2004
Gelegenheid tot getuigen
November 2004


Gelegenheid tot getuigen

Met zachte gevoelens van dankbaarheid voor ieder die mij de afgelopen jaren beïnvloed heeft, wijd ik mij aan de toekomst.

Broeders en zusters, hier in Salt Lake City en over ter wereld, ik vind het fijn dat ik in uw midden kan zijn. Ik breng een liefdevolle groet aan ouderling Bednar en ouderling Oaks en wens hun sterkte in hun nieuwe roeping. Mijn innerlijke gevoelens kunnen het best vergeleken worden met een wervelstorm, of nog beter, ik ben blij en bang tegelijk. In één zin: ik heb behoefte aan uw gebeden; ik heb de Heer nodig.

Nu ik een roeping en een heilige opdracht heb gekregen die mijn leven voor altijd volledig zullen veranderen, ben ik overweldigd door emoties en komen de tranen makkelijk.

Ik heb een sterk gevoel van ontoereikendheid en van zoete kwelling vanwege een diepgaand en vaak pijnlijk zielsonderzoek waaraan ik mijzelf dag en nacht heb onderworpen sinds afgelopen vrijdagochtend.

Toen president Gordon B. Hinckley mij had geroepen als apostel en als lid van het Quorum der Twaalf, verliet ik mijn drukke kantoor om dit volkomen onverwachte nieuws te vertellen aan mijn geliefde Harriet. Op dit uiterst belangrijke moment in ons leven koesterden wij de stille heiligheid van onze woning als een toevluchtsoord en verdedigingswerk. Ik ben zo dankbaar voor mijn vrouw, voor de liefdevolle troost en krachtige steun die zij mij al zo lang heeft gegeven. Naast de gave van het leven zelf, en het herstelde evangelie van Jezus Christus, is Harriet de grootste zegen in mijn leven. Ik wil grote liefde en waardering uitspreken voor onze kinderen en kleinkinderen, voor hun gebeden en liefde — maar vooral voor hun voorbeeld. Onze kinderen en kleinkinderen wonen in Duitsland en bouwen Gods koninkrijk op in ons thuisland. De vreugde van het evangelie van Jezus Christus en zijn eeuwige zegeningen overbruggen de afstand van duizenden kilometers en geven ons geluk en troost.

Ik spreek mijn dankbaarheid en liefde uit voor elk lid van onze familie, en voor een groot aantal vrienden en leerkrachten die ons hebben onderwezen en geholpen, en ons op het niveau hebben getild van wie wij zijn.

Ik spreek mijn grote liefde en waardering uit voor de leden van het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf, wegens hun liefde en vriendelijkheid. Aan het einde van mijn rentmeesterschap als een van de zeven presidenten van de Zeventig wil ik mijn liefde en bewondering voor de zeventigers uitspreken. Het zijn waarlijk bijzondere getuigen van Jezus Christus. Zij zijn degenen op wie de Twaalf een beroep doen als ze hulp nodig hebben, en niemand anders. Ik wil die toegewijde mannen danken die zoveel tijd, talenten en geestkracht investeren in de opbouw van het koninkrijk. Er is met geen pen te beschrijven hoe fijn ik de ruim tien jaar heb gevonden dat ik het voorrecht en de vreugde had om als zeventiger werkzaam te zijn. Ik zal altijd het voorbeeld en de vriendschap van de leden van de Quorums der Zeventig koesteren.

Ik wil alle leden van de kerk over de hele wereld danken voor hun getrouwheid, dat zij ondanks verleidingen volhouden — wegens uw liefde voor en toewijding aan de beginselen en leerstellingen van het herstelde evangelie van Jezus Christus, uw bereidheid om de levende profeet te volgen in de bevordering van de groei van wijken en gemeentes, uw offers van tijd, energie, emoties, geestkracht en geld. Dank u dat u eerlijk uw tiende betaalt en de armen en eenzamen niet verwaarloost. Ik heb het gelaat van Christus gezien in uw gelaat, uw daden en uw voorbeeldige leven. U bent een hedendaags wonder.

Ik dank u voor uw steunverlening, met uw hand en uw hart, aan de algemene functionarissen van de kerk. Gisteren hebben we de algemene leiding van de kerk gesteund volgens het beginsel van de algemene instemming. Niet één van die leidinggevenden van de kerk ambieert zo’n functie, noch weigeren zij die roeping, daar zij weten dat die door openbaring van God komt.

Wij zijn dankbaar voor uw gebeden en wij bidden voor u. Wij hebben u lief en hebben uw liefde nodig. Wij steunen u en hebben uw bereidheid nodig om de Heer te dienen, waar u ook bent, en voor welke functie u ook geroepen wordt. In de kerk van de Heer is elke roeping belangrijk.

