Liahona
Voor uzelf zorgen terwijl u voor anderen zorgt
vorige volgende

Getrouw ouder worden

Voor uzelf zorgen terwijl u voor anderen zorgt

De auteur woont in Yamanashi (Japan).

‘U moet brandstof in uw tank hebben voordat u anderen ervan kunt geven.’ – Ouderling Jeffrey R. Holland

Illustratie, Julia Yellow; grafische vormen, Getty Images

Ik ben in een familie met drie generaties opgegroeid – mijn grootouders, ouders, twee jongere broers en een tante – en iedereen woonde onder hetzelfde dak. Mijn grootmoeder zorgde voor mijn tante, die met verstandelijke en emotionele problemen kampte. Toen mijn grootmoeder overleed, nam mijn moeder de volledige verantwoordelijkheid voor mijn tante over. Ze zorgde dag en nacht voor haar bij ons thuis.

Uiteindelijk verhuisde mijn tante naar een gemeenschapscentrum. Hoewel ze toen ver weg woonde, bezocht mijn moeder haar geregeld. Na het overlijden van mijn moeder werd ik de belangrijkste hulpbron voor mijn tante. Toen begreep ik hoe toegewijd mijn moeder was geweest. Ik was ook heel dankbaar voor de attente mensen die over mijn tante waakten.

Vermoeidheid van mantelzorgers

Uit eigen ervaring ben ik gaan begrijpen dat mantelzorgers met verschillende moeilijkheden te maken krijgen. Culturele verwachtingen, familierelaties en beschikbaarheid van voorzieningen kunnen allemaal invloed op mantelzorgers hebben. Maar er is een probleem waar bijna alle mantelzorgers mee te maken krijgen: vermoeidheid. Dat gebeurt vooral als een oudere voor een andere zorgt, meestal als de ene partner voor de andere zorgt. Uit onderzoek blijkt dat mantelzorgers van 66–96 jaar oud die gestrest zijn, 63 procent meer risico op overlijden hebben dan zij die geen mantelzorger zijn.1

Eerste en tweede gebod

We kunnen veel over christelijke zorgverlening leren als we het eerste en tweede grote gebod bestuderen.

‘Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.

‘Dit is het eerste en het grote gebod.

‘En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf’ (Mattheüs 22:37–39).

In deze verzen geeft de Heer ons volgens mij een handleiding die vooral nuttig voor mantelzorgers is. Ten eerste: heb de Heer lief. Verwaarloos de eenvoudige dingen die u geestelijk versterken niet. Bid. Lees in de Schriften. Vind rust in uw hart. Voel de kracht van de liefde die onze hemelse Vader voor u heeft.

U bent waarschijnlijk al vervuld van liefde voor uw naaste – in dit geval de persoon voor wie u zorgt. Maar hebt u zichzelf ook lief, op rechtschapen wijze?

Het is tweerichtingsverkeer

In mijn ervaring als therapeut en in mijn eigen gezin heb ik gemerkt dat mantelzorgers vaak het gevoel hebben dat ze alles zelf moeten doen. Dat is eenvoudigweg niet waar. Mantelzorgers die geen hulp aanvaarden, krijgen op een bepaald moment bijna altijd een burn-out. Ze moeten anderen de kans geven om te helpen. Ze moeten met familieleden, vrienden, dienende broeders en zusters, en wijk- of gemeenteleiders overleggen. Wie mantelzorgers graag wil helpen moet rekening houden met hun verlangen om over hun dierbare te waken en hem of haar tot zegen te zijn.

Hier zijn enkele punten die nuttig kunnen zijn om samen te bespreken:

  • Wat voor steun van familieleden is beschikbaar?

  • Wat kan de mantelzorger in staat stellen om enkele minuten, of zelfs een uur of twee, uit te rusten?

  • Hoe vaak zijn bezoeken nuttig? Wat voor soort bezoeken?

  • Hoe kan de mantelzorger de tijd vinden om verbonden te hernieuwen door naar de tempel of de kerk te gaan en aan het avondmaal deel te nemen?

  • Zou het waardevol voor de mantelzorger zijn om met iemand te praten?

  • Is er hulp nodig met voedsel, transport of overheidsprogramma’s?

Houd als mantelzorger dit advies van ouderling Jeffrey R. Holland van het Quorum der Twaalf Apostelen in gedachten:

‘Voor wie onder u er oprecht naar streeft de lasten van een ander te dragen, is het belangrijk dat u zichzelf sterkt en opbouwt, wanneer anderen zoveel van u verwachten en inderdaad zoveel van u vragen. Niemand is zo sterk dat hij nooit moe of gefrustreerd wordt of de behoefte herkent voor zichzelf te zorgen. […]

‘De zorgverleners moeten ook worden verzorgd. U moet brandstof in uw tank hebben voordat u anderen ervan kunt geven.’2

Noten

  1. Richard Schulz en Scott R. Beach, ‘Caregiving as a Risk Factor for Mortality: The Caregiver Health Effects Study’, Journal of the American Medical Association, vol. 282, nr. 23 (15 december 1999), 2215–2219.

  2. Jeffrey R. Holland, ‘Elkaars lasten dragen’, Liahona, juni 2018, 29–30.