2002
Tiende: een geloofstoets met eeuwige zegeningen
November 2002


Tiende: een geloofstoets met eeuwige zegeningen

Betaal uw tiende. Ontsluit de vensters van de hemel. U zult overvloedig worden gezegend voor uw gehoorzaamheid en uw getrouwheid aan de wetten en geboden van de Heer.

Tiende is een geloofstoets met eeuwige zegeningen.1 In het Oude Testament bewees Abraham zijn geloof door tiende te betalen aan de grote hogepriester Melchizedek.2 Over Abrahams kleinzoon, Jakob, lezen we: ‘En hij gaf [de Heer] van alles de tienden.’3

De tiende is in deze laatste dagen een essentiële wet voor de leden van de herstelde kerk van de Heer. Daarmee kunnen we op eenvoudige wijze getuigen van ons geloof in Hem en onze gehoorzaamheid aan zijn wetten en geboden. Tiende is een van de geboden die ons door ons geloof het recht geeft op toegang tot de tempel — het huis des Heren.

Slechts drie maanden na het martelaarschap van de profeet Joseph Smith, toen de heiligen de Nauvoo-tempel aan het bouwen waren, schreef Brigham Young namens het Quorum der Twaalf Apostelen: ‘Houd u strikt aan de naleving van de wet van tiende, kom dan naar het huis des Heren, en laat u onderwijzen in zijn wegen, en wandel in zijn paden (…).’4

De strikte naleving van de wet van tiende geeft ons niet alleen recht op de hogere, heilbrengende verordeningen van de tempel, we kunnen ze ook voor onze voorouders ontvangen. Toen hem gevraagd werd of de leden van de kerk zich konden laten dopen voor de doden als ze geen tiende betaalden, antwoordde president John Taylor, toen lid van het Quorum der Twaalf: ‘Iemand die zijn tiende niet betaalt, kan zich niet voor de doden laten dopen (…). Als iemand geen geloof bezit in deze kleine zaken, heeft hij niet genoeg geloof om zichzelf en zijn vrienden te redden.’5

Tiende ontwikkelt en toetst ons geloof. Door aan de Heer te offeren wat we denken voor onszelf nodig te hebben, leren we op Hem te vertrouwen. Ons geloof in Hem maakt de naleving van tempelverbonden mogelijk en de ontvangst van eeuwige tempelzegens. Pionier Sarah Rich, de vrouw van Charles C. Rich, schreef het volgende in haar dagboek na het vertrek uit Nauvoo: ‘We hebben veel zegeningen in het huis des Heren ontvangen, die ons vreugde en troost hebben geschonken te midden van al onze smarten, en ons in staat stelden geloof in God te hebben, omdat we wisten dat Hij ons zou leiden en steunen op de onbekende reis die voor ons lag.’6

Zoals bij de pioniers het geval was, versterkt gehoorzame tiendebetaling ons geloof, en dat geloof geeft ons kracht in beproevingen, verdrukkingen en smarten op onze levensreis.

Door tiendebetaling leren we ook onze hang naar de zaken van de wereld in te dammen. Betaling van tiende zet ons aan eerlijk te zijn in onze betrekkingen met onze medemens. We leren erop te vertrouwen dat wat ons gegeven is, door middel van de zegeningen van de Heer en onze eigen arbeid, voldoende is om in onze behoeften te voorzien.

Tiende heeft een bijzonder doel: het is een voorbereidende wet. In het begin van deze bedeling gebood de Heer bepaalde leden van de kerk de hogere wet van toewijding na te leven — een wet die men met een verbond ontvangt. Toen dit verbond niet werd nageleefd, werden de heiligen overvallen door zware beproevingen.7 De wet van toewijding werd toen ingetrokken. In plaats daarvan openbaarde de Heer de wet van tiende voor de hele kerk.8 Op 8 juli 1838 verklaarde Hij:

‘En dit zal de aanvang zijn van het vertienden van mijn volk (…).

Hierna moeten allen, die aldus zijn vertiend, jaarlijks één tiende van al hun inkomsten betalen; en dit zal voor eeuwig een vaste wet voor hen zijn.’9

De wet van tiende bereidt ons voor op de hogere wet van toewijding — om al onze tijd, talenten en middelen op te dragen aan het werk van de Heer. Tot de dag waarop er van ons verlangd wordt dat we deze hoge wet naleven, is ons geboden de wet van tiende na te leven, wat inhoudt dat we jaarlijks vrijelijk10 een tiende van ons inkomen geven.

