Liahona
Hoe mijn hart veranderde toen mijn broer de kerk verliet
vorige volgende

Digitaal thema-artikel: jongvolwassenen

Hoe mijn hart veranderde toen mijn broer de kerk verliet

Ik bleef van mijn broer houden, ongeacht zijn keuzes. Daarom hernieuwden we ons contact nadat hij de kerk verlaten had.

Ik groeide op met een vast geloof in het evangelie van Jezus Christus. Ik deed alles wat ik kon om rechtschapen te leven. En ik wilde en verwachtte dat mijn familie ook rechtschapen zou leven. De kennis van het evangelie gaf me meer vreugde dan wat dan ook in mijn leven, vooral omdat ik voor de eeuwigheid met mijn familie samen kon zijn.

Dus je kunt je wel voorstellen hoe verward en verdrietig ik was toen mijn broer zich steeds verder van het evangelie en ook van mijn familie en mij verwijderde. Uiteindelijk verliet hij de kerk helemaal.

Een tijdje voelde het alsof mijn wereld was ingestort. Ik zat met talloze vragen:

Hoe kon hij weggaan?

Hoe kon hij niet alle zegeningen willen die naleving van het evangelie brengt?

Wil hij niet voor eeuwig met onze familie samen zijn?

In het begin was ik boos op mijn broer. Als ik mijn vriendinnen hoorde praten over hoe beschermend hun broers waren en hoe hecht hun familieband was, voelde ik me vaak ontredderd dat mijn broer en ik elkaar al lange tijd niet gesproken hadden. Mijn droom om samen te zijn met mijn hele familie in de hemel leek uiteen te spatten.

Ik keek vaak naar de schijnbaar ‘perfecte’ gezinnen in de kerk en had dan het gevoel dat er aan ons gezin iets mankeerde. Als we maar rechtschapen genoeg waren, zou mijn broer dan niet naar de kerk terugkeren? Maar wat we ook deden, mijn broer kwam niet terug.

Ik bad voortdurend tot mijn hemelse Vader over mijn broer. Ik was heel boos en verdrietig. Ik vroeg steeds maar dingen zoals: ‘Waarom gebeurt dit?’ ‘Kunt U hem niet de waarheid onder zijn neus wrijven?’ ‘Verander alstublieft iets!’

Ik deed dit een tijdje, maar er veranderde niets. Ik begreep niet waarom God niets deed. Maar op een dag viel eindelijk het kwartje. Ik besefte dat ik zelf iets kon doen.

Ik kon van hem houden.

De liefde van Christus kan ons hart veranderen

Ouderling Dieter F. Uchtdorf van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft gezegd:

‘Als je de mensen om je heen echt tot zegen wilt zijn en ze wilt opbeuren, dan kan de macht van de reine liefde van Christus in je hart en je leven zijn werk doen.

‘Als je deze taal [van de liefde van Christus] vloeiend leert spreken en gebruikt in je omgang met anderen, zullen zij in jou iets herkennen dat bij hen een verborgen verlangen kan losmaken om op zoek te gaan naar de juiste manier om hun reis naar hun hemelse huis te vervolgen. Tenslotte is de taal van liefde ook hun ware moedertaal.’1

Er begonnen dingen te veranderen toen ik mijn broer mijn liefde voor hem toonde in plaats van hem te willen veranderen. Ik begon voor hem uit liefde in plaats van uit boosheid te bidden. Ik kon zien dat zijn hart verzacht begon te worden – niet zozeer met betrekking tot het evangelie, maar wel naar onze familie en mij. En ik besefte dat mijn hart ook jegens hem verzacht moest worden (zie Mosiah 5:7). Ik begon zijn goedheid weer te zien. Ik begon ook zijn keuzes te accepteren en te respecteren, ook al waren die anders dan de mijne. Ik weet dat deze veranderingen in mijn hart en gedachten alleen door de genezende kracht van Jezus Christus mogelijk waren.

Onze hemelse Vader verhoort werkelijk onze gebeden voor anderen, ook al gebeurt dat niet altijd op de manier die we van Hem verwachten. Maar net zoals onze hemelse Vader de gebeden van Alma de oude voor zijn zoon hoorde, hoort Hij ook onze gebeden voor mensen die we liefhebben (zie Mosiah 27:14). En ook al moeten we misschien veel geduld en hoop hebben, onze voortdurende gebeden en ons geloof ten behoeve van anderen hebben echt een grote invloed op hen – en op ons. Veel meer dan we wellicht ooit zullen weten.

Elkaars levenspad respecteren

Mijn broer is niet naar de kerk teruggekeerd en is dat volgens mij ook niet meteen van plan. Maar ik weet nu dat hij zijn eigen keuzevrijheid heeft, en dat ik hem gewoon kan liefhebben en respecteren, ook als hij andere keuzes maakt dan ik. We hebben een betere band dan we in jaren hebben gehad, door de liefde die we elkaar tonen. Ik ben het niet altijd met zijn keuzes of opvattingen eens, maar ik doe wel mijn best om hem beter te begrijpen. Zo besef ik een klein beetje hoezeer onze hemelse Vader elk van zijn kinderen liefheeft en kent.

De sleutel tot hechte families en tot elkaars hart is niet elkaars keuzes te veroordelen; uiteindelijk gaat het om liefde – de reine liefde van Christus. Ik kan mijn broer nooit dwingen om terug te keren naar het evangelie, maar ik kan van hem houden en hem op het hart drukken dat hij altijd welkom is.

Ik bid en vast nog steeds voor mijn broer. Toch zie ik nu wel in dat zijn keuzes de zijne zijn. Onze reis terug naar onze hemelse Vader is een persoonlijke aangelegenheid tussen ieder van ons en Hem. Maar we kunnen ons tot onze hemelse Vader en de Heiland wenden voor hulp om elkaar op onze individuele reis te helpen en gewoon van elkaar te blijven houden.

Ik weet niet wat er uiteindelijk met ons eeuwige gezin zal gebeuren. Soms doet het me wel verdriet wanneer ik erover nadenk. Maar ik put troost uit de woorden van president Dallin H. Oaks, eerste raadgever in het Eerste Presidium:

‘Vertrouw op de Heer. […]

‘Dat […] geldt als we met onbeantwoorde vragen over verzegelingen in het volgende leven zitten, of als er aanpassingen nodig zijn vanwege gebeurtenissen of overtredingen in het sterfelijk leven. Er is zoveel wat we niet weten, dat onze enige echte zekerheid is te vertrouwen op de Heer en op zijn liefde voor zijn kinderen.’2

En dat is waar ik voor kies – op de Heer vertrouwen en zijn liefde doorgeven – wat er ook gebeurt.

Noten

  1. Zie Dieter F. Uchtdorf, ‘Jouw heerlijke reis naar huis’, Liahona, mei 2013, 129.

  2. Dallin H. Oaks, ‘Op de Heer vertrouwen’, Liahona, november 2019, 28–29.