Leringen van kerkpresidenten
De voorbereiding op een eeuwig huwelijk en gezin


Hoofdstuk 14

De voorbereiding op een eeuwig huwelijk en gezin

Jonge mensen kunnen waarlijk geen hoger huwelijksideaal koesteren dan het huwelijk te beschouwen als een goddelijk instituut.1

Inleiding

David O. McKay deed zijn aanstaande vrouw, Emma Ray Riggs, begin december 1900 een aanzoek, waarop zij vroeg: ‘Ben je er zeker van dat ik de ware ben?’ Hij antwoordde dat hij er zeker van was. Daaropvolgend beschreef David O. in een brief aan dr. Obadiah H. Riggs, Emma Ray’s vader, de kwaliteiten die hij in haar waardeerde:

‘Haar aangename karakter, haar zuiverheid, haar intelligentie, haar onzelfzuchtige karakter, kortom, haar volmaakte eigenschappen, hebben mijn liefde gewonnen. Toen ze me vertelde dat ze mijn liefde beantwoordde, was mijn geluk compleet. (…) Ik heb uw dochter gevraagd of zij mijn vrouw wilde worden, en nu vraag ik u, dr. Riggs, haar vader, of u uw toestemming wil geven. Zij heeft toegestemd (…). Daar kan ik niets anders dan mijn ware liefde tegenover stellen en dat ik haar met heel mijn hart en ziel gelukkig wil maken.’

De brieven van David O. McKay aan Emma Ray in hun verlovingstijd weerspiegelen het edele karakter van hun relatie en de kwaliteiten die zij in hem wakker maakte. In een brief van 11 december 1900 schreef hij: ‘Weet je dat ik sinds ik de ware liefde heb geproefd, beter begrijp waarom de koene ridders van weleer altijd voor een bevallige dame wilde strijden. De gedachte alleen al haar welgevallig te zijn schonk hun moed, gaf hun kracht met het zwaard, en maakte hen onverschrokken. Iedere ridder probeerde het beste uit zichzelf te halen om de goedkeuring van zijn dame weg te dragen. De beste ridders werkten ook aan een edel karakter, waarmee zij het gezelschap konden winnen van degenen met, naar zij dachten, de edelste en zuiverste ziel.’2

In een andere brief, op 22 december 1900 aan Emma Ray geschreven, maakte David O. McKay melding van het soort huwelijk dat hij en zijn verloofde voor ogen hadden: ‘Jij zegt dat ons huwelijk eeuwig zal zijn. Alleen de eeuwigheid kan de liefde schenken waarnaar ik verlang, en de liefde die ik je te bieden hebben. (…) Ik voel mij eenzaam zonder jou, Ray, en ik verlang naar de tijd dat je altijd aan mijn zijde bent.’3 Doordat zij een rechtschapen leven leidden en een integere, verstandige verlovingstijd hadden, konden broeder en zuster McKay dit doel verwezenlijken. Gedurende zijn bediening besprak president McKay vaak hoe belangrijk het is om je goed voor te bereiden op een huwelijk en een gezin.

Hoewel de leringen van president McKay in dit hoofdstuk gericht zijn tot jongeren die zich voorbereiden op een huwelijk, zijn deze beginselen ook nuttig voor mensen die al getrouwd zijn, in het bijzonder als zij hun eigen kinderen en andere jongeren raad willen geven inzake uitgaan en verkering.

