2004
Ga voort
November 2004


Ga voort

Er is iets wat de Heer van ons verwacht, ongeacht onze zorgen en verdriet. Hij verwacht dat wij voortgaan.

Ik heb lang genoeg geleefd om zelf veel van de problemen in het leven te kennen. Ik heb bijzondere mensen gekend die ernstige beproevingen hebben doorstaan, terwijl andere mensen schijnbaar probleemloos door het leven gaan.

Vaak stellen mensen die met tegenspoed te maken krijgen de vraag: ‘Waarom overkomt mij dit nou?’ Ze liggen nachten wakker en vragen zich af waarom ze zich zo eenzaam, ziek, ontmoedigd, neerslachtig of verdrietig voelen.

De vraag: ‘Waarom ik?’ is vaak moeilijk te beantwoorden en leidt vaak tot frustratie en wanhoop. We kunnen onszelf een betere vraag stellen: ‘Wat kan ik van deze ervaring leren?’

Van de manier waarop we die vraag beantwoorden hangt niet alleen de kwaliteit van ons leven op aarde af, maar ook in de eeuwigheid. Hoewel onze beproevingen nogal uiteenlopen, is er iets wat de Heer van ons verwacht, ongeacht onze problemen en verdriet: Hij verwacht dat wij voortgaan.

De leer van volharding tot het einde

In het evangelie van Jezus Christus is volharden tot het einde een van de fundamentele beginselen. Jezus heeft gezegd: ‘Wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.’1 En: ‘Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij.’2 Sommige mensen denken dat volharden tot het einde alleen het ondergaan van beproevingen betekent. Maar het houdt veel meer in. Het is het proces om tot Christus te komen en in Hem vervolmaakt te worden.

Nephi, profeet uit het Boek van Mormon: ‘Daarom moet gij standvastig in Christus voorwaarts streven, met onverzwakte hoop, en met liefde voor God en alle mensen. Indien gij aldus voorwaarts zult streven, en u in Christus’ woord verheugt, en volhardt tot het einde toe, dan zegt de Vader: Gij zult het eeuwige leven hebben.’3

Tot het einde toe volharden is de leer om op het pad te blijven dat naar het eeuwige leven leidt, nadat men door middel van geloof, bekering, de doop en de gave van de Heilige Geest dat pad heeft betreden. Om tot het einde toe te volharden moeten we ons hele hart geven, of, zoals de profeet Amaleki in het Boek van Mormon zegt: ‘Komt tot Hem en geeft Hem uw gehele ziel als een offerande, en volhardt in vasten en gebed, en blijft standvastig tot het einde; en zo waar als de Here leeft, zult gij zalig worden.’4

Tot het einde toe volharden houdt in dat ons leven diep in de grond van het evangelie is geworteld, dat we de geboden onderhouden, onze naasten nederig dienen, een christelijk leven leiden en onze verbonden naleven. Mensen die volharden zijn evenwichtig, consequent, nederig, ontwikkelen zich en zijn zonder bedrog. Hun getuigenis is niet op wereldlijke gronden gebaseerd, maar op waarheid, kennis, ervaring en de Geest.

De gelijkenis van de zaaier

De Heer Jezus Christus gebruikt de eenvoudige gelijkenis van de zaaier om de leer van volharding duidelijk te maken.

‘De zaaier zaait het woord.

‘Dit zijn degenen, die langs de weg zijn: waar het woord gezaaid wordt, en zodra zij het horen, komt terstond de satan en neemt het woord, dat in hen gezaaid is, weg.

‘En evenzo zijn, die op steenachtige plaatsen gezaaid worden, degenen, die, zodra zij het woord horen, het terstond met blijdschap aannemen.

‘Doch zij hebben geen wortel in zich, maar zijn mensen van het ogenblik; wanneer later verdrukking of vervolging komt om der wille van het woord, komen zij terstond ten val.

‘En een ander deel zijn degenen, die in de dorens gezaaid worden: dit zijn zij, die het woord horen, maar de zorgen van de wereld en het bedrog van de rijkdom en de begeerten naar al het andere komen erbij en verstikken het woord en het wordt onvruchtbaar.

