Leringen van kerkpresidenten
Het woord van wijsheid naleven


Hoofdstuk 11

Het woord van wijsheid naleven

Het woord van wijsheid is een essentieel onderdeel van het evangelie, dat de ‘kracht Gods tot behoud’ is, zowel lichamelijk als geestelijk behoud.1

Inleiding

President McKay heeft verkondigd en getuigd dat het woord van wijsheid een gebod was van de Heer tot zegen van ons, zowel lichamelijk als geestelijk. Hij leefde dit gebod strikt na, dat bewijzen zijn leringen en zijn levenswandel. Gedurende een bezoek aan de koningin van Nederland in 1952 hadden president en zuster McKay een interessante ervaring. De koningin had een half uur voor hen uitgetrokken. President McKay hield de tijd nauwlettend in de gaten en toen het half uur voorbij was, dankte hij de koningin beleefd en maakte aanstalten om te vertrekken. ‘Meneer McKay’, zei ze, ‘Ga zitten! Ik heb meer van dit half uur genoten dan ik in lange tijd van een half uur genoten heb. Ik zou het op prijs stellen als u nog wat langer bleef.’ Hij ging weer zitten. Toen werd er een koffietafel binnengebracht, en de koningin schonk drie kopjes thee in, gaf er een aan president McKay, een aan zuster McKay en hield er een zelf. Toen de koningin merkte dat geen van haar gasten de thee uitdronk, vroeg ze: ‘Lust u de thee van de koningin niet?’ President McKay legde uit: ‘Ik moet u vertellen dat onze mensen niet geloven in het drinken van stimulerende middelen, en we denken dat thee dat is.’ Ze zei: ‘Ik ben de koningin der Nederlanden. Wilt u mij zeggen dat u geen thee drinkt, zelfs niet met de koningin van Nederland?’ President McKay antwoordde: ‘Zou de koningin van Nederland de leider van 1,3 miljoen mensen vragen iets te doen wat hij zijn mensen leert niet te doen?’ ‘U bent een groot man, president McKay’, zei ze. zou u dat niet durven te vragen.’2

Leringen van David O. McKay

Het woord van wijsheid is een helder gebod dat de Heer heeft geopenbaard

Op 27 februari 1833 ontving de profeet Joseph Smith de openbaring die is opgetekend in de 89ste afdeling van de Leer en Verbonden. (…) Ik wil een paar [verzen] uit die afdeling voorlezen:

‘Zie, voorwaar, aldus zegt u de Heer: Ten gevolge van de listen en lagen die in de laatste dagen in het hart van samenspannende mensen bestaan en zullen bestaan, heb Ik u gewaarschuwd en waarschuw Ik u van tevoren, door u dit woord van wijsheid door openbaring te geven —

‘dat als iemand onder u wijn of sterkedrank drinkt, zie, dat niet goed is, noch gepast in de ogen van uw Vader, behalve wanneer u bijeenkomt om uw offeranden op te offeren voor zijn aangezicht.

‘En zie, dat moet wijn zijn, ja, zuivere wijn van de druif van de wijnstok, door uzelf bereid.’ [LV 89:4–6.] (…)

De zin waarop ik uw aandacht wil vestigen is deze: ‘dat als iemand onder u wijn of sterkedrank drinkt (…) dat niet goed is, noch gepast in de ogen van uw Vader.’ Dat is het woord van God aan de mensen van dit geslacht. Het heeft net zoveel zeggingskracht als de woorden van de Heiland: ‘Indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt, dan of Ik uit Mijzelf spreek.’ [Johannes 7:17.] Heiligen der laatste dagen, u weet dat deze uitspraak van de Heiland waar is; we getuigen dat als iemand de wil van God doen wil, hij het getuigenis krijgt, in zijn hart en in zijn leven, dat het evangelie van Jezus Christus waar is. Wij accepteren de woorden van de Heiland: ‘Als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen.’ [Lucas 13:3.] Die eeuwige waarheden, zo bondig verwoord, accepteren wij als waar. Wellicht leven we niet geheel naar die woorden, maar als volk accepteren we ze, omdat ze het woord van God zijn. Net zo sterk, net zo eeuwig staat deze waarheid (…): ‘Sterkedrank is niet goed voor de mens.’ [Zie LV 89:7.] Sindsdien zijn er [vele jaren] verstreken, en in die tijd is deze leer wekelijks gepredikt, zo niet elke dag in sommige gemeenten in Israël, en toch hebben we nog altijd mensen in ons midden die zeggen, door wat ze doen, dat het goed is voor de mens.

