Onderwerpen
    Hoofdstuk 4: Vrijheid van keuze
    Footnotes
    Theme

    Hoofdstuk 4

    Vrijheid van keuze

    Conceptual photography

    Keuzevrijheid is een eeuwig beginsel

    • Wat zou u zeggen als iemand u vroeg waarom keuzevrijheid zo belangrijk is?

    ‘Nochtans moogt gij voor uzelf kiezen, want het is u gegeven’ (Mozes 3:17).

    God heeft ons bij monde van zijn profeten gezegd dat het ons vrij staat om tussen goed en kwaad te kiezen. Door Jezus Christus te volgen kiezen we voor vrijheid en eeuwig leven. Het staat ons ook vrij om gevangenschap en dood te kiezen door Satan te volgen. (Zie 2 Nephi 2:27.) Het recht om tussen goed en kwaad te kiezen en zelfstandig te handelen noemen we keuzevrijheid.

    In ons voorsterfelijke leven hadden we morele keuzevrijheid. Eén doel van ons leven op aarde is om onze keuzes aan het licht te brengen (zie 2 Nephi 2:15–16). Als we tot het goede gedwongen werden, konden we niet laten zien waar wij zelf voor zouden kiezen. Ook zijn we gemotiveerder als we ons eigen keuzes kunnen maken.

    Keuzevrijheid was een van de voornaamste kwesties die zich in de grote raad in de voorsterfelijke hemelen aandienden. Het was een van de hoofdredenen dat er een conflict tussen de volgelingen van Christus en de volgelingen van Satan ontstond. Satan heeft toen gezegd: ‘Zie, hier ben ik, zend mij, ik wil uw zoon zijn, en ik zal het ganse mensdom verlossen, dat niet één ziel verloren ga, en ik zal het voorzeker doen; geef mij daarom uw eer’ (Mozes 4:1). Daarmee kwam hij in opstand tegen God, want hij ‘trachtte de keuzevrijheid van de mens te vernietigen’ (Mozes 4:3). Er werd niet op zijn aanbod ingegaan en hij werd met zijn volgelingen uit de hemel geworpen (zie LV 29:36–37).

    Keuzevrijheid is een noodzakelijk aspect van het heilsplan

    Keuzevrijheid maakt van ons leven een toetsperiode. Toen Hij de stoffelijke schepping van zijn kinderen aan het voorbereiden was, zei God: ‘En wij zullen hen hiermee beproeven [toetsen] om te zien of zij alles zullen doen wat de Heer, hun God, hun ook zal gebieden’ (Abraham 3:25). Zonder keuzevrijheid kunnen we onze Vader in de hemel niet laten zien of we alles willen doen wat Hij ons heeft geboden. Daar wij keuzes kunnen maken, zijn wij verantwoordelijk voor onze daden (zie Helaman 14:30–31.

    Als we ervoor kiezen om naar Gods plan te leven, komt dat onze keuzevrijheid ten goede. Goede keuzes maken meer goede keuzes mogelijk.

    Door de geboden van onze Vader te gehoorzamen, worden we wijzer en krijgen we een sterker karakter. Ons geloof neemt toe. We vinden het makkelijker om goede keuzes te maken.

    In ons voorsterfelijk bestaan bij onze hemelse Vader thuis, maakten we onze eerste keuzes. Onze keuzes daar hebben ons hier gebracht. Onze hemelse Vader wil dat we groeien in geloof, kracht, kennis, wijsheid en alle andere goede eigenschappen. Als we zijn geboden onderhouden en juiste keuzes maken, nemen we toe in wijsheid en begrip. We gaan op Hem lijken. (Zie LV 93:28.)

    • Hoe leiden goede keuzes tot meer goede keuzes?

    Geen keuzevrijheid zonder tegenstellingen

    • Waarom zijn tegenstellingen noodzakelijk?

    Als we niet te maken krijgen met de tegenstelling tussen goed en kwaad, kunnen we niet voor het goede kiezen. Lehi, een groot profeet uit het Boek van Mormon, vertelde zijn zoon Jakob dat ‘een tegenstelling in alle dingen’ noodzakelijk was om de eeuwige doeleinden van God teweeg te kunnen brengen. ‘Indien die er niet was, (…) kon er geen rechtvaardigheid worden teweeggebracht, noch goddeloosheid, heiligheid noch ellende, goed noch kwaad’ (2 Nephi 2:11).

    God staat Satan toe zich tegen het goede te keren. God heeft over Satan gezegd:

    ‘Ik liet hem (…) neerwerpen;

    ‘en hij werd Satan, ja, namelijk de duivel, de vader van alle leugen, om de mensen te misleiden en te verblinden en om hen gevankelijk weg te voeren naar zijn wil, ja, allen die weigerden naar mijn stem te luisteren’ (Mozes 4:3–4).

    Satan stelt alles in het werk om Gods werk te vernietigen. Hij is uit op ‘de ellende van het gehele mensdom. (…) Hij streeft ernaar dat alle mensen ongelukkig zullen zijn, net als hijzelf’ (2 Nephi 2:18, 27). Hij heeft ons niet lief. Hij wil niet in het minst dat het ons goed gaat (zie Moroni 7:17). Hij gunt ons geen sprankje geluk. Hij wil ons tot slaaf maken. Hij neemt vele gezichten aan om ons in slavernij te brengen.

    Als we ingaan op de verleidingen van Satan, beperken we onze keuzes. Het volgende voorbeeld maakt duidelijk hoe dat werkt. Stel u voor dat er op het strand een bord staat met de tekst: ‘Pas op! Sterke stroming. Verboden te zwemmen.’ Dat zouden we kunnen zien als een beperking. Maar is dat wel zo? Er zijn nog andere keuzes. We kunnen ergens anders gaan zwemmen. We kunnen langs het strand wandelen en schelpen zoeken. We kunnen naar de zonsondergang kijken. We kunnen terug naar huis gaan. We kunnen het bord ook negeren en in de gevaarlijke zee gaan zwemmen. Maar als de stroming ons in zijn greep krijgt en ons onder water trekt, blijven er nog weinig keuzes over. We kunnen ons eraan ontworstelen of om hulp roepen, maar misschien verdrinken we.

    Hoewel we kunnen kiezen wat we willen, kunnen we niet de gevolgen van onze keuzes kiezen. De gevolgen, goed of slecht, volgen op natuurlijke wijze op de keuzes die we maken (zie Galaten 6:7; Openbaring 22:12).

    Onze hemelse Vader heeft ons gezegd hoe we aan Satans slavernij kunnen ontsnappen. We moeten waken en altijd bidden of God ons wil helpen om de verleidingen van Satan te weerstaan (zie 3 Nephi 18:15). Onze hemelse Vader zal niet toestaan dat we meer verzocht worden dan we aankunnen (zie 1 Korintiërs 10:13; Alma 13:28).

    Gods geboden leiden ons weg van gevaar in de richting van het eeuwige leven. Verstandige keuzes voeren ons tot de staat van de verhoging, eeuwige vooruitgang en volmaakt geluk (zie 2 Nephi 2:27–28).

    • Kunt u voorbeelden geven van daden die onze keuzes beperken? En van daden die ons meer vrijheid geven?

    Aanvullende teksten