Onze beloften en verbonden naleven
    Footnotes
    Theme

    Onze beloften en verbonden naleven

    Ik nodig u uit om oprecht na te denken over uw beloften en verbonden met de Heer, en met anderen, en te beseffen dat uw belofte onverbrekelijk is.

    Geliefde broeders en zusters, mogen wij aan het einde van deze bijeenkomst het getuigenis in ons hart bewaren dat vandaag van de beginselen van het evangelie van Jezus Christus is gegeven. We zijn gezegend dat we deze heilige tijd samen hebben om onze belofte aan de Heer Jezus Christus te versterken: dat wij zijn dienaren zijn en dat Hij onze Heiland is.

    Het belang van beloften en verbonden aangaan en naleven telt zwaar voor me. Hoe belangrijk vindt u het om u aan uw woord te houden? Om vertrouwd te worden? Om te doen wat u hebt beloofd? Om uw heilige verbonden na te komen? Om integriteit te hebben? Door onze beloften aan de Heer en anderen na te komen, bewandelen we het verbondspad naar onze Vader in de hemel en voelen we zijn liefde.

    Onze Heiland Jezus Christus is ons grote Voorbeeld in beloften en verbonden aangaan en naleven. Hij kwam naar de aarde en beloofde de wil van zijn Vader te doen. Hij onderwees de evangeliebeginselen in woord en daad. Hij boette voor onze zonden zodat wij opnieuw kunnen leven. Hij heeft al zijn beloften waargemaakt.

    Kunnen we dat ook over ieder van ons zeggen? Wat zijn de gevaren als we een beetje bedriegen, een beetje schipperen of niet helemaal onze toezeggingen nakomen? Of als we ons van onze verbonden afkeren? Zullen anderen dankzij ons voorbeeld tot Christus komen? Houdt u zich altijd aan uw woord? Beloften nakomen, is geen gewoonte; het is een eigenschap van een discipel van Jezus Christus zijn.

    Omdat Hij onze zwakheden kent, heeft de Heer ons beloofd: ‘Welnu, wees welgemoed en vrees niet, want Ik, de Heer, ben met u en zal u bijstaan.’1 Ik heb zijn aanwezigheid gevoeld wanneer ik geruststelling, troost, geestelijk inzicht of kracht nodig had. Daardoor voelde ik me dan erg nederig, en ik ben dankbaar voor zijn goddelijke gezelschap.

    De Heer heeft gezegd: ‘Iedere ziel die zijn zonden verzaakt en tot Mij komt, en mijn naam aanroept en mijn stem gehoorzaamt en mijn geboden onderhoudt, [zal] mijn aangezicht zien en zal weten dat Ik ben.’2 Dat is misschien wel zijn ultieme belofte.

    Ik heb al jong geleerd hoe belangrijk het is om me aan mijn woord te houden. Bijvoorbeeld toen ik in de houding stond om de belofte van de scouts op te zeggen. Onze samenwerking met de Boy Scouts of America, die nu op zijn einde loopt, zal een belangrijke, blijvende uitwerking op mij en deze kerk hebben. Aan de scoutingorganisatie, aan de vele mannen en vrouwen die zich gedreven als scoutleiders voor de scouts hebben ingezet, aan de moeders – hier is echt een eerbetoon op zijn plaats – en aan de jongemannen die aan scouting hebben gedaan, zeggen wij: ‘Dank u wel.’

    In deze bijeenkomst hebben onze geliefde profeet, president Russell M. Nelson, en ouderling Quentin L. Cook aanpassingen aangekondigd waardoor onze aandacht op de jongeren wordt gericht en onze organisaties in lijn worden gebracht met geopenbaarde beginselen. En afgelopen zondag hebben president Nelson en president M. Russell Ballard het nieuwe programma voor kinderen en jongeren van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen aan de hele kerk uitgelegd. Het is een wereldwijd programma dat de nadruk op onze Heer en Heiland Jezus Christus legt. Het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf Apostelen zijn eensgezind wat deze nieuwe koers betreft, en ik getuig persoonlijk dat de Heer ons bij elke stap heeft geleid. Ik ben enthousiast dat de kinderen en jongeren van de kerk deze geïntegreerde focus op hen zowel thuis als in de kerk kunnen ervaren – door evangeliestudie, dienstbetoon en activiteiten, en persoonlijke ontwikkeling.