Wanneer ik deze passage lees, ben ik blij dat de Heer niet heeft gezegd: ‘Veel sterkedrank is niet goed’, of ‘Dronkenschap is niet goed.’ Veronderstel dat Hij die zinsnede had afgezwakt en dat Hij had gezegd: ‘Veel sterkedrank, of grote hoeveelheden ineens, is niet goed’, hoe gauw zouden we onszelf er dan toe gebracht hebben dat een klein beetje sterkedrank geen kwaad kan. Maar evenals andere eeuwige waarheden laat het geen twijfel: sterkedrank is niet goed.3

Ik vind dat tabak een kwaad is dat net zo gevaarlijk is als gebeten worden door een ratelslang. (…) De Heer heeft gezegd dat tabak niet goed is voor de mens. Dat moet voldoende zijn voor de heiligen der laatste dagen.4

De leden van de kerk die verslaafd zijn aan tabak of aan thee en koffie, of alledrie, zijn geneigd excuses te zoeken voor hun gebruik van middelen waarvan de Heer duidelijk heeft gezegd dat ze niet goed zijn voor de mens. Daarmee geven ze alleen maar blijk van hun zwakke geloof in de woorden van de Heer, die zijn gegeven als groet en ‘wijsheid’; en als men er gehoorzaam aan is, wordt men gezegend, net zo zeer en net zo zeker als dat Hij ‘gij zult niet’ had gezegd.5

Van het woord van wijsheid leidt tot schadelijke lichamelijke en geestelijke gevolgen

Thee en koffie bevatten een substantie die de hartslag opdrijft, wat op zijn beurt de bloedsomloop versnelt en ook de ademhaling. Daardoor warmt het lichaam op en produceert het meer energie. Na een tijdje neemt deze stimulatie echter weer af, en heeft het lichaam eigenlijk meer behoefte aan rust en herstel dan voordat de drank was gebruikt. Een stimulerend middel is voor het lichaam wat de zweep is voor een lui paard — het geeft een stoot energie, maar geen permanente kracht of natuurlijke voeding. Een veelvuldig gebruik van de zweep maakt het paard luier; en het gebruik van sterkedrank, tabak, thee en koffie maakt het lichaam zwakker en afhankelijker van de stimulerende middelen waaraan het verslaafd is.

De Heer heeft in niet mis te verstane bewoordingen gezegd dat deze middelen niet goed zijn voor de mens. De wetenschap verklaart hetzelfde. Alleen Gods woord al moet voldoende zijn voor elke ware heilige der laatste dagen.6

Hoe iemand reageert als zijn lusten en impulsen geprikkeld worden, geeft aan wat voor karakter hij heeft. Die reactie geeft aan of die man wilskracht heeft of zich in slavernij bevindt. Dat deel van het woord van wijsheid dat ingaat op het gebruik van sterkedrank, drugs, en stimulerende middelen gaat verder dan de schadelijke gevolgen voor het lichaam, het gaat in op de schade die deze middelen toebrengen aan de ontwikkeling van het karakter.

Dankzij de formidabele wetenschappelijke ontwikkelingen die zich in de laatste honderd jaar hebben voorgedaan, kan men nu de schadelijke gevolgen van sterkedrank en drugs op de zenuwen en het weefsel van het menselijk lichaam vaststellen. Observatie en onderzoek hebben hun invloed op het karakter aangetoond. Al die onderzoeken en experimenten hebben bewezen dat de (…) verklaring: ‘Sterkedrank en tabak zijn niet goed voor de mens’ waar is.7

Van alles wat mij in mijn jonge jaren beïnvloed heeft, geloof ik dat uit het hoofd leren van de frase ‘Mijn geest wil niet in een onreine tempel huizen’ de meeste invloed heeft gehad.

Ook waren er andere invloeden, en ze kwamen alle in de vorm van waarschuwingen. De eerste was toen ik als jongen, op weg naar Ogden, naast mijn vader op de bok zat. Net voordat we de brug over de Ogden River opreden, kwam er een man uit een café aan de noordelijke oever van de rivier. Ik herkende hem. Hij was toneelspeler en ik zag hem graag. Maar op dat moment was hij onder invloed van sterkedrank en, naar ik veronderstelde, al een paar dagen.

Ik wist niet (…) dat hij dronk, maar toen hij begon te huilen en mijn vader om vijftig cent vroeg voor nog wat drank, zag ik hem onvast weglopen. Toen we over de brug reden zei mijn vader: ‘David, er was een tijd dat hij en ik op [huis]onderwijs gingen.’

Dat was alles wat hij zei, maar voor mij was het een waarschuwing die ik nooit ben vergeten, over de gevolgen van buitensporig drankgebruik.

Een tijdje later vroeg een leerkracht ons een verhaal te lezen dat ging over een groepje jongeren dat de St. Lawrende River afvoer. (…) Ik kan u de auteur niet geven, noch de titel, maar ik kan u wel vertellen dat het mij bij is gebleven, hoe die jongelui bier dronken en lol trapten in de boot op die rivier die ik net genoemd heb. Maar iemand op de oever wist welk gevaar er voor hen lag en riep: ‘Hallo daar, er komen stroomversnellingen aan.’

