2002
Opoffering brengt voort de zegen des hemels
November 2002


Opoffering brengt voort de zegen des hemels

Als we om anderen geven en liefdevol zijn, als we God gehoorzaam zijn en zijn profeten volgen, dan zullen onze offers de zegeningen des hemels teweegbrengen.

De woorden ‘Opoffering brengt voort de zegen des hemels’ uit de lofzang ‘Ere de man’1 treffen mij steeds opnieuw. Opoffering wordt gedefinieerd als: ‘Een handeling waarbij men iets waardevols opgeeft ter wille van iets wat nog waardevoller of belangrijker is.’2 Opoffering komt in vele vormen voor. Heiligen der laatste dagen sluiten een verbond van offerande met de Heer. Daardoor onderwerpen wij onze wil aan de zijne en wijden ons leven toe aan de opbouw van zijn koninkrijk en het dienen van zijn kinderen.

De Heer heeft hun die getrouw een volledige tiende offeren, beloofd dat Hij de vensters des hemels zal openen.3 Dat offer is niet alleen het individu en het gezin tot zegen, maar die vrijwillige bijdragen zijn een bron van energie waardoor het koninkrijk van de Heer dagelijks wonderen kan verrichten. Koning Benjamin heeft gezegd: ‘(…) [Overdenk] de gezegende en gelukkig toestand van hen, die de geboden Gods bewaren. Want ziet, zij worden in alles gezegend, zowel in het stoffelijke als in het geestelijke (…).’4 Het getrouw bijdragen van tiende en gaven is een uiterlijk teken van een innerlijke verbintenis om te offeren.

De wet van vasten gehoorzamen is ook een vorm van opoffering. De Heer vraagt ons om één zondag per maand te vasten door twee maaltijden over te slaan. Ons wordt gevraagd het geld dat wij op die twee maaltijden uitsparen aan de kerk te geven zodat mensen in nood daarmee geholpen kunnen worden. Vasten en een royale bijdrage geven hebben een zuiverend effect op de ziel. President Spencer W. Kimball heeft gezegd: ‘Als we de wet van vasten naleven, vinden we een bron van kracht om genotzucht en zelfzucht te overwinnen.’5

Tempelwerk en familiegeschiedenis zijn liefdesoffers. Getrouwe heiligen besteden miljoenen uren aan familiegeschiedenis. Ze pluizen microfilms en documenten uit, en met de pen of computer leggen ze datums en feiten vast. In de tempel verrichten ze heilige verordeningen voor hun dierbare voorgeslacht. Dit offer lijkt daarin op wat de Heiland heeft gedaan, omdat we iets voor iemand doen wat hij niet zelf kan.

Enkele jaren geleden hadden mijn vrouw, Mary Jayne, en ik de unieke gelegenheid om de zegen van familiehistorisch werk te ervaren toen we voor de kerk op bezoek waren in St. Petersburg (Rusland). We gingen naar het archief van de burgerlijke stand om het microfilmen van documenten uit het westen van Rusland bij te wonen. Toen ik de archivaris observeerde terwijl hij de bladzijden van oude, muffe boeken uit de stad Pskov fotografeerde, werden de namen voor mij levende personen. Het leek of ze van de bladzijden opsprongen en zeiden: ‘Je hebt me gevonden. Ik ben niet meer verdwaald. Ik weet dat iemand in mijn familie op zekere dag mijn naam ergens mee naar de tempel zal nemen, en dan word ik gedoopt en begiftigd, en aan mijn vrouw en kinderen verzegeld. Dankuwel!’

Het leven van Joseph Smith was een voorbeeld van onbaatzuchtige offers voor het evangelie van Jezus Christus. Hoewel de profeet Joseph veel te verduren kreeg, bleef hij optimistisch en doorstond veel vervolging. Parley P. Pratt heeft een hartverscheurende ervaring verteld uit de periode in de winter van 1838–1839, waarin hij samen met de profeet in Missouri in de gevangenis zat. Die zes maanden lijden in gevangenschap waren een leerschool voor deze voorsterfelijk geordende profeet.

In de gevangenis hadden de profeet en de andere broeders moeten aanhoren welke verachtelijke daden de wachters hadden verricht onder de ‘mormonen’. Tenslotte kon de profeet hun gevloek niet meer verdragen. Plotseling stond hij op en zei met ‘een stem als de donder’: ‘ZWIJG, u demonen uit de helse afgrond. In de naam van Jezus Christus berisp ik u en beveel u stil te zijn. (…).’

Hij stond rechtop in verschrikkelijke majesteit, geketend en zonder wapen, kalm en waardig als een engel (…).’ [De geschrokken bewakers] kropen in een hoek, ‘lieten hun wapens vallen’, smeekten hem om vergeving en ‘gedroegen zich daarna rustig tot het wisselen van de wacht.’

Broeder Parley schrijft verder: Ik heb gerechtelijke autoriteiten, gekleed in magistrale mantels gezien terwijl misdadigers door hen berecht werden. (…) Ik heb een congres in plechtige vergadering bijeen gezien (…); ik heb geprobeerd me een voorstelling te maken van koningen, vorstelijke hoven, van tronen en kronen, (…) maar waardigheid en majesteit heb ik maar één keer aanschouwd, in ketenen, in het holst van de nacht, in een kerker, in een onbekend stadje in Missouri.’6

Enkele weken later tijdens een ander moeilijk moment smeekte Joseph de Heer om leiding. De Heer antwoordde: ‘Mijn zoon, vrede zij uw ziel; uw tegenspoed en smarten zullen slechts kort van duur zijn.’7 Vervolgens sprak de Heer deze intrigerende woorden tot de profeet: ‘De einden der aarde zullen naar uw naam vragen (…).’8

Vijf jaar later, toen Joseph naar de onvoltooide tempel in Nauvoo keek, wist hij dat het eind van zijn reis nabij was en dat hij ‘als een lam ter slachting’ ging. Maar toch was hij ‘zo kalm als een zomermorgen’9 en liet hij zich, onder de verzekering van bescherming, nog één keer arresteren. Niettemin werd zijn vertrouwen beschaamd. Op 27 juni 1844 werden hij en zijn broer Hyrum op bloedige wijze vermoord in de gevangenis in Carthage.