‘En dit zijn degenen, die in goede aarde gezaaid zijn: zij, die het woord horen en in zich opnemen en vrucht dragen, dertig- en zestig- en honderdvoud.’5

In deze gelijkenis worden de verschillende grondsoorten beschreven waarin het zaad van de waarheid gezaaid en verzorgd wordt. Iedere grondsoort vertegenwoordigt onze mate van toewijding en bekwaamheid om te volharden.

De eerste grondsoort, ‘langs de weg’, stelt de mensen voor die het evangelie horen, maar de waarheid niet de kans geven om wortel te schieten.

De tweede grondsoort, ‘steenachtig’, stelt de mensen in de kerk voor die bij de eerste de beste beproeving of tegenspoed beledigd de handdoek in de ring gooien en niet bereid zijn om te doen wat nodig is.

De derde grondsoort, ‘in de dorens gezaaid’, stelt de leden van de kerk voor die afgeleid worden en door de zorgen, rijkdommen en lusten van de wereld in beslag worden genomen.

En uiteindelijk zijn zij die zich in de ‘goede aarde’ bevinden, de leden van de kerk die naar het voorbeeld van de Meester leven, die diep in de grond van het evangelie zijn geworteld en daardoor prachtige vruchten voortbrengen.

In de gelijkenis van de zaaier noemt de Heiland drie beletsels die onze ziel kunnen bederven en onze eeuwige vooruitgang kunnen tegenhouden.

Het eerste beletsel, ‘de zorgen van de wereld’, komt eigenlijk op hoogmoed neer.6 Hoogmoed komt op zoveel verschillende en vernietigende manieren voor. Tegenwoordig komt intellectuele hoogmoed bijvoorbeeld veel voor. Sommige mensen verhogen zich boven God en zijn gezalfde dienstknechten omdat ze op academisch gebied zoveel hebben bereikt. Ons intellect mag nooit boven onze geest gesteld worden. Ons intellect kan onze geest voeden, en onze geest kan ons intellect voeden, maar als we ons intellect boven onze geest stellen, zullen we struikelen, kritiek hebben, en kunnen we zelfs ons getuigenis kwijtraken.

Kennis is erg belangrijk en een van de weinige dingen die we naar het volgende leven kunnen meenemen.7 We moeten altijd blijven leren. Maar we moeten erop letten dat we ons geloof niet aan de kant zetten, want geloof vergroot onze vaardigheid om te leren.

Het tweede beletsel is ‘het bedrog van de rijkdom’. We moeten ons minder op rijkdom concentreren. Het is slechts een hulpmiddel, en dat moeten we gebruiken om het koninkrijk van God op te bouwen. Ik heb het gevoel dat sommige mensen het zo belangrijk vinden in wat voor auto ze rijden, wat voor kleding ze dragen en of hun huis groter is dan dat van anderen, dat ze de belangrijke zaken uit het oog verliezen.8 We moeten in het dagelijks leven voorzichtig zijn dat we wereldse zaken niet boven geestelijke zaken stellen.

Het derde beletsel dat de Heiland noemde is ‘de begeerten naar al het andere’. We worden als nooit tevoren door pornografie geplaagd. Pornografie leidt tot onzedelijkheid, ontwrichte gezinnen en ontredderde levens. Pornografie onttrekt de levenskracht om te volharden. Pornografie is goed met drijfzand te vergelijken. Zodra je erin stapt, kun je er zo gemakkelijk in vast komen te zitten dat je niet eens inziet hoe gevaarlijk het is. Hoogstwaarschijnlijk hebt u hulp nodig om uit het drijfzand van pornografie te komen. Maar hoeveel beter is het niet om er nooit in terecht te komen. Ik smeek u om uitermate voorzichtig met het internet om te springen.

