Algemene conferentie
    Ben ik een kind van God?
    Footnotes
    Theme

    Ben ik een kind van God?

    Hoe kan ieder zijn of haar goddelijke identiteit ten diepste beseffen? Dat begint door God, onze Vader, te leren kennen.

    Ik ging onlangs met mijn lieve moeder naar onze oude granietstenen kerk. Mijn aandacht werd getrokken door stemmetjes uit dezelfde jeugdwerkkamer waar ik tientallen jaren geleden tijd had doorgebracht. Ik liep door de achteringang naar binnen en keek toe hoe zorgzame leidsters het thema van dit jaar, ‘Ik ben een kind van God’, behandelden.1 Ik dacht glimlachend terug aan de geduldige en liefdevolle leerkrachten die mij, dat onstuimige kereltje achterin, destijds onder het zingen vaak aankeken alsof ze zich afvroegen: Is hij echt een kind van God? En wie heeft hem hier gebracht?2

    Laten wij ons hart openstellen voor de Heilige Geest, die ‘getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn.’3

    President Boyd K. Packers woorden zijn duidelijk en waardevol: ‘Je bent een kind van God. Hij is de Vader van je geest. Geestelijk zijn jullie van adellijke oorsprong, kinderen van de Koning van de hemel. Onthoud dat en houd je eraan vast. Hoeveel generaties er ook in je aardse stamboom zijn, van welk ras of volk je ook afstamt, de stamboom van je geest is op één enkele regel te zetten. Je bent een kind van God!’4

    ‘Wanneer u […] onze Vader ziet,’ heeft Brigham Young gezegd, ‘ziet u iemand die u al heel lang kent. Hij zal u in zijn armen sluiten en u zult Hem in zijn armen willen vallen en Hem kussen.’5

    De grote oorlog om onze goddelijke identiteit

    Mozes leerde zijn goddelijke afkomst kennen toen hij van aangezicht tot aangezicht met de Heer sprak. Daarna kwam ‘Satan hem […] verzoeken’ met een subtiele maar boosaardige opzet. Hij wilde Mozes’ identiteit namelijk verdraaien ‘en zei: Mozes, mensenzoon, aanbid mij. En het geschiedde dat Mozes Satan aanschouwde en zei: Wie bent u? Want zie, ik ben een zoon van God.’6

    Deze grote oorlog om onze goddelijke identiteit woedt hevig. Satans toenemende wapenarsenaal is erop gericht om ons geloof in en kennis van onze relatie met God te ondermijnen. We zijn gelukkig vanaf het begin met een duidelijk begrip van onze ware identiteit gezegend: ‘En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis’.7 En zijn hedendaagse profeten verklaren: ‘Ieder [mens] is een geliefde geestzoon of -dochter van hemelse Ouders, en als zodanig heeft ieder een goddelijke aard en bestemming.’8

    Met die zekere kennis9 zijn we beter in staat om allerlei beproevingen, moeilijkheden en ellende te overwinnen.10 Op de vraag: ‘Hoe kunnen we mensen helpen die worstelen met [iets persoonlijks]?’ gaf een apostel van de Heer het antwoord: ‘Leg ze hun identiteit en hun doel uit.’11

    ‘De machtigste kennis die ik bezit’

    Die zekere kennis bracht een ommekeer bij Jen, een goede vriendin van mij, teweeg.12 Zij had als tiener een ernstig auto-ongeluk veroorzaakt. Ze was zelf zwaar gewond geraakt, maar ze leed verschrikkelijk omdat de andere bestuurder haar leven had verloren. ‘Iemand is zijn of haar moeder kwijtgeraakt en dat was mijn schuld’, zegt ze. Jen had een paar dagen daarvoor nog staand opgezegd: ‘Wij zijn dochters van onze hemelse Vader, die van ons houdt.’13 Nu vroeg ze zich af: Hoe kan Hij van mij houden?

    ‘De lichamelijke pijn is overgegaan,’ zegt ze, ‘maar ik dacht dat ik nooit van de emotionele en geestelijke wonden zou genezen.’

    Jen stopte haar gevoelens als overlevingsstrategie diep weg. Ze werd afstandelijk en gevoelloos. Na een jaar kon ze eindelijk over het ongeluk praten. Een geïnspireerde hulpverlener vroeg haar toen om de woorden ‘Ik ben een kind van God’ op te schrijven en elke dag tien keer uit te spreken.

    ‘De woorden opschrijven was niet moeilijk,’ zegt ze, ‘maar ik kon ze niet uitspreken. […] Dat was te confronterend. Ik geloofde niet echt dat God me als zijn kind wilde. Ik kroop dan huilend in elkaar.’

    Na enkele maanden kon Jen de opdracht eindelijk elke dag uitvoeren. ‘Ik stortte mijn hele ziel uit’, zegt ze, ‘en pleitte met God. […] Daarna begon ik de woorden te geloven.’ De Heiland begon toen haar verwonde ziel dankzij haar geloof te genezen. Het Boek van Mormon bracht haar troost en ze vond moed in Christus’ verzoening.14

    ‘Christus heeft mijn pijnen, mijn verdriet, mijn schuld gevoeld’, besluit Jen. ‘Ik voelde Gods reine liefde en had nooit zoiets krachtigs meegemaakt! Weten dat ik een kind van God ben, is de machtigste kennis die ik bezit!’

