2002
Kom tot Zion! Kom tot Zion!
November 2002


Kom tot Zion! Kom tot Zion!

Beginselen van liefde, werk, zelfredzaamheid en toewijding komen van God. Wie deze aanhangen en zichzelf in overeenstemming daarmee besturen, worden rein van hart.

Als we spreken met leden van de kerk over de hele wereld, schijnt één probleem algemeen voor te komen — genoeg tijd vinden om al het nodige te doen. Wie weinig middelen heeft, heeft meer tijd nodig om in zijn levensbehoeften te voorzien. Wie genoeg heeft, heeft meer tijd nodig om van het leven te genieten. Het is een niet aflatend probleem omdat tijd vaststaat; de mens kan een dag of een jaar niet verlengen.

De wereld is de boosdoener. Terwijl de wereld manieren zoekt om efficiënter met tijd om te gaan, verlokt die ons tot steeds meer aardse bezigheden. Maar het leven is geen strijd met de tijd — het is een strijd tussen goed en kwaad.

Wat we daaraan moeten doen, kan een van de vervelende beslissingen in het leven zijn. In 1872 gaf de profeet Brigham Young de heiligen hieromtrent advies. Hij zei: ‘Stop! Wacht! Als u ’s morgens opstaat, kniel dan neer voor de Heer, nog voordat u ook maar één hap genomen hebt, en vraag Hem om vergeving van uw zonden, om bescherming voor die dag, om u te behoeden voor verleiding en alle kwaad, om uw voetstappen te leiden opdat u die dag iets zult doen dat Gods koninkrijk op aarde ten goede zal komen. Hebt u daar tijd voor? (…) Dit is de raad die ik vandaag voor de heiligen heb. Halt, wees niet zo gehaast (…). U hebt teveel haast; u bezoekt uw vergaderingen niet genoeg, u bidt niet genoeg, u leest niet vaak genoeg in de Schriften, u mediteert niet genoeg, u bent voortdurend bezig en hebt zoveel haast dat u niet weet wat u het eerst moet aanpakken (…). Sta mij toe dit te herleiden tot een eenvoudig gezegde — een van de eenvoudigste en [huiselijkste] die we maar kunnen bezigen — zorg dat u uw kom met de goede kant naar boven hebt, zodat u, wanneer het pap begint te regenen, een komvol kunt opvangen.’1

Gebruik het evangelieplan bij het stellen van prioriteiten. De Heer heeft gezegd: ‘Zoek daarom niet de dingen van deze wereld, maar probeer eerst te bouwen aan het koninkrijk van God [of Zion] en zijn gerechtigheid te vestigen; en dit alles zal u worden toegevoegd.’2

Toen ik als kind opgroeide in het zuiden van Utah, waren de begrippen van Zion me minder duidelijk dan nu. We woonden in een stadje, niet ver van Zion National Park. In de kerk zongen we vaak de bekende woorden:

Isr’el, hoor, God roept u allen,

Roept u weg uit zond’ en wee.

’t Grote Babylon zal vallen,

al haar hoogten trekt God mee.

Kom tot Zion, kom tot Zion,

eer zijn toorn neemt weg de vreê.

Kom tot Zion, kom tot Zion,

eer zijn toorn neemt weg de vreê.3

In mijn jongensgedachten zag ik de majestueuze rotsen en torenhoge, stenen bergtoppen van dat nationale park. Kronkelend door de steile ravijnen stroomde een rivier — soms kalm, soms als een kolkende watermassa. U kunt zich misschien de verwarring van die kleine jongen voorstellen toen die probeerde de woorden van de lofzang toe te passen op de vertrouwde omgeving van dat schitterende park. Hoewel het niet helemaal klopte, kreeg ik de indruk dat Zion iets majestueus en goddelijks was. In de loop van de jaren heb ik meer inzicht gekregen. ‘Daarom, voorwaar, aldus zegt de Here: Laat Zion zich verheugen, want dit is Zion: de reinen van hart.’4

