naar onze woorden, werken en gedachten

    • Stel u voor dat u wordt geoordeeld naar uw gedachten, woorden en daden.

    De profeet Alma heeft getuigd: ‘onze woorden zullen ons veroordelen, ja, al onze werken zullen ons veroordelen; (…) en ook onze gedachten zullen ons veroordelen’ (Alma 12:14).

    De Heer heeft gezegd: ‘Van elk ijdel woord, dat de mensen zullen spreken, zullen zij rekenschap geven op de dag des oordeels. Want naar uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden, en naar uw woorden zult gij veroordeeld worden’ (Matteüs 12:36–37).

    Geloof in Jezus Christus bereidt ons mede voor op het laatste oordeel. Door een getrouwe discipel van Hem te zijn en ons van al onze zonden te bekeren, kunnen we vergeving van onze zonden krijgen, rein en heilig worden, zodat we in de tegenwoordigheid van God kunnen wonen. Doordat we ons van onze zonden bekeren, elke onreine gedachte en daad opgeven, zal de Heilige Geest ons hart veranderen, zodat we niet meer geneigd zijn kwaad te doen (zie Mosiah 5:2). Dan zal bij ons oordeel blijken dat we zover zijn om in Gods tegenwoordigheid te komen.

    • Bedenk wat u kunt doen om nu verbeteringen aan te brengen in uw gedachten, woorden en daden.

    We worden geoordeeld uit de boeken

    • Uit welke boeken worden we geoordeeld? Wie zal ons oordelen?

    De profeet Joseph Smith heeft gezegd dat de doden zullen worden geoordeeld op grond van de boeken die op aarde zijn bijgehouden. We zullen ook geoordeeld worden uit ‘het boek des levens’ dat in de hemel wordt bijgehouden (zie LV 128:6–8).

    ‘Eenieder (…) zal verschijnen voor “de rechterstoel van de Heilige Israëls (…) en dan moeten zij worden geoordeeld naar het heilige oordeel Gods”. (2 Nephi 9:15.) En volgens het visioen van Johannes werden er “boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het (boek) des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken.” (Openbaring 20:12). De “boeken” waarover wordt gesproken, verwijzen naar de “verslagen die op aarde worden bijgehouden. (…) het boek des levens (…) is het verslag dat in de hemel wordt bijgehouden.” (LV 128:7.)’ (Leringen van kerkpresidenten: Harold B. Lee [2000], pp. 226–227.)

    Er is nog een boek waaruit we zullen worden geoordeeld. De apostel Paulus predikte dat wijzelf een boek van ons leven zijn (zie Romeinen 2:15). In ons lichaam en onze geest ligt een volledig verslag van alles wat we gedaan hebben, opgeslagen. President John Taylor verkondigde deze waarheid: ‘[De persoon] vertelt het verhaal zelf en getuigt tegen zichzelf. (…) Het verslag dat door de man zelf op de tafelen van zijn eigen geest is geschreven, het verslag dat niet kan liegen, zal op die dag worden geopend voor God en engelen, en voor wie als rechter optreden’ (Deseret News, 8 maart 1865, p. 179).

    De apostel Johannes leerde: ‘De Vader oordeelt niemand, maar heeft het gehele oordeel aan de Zoon gegeven’ (John 5:22). De Zoon zal anderen vragen Hem terzijde te staan bij het oordeel. De twaalf apostelen uit Palestina zullen de twaalf stammen van Israël oordelen (zie Matteüs 19:28; Lucas 22:30). De twaalf Nephitische discipelen zullen de Nephieten en de Lamanieten oordelen (zie 1 Nephi 12:9–10; Mormon 3:18–19).

    Ingaan in een koninkrijk van heerlijkheid

    • Hoe zal onze getrouwheid in dit leven van invloed zijn op ons leven in de eeuwigheid?

    Na het laatste oordeel gaan wij het koninkrijk binnen waarnaar we hebben toegeleefd. In de Schrift staat dat er drie koninkrijken van heerlijkheid zijn: het celestiale koninkrijk, het terrestriale koninkrijk en het telestiale koninkrijk (zie LV 88:20–32).

