Onderwerpen
    Hoofdstuk 34: Onze talenten ontplooien
    Footnotes
    Theme

    Hoofdstuk 34

    Onze talenten ontplooien

    Artists

    We hebben allemaal verschillende talenten en capaciteiten

    We hebben allemaal bijzondere gaven, talenten en capaciteiten van onze hemelse Vader gekregen. Bij onze geboorte brachten we die gaven, talenten en capaciteiten mee (zie hoofdstuk 2 in dit boek).

    De profeet Mozes was een groot leider, maar hij kon niet zonder de hulp van zijn broer, Aäron, die zijn woordvoerder was (zie Exodus 4:14–16). Sommigen zijn een goed leider zoals Mozes, anderen — zoals Aaron — een goed spreker. Sommigen van ons kunnen goed zingen of een instrument bespelen. Anderen zijn goed in sport of werken met hun handen. Andere talenten die we kunnen hebben zijn begrip voor anderen, geduld, opgeruimdheid, of goed lesgeven.

    • Hoe bent u door de talenten van anderen gezegend?

    We behoren onze talenten te gebruiken en te verbeteren

    • Hoe kunnen we onze talenten ontplooien?

    Wij hebben tot taak de talenten die we hebben gekregen te ontplooien. Soms denken we dat we niet veel talenten hebben of dat anderen over meer capaciteiten beschikken dan wij. Soms gebruiken we onze talenten niet, omdat we bang zijn dat we een gek figuur slaan of kritiek van anderen krijgen. We moeten onze talenten niet verbergen. We moeten ze gebruiken. Dan zullen anderen onze goede werken zien en onze hemelse Vader verheerlijken (zie Matteüs 5:16).

    Er zijn bepaalde dingen die we moeten doen om onze talenten te ontplooien. Allereerst moeten we onze talenten ontdekken. Wij moeten overwegen wat onze sterke punten en capaciteiten zijn. Onze familie en vrienden kunnen ons daarbij helpen. We vragen ook onze hemelse Vader of Hij ons inzicht wil geven in onze talenten.

    Ten tweede moeten we bereid zijn om tijd en energie te steken in het talent dat we willen ontplooien.

    Ten derde moeten we geloven dat onze hemelse Vader ons zal helpen en geloof in onszelf hebben.

    Ten vierde moeten we datgene doen wat nodig is om het talent te ontplooien. Zo kunnen we een cursus volgen, een vriend om uitleg vragen, of er een boek over lezen.

    Ten vijfde moeten we ons in ons talent oefenen. Voor de ontplooiing van elk talent zullen we moeite moeten doen. De beheersing van een talent komt ons niet aanwaaien.

    Ten zesde moeten wij ons talent in dienst van anderen stellen. Onze talenten nemen toe door ze te gebruiken (zie Matteüs 25:29).

    Al deze stappen worden makkelijker als we om de hulp van de Heer bidden. Hij wil dat we onze talenten ontplooien en zal ons erbij helpen.

    We kunnen onze talenten ontplooien in weerwil van onze gebreken

    • Hoe kunnen we onze talenten ontplooien in weerwil van onze gebreken?

    Daar wij sterfelijk en gevallen zijn, hebben we gebreken. Met de hulp van de Heer kunnen we onze gebreken en gevallen natuur overwinnen (zie Ether 12:27, 37). Beethoven componeerde zijn mooiste werken toen hij doof was geworden. Henoch overwon zijn spraakgebrek en werd een invloedrijk leraar (zie Mozes 6:26–47).

    Sommige sporters hadden grote handicaps te overwinnen, voordat ze erin slaagden om hun talent tot ontplooiing te brengen. Shelly Mann is daar een goed voorbeeld van. ‘Toen ze vijf was, had ze polio. (…) Haar ouders namen haar dagelijks mee naar het zwembad, omdat zij hoopten dat ze in het water weer zou leren om haar armen te bewegen. Toen het haar lukte om op eigen kracht haar arm boven water te houden, huilde ze van blijdschap. Toen stelde ze zich ten doel om het zwembad in de breedte over te zwemmen, daarna in de lengte, vervolgens op en neer. Ze bleef oefenen, zwemmen, bikkelen, dag in dag uit, totdat ze de [olympische] gouden medaille op de vlinderslag won — misschien wel de moeilijkste van alle zwemslagen’ (Marvin J. Ashton, Conference Report, april 1975, 127; of Ensign, mei 1975, p. 86).

    Heber J. Grant veranderde veel van zijn zwakke punten in talenten. Dit was zijn devies: ‘Datgene waarin we volharden, gaat ons steeds gemakkelijker af, niet omdat de aard van de zaak anders is geworden, maar omdat ons vermogen om het te doen is toegenomen.’ (Leringen van kerkpresidenten: Heber J. Grant [2002], p. 35).

    God zal ons zegenen als we onze talenten verstandig gebruiken

    President Joseph F. Smith heeft gezegd: ‘Iedere zoon en dochter van God heeft een bepaald talent ontvangen en ieder is verantwoording verschuldigd voor het gebruik of misbruik van het talent’ (Gospel Doctrine, 5de druk [1939], p. 370). Een talent is een soort rentmeesterschap (verantwoordelijkheid in het koninkrijk Gods). De gelijkenis van de talenten leert ons dat wij meer verantwoordelijkheid krijgen als wij ons rentmeesterschap goed beheren. Als we ons rentmeesterschap niet goed beheren, zal het van ons worden weggenomen. (Zie Matteüs 25:14–30.)

    Ook staat er in de Schrift dat we naar onze werken zullen worden geoordeeld (zie Matteüs 16:27). Door onze talenten voor anderen te ontplooien en te gebruiken, verrichten wij goede werken.

    Het is de Heer welgevallig als we onze talenten verstandig gebruiken. Hij zal ons zegenen als we onze talenten ten gunste van anderen gebruiken en zijn koninkrijk op aarde opbouwen. Sommige zegeningen die eruit voorkomen zijn vreugde en liefde, doordat we onze broeders en zusters dienen. Ook leren we zelfbeheersing. Al die zaken zijn noodzakelijk als we straks weer bij onze hemelse Vader willen wonen.

    • Welke voorbeelden kennen we van mensen die hun talenten hebben ontplooid doordat ze ze verstandig gebruikten? (Overweeg mensen die u kent of mensen uit de Schrift of kerkgeschiedenis.)

    Aanvullende teksten