De vestiging van Zion behoort doel van elk lid van deze kerk te zijn. We kunnen rustig zeggen: Als we met heel ons hart streven naar het voortkomen en de vestiging van Zion, zal de ergernis van te weinig tijd verdwijnen. We ontvangen vreugde en zegeningen als we ons aan zo’n edele zaak wijden. Ons leven verandert. Ons huis is niet meer een hotel, maar een plek van vrede, veiligheid en liefde. De samenleving zelf verandert. In Zion zijn geen ruzies en geschillen meer; klassenverschil en haat verdwijnt; niemand is arm — geestelijk noch materieel; en alle kwaad bestaat niet meer. Velen hebben getuigd: ‘Er kon waarlijk geen gelukkiger volk zijn onder alle mensen (…) die door God waren geschapen.’5

Henoch, de profeet van weleer, werkte jarenlang om zijn volk in die staat van rechtschapenheid te brengen. Net als nu leefden ook zij in een tijd van goddeloosheid, oorlogen en bloedvergieten. Maar de rechtschapen mensen gaven gehoor. ‘En de Heere noemde Zijn volk Sion, want zij waren één van hart en één van geest, en leefden in gerechtigheid, en er was geen arme onder hen.6

Let vooral op het woord want in deze tekst. Zion is gevestigd en bloeit omdat God het leven en werk van haar inwoners inspireert. Zion komt niet als een gave, maar als een deugdzaam verbondsvolk het opbouwt. President Spencer W. Kimball heeft gezegd: ‘Als we samen “Kom tot Zion” zingen, bedoelen we (…) kom naar de wijk, de gemeente, het zendingsgebied, de ring, en help Zion opbouwen.’7 Bijeengekomen zoals de Heer heeft bepaald, streven heiligen der laatste dagen gewetensvol naar Zion als het ‘koninkrijk van onze God en zijn Christus’,8 ter voorbereiding op de wederkomst van de Heer.9

President Hinckley heeft ons eraan herinnerd dat ‘(…) de zaak waar wij ons voor inzetten geen gewone zaak is. Het is de zaak van Christus. Het is het koninkrijk van God onze eeuwige Vader. Het is de opbouw van Zion op aarde.’10

‘Als wij echt het Zion willen opbouwen waarover de profeten gesproken hebben en waaraan de Heer grote beloften heeft gegeven, moeten we onze verterende zelfzucht opzijzetten.We moeten afstand doen van ons gemak en comfort. En tijdens die inspanning en worsteling, zelfs in uiterste nood, zullen we God beter leren kennen.’11

Leringen die leiden tot de hoogste orde van een priesterschapsgemeenschap zijn onder andere liefde, dienstbaarheid, werk, zelfredzaamheid, toewijding, en rentmeesterschap.12 Om beter te begrijpen hoe we Zion kunnen bouwen op die fundamentele waarheden, bekijken we er vier.

De eerste is liefde.

‘Jezus zei: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.

‘Dit is het eerste en grote gebod.

‘Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.

‘Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.’13

Als we God boven alles willen liefhebben, moeten we prioriteiten stellen en ons leven in overeenstemming brengen met Hem. We gaan van al Gods scheppingen houden, ook van onze medemens. Als we God boven alles stellen, groeit de liefde en toewijding tussen man en vrouw, ouders en kinderen. In Zion zien we dat ‘een ieder het belang van zijn naaste betracht en alle dingen doet met het oog alleen gericht op de ere Gods’14

Het volgende is werk. Werk is lichamelijke, verstandelijke en geestelijke inspanning. De Heer heeft geboden: ‘In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten’15 In Gods bestel is geen plaats voor bedrog en hebzucht. ‘De arbeider in Zion zal arbeiden voor Zion; want indien hij arbeidt voor geld, zal hij omkomen.’16

Vervolgens: zelfredzaamheid. Het is de voorloper van keuzevrijheid en veiligheid. De Heer heeft deze kerk en haar leden geboden om voorbereid, zelfredzaam en onafhankelijk te zijn.17 In tijden van overvloed moeten we zuinig leven en een voorraad aanleggen. In tijden van schaarste moeten we sober leven en die voorraad aanspreken.