De einden der aarde hebben naar de naam van Joseph Smith gevraagd. In onze tijd gaat de zon niet meer onder over de wereldwijd verspreide leden van de herstelde kerk van Jezus Christus. De volgende woorden over de vermoorde Abraham Lincoln zijn ook een goede beschrijving van de majesteit van Joseph Smith:

‘Hier was een man om tegen de wereld af te meten.

Een man evenredig aan de bergen en de zee.

En toen hij in de wervelwind viel, ging hij

zoals een vorstelijke ceder, met groene takken,

met een machtige kreet neergaat,

en een lege plek tegen de hemel achterlaat.’10

Er is geen groter offer mogelijk dan het zoenoffer van de Heiland, Jezus Christus. Zijn verzoening, hoewel onbegrijpelijk en onvergelijkelijk, was de grootste daad op aarde ooit. Dankzij Hem, vanwege zijn allesovertreffende liefdesoffer, bestaat de prikkel des doods niet meer, noch overwint het graf.

Onze opgave is op onbaatzuchtige wijze alles wat we hebben te offeren, inclusief onze wil. Ouderling Neal A. Maxwell heeft terecht opgemerkt: ‘De onderwerping van onze wil is in feite het enige écht eigen wat we op Gods altaar kunnen leggen. Als die andere dingen die we “geven” zijn in feite de dingen die Hij al aan ons heeft gegeven of geleend.’11

Offerande is uiteindelijk een aangelegenheid van het hart. ‘Ziet, de Here verlangt het hart en een gewillige Geest.’12 Als we om anderen geven, en liefdevol zijn, als we God gehoorzaam zijn en zijn profeten volgen, dan zullen onze offers de zegeningen des hemels teweegbrengen. ‘En gij zult Mij als offerande een gebroken hart en een verslagen geest offeren.’13

Op ongebruikelijke wijze heb ik een glimp opgevangen van het liefdesoffer van de Heiland voor mij. Toen mijn vrouw en ik met Kerstmis in Jeruzalem waren, bezochten we de plaatsen waar de Heiland was geweest en had gepredikt. We ervoeren veel verdriet toen we in de kerker onder het paleis van Kajafas nadachten over het lijden dat de Heiland had ondergaan. Daar was onze Heer afgeranseld en gegeseld. We zagen de kettingen aan de muren. Met tranen in onze ogen zongen we ‘Een arme zwerver, moed’ en mat’.14 Hij was zo alleen onder de miserabele misdadigers. Met bezwaard hart baden we voor de moed om zijn dienst waardig te zijn.

Kort daarna brachten we een bezoek aan het tuingraf. De woorden van de schrifttekst ‘Hij is hier niet, want Hij is opgewekt’15 weerklonken in ons hart. Eliza R. Snow heeft geschreven:

Hoewel in doodsstrijd Hij daar hing,

uitte zijn mond geen enk’le klacht.

Zijn Vaders wil en ordening (…)

heeft Hij ten einde toe volbracht.

Waardoor verzoening Hij verwierf,

en ons van dood en zonde redt.16

Het zoenoffer van de Heiland was de grootste daad van naastenliefde in de wereld.

We zingen deze woorden van president Gordon B. Hinckley:

Hij leeft, de Bron van mijn geloof,

de Hoop van ieder mens op aard’,

het Baken naar een beter oord,

het Licht waardoor de doodsnacht klaart.17

Het doet mij verdriet dat er een druppel van zijn bloed voor mij is gevallen. Ik bid dat ik de Heiland op zekere dag zal ontmoeten. Ik zal dan knielen en de wonden in zijn handen en voeten kussen, en Hij zal mijn tranen drogen. Ik bid dat Hij zal zeggen: ‘Wél gedaan, gij goede en getrouwe slaaf.’18 Vanwege zijn barmhartigheid hebben wij hoop, broeders en zusters. Hij is de ‘bron van elke zegen.’19 Daarvan getuig ik in de meest verheven naam, de naam van het meest verheven voorbeeld van offerande: Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. Lofzang 24.

  2. The Oxford Encyclopedic English Dictionary (1991), ‘sacrifice’, blz. 1272–1273.

  3. Zie Maleachi 3:10.

  4. Mosiah 2:41.

  5. Conference Report, april 1978, blz. 121.

  6. Autobiography of Parley P. Pratt (1985), blz. 180.

  7. LV 121:7.

  8. LV 122:1.

  9. LV 135:4.

  10. Edwin Markham, ‘Lincoln, the Man of the People’, in A Treasury of Great Poems (1955), samengesteld door Louis Untermeyer, blz. 994–995.

  11. ‘In de wil des Vaders opgaan’, De Ster, januari 1996, blz. 20.

  12. LV 64:34.

  13. 3 Nephi 9:20.

  14. Lofzang 23.

  15. Matteüs 28:6.

  16. ‘Aanschouw, de grote Redder stierf’, lofzang 127.

  17. ‘Mijn Verlosser leeft’, lofzang 91.

  18. Matteüs 25:21.

  19. ‘Come, Thou Fount of Every Blessing’, Hymns (1948), nr. 70.