Aan wie getrouw en eerlijk de wet van tiende naleven, belooft de Heer een overvloed aan zegeningen. Sommige van die zegeningen zijn van materiële aard, zoals tiende materieel van aard is. Maar evenals de uiterlijke, fysieke verordeningen van de doop en het avondmaal vergt het gebod om tiende te betalen een materieel offer, dat uiteindelijk grote geestelijke zegeningen voortbrengt.

Ik ken een echtpaar dat duizenden kilometers van de dichtstbijzijnde tempel woont. Hoewel hun inkomen schamel was, betaalden ze getrouw hun tiende en spaarden ze zoveel mogelijk om naar het huis des Heren te kunnen gaan. Na een jaar bood de broer van de man — die niet tot de kerk behoorde — onverwachts aan de vliegtuigtickets te betalen. Deze materiële zegening maakte de geestelijke zegeningen van hun begiftiging en verzegeling mogelijk. Daar bovenop kwam later nog een geestelijke zegening toen de broer, geraakt door de ootmoedige getrouwheid van het echtpaar, lid van de kerk werd.

De materiële en geestelijke zegeningen van tiende zijn specifiek toegesneden op ons en ons gezin, overeenkomstig de wil van de Heer. Maar om die te ontvangen moeten we de wet gehoorzamen waarop ze zijn gegrond.11 In het geval van tiende heeft de Heer gezegd: ‘Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de Here der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.’12

Is er iemand onder ons die moedwillig een uitgieting van de zegeningen van de Heer afwijst? Helaas is dat wel wat we doen als we onze tiende niet betalen. We zeggen ‘nee’ tegen de zegeningen die we juist graag willen krijgen en waarvoor we bidden. Als u twijfelt aan de zegeningen van tiende moedig ik u aan de woorden van de Heer te toetsen: ‘(…) beproeft [Hem] toch daarmede.’ Betaal uw tiende. Ontsluit de vensters van de hemel. U zult overvloedig worden gezegend voor uw gehoorzaamheid en uw getrouwheid aan de wetten en geboden van de Heer.

Wees er zeker van dat deze zegeningen zowel op de rijken als de armen worden uitgegoten. In de lofzang staat dat opoffering de zegen des hemels voortbrengt, niet de som van onze bijdragen.13 Leden die jaarlijks zonder voorbehoud tien procent van hun inkomen geven, ontvangen alle beloofde zegeningen van tiende, of het bedrag nu een penningske is of een miljoen.

Een paar jaar geleden bezocht ik een andere kerk. In de prachtige uit Europa ingevoerde glas-in-loodramen was de naam van de schenker gegraveerd; in het kolossale spreekgestoelte, vervaardigd uit de ceders van Libanon waren de initialen van de rijke weldoener gekerfd; de zachtste banken waren vernoemd naar de voorname gezinnen die het meest hadden bijgedragen aan het bouwfonds voor de kapel.

Daarentegen wordt in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen ieder die een volledige tiende betaalt, beloond en gezegend door de Heer, zonder daarvoor in het zonnetje te worden gezet. Hij is ‘geen aannemer des persoons’.14 Zijn wet van inkomsten is er waarlijk een van gelijkheid.

Van betekenis is ook hoe de tiende tegenwoordig wordt gedistribueerd. Nu we voorbeelden van hebzucht en inhaligheid zien van onverantwoordelijke topfunctionarissen in het bedrijfsleven, kunnen we dankbaar zijn dat de Heer een systeem heeft ingesteld om te bepalen hoe de tiende besteed wordt.

Volgens de openbaring zijn de bisschoppen geordend ‘om des Heren voorraadschuur te beheren; en om de fondsen der kerk (…) te ontvangen.’15 Van zowel de bisschop als de administrateur wordt verwacht dat ze een volledig tiendebetaler zijn, dat ze geleerd hebben zuinig te leven en binnen hun inkomen. Enkele uren na ontvangst van de tiende van de leden in hun wijk of gemeente, maken deze leiders de gelden over naar de rekening van de kerk.

Vervolgens beslist een raad die bestaat uit het Eerste Presidium, het Quorum der Twaalf Apostelen en de Presiderende Bisschap, zoals door openbaring voorgeschreven, hoe de tiende besteed wordt. De Heer verklaart specifiek dat het werk van de raad onder leiding staat ‘van mijn eigen stem tot hen’.16 Deze raad wordt ‘de raad van tiendebesteding’ genoemd.

