Algemene conferentie
    Nog een dag
    Footnotes
    Theme

    Nog een dag

    We hebben allemaal een ‘vandaag’ om voor te leven. De sleutel om van onze dag een succes te maken, is bereid te zijn om te offeren.

    Een paar jaar geleden kregen vrienden van mij een prachtige baby. Ze noemden hem Brigham. Na zijn geboorte werd bij Brigham een zeldzame aandoening vastgesteld, het syndroom van Hunter. Dat betekende dat Brigham maar kort te leven had. Op een dag toen Brigham en zijn gezin over het tempelterrein wandelden, zei Brigham iets bijzonders. Twee keer zei hij: ‘Nog een dag.’ De volgende dag overleed Brigham.

    Brigham Reneer
    Reneer Family
    Brigham Reneer headstone

    Af en toe ga ik naar Brighams graf. Elke keer moet ik aan dat zinnetje denken: ‘Nog een dag.’ Ik vraag me af wat het zou betekenen, wat voor effect het op me zou hebben als ik wist dat ik nog maar een dag te leven had. Hoe zou ik mijn vrouw, mijn kinderen en anderen behandelen? Hoe geduldig en beleefd zou ik zijn? Hoe zou ik voor mijn lichaam zorgen? Hoe gedreven zou ik bidden en de Schriften onderzoeken? Ik denk dat we allemaal, hoe dan ook, tot het besef van ‘nog een dag’ komen: het besef dat we de tijd die ons gegeven is, goed moeten gebruiken.

    In het Oude Testament lezen we het verhaal van Hizkia, koning van Juda. De profeet Jesaja zei Hizkia dat Hizkia’s leven bijna voorbij was. Toen Hizkia dat hoorde, begon hij hartgrondig te bidden, pleiten en huilen. Daarop verlengde God Hizkia’s leven met vijftien jaar (zie Jesaja 38:1–5).

    Als wij te horen kregen dat we nog maar kort te leven hadden, zouden wij misschien ook om meer tijd van leven smeken vanwege dingen die we hebben gedaan of anders hadden moeten doen.

    Hoeveel tijd de Heer ons in zijn wijsheid ook toebedeelt, één ding staat vast: we hebben allemaal een ‘vandaag’ om voor te leven. De sleutel om van onze dag een succes te maken, is bereid te zijn om te offeren.

    De Heer heeft gezegd: ‘Zie, nu wordt het heden genoemd, tot aan de komst van de Zoon des Mensen, en het is voorwaar een dag van offerande’ (LV 64:23; cursivering toegevoegd).

    Het woord offerande, afgeleid van het Latijnse offerre, betekent onder andere een geschenk dat men aan God opdraagt.

    ‘Opoff’ring brengt voort de zegen des hemels’ (‘Ere de man’, Lofzangen, nr. 24).

    Hoe maakt opoffering onze dagen zinvol en zegenrijk?

    In de eerste plaats maken persoonlijke offers ons sterk. Ze geven meerwaarde aan datgene wat wij offeren.

    Een paar jaar geleden op vastenzondag kwam een oudere zuster naar voren om haar getuigenis te geven. Ze woonde in de stad Iquitos, in het Amazonegebied in Peru. Ze zei dat ze sinds haar doop altijd het doel had gehad om in Lima (Peru) de tempelverordeningen te ontvangen. Trouw betaalde ze een volledige tiende en spaarde ze van haar beperkte inkomen.

    Haar vreugde toen ze naar de tempel ging en de heilige verordeningen daar ontving, verwoordde ze zo: ‘Vandaag kan ik zeggen dat ik me eindelijk klaar voel om door de sluier te gaan. Ik ben de gelukkigste vrouw ter wereld. U heeft geen idee hoe lang ik gespaard heb om naar de tempel te kunnen gaan. Na zeven dagen op de rivier en achttien uur in de bus was ik eindelijk in het huis van de Heer. Toen ik die heilige plek verliet, zei ik tegen mezelf: na alle offers die ik moest brengen om naar de tempel te komen, gaat niets mij van mijn verbonden afhouden. Dat zou verspilling zijn. Dit is een hele gewichtige belofte!’

    Die lieve zuster leerde mij dat persoonlijke offers een ongekend sterke drijfveer zijn achter onze besluiten en voornemens. Persoonlijke offers geven kracht aan onze daden, onze beloften en onze verbonden en geven betekenis aan heilige dingen.

    Ten tweede, door offers die we voor anderen brengen of die anderen voor ons brengen, worden alle betrokkenen gezegend.

    Toen ik tandheelkunde studeerde, stond de economie van onze regio er niet best voor. Door inflatie kon ons geld van de ene op de andere dag aanzienlijk minder waard worden.

    Ik herinner me nog goed het jaar waarin ik stage zou gaan lopen. Ik moest alle benodigde instrumenten hebben om me voor dat semester te kunnen inschrijven. Mijn ouders hadden het benodigde geld gespaard. Maar toen gebeurde er iets verschrikkelijks. We gingen de instrumenten kopen, maar ontdekten dat het geld dat mijn ouders gespaard hadden om alle instrumenten te kopen, alleen nog maar genoeg was om een chirurgisch pincet te kopen, meer niet. We gingen met lege handen en een bezwaard hart terug naar huis bij de gedachte dat ik een semester zou moeten missen. Maar plotseling zei mijn moeder: ‘Taylor, kom even met me mee.’

