Liahona
Standhouden als dierbaren de kerk verlaten
vorige volgende

Jongvolwassenen

Standhouden als dierbaren de kerk verlaten

Ik was verbijsterd toen mijn broer besloot de kerk te verlaten, maar ik was in staat om een liefdevolle relatie met hem in stand te houden en mijn eigen getuigenis te behouden.

Ik was nog niet zo lang thuis van mijn zending toen mijn ouders me vertelden dat mijn 19-jarige broer niet meer naar de kerk wilde. Ik was verbijsterd – ik had nooit gedacht dat mijn broer de kerk zou verlaten.

Ik weet nog dat ik hem tijdens mijn zending over evangelieonderwerpen had gemaild en hem had gevraagd of hij ook op zending wilde gaan. Hij wist het nooit zeker, en toen ik op die e-mails terugkeek, begreep ik dat er al aanwijzingen waren dat hij aan het evangelie twijfelde.

Ik begon me af te vragen wat ik anders had kunnen doen. En ik vroeg me af waarom dit juist nu moest gebeuren. Ik was van streek omdat ik wilde dat hij voor zijn eigen bestwil een getuigenis zou hebben. Maar ik besefte ook dat ik het misschien voor mij wilde. Ik wilde dat hij samen met mij naar de kerk zou gaan, en dat hij op zending zou gaan, zodat we over onze ervaringen konden praten. Dus het was moeilijk voor me toen hij dat allemaal niet wilde.

Ik had net twee jaar lang op mijn zending met mensen over godsdienst en geloofsovertuigingen gesproken, dus ik begreep niet waarom het zo moeilijk was om daar met mijn eigen broer over te praten. Maar dat was het wel. Mijn geloof werd op een nieuwe manier beproefd. Op mijn zending moest ik hard werken, van elke dag genieten en geloven dat alles goed zou komen. Maar met mijn broer was dat heel anders.

Op zending had ik geleerd om geïnspireerde vragen te stellen en om begrip te vragen. Maar ik kende de mensen die ik onderwees niet van tevoren. Mijn enige relatie met hen was dat ik hen onderwees en hen hielp om dichter tot Christus te komen. Ik kende mijn broer al zijn hele leven, en ik had nog nooit een relatie met hem gehad om hem dichter tot Christus te brengen.

Ik herinner me nog een gesprek dat we hadden toen ik hem iets over de kerk vroeg. Hij zei dat hij geen getuigenis van sommige leringen had. Als dat met mensen op mijn zending was gebeurd, had ik met respect en begrip gereageerd, wetend dat zij gewoon nog niet klaar waren, en dat andere zendelingen hen misschien later zouden onderwijzen. Maar omdat ik zoveel van mijn broer hield, was het moeilijker om begrip op te brengen. Ik wilde hem duidelijk maken wat ik wist, en ik wilde dat hij dezelfde Geest en liefde van God zou voelen als ik. Het was zo moeilijk voor me om te accepteren dat hij niet voor het evangelie koos.

Het heeft tijd gekost om aan de situatie te wennen, maar nu, bijna twee jaar nadat ik van mijn zending ben thuisgekomen, is de relatie met mijn broer nog steeds goed. We praten niet veel over het evangelie, maar we bespreken andere dingen. Ik zou nog steeds willen dat we het evangelie gemeen hadden, maar we hebben veel andere dingen gemeen. We doen nog steeds leuke dingen samen, en ik heb hem als persoon lief, want hij is een goed mens.

Wat ik heb geleerd

Ik heb in die tijd enkele dingen geleerd die ook voor jullie nuttig kunnen zijn als een dierbare de kerk verlaat, zodat je niet alleen een goede relatie met die persoon kunt onderhouden, maar dat je getuigenis in zo’n geestelijk moeilijke tijd sterk kan blijven.

  • Bedenk dat iedereen keuzevrijheid heeft en dat het niet jouw schuld is als iemand de kerk verlaat.

  • Versterk je relatie met hen. Laat altijd merken dat je hen liefhebt. Laat jullie onderlinge band niet door hun relatie met de kerk beïnvloeden.

  • Doe samen dingen die je allebei leuk vindt.

  • Hoewel je geen beslissingen voor anderen kunt nemen, kun je wel een goed voorbeeld voor hen zijn en hen steunen.

  • Bid over de situatie. Onze hemelse Vader kent zijn kinderen, dus je kunt er zeker van zijn dat Hij het beste weet hoe Hij je kan helpen.

