Onderwerpen
    Hoofdstuk 19: Bekering
    Footnotes
    Theme

    Hoofdstuk 19

    Bekering

    Emotions and feelings. Youth. Female.

    Bekering is voor iedereen noodzakelijk

    • Wat is zonde? Welke gevolgen hebben zonden op ons?

    Geloof in Jezus Christus leidt vanzelfsprekend tot bekering. Vanaf de tijd van Adam tot de tijd waarin wij leven is bekering een noodzakelijkheid. De Heer gaf Adam de aanwijzing: ‘Welnu, leer dit uw kinderen: dat alle mensen overal zich moeten bekeren, anders kunnen zij geenszins het koninkrijk Gods beërven, want niets wat onrein is, kan in zijn tegenwoordigheid wonen’ (Mozes 6:57).

    Ons leven is bedoeld om ons tot ontwikkeling te brengen. Dat ontwikkelingsproces duurt ons hele leven. In die tijd zondigen we allemaal (zie Romeinen 3:23). Daarom is bekering voor iedereen noodzakelijk. Soms zondigen we uit onwetendheid, soms uit zwakte en soms zijn we opzettelijk ongehoorzaam. In de Bijbel lezen we: ‘Want niemand op aarde is zo rechtvaardig, dat hij goed doet zonder te zondigen’ (Prediker 7:20) en: ‘Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet’ (1 Johannes 1:8).

    Wat is zonde? Jakobus heeft gezegd: ‘Als iemand dan weet goed te doen en het niet doet, is het hem tot zonde’ (Jakobus 4:17). Johannes omschreef zonde als ‘alle ongerechtigheid’ (1 Johannes 5:17) en alle ‘wetteloosheid’ (1 Johannes 3:4).

    Daarom heeft de Heer gezegd dat ‘alle mensen overal zich moeten bekeren’ (Mozes 6:57). Jezus Christus uitgezonderd, die een volmaakt leven heeft geleid, heeft iedereen gezondigd. Onze hemelse Vader houdt zoveel van ons dat Hij ons de kans biedt om ons van onze zonden te bekeren.

    Vrij van zonden worden door bekering

    • Wat is bekering?

    Bekering is ons gegeven om vrij van zonden te worden en vergiffenis voor onze zonden te ontvangen. Zonden vertragen onze geestelijke ontwikkeling en kunnen die zelfs stopzetten. Bekering maakt het mogelijk om te groeien en ons verder geestelijk te ontwikkelen.

    De gunst van bekering is mogelijk gemaakt door de verzoening van Jezus Christus. Op een wijze die wij niet geheel begrijpen, heeft Jezus voor onze zonden geboet. President Joseph Fielding Smith heeft hierover gezegd:

    ‘Ik heb pijn geleden, u hebt pijn geleden. Soms was die pijn uitermate hevig, maar ik kan mij geen voorstelling maken van pijn die (…) mij bloeddruppels doet zweten. Het was iets afgrijselijks, iets schrikwekkends. (…)

    ‘Er is nimmer een mens geboren die het gewicht van de last had kunnen dragen die de Zoon van God heeft gedragen, toen Hij mijn en uw zonden droeg en het voor ons mogelijk maakte om van onze zonden te ontsnappen’ (Doctrines of Salvation, bezorgd door Bruce R. McConkie, 3 delen [1954–1956], deel 1, pp. 130–131; cursivering in origineel).

    Bekering vergt soms grote moed, veel kracht, veel tranen, onafgebroken bidden en onvermoeibare inspanningen om de geboden Gods te onderhouden.

    Beginselen van bekering

    • Wat zijn de beginselen van bekering?

    President Spencer W. Kimball heeft gezegd: ‘Er is geen koninklijke weg naar bekering, geen pad voor bevoorrechten naar vergiffenis. Ieder mens moet dezelfde weg volgen, of hij nu rijk of arm is, geschoold of ongeschoold, lang of kort, prins of bedelaar, koning of burger’ (Leringen van kerkpresidenten: Spencer W. Kimball [2006], p. 43; cursivering in origineel).