Maar ze sloegen zijn waarschuwing in de wind. ‘Dat komt wel goed’, riepen ze en gingen door met grollen en drinken. En weer riep hij ze toe: ‘Verderop zijn stroomversnellingen’, en weer sloegen ze geen acht op zijn waarschuwing.

Plotsklaps zaten ze midden in de stroomversnellingen. Toen begonnen ze heel hard naar de kant te roeien, maar het was te laat. Ik herinner me niet exact de woorden van de laatste alinea, maar ik weet wel dat ze vloekend, schreeuwend de stroomversnellingen in gingen, en dat ze over de rand verdwenen.

Negatief? Jazeker. Maar ik zeg u dat velen in de levensstromen die kant op roeien. Ik ben dat verhaal nooit vergeten.8

We moeten op onze hoede zijn voor ‘listen en lagen’ van samenspannende mannen

Een van de opmerkelijkste uitspraken in de Leer en Verbonden, een die bewijst dat de profeet Joseph Smith geïnspireerd was, staat in de 89ste afdeling (…):

‘Ten gevolge van de listen en lagen die in de laatste dagen in het hart van samenspannende mensen bestaan en zullen bestaan, heb Ik u gewaarschuwd en waarschuw Ik u van tevoren, door u dit woord van wijsheid door openbaring te geven’ (LV 89:4).

‘Listen en lagen, die (…) in het hart van samenspannende mensen bestaan.’ De strekking van die zin werd me duidelijk in de jaren twintig en dertig van [de twintigste] eeuw. Ik vraag u slechts (…) terug te denken aan de methoden die de tabaksindustrie gebruikte om vrouwen aan het roken te krijgen.

U weet nog hoe geniepig zij hun plan lanceerden. Eerste werd er gezegd dat je gewicht ervan afnam. Ze hadden een leus: ‘Neem een sigaret in plaats van een snoepje.’

Later viel het ons, bioscoopbezoekers, op dat ze een jongedame een man een vuurtje lieten geven. Daarna zag je al gauw een vrouwenhand op reclameborden die een sigaret aanstak of aannam. Een jaar of twee gingen voorbij en toen waren ze zo brutaal om een vrouw al rokend op het witte doek of het reclamebord te laten verschijnen.

Ik kan het fout hebben, maar ik denk dat ik laatst iets zag dat erop wijst dat samenspannende mensen het nu op onze jongeren gemunt hebben. Houd uw ogen en oren open.9

De leden zijn het aan zichzelf en de kerk verplicht om het woord van wijsheid na te leven en uit te dragen

Iedere man, iedere vrouw, moet een deel van de verantwoordelijkheid van deze kerk nemen (…). Laten we ons, ongeacht waar we ons bevinden, (…) waar onze omstandigheden of werkzaamheden ons ook brengen, hetzij naar de bergen of ergens anders, en we op een koude morgen in de verleiding komen om het woord van wijsheid te overtreden, om twee of drie kopjes thee of koffie te drinken, verantwoordelijk voelen om het goede doen.

Laat ieder tegen zichzelf zeggen: ‘Ik ben verantwoordelijk voor mijn lidmaatschap in de kerk, ik zal niet zwichten. Hoewel niemand me kan zien, weet ik en weet God wanneer ik zwicht, en elke keer als ik toegeef aan een zwakheid word ikzelf zwakker en heb ik geen respect voor mijzelf.’ Als u in zaken zit en uw partners zeggen: ‘Kom, laten we een borrel nemen op de goede afloop van deze transactie’, laat dan uw antwoord zijn: Nee, nee! Zelfs als u er best een zou lusten, wees dan een vent, wees een heilige der laatste dagen, en zeg: ‘Nee, ik ben verantwoordelijk voor mijn lidmaatschap.’10

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen stelt zich ondubbelzinnig achter de leer dat thee, koffie, tabak, en sterkedrank niet goed zijn voor de mens. Ware heiligen der laatste dagen onthouden zich van het gebruik van tabak en drank, hetzij opwekkend of bedwelmend, en leren anderen door voorbeeld en voorschrift hetzelfde te doen.11

Naleving van het woord van wijsheid sterkt het karakter en leidt tot geluk

De kerk roept mensen op zelfbeheersing te betrachten, zodat zij hun lusten, driften en hun tong onder controle hebben. Een mens is niet op z’n best als hij gebukt gaat onder een of andere verslaving. Een mens is niet op z’n best als hij louter leeft om zijn lusten te bevredigen. Dat is een van de redenen waarom de Heer het woord van wijsheid aan de kerk heeft geopenbaard, zodat jonge mannen en vrouwen, van kindsbeen af, zichzelf leren beheersen. Dat is niet altijd makkelijk. De jongeren van tegenwoordig hebben te maken met vijanden — verkeerde ideologieën en immorele gebruiken (…). Deze vijanden kunnen alleen overwonnen worden als men zich goed voorbereidt.12