Leringen van David O. McKay

Leer jongeren het heilige karakter van het huwelijk en ouderschap

Leer de jongeren dat het huwelijk niet iets is dat door de mens is gefabriceerd, maar dat het door God is ingesteld, en dat het een heilige ceremonie is, die door hen ernstig behoort te worden overwogen, voordat zij een overeenkomst aangaan die ofwel geluk ofwel ellende voor de rest van hun leven met zich meebrengt. Een huwelijk sluit men niet ondoordacht (…) noch moet het bij de eerste, kleine tegenslag die zich voor doet, worden ontbonden. Het minste wat jongeren kunnen doen is het benaderen met de eerlijke bedoeling om een gezin te stichten dat bijdraagt tot de versterking van een edele samenleving.4

Zowel jongens als meisjes moet de plichten en idealen van het huwelijk geleerd worden, zodat ze beseffen dat het huwelijk plichten met zich meebrengt, en dat het niet een regeling is die naar eigen believen kan worden beëindigd. Hun moet geleerd worden dat zuivere liefde tussen man en vrouw een van de edelste dingen op aarde is en dat het krijgen en opvoeden van kinderen de hoogste van alle plichten is. In dat verband is het de plicht van ouders om in hun gezin het goede voorbeeld te geven, zodat de kinderen de heiligheid van het gezinsleven en de daaraan verbonden verantwoordelijkheid in zich kunnen opnemen.5

[Het doel van het huwelijk] is kinderen krijgen en een gezin grootbrengen. Laten we dat in gedachte houden. Honderden zeggen nu, en er zullen nog honderden volgen die dat ook zullen zeggen: ‘Hoe kan ik trouwen en een vrouw datgene geven waaraan ze gewend is? Hoe kan ik een studie volgen en een gezin onderhouden? Ik kan niet eens een plek vinden om te wonen.’

Dat zijn praktische vragen (…). Ik ben bereid rekening te houden met deze en andere moeilijkheden, in gedachte houdend dat de Heer heeft gezegd dat ‘het huwelijk […] de mens door God [is] verordonneerd.’ [Zie LV 49:15.] En ik herhaal dat het belangrijkste doel van het huwelijk is een gezin groot te brengen, en dat het niet louter is voor de bevrediging van een man of vrouw.6

Er wordt gezegd dat het beste en edelste leven er een is waarin men naar hoge idealen streeft. Jonge mensen kunnen waarlijk geen hoger huwelijksideaal koesteren dan het huwelijk te beschouwen als een goddelijk instituut. Als jongeren dat in gedachte houden, zal die norm hun een bescherming zijn in hun verlovingstijd, een immer aanwezige invloed die hen ertoe aanzet niets te doen wat hen ervan zal weerhouden naar de tempel te gaan om daar hun liefde te bestendigen in een blijvende en eeuwige verbintenis. Dan zullen ze ook goddelijke leiding zoeken bij de keuze van een partner, een keuze waarvan hun geluk hier en hierna grotendeels afhangt. Dat maakt hun hart zuiver en goed; het richt hen op naar hun Vader in de hemel. Dergelijke vreugden zijn binnen het bereik van de meeste mannen en vrouwen als de hoge idealen van een huwelijk en een gezin op de juiste manier worden aangemoedigd en gecultiveerd.7

Jongeren bereiden zich voor op het huwelijk en het ouderschap door rein te leven

Vaak is de gezondheid van kinderen, zo een echtpaar dat geluk ten deel valt, afhankelijk van wat de ouders vóór het huwelijk hebben gedaan. In de pers, vanaf de kansel, en vooral thuis, moet vaker de boodschap doorklinken dat jongens en meisjes in hun jonge jaren het fundament leggen voor het geluk of de ellende die hun later in hun leven ten deel valt. De jongens in het bijzonder behoren zich voor te bereiden op het vaderschap door zichzelf lichamelijk rein te houden, opdat zij die verantwoordelijkheid niet als een lafaard of een bedrieger aangaan, maar als iemand die eerzaam is en in staat om een gezin te stichten. De jongeman die, hoewel hij er niet toe in staat is, de taak van het vaderschap op zich neemt, is erger dan een bedrieger. Het toekomstige geluk van zijn vrouw en kinderen hangt af van het leven dat hij in zijn jeugd geleid heeft.

