2017
Mikael Rinne: Massachusetts (VS)
Voetnoten

Hide Footnotes

Thema

Geloofsportret

Mikael Rinne

Massachusetts (VS)

Bisschop Mikael Rinne helpt zijn zoon, Kai, met zijn huiswerk. Bij de familie Rinne thuis is er ruimte voor geloof en wetenschap.

Family Life

Bisschop Rinne geeft een opbouwende gedachte aan zijn gezin, onder wie Nea (links), Aila (rechts) en Kai (achter).

Family Life

‘Er is niet veel geloof aan de Harvard University en omstreken’, zegt bisschop Rinne, maar hij en zijn vrouw, Tiffany, nemen de tijd om hun kinderen geloof bij te brengen.

Family Life

De familie Rinne zijn de enige heiligen der laatste dagen die de meeste van hun vrienden kennen. Tiffany Rinne, met dochter Sólia, zegt: ‘Op de doopdienst van onze zoon, Kai, waren bijna meer niet-leden dan leden aanwezig.’

Family Life

Bisschop Rinne maakt zijn dochter Sólia klaar om naar bed te gaan.

Family Life

‘Geloof is uiteindelijk een keuze’, zegt Mikael Rinne. ‘Als bisschop kan ik de mensen geen geloof geven; ze moeten voor geloof kiezen.’

Family Life
Family Life

Mikael is arts en wetenschapper. Hij is in neuro-oncologie gespecialiseerd en heeft een doctoraat in moleculaire biologie. Hij ontvangt patiënten met een hersentumor aan het Dana-Farber Cancer Institute, het ziekenhuis voor kankerpatiënten van de Harvard University, en doet onderzoek naar kankerbestrijdende medicijnen.

Fotograaf Leslie Nilsson

Geloof komt zelden voor in mijn vakgebied. Mijn collega’s zien geloof als iets vreemds, ongewoons en ouderwets, een beetje zoals wij bijgeloof zien.

Mijn collega’s beschouwen me onder meer als een ‘eigenaardige’ gelovige man. Ik vloek bijvoorbeeld niet. Als er iets slechts gebeurt, zeg ik: ‘Donders!’ Dat vinden ze grappig in de kliniek, maar het heeft de sfeer wel veranderd. En ik kan nu vrijuit over de kerk praten.

Als je de evangeliebeginselen naleeft en geduldig en vriendelijk bent, levert dat meer interesse in het evangelie op dan een theologische discussie. Mijn collega’s hebben veel bewondering voor de manier waarop heiligen der laatste dagen leven, zich gedragen en met anderen opschieten.

Bijna al onze patiënten hebben een dodelijke hersentumor. We krijgen dagelijks met tragiek te maken. Mensen vragen me weleens: ‘Hoe houdt u dat werk vol?’ Soms antwoord ik dan: ‘Door mijn geloof ben ik in staat om de dood onder ogen te zien en met terminale patiënten om te gaan. En ik geloof in een leven na de dood.’

De zorg voor terminale patiënten zet andere problemen in perspectief. ‘Je had ook een glioblastoom kunnen hebben’, zeg ik weleens tegen andere mensen. Dat is de ernstigste tumor die je kunt hebben. Die zie ik het meest.

Veel van mijn patiënten praten over hun geloof in God en wonderen. Ik moet tactvol zijn, maar getuig van de waarheden die ze onder woorden brengen. ‘Dat geloof ik ook’, zeg ik dan. ‘Ik geloof dat er wonderen kunnen plaatsvinden, dus laten we daarop hopen.’

Men beweert dat geloof en wetenschap in strijd met elkaar zijn. We kunnen de indruk krijgen dat de wetenschap alle antwoorden heeft, dat de mens alles weet. Maar er is veel meer dat we niet weten.

Ons geloof wordt versterkt als we beseffen hoe gecompliceerd alles is — hoe elegant alles is ontworpen. We kunnen de ware aard van ons bestaan niet zonder geloof begrijpen. Hoe meer ik dankzij de wetenschap leer, hoe meer ik besef dat een intelligente en goddelijke Schepper onze schepping geleid moet hebben.

Als bisschop praat ik met leden die een geloofscrisis doormaken. Ze zeggen: ‘Ik ben wetenschappelijk ingesteld, dus ik vind het moeilijk om te geloven.’ Het is soms nuttig als ze weten dat hun bisschop wetenschapper aan Harvard is en in God gelooft. Daardoor beseffen ze: ‘Ik kan geloven en toch een intellectueel zijn.’