Volharden tot het einde is een beginsel voor iedereen

Enkele weken voordat president Heber J. Grant overleed, ging een van de algemene autoriteiten bij hem op bezoek. Voordat hij weer wegging, bad president Grant: ‘O God, zegen me dat ik mijn getuigenis niet zal kwijtraken en tot het einde toe zal volharden!’9 Kunt u zich voorstellen dat president Grant, een van de grote profeten van de herstelling, die bijna 27 jaar president van de kerk is geweest, bad dat hij tot het einde toe kon volharden?

Niemand is immuun voor de invloed en verleidingen van Satan. Heb niet de hoogmoedige gedachte dat u boven de invloed van de tegenstander staat. Pas op dat u niet aan zijn misleidingen ten prooi valt. Blijf dicht bij de Heer door dagelijks de Schriften te bestuderen en te bidden. We kunnen niet achterover leunen en ons eeuwig heil als vanzelfsprekend beschouwen. We moeten ons hele leven ijverig werkzaam zijn.10 Deze woorden van Brigham Young motiveren ons en herinneren ons eraan dat we moeten blijven volharden: ‘Mensen die een plaats in het celestiale koninkrijk willen verdienen, zullen merken dat ze iedere dag [voor dat heilige doel] moeten vechten.’11

De kracht om te volharden

Ik weet dat er veel mensen zijn die met hartzeer, eenzaamheid, pijn en teleurstelling te kampen hebben. Deze ervaringen zijn een essentieel onderdeel van ons leven op aarde. Maar blijf op de Heiland en zijn liefde voor u vertrouwen. Die is onveranderlijk en Hij heeft beloofd dat Hij ons altijd zal troosten.12

Als we in het dagelijks leven beproefd worden, worden we getroost door de woorden van de Heer in afdeling 58 van de Leer en Verbonden:

‘Op het ogenblik kunt gij met uw natuurlijke ogen het plan niet zien van uw God met betrekking tot de dingen, die hierna zullen komen, en de heerlijkheid, die op vele beproevingen zal volgen.

‘Want na vele beproevingen komen de zegeningen. Daarom komt de dag, dat gij met grote heerlijkheid zult worden gekroond; de ure is nog niet, doch is nabij.’13

Daarom, broeders en zusters, gaan we voort en gaan we uiteindelijk meer op de Heiland lijken. We kennen allemaal mensen die grote beproevingen in hun leven hebben gehad en toch getrouw hebben volhard. Er is een inspirerend voorbeeld van een heilige uit de negentiende eeuw, Warren M. Johnson, die in opdracht van de leiders van de kerk naar de woestijn werd gestuurd om Lee’s Ferry te bemannen, een belangrijke oeververbinding op de Colorado, in het noorden van Arizona. Broeder Johnson had veel beproevingen, maar bleef zijn hele leven trouw. Luister hoe broeder Johnson in een brief aan president Wilford Woodruff zijn familiedrama uitlegt:

‘In mei 1891 kwam er een gezin (…) hier [naar Lee’s Ferry] uit Richfield (Utah), waar zij (…) in de winter vrienden hadden bezocht. Bij Panguitch hebben ze een kind begraven, (…) Zonder hun wagen of zichzelf te ontsmetten, (…) kwamen ze naar ons huis om te overnachten, en speelden ze met mijn kleine kinderen. (…)

‘We wisten niet wat voor ziekte ze hadden [difterie], maar vertrouwden op God, omdat we hier een moeilijke zending vervulden en zo goed mogelijk de [geboden] van de Heer onderhielden (…), dat onze kinderen gespaard zouden worden. Maar helaas [stierf mijn oudste zoon] na vier en een halve dag (…) in mijn armen. Twee andere kinderen kregen de ziekte, en we vastten en baden zoveel we konden omdat we ook veel werk te doen hadden. We vastten 24 uur, en ik vastte een keer 48 uur, maar zonder resultaat, want ook mijn twee dochtertjes overleden. Ongeveer een week na hun overlijden, kreeg mijn vijftienjarige dochter Melinda de ziekte, en we deden alles voor haar wat we konden maar zij volgde [al snel] de anderen. (…) Drie van mijn dochters en een zoon zijn van me weggenomen, en het einde is nog niet in zicht. Mijn oudste dochter van negentien is nu met de ziekte besmet, en we vasten en bidden vandaag voor haar. (…) We hebben echter uw geloof en gebeden nodig. Wat hebben we gedaan om door de Heer in de steek gelaten te worden? En wat kunnen we doen om weer bij Hem in de gunst te komen?’