Laten we ook de meisjes leren dat het moederschap goddelijk is, want als we de scheppende macht van de mens aanroeren, betreden we goddelijk terrein. Het is derhalve belangrijk dat jonge vrouwen beseffen dat het nodig is dat zij hun lichaam rein en zuiver houden. (…) Geen moeder heeft het recht een kind zijn leven lang te belasten met wat in de jeugd een aangenaam tijdverdrijf leek te zijn, of haar ‘recht’ zich over te geven aan schadelijke middelen en andere zondige praktijken.8

Geluk begint niet aan het altaar; maar begint tijdens onze jeugd en onze verkeringstijd. Dit zaad voor geluk wordt gezaaid door uw vermogen om uw hartstocht in toom te houden. Onder de jeugd dient kuisheid de voornaamste deugd te zijn — een ideaal dat de wereld naast zich neerlegt, en waarvan velen in de wereld niet geloven dat het bestaat of gekoesterd wordt in het hart van jongeren.9

Een kwaad dat momenteel in de wereld heerst is onkuisheid (…). De jongeman die in zijn jeugd onkuis is, schaadt daarmee het vertrouwen die de ouders van het meisje in hem hadden gesteld; en het meisje dat in haar jeugd onkuis is, is ontrouw aan haar toekomstige echtgenoot en legt het fundament voor verdriet, achterdocht en ruzie in het gezin. (…) Houd deze eeu- wige waarheid in gedachte: kuisheid is een deugd die niet hoog genoeg geschat kan worden als een van de edelste prestaties in dit leven. (…) Het is de belangrijkste factor voor een gelukkig gezin. Niemand raakt zijn aanzien kwijt door op waardige wijze de normen van de kerk na te leven. Je kunt ‘in’ deze wereld zijn en niet ‘van de wereld’ zijn. Bewaar je kuisheid meer dan wat ook! God heeft ons geboden kuis te zijn.10

In De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is er maar één zedelijkheidsnorm. Een jonge man dient zich net zo kuis te gedragen als een jonge vrouw. Van de jonge man die om een aanbeveling vraagt om een reine vrouw naar het altaar te brengen, wordt verwacht dat hij dezelfde reinheid geeft die hij denkt te ontvangen.11

Kuisheid, niet losbandigheid, in de jaren voor het huwelijk is de bron van harmonie en geluk in het gezin, en de voornaamste factor bij de gezonde instandhouding van het mensenras. Loyaliteit, betrouwbaarheid, vertrouwen, liefde voor God en trouw aan de mensen hangen nauw samen met deze edelsteen in de kroon van de deugdzame vrouw en de [sterke] man. Het woord van de Heer tot zijn kerk is: ‘Bewaar uzelf onbesmet van de wereld.’ (Zie Jakobus 1:27; LV 59:9.)12

God zegene u dat u onbesmet blijft, opdat u in gebed tot God kunt gaan en Hem kunt vragen u te leiden bij uw keuze van een partner en, wanneer u gekozen hebt, zo te leven dat u beiden naar het huis des Heren kunt gaan; en als Hij daar aanwezig was en u vroeg naar uw levenswandel, u Hem eerlijk kon antwoorden: ‘Ja, we zijn rein.’ Een huwelijk dat op die basis is begonnen, zal u het geluk, de zoetste vreugde in dit leven en in alle eeu- wigheid, brengen.13

Jongeren houden zich aan de uitgaansregels en overwegen zorgvuldig hun gevoelens

Jonge mensen, jonge meisjes in het voortgezet onderwijs, hebben al vaste verkering met jongens van hun leeftijd, al vroeg in de tienerjaren, waardoor ze voor zichzelf de weg afsnijden om in contact te komen met anderen. Tijdens die vaste verkering op zojonge leeftijd worden ze zo intiem dat ze zich verliezen in een uurtje passie, en zich daarmee de rest van hun leven veel ellende op de hals halen. En dat verzin ik niet! U mannen in presidiums van ringen en bisschappen van wijken, en u, vaders en moeders van sommigen, weten dat ik dit niet verzin.14

