2017
Eenzaam dienstbetoon in Sarajevo
Voetnoten

Hide Footnotes

Thema

Dienen in de kerk

Eenzaam dienstbetoon in Sarajevo

De auteur woont in Rijnland–Palts (Duitsland).

Elke zondag zong ik, bad ik en hield ik zelf de toespraken. Zouden er kerkleden naar de bijeenkomsten komen?

Speaking in Church

Afbeelding Mia Price/Shannon Associates

Als soldaat in het Duitse leger, bracht ik meer dan de helft van 1999 in Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië en Herzegovina, door. Mijn militaire dienst ging gepaard met grote moeilijkheden en lange werkdagen, maar ik nam altijd de tijd om de kerkdiensten bij te wonen in de kleine kapel die door de verschillende geloofsrichtingen in ons kamp met 750 mensen werd gebruikt.

Toen ik op zekere zondagmiddag bij de kapel aankwam, merkte ik dat de deuren op slot waren. Ik ontdekte dat de andere kerkleden van ons kamp waren overgeplaatst. Ik was teleurgesteld, want ik had er naar uitgekeken om de dienst bij te wonen en aan het avondmaal deel te nemen. Vóór mijn overplaatsing naar Sarajevo was ik gemeentepresident in Duitsland geweest en had ik regelmatig van het avondmaal kunnen nemen.

Enkele weken later kreeg ik de opdracht mijn generaal te vergezellen toen hij naar een Amerikaanse divisie ging. Tijdens de lunch vroeg een Amerikaanse kapitein, die me met andere soldaten had zien praten, of ik lid van de kerk was. Toen ik dat bevestigde, gaf hij mijn naam en contactgegevens door aan de plaatselijke senior groepsleider van de kerk.

Kort daarna nam een broeder Fisher contact op met mij. Na een normengesprek stelde hij me aan als groepsleider van de kerk in Sarajevo en gaf hij me de opdracht een groep te beginnen. (Een groep is een kerkelijke unit op een militaire basis. Het is vergelijkbaar met een gemeente.)

Ik begon de tijden van de bijeenkomsten op prikborden te hangen en uitnodigingen te versturen in de hoop dat ik andere heiligen der laatste dagen in de kazerne in Sarajevo zou vinden. De eerste weken kwam er niemand opdagen. Dus zong ik, bad ik en hield ik de toespraken op zondag zelf. Door de kerkelijke richtlijnen voor leiders en leden in militaire dienst te volgen, kon ik zonder een tweede priesterschapsdrager het avondmaal zegenen en ervan nemen. Daar was ik heel blij om.

Ik hield mijn eenzame bijeenkomsten in het Engels zodat ik mijn Engels zou verbeteren. Mijn eerste toespraak ging over Joseph Smith. Er was niemand te zien in de kapel, maar ik voelde de onzichtbare aanwezigheid van anderen. De Heilige Geest sterkte me en liet me inzien hoe belangrijk het was dat het werk van de Heer op deze plek opnieuw begon.

Enkele weken nadat ik mijn eerste zondagse bijeenkomst had gehouden, kwam er een jonge Amerikaanse soldate de kapel binnen. Zij had zich nog maar enkele maanden geleden laten dopen. Ik was zo blij! Twee weken daarna, kwam er nog een zuster bij. Daarna kwamen er twee broeders. De kerk in Sarajevo begon met de hulp van de Heer te groeien.

Nu heeft de kerk een gemeente in Sarajevo. Wanneer ik terugdenk aan die tijd, overdenk ik de eer die de Here me gaf door me op bijzonder wijze te laten dienen — om een klein radertje in zijn werk te zijn en te weten dat ‘uit het kleine het grote voortkomt’ (LV 64:33).