    Wij moeten onze zonden inzien

    Voor we ons kunnen bekeren, moeten we inzien dat we hebben gezondigd. Als we dat niet inzien, kunnen we ons niet bekeren.

    Alma gaf zijn zoon Corianton, die niet getrouw was geweest aan zijn roeping als zendeling en ernstige zonden had begaan, de raad: ‘[Laat] u door uw zonden […] verontrusten met die onrust die u tot bekering zal verootmoedigen. (…) Tracht niet uzelf in het minste (…) te verontschuldigen’ (Alma 42:29–30). De Schrift adviseert ons verder om onze zondige gewoonten niet te rechtvaardigen (zie Lucas 16:15–16).

    We kunnen niets uit ons leven voor onszelf of de Heer verborgen houden.

    Wij moeten berouw hebben

    Behalve dat we onze zonden inzien, moeten we oprecht berouw hebben voor wat we hebben gedaan. We moeten het gevoel hebben dat onze zonden afschuwelijk zijn. We moeten ons ervan willen ontdoen en ze willen opgeven. In de Schrift staat: ‘Allen die zich voor het aangezicht van God verootmoedigen, en verlangen zich te laten dopen, en naar voren treden met een gebroken hart en een verslagen geest, en (…) zich waarlijk van al hun zonden hebben bekeerd (…) zullen door de doop in zijn kerk worden ontvangen’ (LV 20:37).

    Wij moeten onze zonden verzaken

    Ons oprechte berouw dient ertoe te leiden dat we onze zonden verzaken (niet meer doen). Als we hebben gestolen, stelen we nooit meer. Als we hebben gelogen, liegen we nooit meer. Als we overspel hebben gepleegd, doen we dat nooit meer. De Heer heeft aan de profeet Joseph Smith geopenbaard: ‘Hierdoor zult gij weten of iemand zich van zijn zonden bekeert — zie, hij zal ze belijden en ze verzaken’ (LV 58:43).

    Wij moeten onze zonden belijden

    Onze zonden belijden is heel belangrijk. De Heer heeft ons geboden onze zonden te belijden. Belijden ontlast de zondaar van een zware last. De Heer heeft beloofd: ‘Ik, de Heer, vergeef zonden en ben barmhartig jegens hen die hun zonden met een ootmoedig hart belijden’ (LV 61:2).

    Wij moeten al onze zonden aan de Heer belijden. Bovendien moeten we ernstige zonden — zoals overspel, ontucht, homoseksuele relaties, partner- of kindermishandeling, en de verkoop of het gebruik van drugs — die van invloed kunnen zijn op onze status in de kerk belijden aan de juiste priesterschapsleider. Als we tegen iemand anders hebben gezondigd, moeten we dat belijden aan de persoon die we schade hebben berokkend. Sommige minder ernstige zonden betreffen onszelf en de Heer. Die kunnen in gebed aan de Heer worden beleden.

    We moeten het goedmaken

    Goedmaken maakt deel uit van de bekering. Dat houdt in dat we zoveel mogelijk datgene wat we verkeerd hebben gedaan, vergoeden. Een dief geeft bijvoorbeeld terug wat hij gestolen heeft. Een leugenaar gaat de waarheid vertellen. Een roddelaar die iemand heeft belasterd, behoort er alles aan te doen om de reputatie te herstellen van de persoon die hij heeft geschaad. Die handelswijze leidt ertoe dat God onze zonden bij het oordeel niet ter sprake brengt (zie Ezechiël 33:15–16).

    We moeten anderen vergeven

    Een andere belangrijk aspect van bekering is vergeven wie tegen ons gezondigd hebben. De Heer zal ons alleen vergeven als ons hart volledig gezuiverd is van alle haat, verbittering en kwade gevoelens jegens anderen (zie 3 Nephi 13:14–15). ‘Daarom zeg Ik tot u, dat gij elkander dient te vergeven; want hij, die zijn broeder zijn overtredingen niet vergeeft, staat veroordeeld voor de Here, want in hem verblijft groter zonde’ (LV 64:9).

