Onderwerpen
    Hoofdstuk 2: Onze hemelse familie
    Footnotes
    Theme

    Hoofdstuk 2

    Onze hemelse familie

    Astronomy

    We zijn kinderen van onze hemelse Vader

    • Wat leren wij uit de Schrift en van de hedendaagse profeten over onze relatie tot God?

    God is niet alleen onze Regeerder en Schepper; Hij is ook onze hemelse Vader. Alle mensen zijn letterlijk zoons en dochters van God. ‘De mens was, voordat hij met een stoffelijk [fysiek] lichaam op aarde kwam, als geest uit hemelse Ouders gewonnen en geboren, en in de eeuwige woningen van de Vader grootgebracht’ (zie Leringen van kerkpresidenten: Joseph F. Smith [1998], p. 335).

    Ieder mens die ooit geleefd heeft, is naar geest onze broeder of zuster. Daar wij naar geest de kinderen van God zijn, hebben wij zijn goddelijke eigenschappen geërfd, die wij in onszelf tot ontplooiing kunnen brengen. Door middel van de verzoening van Jezus Christus kunnen wij aan onze hemelse Vader gelijk worden en volle vreugde ontvangen.

    • Hoe heeft de kennis dat u een kind van God bent invloed op uw gedachten, woorden en daden?

    We brachten onze persoonlijkheid en talenten tot ontplooiing toen we in de hemel woonden

    • Denk aan de talenten en gaven waarmee u bent gezegend.

    Uit de Schrift leren we dat de profeten in de hemel op hun leidersrol op aarde zijn voorbereid (zie Alma 13:1–3). Vóór hun geboorte zijn zij door God geordend (gekozen) tot hun roeping op aarde. Dat was bijvoorbeeld het geval voor leiders als Jezus, Adam en Abraham. (Zie Abraham 3:22–23.) Joseph Smith heeft verklaard: ‘Eenieder die geroepen is om het evangelie aan de inwoners der wereld te verkondigen, was tot dat doel [voor]geordend’ (Leringen van kerkpresidenten: Joseph Smith [2007], p. 547). Het staat eenieder echter vrij om op aarde een roeping te accepteren of te verwerpen.

    Wij verschilden van elkaar in de hemel. We weten bijvoorbeeld dat we daar zoons en dochters van hemelse Ouders waren — mannen en vrouwen (zie ‘Het gezin: een proclamatie aan de wereld’, De Ster, januari 1996, p. 93). We hadden verschillende talenten en capaciteiten, en we werden voor verschillende taken op aarde geroepen. We kunnen meer te weten komen over onze ‘eeuwige mogelijkheden’ als we onze patriarchale zegen ontvangen (zie Thomas S. Monson, De Ster, januari 1987, p. 82).

    Onze herinneringen aan het voorsterfelijk bestaan zijn versluierd, maar onze Vader in de hemel weet wie we waren en wat we deden voordat we naar de aarde gingen. Hij heeft de tijd en plek van onze geboorte gekozen, zodat we de noodzakelijke vorming krijgen en onze persoonlijkheid en talenten het beste tot hun recht komen.

    • Hoe zijn de talenten van anderen u tot zegen geweest? Hoe kunnen uw talenten en gaven anderen tot zegen zijn?

    Onze hemelse Vader heeft een plan gepresenteerd om ons aan Hem gelijk te maken

    • Hoe kunnen wij door ons aardse bestaan op onze hemelse Vader gaan lijken?

    Onze hemelse Vader wist dat we ons in het voorsterfelijk bestaan op een gegeven moment niet verder konden ontplooien, tenzij we Hem een tijdje verlieten. Hij wilde dat wij de goddelijke eigenschappen die Hij bezit, ontwikkelden. Dat kon alleen als we werden getoetst en ervaring opdeden, en daarvoor moesten wij ons voorsterfelijk thuis verlaten. Onze geest zou worden gehuld in een stoffelijk lichaam. Dat stoffelijke lichaam zouden we bij onze dood verlaten, maar bij de opstanding weer terugkrijgen. Dan is het wel een onsterfelijk lichaam, zoals dat van onze hemelse Vader. Als we onze toetsen doorstaan, krijgen we de volle vreugde die onze hemelse Vader heeft. (Zie LV 93:30–34.)

    Onze hemelse Vader belegde een grote raad om zijn plan ten gunste van onze vooruitgang te presenteren (zie Leringen van kerkpresidenten: Joseph Smith, pp. 225, 547). In die raad hoorden we dat we, als we zijn plan volgden, konden worden zoals Hij is. We zullen uit de dood verrijzen, alle macht in de hemel en op aarde hebben, hemelse ouders worden en net als Hij geestkinderen krijgen (zie LV 132:19–20).

    We kregen te horen dat Hij een aarde voor ons ging scheppen, waar we zouden worden getoetst (zie Abraham 3:24–26). Onze herinneringen zouden worden versluierd en we zouden ons hemelse thuis vergeten. Dat was noodzakelijk om de keuzevrijheid waarmee we zouden worden begiftigd te kunnen gebruiken, want we zouden tussen goed en kwaad moeten leren kiezen zonder door onze herinneringen aan ons hemelse thuis te worden beïnvloed. Zo zouden wij Hem gehoorzamen op grond van ons geloof in Hem, niet op grond van onze kennis en herinneringen. Hij zou ons de waarheid, als we die weer op aarde hoorden, helpen herkennen (zie Johannes 18:37).

    In de grote raad kregen we ook de reden van onze vooruitgang te horen: om volle vreugde te kunnen genieten. Ook hoorden we dat sommigen zich zouden laten misleiden, andere paden zouden kiezen en de weg zouden kwijtraken. Ook werd het ons duidelijk dat we op aarde allemaal te maken zouden krijgen met ziekte, teleurstelling, pijn, verdriet en de dood. Maar we begrepen dat dat zijn nut zou hebben en ons ten goede zou komen (zie LV 122:7). Als we ervoor openstonden, zouden deze moeilijkheden, deze ervaringen, ons sterker maken in plaats van verzwakken. We zouden er volharding, geduld en naastenliefde door leren (zie Leringen van kerkpresidenten: Spencer W. Kimball [2006], pp. 15–16).

    In deze raad kregen we ook te horen dat iedereen, kleine kinderen uitgezonderd, vanwege zwakte, zou zondigen (zie LV 29:46–47). We begrepen dat er in een Redder zou worden voorzien, zodat we onze zonden zouden kunnen overwinnen en uit de dood zouden kunnen verrijzen. We begrepen dat als we ons geloof in Hem stelden, zijn woord gehoorzaamden en zijn voorbeeld volgden, we de staat van de verhoging zouden beërven en aan onze hemelse Vader gelijk zouden worden. We zouden volle vreugde hebben.

    • Noem enkele eigenschappen van onze hemelse Vader op. Hoe helpt het heilsplan ons om die eigenschappen tot ontplooiing te brengen?

    Aanvullende teksten