Elke jonge man in Zion die zich heeft laten dopen, dient te weten dat het zijn plicht is om een sigaret af te slaan, ongeacht waar hij is. Elke jongere in de kerk dient te weten dat hij na zijn doop geen sterkedrank hoort te drinken op een feestje. Elk jong lid van deze kerk dient te begrijpen dat het geen tabak kan gebruiken, in geen enkele vorm. Hij of zij behoort al deze gewoonten te weerstaan, niet alleen voor de zegen die hieromtrent door onze Vader is beloofd, maar ook omdat zo kracht wordt opgedaan om grotere verleidingen te weerstaan.13

Het woord van wijsheid is een van de meest praktische leringen van de kerk inzake [zelfbeheersing]. Het is waar. Het heeft hoofdzakelijk met wilskracht te maken. Toon mij iemand met grote wilskracht, iemand die de verleiding kan weerstaan om stimulerende middelen, sterkedrank, tabak, marihuana en andere schadelijke middelen te gebruiken, en ik zal u aantonen dat het iemand is die ook zijn passies en verlangens onder controle heeft.14

De kerk noch de wereld kan te veel horen over het woord van wijsheid. Het is een leer ten gunste van het geluk en profijt van de mens. Het maakt deel uit van de filosofie van het leven. (…) Wie het niet naleeft, berooft zichzelf van de lichaamskracht en het sterke karakter dat hem rechtmatig toekomt. Waarheid is trouw zijn aan het goede zoals wij het zien; het betekent moedig leven in overeenstemming met onze idealen; het is altijd macht.15

Ideeën voor studie en bespreking

  • Op welke manieren was het woord van wijsheid zijn tijd ver vooruit?

  • Waarom probeert men soms het gebruik van middelen die in het woord van wijsheid worden verboden, te rechtvaardigen? Welke gevaren brengt deze manier van denken met zich mee? (Zie pp. 105–107.)

  • Waarom is het belangrijk om voor ons lichaam te zorgen? Wat zijn zoal de negatieve lichamelijke gevolgen van veronachtzaming van het woord van wijsheid? (Zie pp. 105–107.) En hoe is veronachtzaming van dit gebod van invloed op ons geestelijke leven? (Zie pp. 105–107.)

  • President McKay had het over de teneur in de tabaksreclames van de jaren 1930 (zie pp. 107–108). Welke voorbeelden zien we nu van ‘samenspannende mannen’ die het gebruik van schadelijke stoffen bevorderen? Hoe kunnen we jongeren helpen inzien dat naleving van het woord van wijsheid zijn voordelen heeft?

  • Hoe is het woord van wijsheid zowel een lichamelijk als een geestelijk gebod? (Zie pp. 105–107, 109–110.) Welke zegeningen zijn er beloofd aan wie dit gebod gehoorzamen? (Zie LV 89:18–21.) Wat zijn de belangrijkste zegeningen die u of uw gezin hebt gekregen door het woord van wijsheid na te leven?

  • Wat kunnen we doen om sterker te staan tegen de verleiding om het woord van wijsheid te overtreden? Hoe wordt ons karakter beschermd en gesterkt door het woord van wijsheid na te leven? (Zie pp. 109–110.)

  • Welke schadelijke en verslavende middelen zijn er tegenwoordig die niet bij naam in het woord van wijsheid worden genoemd? Hoe kunnen we lering trekken uit Leer en Verbonden 89 en de woorden van de hedendaagse profeten, zodat we buiten bereik van deze middelen blijven?

Relevante teksten: Daniël 1:3–20; 1 Korintiërs 3:16–17; LV 89:1–21

Noten

  1. Gospel Ideals (1953), 379.

  2. Zie Carl W. Buehner, People of Faith, Brigham Young University Speeches of the Year (14 januari 1953), 2.

  3. Conference Report (april 1911), 61–62; alinea-indeling gewijzigd.

  4. Conference Report (oktober 1949), 188.

  5. Gospel Ideals, 375–376.

  6. Gospel Ideals, 376–377.

  7. Conference Report (april 1964), 4.

  8. Conference Report (april 1949), 180.

  9. Conference Report (oktober 1949), 185–186.

  10. Conference Report (oktober 1906), 115; alinea-indeling gewijzigd.

  11. Gospel Ideals, 379.

  12. Conference Report (oktober 1969), 7–8.

  13. Conference Report (april 1960), 28.

  14. Conference Report (april 1968), 8.

  15. Gospel Ideals, 377.