Jonge mannen, bedenk altijd dat wanneer je [een] meisje uitneemt, dat haar ouders haar aan jou toevertrouwen. Zij is hun kostbaarste bezit. Als ze je duizend dollar in bewaring gaven, zou je er niet aan denken om dat geld te misbruiken of op te maken. Ze vertrouwen iets aan je toe dat niet in geld kan worden uitgedrukt, en je bent echt minderwaardig als je hun vertrouwen beschaamt. (…) Ik herinner me nog goed dat mijn vader mij, toen ik in mijn tienerjaren met een meisje begon uit te gaan, deze raad gaf: ‘David, behandel die jongedame zoals je vindt dat de jonge mannen die met je zuster uitgaan, haar behoren te behandelen.’ Jonge mannen, volg die raad op en je zult met een vrij geweten door het leven gaan, en later in je leven kun je oprecht zeggen dat met alle fouten die je hebt, je nooit een vrouw onrecht hebt aangedaan.15

‘Bij de partnerkeuze is het noodzakelijk dat je nadenkt over (…) de persoon met wie je door het leven wilt gaan. Je ziet in hoe noodzakelijk het is om te letten op deugden als eerlijkheid, loyaliteit, kuisheid en eerbied. Maar als je die hebt aangetroffen — ‘Hoe dan’, vraag je je af, ‘kun je vaststellen of er al dan niet gevoelsverwantschap bestaat, iets waardoor je in elkaars gezelschap in ieder geval gelijkgestemd bent?’ Je vraagt je af: ‘Is er een leidraad?’ Hoewel liefde niet altijd een ware gids is, vooral als die liefde niet wederzijds is of verleend wordt aan een nors persoon of een bruut, toch is het zeker dat er geen geluk is zonder liefde. Je kunt je afvragen: ‘Hoe weet ik of ik de ware liefde gevonden heb?’ Dat is een heel belangrijke vraag. (…)

In de tegenwoordigheid van het meisje van wie je oprecht houdt, heb je niet de neiging om voor haar door het stof te kruipen; om misbruik van haar te maken. In haar nabijheid wil je je als een echte man gedragen, want daartoe inspireert zij je. En ik vraag jullie, jongevrouwen, om diezelfde maatstaf aan te houden. Waartoe inspireert hij je? (…) Als een jongeman je na een vergadering of na een dansavond naar huis brengt en hij vertoont de neiging om je als gebruiksartikel te gebruiken, of als middel tot bevrediging, dan kun je er zeker van zijn dat hij niet door liefde geleid wordt.

Gebruik onder dergelijke omstandigheden je verstand, jonge vrouwen, hoe gefascineerd je ook bent, hoe zeker je ook bent dat je van hem houdt. Blijf je gevoelens meester en laat je leiden door je oordeelsvermogen. Misschien zal het verdriet doen om de neiging van je hart niet te volgen, maar je kunt beter een klein beetje verdriet hebben als je jong bent, dan dat je later door groot verdriet gekweld wordt.

Wie zich juist voorbereidt op een eeuwig huwelijk wacht grote zegeningen

De jonge mannen en jonge vrouwen die gelukkig willen worden, doen er goed aan zich voor te bereiden, zodat ze de huwelijksvorm die God heeft ingesteld waardig zijn — de verbintenis tussen een man en een vrouw die het waardig zijn om hun huwelijk te laten voltrekken in de tempel van de Allerhoogste. Als ware geliefden daar neerknielen (…), kunnen ze beiden zeker zijn van het volgende:

Ten eerste dat hun huwelijk rein begint. De kinderen die uit het huwelijk voortkomen, hebben de garantie van een koninklijke geboorte, wat het krijgen van een rein lichaam betreft.

Ten tweede, dat hun godsdienstige denkbeelden dezelfde zijn. Het is heel moeilijk om kinderen op te voeden als vader en moeder van mening verschillen over de leer en godsdienst.

Ten derde, dat ze hun huwelijk zijn aangegaan met het idee dat het een eeuwig verbond is, en dat het niet ontbonden moet worden voor onbelangrijke misverstanden of moeilijkheden.