    Het jongerenthema voor het jaar 2020 gaat over de klassieke belofte van Nephi: ‘gaan en doen’. Hij schreef: ‘En het geschiedde dat ik, Nephi, tot mijn vader zei: Ik zal heengaan en de dingen doen die de Heer heeft geboden, want ik weet dat de Heer geen geboden aan de mensenkinderen geeft zonder een weg voor hen te bereiden, zodat zij kunnen volbrengen wat Hij hun gebiedt.’3 Hoewel die belofte lang geleden is uitgesproken, bouwen wij er in de kerk vandaag de dag nog altijd op.

    ‘Gaan en doen’ wil zeggen dat we uitstijgen boven de manier waarop dingen in de wereld worden gedaan, persoonlijke openbaring ontvangen en ernaar handelen, met hoop en geloof in de toekomst deugdzaam leven, verbonden sluiten en nakomen om Jezus Christus te volgen, en daarbij onze liefde voor Hem, de Heiland van de wereld, laten groeien.

    Een verbond is een wederzijdse belofte tussen ons en de Heer. Als lid van de kerk sluiten we bij onze doop een verbond om de naam van Jezus Christus op ons te nemen en zoals Hij te leven. Net zoals de mensen die zich in de wateren van Mormon lieten dopen, verbinden wij ons ertoe zijn volk te worden, dat we ‘gewillig [zijn] elkaars lasten te dragen, opdat zij licht zullen zijn; […] gewillig [zijn] te treuren met hen die treuren; […] en hen te vertroosten die vertroosting nodig hebben, en om te allen tijde en in alle dingen en op alle plaatsen waar [we ons] ook [mogen] bevinden, als getuige van God op te treden’.4 Onze bediening aan elkaar in de kerk is een uiting van onze vastbeslotenheid om die beloften te eren.

    Als we aan het avondmaal deelnemen, hernieuwen we het verbond om zijn naam op ons te nemen en beloven we om ons te verbeteren. Onze dagelijkse gedachten en daden, zowel groot als klein, zeggen iets over onze toewijding aan Hem. Zijn heilige belofte aan ons luidt: ‘En indien u Mij altijd indachtig bent, zult u mijn Geest bij u hebben.’5

    Mijn vraag is: houden we ons aan onze beloften en verbonden, of zijn ze soms halfslachtige toezeggingen, terloops gesloten en gemakkelijk verbroken? Als we tegen iemand zeggen: ‘Ik zal voor u bidden’, doen we dat dan? Als we toezeggen: ‘Ik zal er zijn om te helpen’, zijn we er dan? Als we onszelf ertoe verplichten om een schuld te betalen, betalen we die dan? Als we onze hand opsteken om een medelid in een nieuwe roeping te steunen, wat inhoudt dat we hem of haar ook daadwerkelijk steunen, doen we dat dan?

    Toen ik jong was, zat mijn moeder op een avond aan het voeteinde van haar bed naast me. Ze legde vurig uit hoe belangrijk het is om het woord van wijsheid na te leven. ‘Ik weet uit de ervaringen van anderen, jaren geleden’, zei ze, ‘dat we geestelijkheid en gevoeligheid kunnen kwijtraken als we het woord van wijsheid niet naleven.’ Ze keek me recht in de ogen en haar woorden drongen diep in mijn hart door: ‘Beloof mij vandaag, Ronnie [ze noemde me Ronnie], dat je altijd het woord van wijsheid zult naleven.’ Dat heb ik haar toen plechtig beloofd, en ik heb die belofte altijd nageleefd.

    Die toezegging hielp me in mijn jeugd, en jaren later toen ik me in zakenkringen bevond waar de alcohol rijkelijk vloeide. Ik nam van tevoren een beslissing om Gods wetten te gehoorzamen, en ik hoefde daar nooit op terug te komen. De Heer heeft gezegd: ‘Ik, de Heer, ben gebonden wanneer u doet wat Ik zeg; maar wanneer u niet doet wat Ik zeg, hebt u geen belofte.’6 Wat zegt Hij tegen wie het woord van wijsheid naleven? We krijgen de belofte van gezondheid, kracht, wijsheid, kennis en engelen die ons zullen beschermen.7

    Enkele jaren geleden waren mijn vrouw en ik in de Salt Laketempel voor de verzegeling van een van onze dochters. Toen we met een jongere dochter die nog niet oud genoeg was om de ceremonie bij te wonen, bij de tempel stonden, bespraken we hoe belangrijk het is om in de heilige tempel van God verzegeld te worden. Net zoals mijn moeder me jaren eerder had geleerd, zeiden we tegen onze dochter: ‘We willen dat je veilig in de tempel verzegeld wordt, en we willen dat je belooft dat je, als je je eeuwige partner vindt, met hem afspreekt om in de tempel verzegeld te worden.’ Ze gaf ons haar woord.