Enige tijd later schreef broeder Johnsen een brief naar een plaatselijke leider en vriend over zijn geloof om te volharden:

‘Dit is de grootste beproeving in mijn leven, maar het eeuwig heil is mijn doel, en ik ben vastbesloten dat ik (…) met de hulp van mijn hemelse Vader de ijzeren roede kan vasthouden, wat voor problemen ik ook krijg. Ik ben niet verslapt in de uitvoering van mijn taken, en ik hoop en vertrouw op het geloof en de gebeden van mijn broeders, dat ik zo zal leven dat ik de zegeningen kan ontvangen.’14

De zware beproevingen van broeder Johnson kunnen onze eigen problemen in perspectief plaatsen. Sta mij toe drie sleutels te bespreken die onze volharding ten goede zullen komen.

Ten eerste: getuigenis. Ons getuigenis geeft ons het eeuwige perspectief dat we nodig hebben om verder te kijken dan de beproevingen en problemen die onvermijdelijk op ons pad komen. Heber C. Kimball heeft geprofeteerd:

‘Er zal een tijd aanbreken dat de mens niet in staat zal zijn om op geleend licht te volharden. Hij zal dan door het licht in zichzelf geleid moeten worden. (…)

Als u het niet bezit, zult u niet standhouden. Probeer daarom een getuigenis van Jezus te ontwikkelen en houd u daaraan vast, zodat u in tijden van beproeving niet zult wankelen en vallen.’15

Ten tweede: nederigheid. Nederigheid is de erkenning en de houding dat we op de hulp van de Heer moeten vertrouwen om in dit leven te volharden. We kunnen niet op eigen kracht tot het einde toe volharden. Zonder Hem, zijn wij niets.16

Ten derde: bekering. Door de grote gave van bekering kunnen we met een nieuw hart op het goede pad terugkeren, en krijgen we de kracht om op het pad naar het eeuwige leven te volharden. Het avondmaal is een belangrijk onderdeel van onze volharding. Door het avondmaal worden we iedere week in de gelegenheid gesteld om ons doopverbond te vernieuwen, ons te bekeren en onze vooruitgang op de weg naar de verhoging te evalueren.

Wij zijn zoons en dochters van de eeuwige God, met de mogelijkheid om mede-erfgenamen van Jezus Christus te worden.17 Omdat we weten wie we zijn, mogen we nooit het doel uit het oog verliezen om onze eeuwige bestemming te bereiken.

Ik getuig dat als we in de eeuwigheid op ons korte bestaan op aarde terugkijken, we onze stem zullen verheffen en ons zullen verheugen omdat we ondanks alle problemen de wijsheid, het geloof en de moed hadden om te volharden en voort te gaan.

Dat wij dat altijd zullen doen, bid ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. Matteüs 24:13.

  2. Johannes 8:31.

  3. 2 Nephi 31:20.

  4. Omni 1:26.

  5. Marcus 4:14–20.

  6. Zie Ezra Taft Benson, Ensign, mei 1989, pp. 4–6.

  7. Zie LV 130:18–19.

  8. Zie Matteüs 23:23.

  9. Geciteerd door John Longden, Conference Report, oktober 1958, p. 70.

  10. Zie LV 58:27.

  11. Discourses of Brigham Young, verz. John A. Widtsoe, [1954], p. 392.

  12. Zie Johannes 14:18.

  13. LV 58:3–4.

  14. Geciteerd door Jay A. Parry en anderen (red.), Best-Loved Stories of the LDS People, 3 delen (1997–2000), deel 3, pp. 107–108.

  15. Orson F. Whitney, Life of Heber C. Kimball, derde druk (1945), p. 450.

  16. Zie Johannes 15:5.

  17. Zie Romeinen 8:17.