    God, onze Vader, leren kennen

    Broeders en zusters, hoe kan ieder van ons de macht van het besef van onze goddelijke identiteit ervaren? Dat begint door God, onze Vader, te leren kennen.15 President Russell M. Nelson heeft getuigd: ‘Als een kind van God meer over Hem en zijn geliefde Zoon wil weten, gaat er een bepaalde kracht stromen.’16

    Als we de Heiland leren kennen en volgen, leren we ook de Vader kennen. Jezus is ‘de afdruk van Zijn [Vader].’17 Hij maakte duidelijk: ‘De Zoon kan niets van Zichzelf doen, als Hij dat niet de Vader ziet doen.’18 Alles wat Christus heeft gezegd en gedaan, openbaart het ware wezen van God en onze relatie tot Hem.19 Ouderling Jeffrey R. Holland heeft gezegd: ‘Er kwam bloed uit iedere porie en met een gekwelde roep op zijn lippen zocht Christus Hem tot wie Hij Zich altijd had gekeerd – zijn Vader. “Abba,” riep Hij uit, “Papa.”’20

    Zoals Jezus Zich in Gethsémané vol overgave tot zijn Vader keerde, keerde Joseph Smith zich in 1820 in het heilige bos in gebed tot God. Hij las: ‘Als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God.’21 Daarna trok Joseph zich terug om te bidden.

    Hij schreef later: ‘Ik [knielde] neer en begon de verlangens van mijn hart tot God op te zenden.’ […]

    ‘Ik [zag] recht boven mijn hoofd een lichtkolom […].

    ‘Ik [zag] twee Personen, wier glans en heerlijkheid elke beschrijving tarten, boven mij in de lucht staan. Een van Hen sprak tot mij, mij bij de naam noemend, en zei, wijzend op de ander: [Joseph,] dit is mijn geliefde Zoon. Hoor Hem!22

    Laten wij het voorbeeld van de Heiland en de profeet Joseph Smith volgen door God ernstig te zoeken. Dan komen wij er, net als Jen, op ondubbelzinnige wijze achter dat onze Vader ons bij naam kent en dat wij zijn kinderen zijn.

    Moeders, in het bijzonder jonge moeders, jullie voelen je vaak overstelpt en overvraagd terwijl je ‘een generatie die zonde kan weerstaan’ probeert groot te brengen.23 Maar onderschat nooit jullie belangrijke rol in Gods plan. Er zijn zeker momenten vol stress – je probeert misschien je kleintjes in het gareel te houden terwijl de aangebrande geur uit de keuken aangeeft dat je met liefde bereidde maaltijd nu een brandoffer is geworden. Weet dan dat God je moeilijkste dagen heiligt.24 ‘Wees niet bevreesd, want Ik ben met u’,25 stelt Hij je gerust. Wij eren jullie terwijl je de hoop van zuster Joy D. Jones vervult. Zij heeft namelijk gezegd: ‘Onze kinderen verdienen het om hun goddelijke identiteit in te zien.’26

    Laten wij ons allemaal tot God en zijn geliefde Zoon keren. President Nelson heeft gezegd: ‘Nergens worden die waarheden duidelijker en krachtiger onderwezen dan in het Boek van Mormon.’27 Sla het boek open en weet dat God ‘alles doet voor het welzijn en het geluk van [ons]’.28 Weet dat Hij ‘barmhartig en genadig, niet gauw boos, lankmoedig en vol goedheid’ is.29 Weet dat allen ‘voor [Hem] gelijk’ zijn.30 Voelt u zich weleens gekwetst, verloren, bang, overstuur, verdrietig, hongerig of hopeloos verlaten in de uiterste moeilijkheden van het leven?31 Sla dan het Boek van Mormon open en u komt erachter dat ‘[God] ons nooit in de steek zal laten. Dat heeft Hij nooit gedaan en Hij zal het ook nooit doen. Dat kan Hij niet. Dat staat zijn wezen niet toe.’32

    Als we onze Vader leren kennen, verandert alles, bovenal ons hart. Zijn zachtmoedige Geest bevestigt dan onze ware identiteit en onze grote waarde in zijn ogen.33 God wandelt met ons op het verbondspad als wij ons smekend in gebed en door Schriftstudie met een volgzaam hart tot Hem keren.

    De voortreffelijkheid van Gods karakter – mijn getuigenis

    Ik houd van de God van mijn vaderen,34 ‘de Here God, de Almachtige’.35 Ik weet dat Hij in ons verdriet met ons meehuilt en ons in onze onrechtschapenheid geduldig terechtwijst. Hij is blij als wij al onze zonden willen afleggen ‘om [Hem] te kennen’.36 Ik aanbid Hem, die altijd de ‘Vader van de wezen’37 en een metgezel voor de eenzamen is. Ik getuig dankbaar dat ik God, mijn Vader, heb leren kennen. Ik getuig van de volmaaktheden, eigenschappen en ‘voortreffelijkheid van [zijn] karakter’.38

    Ik bid vurig dat ieder van ons werkelijk ons ‘edele geboorterecht’39 als kind van God zal begrijpen en koesteren door Hem te leren kennen, ‘de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die [Hij] gezonden [heeft].40 In de naam van Jezus Christus. Amen.