‘Geen oprecht lid van de kerk dat lichamelijk of emotioneel gezond is, zal vrijwillig de last van zijn eigen welzijn of van zijn gezin op anderen afwentelen. Hij zal zo lang mogelijk, onder inspiratie van de Heer en met het werk van eigen handen, zichzelf en zijn gezin voorzien van de geestelijke en materiële levensbehoeften.’18

Wij zijn zoons en dochters van God en echt van Hem afhankelijk voor alles wat we hebben. Als wij zijn geboden onderhouden, zal Hij ons nooit in de steek laten. Maar onze hemelse Vader doet niet voor ons wat we zelf kunnen en moeten doen. Hij verwacht dat we de van Hem ontvangen middelen gebruiken om voor onszelf en ons gezin te zorgen. Als we dat doen, zijn we zelfredzaam.19

Ten slotte: toewijding. Het verbond van toewijding omvat opoffering; houdt liefde, werk, en zelfredzaamheid in; en is essentieel voor de vestiging van Gods koninkrijk. ‘Zion kan niet worden opgebouwd’, zegt de Heer, ‘tenzij het geschiedt volgens de grondbeginselen der wet van het celestiale koninkrijk.’20 Het verbond van toewijding staat centraal bij deze wet. We zullen het eens volledig naleven. Dit verbond omvat ‘uw tijd, talenten en middelen geven voor behoeftigen — geestelijk of materieel — en het koninkrijk van de Heer opbouwen.’21

Deze beginselen — liefde, werk, zelfredzaamheid en toewijding — komen van God. Wie deze aanhangen en zichzelf in overeenstemming daarmee besturen, worden rein van hart. Rechtschapen eensgezinheid is het keurmerk van hun samenleving. Hun vrede en harmonie wordt een banier voor de volken. De profeet Joseph Smith heeft gezegd:

‘De opbouw van Zion is een zaak die het volk van God altijd geboeid heeft; het is het thema waar profeten, priesters en koningen vol verrukking over spraken; (…) het is aan ons om de heerlijkheid [van Zion] in de laatste dagen te zien, er deel aan te hebben en het voort te brengen (…) een werk dat de vernietiging van de duistere machten, de hernieuwing van de aarde, Gods heerlijkheid en het heil van de mensheid ten doel heeft.’22

Ik getuig dat deze dingen waar zijn. President Gordon B. Hinckley is Gods profeet op aarde, zoals Joseph Smith jr. dat was. Gods koninkrijk is De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen en zal Zion worden in al haar schoonheid. Christus is de Heiland van de wereld, de geliefde Zoon van de levende God, de Heilige. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. Deseret News Weekly, 5 June 1872, blz. 248; cursivering toegevoegd.

  2. Naar de Bijbelvertaling van Joseph Smith, Matteüs 6:38.

  3. ‘Isr’el, hoor, God roept u allen’, lofzang 7.

  4. LV 97:21.

  5. Zie 4 Nephi 1:16; zie ook vss. 1–18.

  6. Mozes 7:18; cursivering toegevoegd.

  7. Conference Report, gebiedsconferentie Parijs 1976, blz. 3.

  8. LV 105:32; zie ook 68:25–31; 82:14; 115:1–6.

  9. Zie LV 65:2, 6.

  10. Conference Report, oktober 1989, blz. 70; of Ensign, november 1989, blz. 53.

  11. Conference Report, oktober 1991, blz. 78; of Ensign, november 1991, blz. 59.

  12. Zie Spencer W. Kimball, ‘En de Heere noemde zijn volk, Sion’, De Ster, december 1984, 2–9.

  13. Matteüs 22:37–40.

  14. LV 82:19.

  15. Mozes 4:25; zie ook Genesis 3:19.

  16. 2 Nephi 26:31.

  17. Zie LV 78:13–14; 38:29–31.

  18. Spencer W. Kimball, in Conference Report, oktober 1977, blz. 124; of Ensign, november 1977, 77–78; zie ook 1 Timoteüs 5:8.

  19. Zie Op ‘s Heren eigen wijze — gids voor leiders: welzijnszorg (handboek welzijnszorg, 1990), blz. 5.

  20. LV 105:5.

  21. Zie De Ster, december 1984, blz. 7.

  22. Teachings of the Prophet Joseph Smith, samengesteld door Joseph Fielding Smith (1976), blz. 231–232; cursivering toegevoegd.