  • Bestudeer de Schriften. Ik heb veel aan voorbeelden uit de Schriften gehad, en ik heb geleerd dat mijn situatie vrij vaak voorkomt. Ook veel gezinnen in de Schriften hadden gezinsleden die niet geloofden of zelfs tegen de kerk gekant waren, maar het gezin bleef hen liefhebben.

  • Praat openlijk over je gevoelens met familieleden die actief in het evangelie zijn. Zij hebben misschien soortgelijke gedachten, en hebben wellicht ook iemand nodig om mee te praten. Help elkaar.

  • Verwaarloos ten slotte je eigen spiritualiteit niet.

Je getuigenis sterk houden

Als mensen in jouw omgeving de kerk verlaten, kan dat je eigen geloof beïnvloeden, vooral als de persoon iemand is die je in evangelisch opzicht bewonderde. Dan kun je aan bepaalde facetten van je getuigenis gaan twijfelen. Ik weet dat ik wat twijfels had toen mijn broer de kerk verliet. Maar daarom is het zo belangrijk om goed voor onszelf en ons getuigenis te zorgen. Als je jouw eigen getuigenis opbouwt en behoudt, hoef je niet bang te zijn voor de beslissingen die anderen nemen.

Bedenk dat we allemaal het risico lopen dat we aan ons geloof gaan twijfelen als we het niet versterken. De meeste mensen verlaten de kerk niet van de ene dag op de andere. Maar als we de dagelijkse dingen vergeten die we moeten doen om ons getuigenis te versterken, kunnen we steeds verder van het evangelie afdwalen, zonder het te merken. Als we terug naar de basis gaan, zoals het bestuderen van de Schriften, dagelijks bidden en die kleine handelingen van geloof en aanbidding verrichten, kan dat een krachtige invloed op ons getuigenis hebben.

En bovenal, als een dierbare die de kerk verlaat, jouw getuigenis aantast en vragen en twijfels bij je oproept, houd dan deze wijze raad in gedachten: ‘Plaats alsjeblieft eerst vraagtekens bij je twijfels, voordat je vraagtekens plaatst bij je geloof’1 en ‘houd vast aan wat je al hebt.’2

Probeer altijd naar Hem te luisteren

Het is volgens mij belangrijk dat jongvolwassenen een plan hebben, dat ze weten wat hun doelen zijn en wat ze willen bereiken. Maar we moeten goed nadenken en de Heer bij die plannen en bij ons dagelijks leven betrekken. Dat kan soms moeilijk zijn omdat we elke dag zoveel andere taken moeten verrichten. Maar we kunnen altijd wat tijd voor onze hemelse Vader en Jezus Christus vrijmaken. En als we dat doen, zullen we de stormen van het leven altijd kunnen weerstaan. Ik denk aan de woorden in Romeinen 8:31: ‘Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?’

President Russell M. Nelson heeft gezegd dat we in de komende tijd niet geestelijk kunnen overleven tenzij we de Geest bij ons hebben en persoonlijke openbaring ontvangen.3 Ik heb altijd geweten dat persoonlijke openbaring belangrijk is, maar ik heb er niet altijd voldoende mijn best voor gedaan. Ik weet dat ik de Geest dagelijks moet uitnodigen.

Persoonlijke openbaring is precies zoals het klinkt: persoonlijk. En we kunnen steeds beter gaan leren hoe de Heer tot ons spreekt als we Hem om hulp vragen bij het herkennen van zijn stem en zijn hand in ons leven. Hij is de beste leraar.

Wij hebben geen controle over het gedrag van anderen, vooral op het gebied van geloofsversterking en evangelieleven. Maar ik weet dat als onze dierbaren moeite met hun geloof hebben, en wij God op de eerste plaats zetten, zijn wil volgen en naar Hem luisteren, we altijd gezegend zullen worden met antwoorden, een sterk getuigenis en de geestelijke openbaring die we nodig hebben om Hem te blijven volgen.

Noten

  1. Dieter F. Uchtdorf, ‘Kom, voeg u bij ons’, Liahona, november 2013, 23.

  2. Jeffrey R. Holland, ‘Ik geloof, Heere’, Liahona, mei 2013, 94.

  3. Zie Russell M. Nelson, ‘Openbaring voor de kerk, openbaring voor onszelf’, Liahona, mei 2018, 96.