    In Leer en Verbonden 76, omschrijft de Heer de manieren waarop we kunnen verkiezen ons leven op aarde te leiden. Hij legde uit dat onze keuzes bepalen voor welk koninkrijk we in aanmerking komen. We leren uit deze openbaring dat zelfs de leden van de kerk in verschillende koninkrijken terechtkomen, omdat ze niet allemaal even getrouw en kloekmoedig zijn in hun gehoorzaamheid aan Christus.

    Hierna volgt een overzicht van de soorten levens waaruit we kunnen kiezen en de koninkrijken die gekoppeld zijn aan onze keuzes.

    Celestiaal

    ‘Het zijn zij die het getuigenis van Jezus hebben ontvangen, en in zijn naam hebben geloofd, en zich hebben laten dopen (…) opdat zij, door de geboden te onderhouden, konden worden gewassen en gereinigd van al hun zonden, en de Heilige Geest konden ontvangen.’ Zij zijn het die de wereld hebben overwonnen door hun geloof. Zij zijn rechtvaardig en getrouw, zodat de Heilige Geest hun zegeningen op hen kan verzegelen. (Zie LV 76:51–53.) Wie de hoogste graad van het celestiale koninkrijk beërven, wie goden worden, moeten ook voor tijd en eeuwigheid in de tempel zijn getrouwd (zie LV 131:1–4). Allen die het celestiale koninkrijk beërven zullen voor eeuwig bij onze hemelse Vader en Jezus Christus wonen (zie LV 76:62).

    Dankzij het werk dat we in de tempels doen, hebben alle mensen die op aarde hebben geleefd een gelijke kans om de volheid van het evangelie en de heilsverordeningen te ontvangen, zodat zij de hoogste graad van de celestiale heerlijkheid kunnen ingaan.

    Terrestriaal

    Dezen zijn het die op aarde het evangelie afwezen, maar het nadien in de geestenwereld ontvingen. Zij zijn de eerzamen van de aarde die door de listigheid der mensen blind waren voor het evangelie van Jezus Christus. Dezen zijn het die het evangelie en een getuigenis van Jezus ontvingen, maar niet onversaagd waren. Zij zullen worden bezocht door Jezus Christus, maar niet door onze hemelse Vader. (Zie LV 76:73–79.)

    Telestiaal

    Deze mensen ontvingen het evangelie of het getuigenis van Jezus niet op aarde noch in de geestenwereld. Zij zullen tot na het millennium in de hel voor hun eigen zonden lijden en daarna opstaan. ‘Dezen zijn het die leugenaars zijn, en tovenaars en overspeligen en hoereerders en allen die de leugen liefhebben en doen.’ Deze mensen zijn zo talrijk als de sterren des hemels en het zand aan de oever van de zee. Zij zullen worden bezocht door de Heilige Geest, maar niet door de Vader of de Zoon. (Zie LV 76:81–88, 103–6, 109.)

    Buitenste duisternis

    Dezen zijn het die een getuigenis van Jezus hadden door de Heilige Geest en de macht des Heren kenden, maar die zich door Satan lieten overwinnen. Zij verloochenden de waarheid en weerstonden de kracht van de Heer. Voor hen is er geen vergiffenis, want zij verloochenden de Heilige Geest na die ontvangen te hebben. Zij hebben geen koninkrijk van heerlijkheid. Zij zullen voor eeuwig in eeuwige duisternis, wroeging en ellende bij Satan en zijn engelen wonen. (Zie LV 76:28–35, 44–48.)

    We behoren ons nu voor te bereiden op het oordeel

    • Wat moeten we doen om klaar te zijn voor het laatste oordeel?

    In feite is elke dag een oordeelsdag. We spreken, denken en handelen naar de celestiale, terrestriale of telestiale wet. Ons geloof in Jezus Christus, kenbaar gemaakt in onze dagelijkse handelingen, bepaalt welk koninkrijk we zullen beërven.

    We hebben het volledig herstelde evangelie van Jezus Christus. Het evangelie is de wet van het celestiale koninkrijk. Alle voor onze vooruitgang noodzakelijke priesterschapsverordeningen zijn geopenbaard. We zijn de wateren des doops ingegaan en hebben een verbond gesloten om christelijk te leven. De Heer heeft ons gezegd wat ons oordeel zal zijn als we getrouw onze verbonden naleven. Hij zal tegen ons zeggen: ‘Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af’ (Matteüs 25:34).

    Aanvullende teksten