Het is treffend om te zien hoe deze raad naar de stem van de Heer luistert. Elk lid van de raad is zich bewust van en is betrokken bij alle beslissingen van de raad. Men komt pas tot een beslissing als de raad unaniem is in zijn oordeel. Alle tiendegelden worden besteed aan de doelen van de kerk, inclusief welzijnszorg — de zorg voor de armen en behoeftigen; de bouw en het onderhoud van tempels, kerken en andere gebouwen; onderwijs; het leerplan — kortom: het werk van de Heer.

Toen een vriend van president George Albert Smith hem vroeg wat hij vond van het plan van zijn vriend om zijn tiende te doneren aan goede doelen naar eigen keuze, gaf president Smith de raad:

‘Ik vind dat je heel royaal bent met het eigendom van iemand anders (…).

Je hebt me verteld wat je met het geld van de Heer hebt gedaan, maar je hebt niet gezegd of je ook maar een cent van je eigen geld hebt gebruikt. Hij is de beste partner ter wereld. Hij geeft je alles wat je hebt, zelfs de zuurstof die je inademt. Hij heeft gezegd dat je een tiende van wat je verdient aan de kerk dient te geven, zoals de Heer dat heeft aangegeven. Dat heb je niet gedaan; je hebt het geld van je beste partner weggegeven.’17

De tiende van de leden van de kerk is van de Heer. Hij beslist, door de raad van zijn dienstknechten, hoe het besteed dient te worden.

Aan de leden van de kerk, en anderen waar ook ter wereld, geef ik mijn getuigenis van de integriteit van de raad van tiendebesteding. Ik heb nu zeventien jaar zitting in deze raad, eerst als presiderende bisschop van de kerk en nu als lid van het Quorum der Twaalf Apostelen. Zonder enige uitzondering worden de gelden van de kerk voor zijn doeleinden gebruikt.

De Heer wenst dat al zijn kinderen de zegen van tiende hebben. Maar al te vaak vergeten wij ouders onze kinderen aan te moedigen de wet van tiende na te leven, omdat hun bijdrage maar een paar cent bedraagt. Maar zonder getuigenis van tiende zijn ze kwetsbaar. In hun tienerjaren raken ze in de ban van kleding, amusement en dure bezittingen, en lopen daarmee het risico de speciale bescherming te verliezen die de tiende verschaft.

Kan een jongeman in de jaren die daarop volgen tot ouderling worden geordend, een zending vervullen en anderen doeltreffend in een wet onderwijzen die hijzelf niet heeft nageleefd? En als hij thuiskomt en het gewicht voelt van een opleiding, een pril gezinsleven en een carrière, zal de naleving van de wet van tiende dan makkelijker worden? Evenzo, kan een jonge vrouw waardig zijn om de Heer te dienen en een eeuwig huwelijksverbond aan te gaan zonder voor zichzelf een getuigenis te hebben ontvangen van tiende? Is zij erop voorbereid haar kinderen een wet te leren die ze zelf niet uit eigen ervaring heeft geleerd? O, welke getrouwheid wordt er vereist van de ouders die samen de beschermende zegeningen van de tiende, zegeningen waar ze recht op hebben, over hun gezin afbidden! President Lorenzo Snow heeft gezegd: ‘Leer de kinderen tiende betalen, zodat ze het hun verdere leven in acht zullen nemen. Als we deze wet naleven, zal de Heer ons bewaren, wat onze vijanden ook tegen ons beginnen.’18

Over een paar weken zijn we allemaal in de gelegenheid tegenover onze bisschop plaats te nemen en onze tiende met de Heer te vereffenen. Uw bisschop zal vriendelijk zijn. Hij begrijpt de problemen waarmee u te maken hebt. Als u niet kunt terugbetalen wat u in het verleden verzuimd hebt, ga voorwaarts. Begin vandaag. Zeg uw bisschop dat u vanaf nu een volledige tiende zult betalen en stel een plan op om zo snel mogelijk naar de tempel terug te keren. Zo gauw u uw geloof hebt laten zien in het betalen van tiende en ook de andere noodzakelijke geboden onderhoudt, zult u de eeuwige zegeningen van de tempel kunnen genieten. Ik vraag u dringend deze gelegenheid niet voorbij te laten gaan. Stel ze niet uit.

