Liahona
‘Zuster, ik heb u lief’
vorige volgende

Onder heiligen der laatste dagen

‘Zuster, ik heb u lief’

We hoeven ons nooit te schamen als we gehoor geven aan een ingeving.

Toen ik als lid van het quorumpresidium ouderlingen een gesprek met iemand had, vroeg ik het quorumlid of hij ooit gehoor aan een geestelijke ingeving had gegeven. Hij dacht even na en vertelde me het volgende.

Toen hij op een middag aan het afwassen was, kreeg hij een sterk gevoel om bij een van zijn buren aan te bellen. Hij begreep niet waarom, maar de ingeving was krachtig en dringend. Hij stopte waar hij mee bezig was, en ging meteen de deur uit.

Hij kwam bij de deur van de buren en belde aan, terwijl hij niet wist wat hij zou zeggen. Niemand deed open. Hij belde opnieuw. Er werd nog steeds niet opengedaan. In de veronderstelling dat er niemand thuis was, draaide hij zich om. Maar hij kreeg nog een ingeving.

Hij ging terug naar de deur en zei eenvoudigweg: ‘Zuster, ik heb u lief.’ Toen ging hij weg.

Hij vond het een ongebruikelijk moment en schaamde zichzelf een beetje. Ik zei tegen hem dat de Heer ons niet altijd de reden voor bepaalde ingevingen geeft. Maar we hoeven ons nooit te schamen om er gehoor aan te geven. Vlak na ons gesprek verhuisde deze broeder.

Tijdens een vasten-en-getuigenisdienst een jaar later liep een voor mij onbekende zuster naar het podium om haar getuigenis te geven. Terwijl de tranen over haar wangen stroomden, vertelde ze dat ze al verscheidene jaren niet naar de kerk was geweest. Ze was zo depressief geworden dat ze het gevoel had dat ze echt niet meer verder kon.

‘Hemelse Vader, als U echt bestaat en als U echt van mij houdt,’ bad ze, ‘laat me dat dan weten!’

Bijna onmiddellijk hoorde ze iemand aanbellen, en toen opnieuw. Toen ze niet opendeed, hoorde ze een stem die zei: ‘Zuster, ik heb u lief.’

Ze zei dat ze door liefde overmand werd, en dat ze nieuwe kracht kreeg om haar problemen onder ogen te zien. Ze zei dat niet alles was opgelost, maar dat haar leven beter werd.

Ik had geen deel van die ervaring uitgemaakt, maar ik voelde me toch gezegend. Ik leerde dat uit twee ogenschijnlijk ongerelateerde geloofsdaden duidelijk bleek dat onze Vader in de hemel ons allemaal kent, en dat Hij van ons verwacht dat wij gehoor geven aan zijn ingevingen om zijn kinderen te helpen. Ik ben dankbaar voor deze kennis en koester die.