    We moeten de geboden van God onderhouden

    Om onze bekering volledig te maken, moeten we de geboden van de Heer onderhouden (zie LV 1:32). We hebben ons niet geheel bekeerd als we geen tiende betalen of de sabbat niet heiligen of het woord van wijsheid niet naleven. We hebben ons niet bekeerd als we de autoriteiten van de kerk niet steunen en de Heer en onze medemens niet liefhebben. Als we niet bidden en onaardig zijn tegen anderen, dan hebben we ons niet echt bekeerd. Als we ons bekeren, verandert ons leven.

    President Kimball heeft gezegd: ‘Ten eerste bekeert men zich. Wie dat eenmaal heeft gedaan, moet zich vervolgens aan de geboden van de Heer houden om zijn voordeel te behouden. Dat is nodig om volledig vergeven te worden’ (Zie Leringen van kerkpresidenten: Spencer W. Kimball, p. 49.)

    • Hoe verschillen de leringen in deze paragraaf van het verkeerde denkbeeld dat bekering niets meer is dan een paar eenvoudige stappen of routinematige handelingen?

    Hoe bekering ons ten goede komt

    • In welke opzichten helpt bekering ons?

    Door onze bekering kan de verzoening van Jezus Christus haar volledige uitwerking in ons leven hebben en zal de Heer ons onze zonden vergeven. We worden bevrijd van de slavernij van zonden en we ervaren vreugde.

    Alma heeft verteld hoe hij zich van zijn zondige verleden heeft bekeerd:

    ‘Mijn ziel werd tot het uiterste verscheurd en door al mijn zonden gepijnigd.

    ‘Ja, ik herinnerde mij al mijn zonden en ongerechtigheden, waarvoor ik met de pijnen der hel gekweld werd; ja, ik zag dat ik weerspannig was geweest tegen mijn God en dat ik zijn heilige geboden niet onderhouden had.

    ‘(…) mijn ongerechtigheden waren zo groot geweest, dat alleen al de gedachte in de tegenwoordigheid van mijn God te komen, mijn ziel met onuitsprekelijk afgrijzen pijnigde.

    ‘(…) het geschiedde, terwijl ik aldus met kwelling werd gepijnigd, en door de herinnering aan mijn vele zonden verscheurd, dat ik mij ook herinnerde hoe ik mijn vader (…) had horen profeteren over de komst van een zekere Jezus Christus, een Zoon van God, om voor de zonden der wereld verzoening te doen.

    ‘Welnu, zodra deze gedachte bij mij opkwam, riep ik in mijn hart: O, Jezus, Zoon van God, wees barmhartig jegens mij. (…)

    ‘En nu, zie, toen ik dat dacht, kon ik mij mijn pijnen niet meer herinneren (…).

    ‘En o, wat een vreugde, en wat een wonderbaar licht zag ik; ja, mijn ziel werd vervuld met een vreugde die even buitengewoon was als voordien mijn pijn.

    ‘(…) ik zeg u, (…) dat niets zo uitzonderlijk en zoet kon zijn als mijn vreugde’ (Alma 36:12–14, 17–21).

    • Hoe brachten bekering en vergiffenis Alma vreugde?

    Bekering uitstellen is gevaarlijk

    • Wat kunnen de gevolgen zijn als we onze bekering uitstellen?

    De profeten hebben verklaard: ‘Dit leven is de tijd voor de mens om zich erop voor te bereiden God te ontmoeten’ (Alma 34:32). We moeten ons nu bekeren, elke dag. Als we ’s morgens wakker worden, moeten we nagaan of de Geest Gods bij ons is. ’s Avonds voordat we naar bed gaan, moeten we onze daden en woorden van die dag beoordelen en de Heer vragen ons te laten inzien waarvan we ons moeten bekeren. Door ons elke dag te bekeren en vergeving van onze zonden te ontvangen, ervaren wij dagelijks het vervolmakingsproces. Zoals bij Alma kan onze blijdschap en vreugde even aangenaam en buitengewoon zijn.

    Aanvullende teksten