Ouders, ik moedig u aan om uw kleintjes vlak voor de tiendevereffening bijeen te roepen en ze te helpen bij het tellen van hun centjes. Zorg dat uw jongemannen en jongevrouwen uitrekenen wat ze hebben verdiend. Wat een geweldige gelegenheid om het zaadje van geloof in het hart van uw kinderen te leggen. U zet hen daarmee op het pad dat naar de tempel leidt. Uw voorgeslacht en uw nageslacht zullen opstaan en u gezegend noemen, want u heeft uw kinderen voorbereid om de heilbrengende verordeningen voor hen te verrichten. Het is geen toeval, broeders en zusters, dat er onder leiding van Gods profeet, president Gordon B. Hinckley, overal op aarde tempels verrijzen. Naleving van de geboden, met inbegrip van tiendebetaling, geven ons het recht om die tempels binnen te gaan, verzegeld te worden als gezin en eeuwige zegeningen te ontvangen.

Ik dring erop aan gehoor te geven aan het gebod van de Heer en de naleving van de wet van tiende niet uit te stellen. Twee zendelingen gaven les aan een heel arm gezin. Het huis van het gezin bestond uit zachtboard en latten, een aarden vloer, geen elektriciteit en bedden. Elke avond besteedde de vader, een loonwerker, zijn hele dagloon aan boodschappen voor de avondmaaltijd. Toen ze het armzalige huisje verlieten, dacht de seniorcollega bij zichzelf: de wet van tiende zal wel een struikelblok voor dit gezin zijn. Misschien moeten we dit onderwerp maar een tijdje laten rusten. Een paar tellen later bracht de juniorcollega, die in zijn land onder soortgelijke omstandigheden was opgegroeid, zijn mening onder woorden: ‘Ik weet dat het beginsel tiende pas over vier lessen aan de orde komt, maar ik denk dat het goed is als we het de volgende les bespreken. Ze moeten weten over de tiende, want ze hebben zijn hulp en zegeningen heel hard nodig.’

Deze zendeling begreep dat ‘er een wet [is die] vóór de grondlegging dezer wereld onherroepelijk in de hemel is vastgelegd, waarop alle zegeningen zijn gegrond — en wanneer wij enige zegen van God ontvangen, is het door gehoorzaamheid aan die wet, waarop deze is gegrond.’19 De Heer wil dit gezin zegenen en wacht popelend op hun gehoorzaamheid, zodat Hij ze kan zegenen.

Geliefde broeders en zusters, de eeuwige zegeningen van tiende zijn werkelijkheid. Ik heb ze zowel persoonlijk als in mijn gezin ervaren. De toets van ons geloof is of we gehoorzaam en opofferingsgezind de wet van tiende zullen naleven. Want de profeet Joseph Smith heeft gezegd: ‘Een godsdienst die geen volledige opoffering van zijn aanhangers vergt, heeft nooit voldoende macht om hen het geloof te laten ontwikkelen dat zij nodig hebben voor het leven en het eeuwig heil.’20

Ik getuig dat de Heer Jezus Christus zijn leven heeft geofferd om ons heil mogelijk te maken. Als zijn bijzondere getuige, getuig ik dat Hij leeft. Namens Hem dank ik u, de kinderen, de weduwen, de jongeren, de gezinnen — de getrouwen — voor uw tiende. daden kunnen niet vergaan, vrees niet, gij hebt z’aan Mij gedaan.’21 In de heilige naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. Zie Joseph F. Smith, Gospel Doctrine, 5de editie, (1939) blz. 225–226.

  2. Zie Genesis 14:20.

  3. Genesis 28:22.

  4. History of the Church, deel 7, blz. 282.

  5. History of the Church, deel 7, blz. 292–293.

  6. Dagboek van Sarah De Armon Pea Rich, in archieven van de Harold B. Lee Library, Brigham Young University (typoscript), blz. 42.

  7. Zie Joseph Fielding Smith, Church History and Modern Revelation, (Melchizedek Priesthood course of study, first series, 1946), blz. 196.

  8. Zie de verklarende inleiding tot Leer en Verbonden 119.

  9. LV 119:3–4.

  10. Zie Church History & Modern Revelation (deel 3, 1946), blz. 120.

  11. Zie LV 130:20–21.

  12. Maleachi 3:10.

  13. ‘Ere de man’, lofzang 24.

  14. LV 1:35; 38:16.

  15. LV 72:10.

  16. LV 120:1.

  17. Sharing the Gospel With Others, samengesteld door Preston Nibley (1948), blz. 46; zie ook blz. 44–47.

  18. Geciteerd in Church History & Modern Revelation (deel 3), blz. 122.

  19. LV 130:20–21.

  20. Joseph Smith, Lectures on Faith (1985), blz. 69.

  21. ‘Een arme zwerver, moed’ en mat’, lofzang 23.