President Gordon B. Hinckley heeft gezegd: ‘Wij zijn hier om onze Vader te helpen met zijn werk om de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen’ (Mozes 1:39). Uw taak is in de sfeer van uw verantwoordelijkheid net zo belangrijk als mijn taak in mijn sfeer van verantwoordelijkheid.’ (‘This Is the Work of the Master’, Ensign, mei 1995, p. 71.) En de president heeft ons gevraagd anderen te helpen en tot zegen te zijn. President Gordon B. Hinckley leert ons: ‘Laat er in het hart van elk lid het besef groeien van zijn eigen potentieel om anderen tot kennis van de waarheid te brengen. (…) Laat hem er oprecht over bidden. (‘Zoek de lammeren, voed de schapen’, Liahona, juli 1999, p. 120.)

Een fijn lid dat mij meer dan vijftig jaar geleden de hand reikte, is mij voor eeuwig tot zegen geweest. Kort na de Tweede Wereldoorlog stond mijn grootmoeder in de rij voor voedsel, toen een oudere alleenstaande zuster zonder familie haar uitnodigde om in Zwickau (Oost-Duitsland) mee naar de avondmaalsdienst te gaan. Mijn grootmoeder en mijn ouders namen de uitnodiging aan. Ze gingen naar de kerk, voelden de Geest, werden opgebeurd door de vriendelijke leden, en opgebouwd door de lofzangen van de herstelling. Mijn grootmoeder, mijn ouders en de drie oudere kinderen in ons ouderlijk gezin lieten zich dopen. Ik moest twee jaar wachten omdat ik nog maar zes was. Ik ben die geestelijk ontvankelijke grootmoeder zo dankbaar, alsook mijn onderwijsbare ouders, en een wijze, oudere alleenstaande zuster met wit haar die lief was, maar stoutmoedig genoeg om een ander aan te spreken en het voorbeeld van de Heiland te volgen door ons uit te nodigen om te komen kijken. (Zie Johannes 1:39.) Haar naam was zuster Ewig, wat vertaald zuster Eeuwig betekent. Ik zal haar eeuwig dankbaar zijn voor haar liefde en voorbeeld.

Met die zachte gevoelens van dankbaarheid voor ieder die mij de afgelopen jaren beïnvloed heeft, wijd ik mij aan de toekomst. Mijn hart en geest zijn vol vreugde omdat ik de rest van mijn leven kan ‘spreken van Christus, [mij] verheugen […] in Christus, prediken [van] Christus, [en] profeteren van Christus’ (2 Nephi 25:26), en dit alles als bijzondere getuige van onze Heiland en Verlosser, Jezus Christus. (Zie LV 107:23.)

In het besef dat ik zwakheden heb, put ik grote troost uit de instructies die de Heer heeft gegeven. In de Leer en Verbonden lezen we:

‘Opdat de volheid van mijn evangelie door de zwakken en eenvoudigen zou mogen worden verkondigd tot de einden der wereld en voor koningen en regeerders.

‘En in zoverre zij wijsheid zochten, zij mochten worden onderricht;

‘En in zoverre zij ootmoedig waren, zij sterk mochten worden gemaakt, en van omhoog gezegend, en van tijd tot tijd kennis mochten ontvangen’ (LV 1:23, 26, 28).

En in het Boek van Mormon lezen we:

‘Ik zal heengaan en doen, wat de Here heeft bevolen, want ik weet, dat de Here geen geboden […] geeft, zonder tevens de weg voor hen te bereiden, zodat zij zullen kunnen volbrengen, wat Hij hun gebiedt’ (1 Nephi 3:7).

En uit het Oude Testament putten we troost:

‘Dan zal de Geest des Heren u aangrijpen; gij zult […] tot een ander mens worden’ en ‘God [schonk] hem een ander hart’ en ‘God is met u’ (1 Samuel 10:6, 9, 7).

Ik vertrouw op die heerlijke beloften. Daarom beloof ik u, deze broeders van mij, en de Heer dat ik zo zal leven dat ik waardig ben om de wil van de Heer te kennen en ernaar te handelen.

God, onze hemelse Vader, kent ons bij naam. Jezus Christus leeft. Hij is de Messias. Hij heeft ons lief. De verzoening van Jezus Christus heeft echt plaatsgevonden, en brengt ons allen onsterfelijkheid en doet de deur naar het eeuwige leven open.

Het evangelie van Jezus Christus is weer op aarde. De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is waar en leeft.

Het Boek van Mormon is een nader getuige van Jezus Christus en is een manifestatie van het feit dat Joseph Smith een profeet is. Ik heb de profeet Joseph lief. Ik heb president Gordon B. Hinckley lief, die de profeet van God is en in deze tijd alle sleutels van het koninkrijk draagt, als opvolger in een ononderbroken lijn van Joseph Smith.

Dit weet ik in mijn hart en mijn verstand. En daarvan getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.