    Ouderling Rasbands dochter en haar echtgenoot

    Ze heeft sindsdien gezegd dat ons gesprek en haar belofte haar hebben beschermd en haar eraan herinnerd hebben ‘wat het belangrijkst was’. Later sloot ze heilige verbonden toen ze in de tempel aan haar man verzegeld werd.

    President Nelson heeft gezegd: ‘Als we heilige verbonden sluiten en nauwgezet nakomen, neemt de macht van de Heiland in ons toe. Onze verbonden binden ons aan Hem en geven ons goddelijke macht.’8

    Als we onze beloften aan elkaar nakomen, zijn we meer geneigd om onze beloften aan de Heer na te komen. Denk aan wat de Heer heeft gezegd: ‘Voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.’9

    Laten we samen enkele voorbeelden van beloften uit de Schriften doornemen. Ammon en de zonen van Mosiah in het Boek van Mormon beloofden ‘het woord van God te prediken’.10 Toen Ammon door de Lamanieten werd gegrepen, werd hij voor de Lamanitische koning Lamoni gebracht. Hij beloofde de koning: ‘Ik zal uw dienstknecht zijn.’11 Toen rovers de schapen van de koning kwamen stelen, hakte Ammon hun armen af. De koning was zo verbaasd dat hij naar Ammons evangelieboodschap luisterde en zich bekeerde.

    Ruth, in het Oude Testament, beloofde haar schoonmoeder: ‘Waar u heen gaat, zal ik ook gaan.’12 Ze kwam haar belofte trouw na. De barmhartige Samaritaan, in een gelijkenis in het nieuwe Testament, beloofde de herbergier het volgende als hij voor de gewonde reiziger zou zorgen: ‘Wat u verder aan kosten maakt, zal ik u geven als ik terugkom.’13 Zoram, in het Boek van Mormon, beloofde met Nephi en zijn broers de wildernis in te trekken. Nephi schreef daarover: ‘En het geschiedde, toen Zoram ons een eed had gezworen, dat onze vrees aangaande hem verdween.’14

    En hoe zit het met de oude ‘aan de vaderen gedane’ belofte, zoals in de Schriften staat: ‘Het hart van de kinderen zal zich tot hun vaders wenden’?15 In het voorsterfelijke leven hebben we een belofte gedaan om Israël aan beide zijden van de sluier te helpen vergaderen. ‘We werden een partner van de Heer’, heeft ouderling John A. Widtsoe jaren geleden uitgelegd. ‘De uitvoering van het plan werd toen niet alleen het werk van de Vader en de Heiland, maar ook ons werk.’16

    ‘[De] vergadering is het belangrijkste wat er nu op aarde gebeurt’, zei president Nelson toen hij de wereld rondreisde. ‘Als we het over de vergadering hebben, hebben we het over deze fundamentele waarheid: ieder kind van onze hemelse Vader, aan beide kanten van de sluier, verdient het om de boodschap van het herstelde evangelie te horen.’17

    Als apostel van Jezus Christus besluit ik met een uitnodiging en een belofte. Eerst de uitnodiging. Ik nodig u uit om oprecht na te denken over uw beloften en verbonden met de Heer, en met anderen, en te beseffen dat uw belofte onverbrekelijk is. Ten tweede beloof ik u dat als u dit doet, de Heer uw woorden zal bevestigen en uw daden zal zegenen wanneer u er met onvermoeide ijver naar streeft om uw leven, uw gezin en De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen op te bouwen. Hij zal bij u zijn, mijn geliefde broeders en zusters, en u kunt er in vol vertrouwen naar uitkijken dat u ‘in de hemel [wordt] ontvangen, waardoor [u] bij God [kunt] wonen in een staat van nimmer eindigend geluk. O bedenk, bedenk dat deze dingen waar zijn, want de Here God heeft het gesproken.’18

    Daarvan getuig ik, en dat beloof ik, in de naam van Jezus Christus. Amen.