    We gingen de stad in, waar ze op veel plaatsen sieraden inkochten en verkochten. Bij een van die winkels pakte mijn moeder een blauw fluwelen zakje met een prachtige gouden armband met de inscriptie: ‘Voor mijn lieve dochter van je vader’. Het was een armband die mijn grootvader haar op een van haar verjaardagen had gegeven. Ze verkocht hem waar ik bij stond.

    Toen ze het geld had gekregen, zei ze: ‘Als ik één ding zeker weet, is het dat jij tandarts wordt. Koop nu alle instrumenten die je nodig hebt.’ Kunt u zich voorstellen wat voor een student ik vanaf dat moment werd? Ik wilde de beste zijn en snel mijn studie afronden omdat ik wist hoeveel zij had geofferd.

    Ik ontdekte dat de offers die onze dierbaren voor ons brengen, ons verkwikken als verkoelend water in het midden van de woestijn. Dergelijke offers geven hoop en motivatie.

    Ten derde, elk offer dat wij brengen, is klein in vergelijking met het offer van de Zoon van God.

    Hoeveel is zelfs een dierbare gouden armband waard in vergelijking met het offer van de Zoon van God? Kunnen wij dat oneindige offer eren? Elke dag kunnen we bedenken dat we nog een dag hebben om te leven en trouw te zijn. Amulek houdt ons voor: ‘Ja, ik wil dat u naar voren treedt en uw hart niet langer verstokt; want zie, het is nu de tijd en de dag van uw behoudenis; en daarom, indien u zich bekeert en uw hart niet verstokt, zal het grote verlossingsplan onmiddellijk op u worden toegepast’ (Alma 34:31). Met andere woorden: als we de Heer het offer van een gebroken hart en een verslagen geest aanbieden, krijgen de zegeningen van het grote plan van geluk direct vat op ons leven.

    Het verlossingsplan wordt mogelijk gemaakt door het offer van Jezus Christus. Zelf zei Hij daarover dat dit offer ‘Mij, ja, God, de grootste van allen, van pijn deed sidderen en uit iedere porie bloeden, en naar lichaam en geest deed lijden – en Ik wilde dat Ik de bittere beker niet behoefde te drinken, en kon terugdeinzen’ (LV 19:18).

    En het is dankzij dit offer dat we, na ons oprecht bekeerd te hebben, kunnen voelen hoe de last van onze fouten en zonden wordt weggenomen. In plaats van schuldgevoel, schaamte, pijn, verdriet en zelfverachting komt er dan een gerust geweten, blijdschap, vreugde en hoop.

    Tegelijkertijd kunnen we, als we zijn offer eren en in dank ontvangen, meer dat intense verlangen krijgen om betere kinderen van God te zijn, om weg te blijven van zonde, en onze verbonden als nooit tevoren na te komen.

    Dan zullen we, net als Enos toen hij vergeving van zijn zonden ontving, het verlangen voelen om onszelf te offeren en het welzijn van onze broeders en zusters na te streven (zie Enos 1:9). En we zullen meer bereid zijn om steeds ‘nog een dag’ gehoor te geven aan deze oproep van president Howard W. Hunter: ‘Leg een ruzie bij. Zoek een vergeten vriend op. Zet achterdocht van u af en vervang het door vertrouwen. […] Geef een zacht antwoord. Moedig jongeren aan. Geef in woord en daad blijk van uw trouw. Kom een belofte na. Zet wrokgevoelens van u af. Vergeef een vijand. Bied uw verontschuldigingen aan. Probeer begrip te hebben. Denk eens na over de eisen die u aan anderen stelt. Denk eerst aan een ander. Wees vriendelijk. Wees zachtaardig. Lach wat meer. Spreek uw dank uit. Verwelkom een vreemdeling. Vrolijk een kind op. […] Spreek uw liefde uit en doe het dan nog een keer’ (Leringen van kerkpresidenten: Howard W. Hunter [2015], 32; bewerkt naar ‘What We Think Christmas Is’, McCall’s, december 1959, 82–83).

    Mogen wij onze dagen vullen met die impuls en met de kracht van persoonlijke offers: de offers die we voor anderen brengen of die anderen voor ons brengen. En mogen we op een bijzondere manier de vrede en vreugde ervaren die het offer van de Eniggeborene ons biedt. Ja, de vrede die beschreven wordt als we lezen dat Adam viel opdat de mensen zouden zijn, en de mensen zijn – u bent – opdat u vreugde zal hebben (zie 2 Nephi 2:25). Die vreugde is de ware vreugde die alleen het offer en de verzoening van de Heiland Jezus Christus kunnen bieden.

    Het is mijn gebed dat we Hem zullen volgen, Hem zullen geloven, Hem zullen liefhebben, en dat we de liefde zullen voelen die uit zijn offer blijkt als ons weer een dag wordt gegeven om voor te leven. In de naam van Jezus Christus. Amen.