Ten vierde, dat een verbond dat in de tegenwoordigheid van God is aangegaan en verzegeld is krachtens het heilige priesterschap meer bindend is dan enig ander verbond.

Ten vijfde, dat een dergelijk huwelijk zo eeuwig is als liefde, de goddelijkste eigenschap van de mensenziel.

Ten zesde, dat het gezin door alle eeuwigheden heen in stand blijft.17

Ideeën voor studie en bespreking

  • Hoe kunnen we jongeren begrip geven van de heilige plichten die het huwelijk met zich meebrengt? (Zie pp. 136–137.) Wat kunnen we doen om jongeren voor te bereiden op de problemen waarmee elk huwelijk onvermijdelijk te maken krijgt?

  • Waarom is kuisheid zo belangrijk in de voorbereiding op een eeuwig huwelijk en gezin? (Zie pp. 137–139.) Hoe zal iemands onkuisheid zijn keuze van een eeuwige partner nadelig beïnvloeden? Welke stappen moet iemand volgen om zich volledig te bekeren van onkuisheid? Wat zijn enkele zegeningen van het naleven van de wet van kuisheid?

  • Volgens president McKay worden kinderen vaak de dupe van de daden van hun ouders voordat ze trouwden. (Zie pp. 137–139.) Wat kunnen jongeren en ouders behalve zedelijk rein blijven nog meer doen om hun leven zuiver te houden en hun toekomstige kinderen te beschermen?

  • Hoe proberen de media zoal onze opvattingen over de verlovingstijd en het huwelijk te beïnvloeden? Waarom denkt u dat president McKay waarschuwde voor vaste verkering op jonge leeftijd? Welke andere voorzorgsmaatregelen moeten in acht worden genomen als men uitgaat? (Zie pp. 139–140.)

  • Welk advies zou u geven aan jongeren die zich afvragen of ze de ware liefde gevonden hebben? (Zie p. 140.) Welke eigenschappen zijn belangrijk in een relatie?

  • Wat is het doel van een huwelijk? (Zie pp. 136–137.) Wat zijn de gevaren van te snel trouwen? Wat zijn de gevaren van een huwelijk te lang uitstellen? Hoe kan een stel weten dat het tijd is om te trouwen?

  • President McKay verkondigde dat wie het huwelijk beschouwen als een ‘goddelijk instituut’ kracht en leiding krijgen in hun verlovingstijd. Waarom denkt u dat dit waar is? Heeft u waargenomen dat mensen gezegend werden omdat ze zich in hun verlovingstijd aan de evangelienormen hielden?

  • Welke overeenkomsten ziet u in de leringen van President McKay aan jongeren en de normen die in Voor de kracht van de jeugd staan? Hoe kunt u uw kinderen bijbrengen dat de normen die u geleerd zijn in uw jeugd dezelfde normen zijn die voor hen gelden?

Relevante teksten: Jakob 2:28; Alma 37:37; 39:3–5; LV 132:15–19

Noten

  1. Conference Report (april 1969), 7.

  2. Geciteerd in David Lawrence McKay (1989). My Father, David O. McKay, 7–8; alinea-indeling gewijzigd.

  3. Geciteerd in My Father, David O. McKay, 8–9; alinea-indeling gewijzigd.

  4. Conference Report (oktober 1943), 32.

  5. Conference Report (april 1964), 6.

  6. Gospel Ideals (1953), 466–467.

  7. Conference Report (april 1969), 7.

  8. Conference Report (april 1969), 6.

  9. As Youth Contemplates an Eternal Partnership. Improvement Era, maart 1938, 139.

  10. Conference Report (april 1969), 6.

  11. Conference Report (april 1969), 9.

  12. Conference Report (april 1964), 6.

  13. Gospel Ideals, 465–466; alinea-indeling gewijzigd.

  14. Conference Report (april 1958), 90.

  15. Improvement Era, maart 1938, 191.

  16. Gospel Ideals, 459–460; alinea-indeling gewijzigd.

  17. Gospel Ideals, 465.