Leringen van kerkpresidenten
Getuigenis


Hoofdstuk 7

Getuigenis

Met een zekere kennis van de waarheid van het evangelie staat de deur open naar grote beloningen en onuitsprekelijke vreugde.

Uit het leven van Spencer W. Kimball

In 1947 kreeg ouderling Spencer W. Kimball een brief van zijn zoon, Andrew, die op voltijdzending was. Andrew schreef: ‘Ik zei tegen een man (…) dat ik wist dat wat ik hem had verteld waar is en ik zei dat de Heilige Geest ervan had getuigd tot mij. (…) Toen ik er later over nadacht, maakte ik me er een beetje zorgen over dat ik dat had gedaan.’ En over die zorg zei hij verder: ‘Ik heb zorgvuldig vermeden om mijn getuigenis aan iemand te geven met sterkere bewoordingen dan “ik vind, ik geloof enz.”.’

Ouderling Kimball schreef zijn zoon ten antwoord: ‘Ik denk dat ik precies weet hoe je je voelde, want ik maakte op zending hetzelfde mee. Ik wilde erg eerlijk zijn tegenover mijzelf, de zending en de Heer. Een tijdlang was ik voorzichtig in mijn uitlatingen om te proberen andere mensen op te bouwen zonder mijzelf vast te leggen met een positieve, onmiskenbare verklaring dat ik het wist. Ik aarzelde ook een beetje, want als ik goed was afgestemd en mijn plicht deed, voelde ik de Geest. Ik wilde echt zeggen dat wat ik zeker wist wat ik voelde, maar ik hield me in. Als ik op het punt stond een positieve uitspraak te doen, beangstigde dat me en toch wilde ik getuigen als ik helemaal op de Geest was afgestemd en door Hem werd geïnspireerd. Ik dacht dat ik eerlijk was, erg eerlijk, maar vervolgens kwam ik tot de conclusie dat ik mezelf voor de gek hield. (…)

‘Ongetwijfeld was de Heer op de dag dat je tot je onderzoeker getuigde dat je WIST dat het waar was zo hard aan het proberen om je deze waarheid te openbaren door de kracht van de Heilige Geest. Zolang je afgestemd was op de Geest en het heilige werk verdedigde, had je er een sterk gevoel over, maar toen je “niet meer in de Geest” was en bij jezelf begon te redeneren en jezelf begon te controleren en je af te vragen wat je had gedaan, wilde je terugkrabbelen. (…)

‘Ik twijfel geen moment aan je getuigenis. Ik ben ervan overtuigd dat jij (net als ik) talloze gouden draden van getuigenis hebt in je wezen die er alleen maar op wachten dat de hand van de Meesterwever ze verzamelt en ze weeft tot een tapijt met een schitterend, volmaakt ontwerp. Welnu, jongen, neem mijn raad aan en DOOF DE GEEST NIET UIT, maar volg je heilige ingevingen als de Geest je iets influistert. Blijf goed op de Geest afgestemd en luister naar de ingevingen. En als je daartoe de aandrang voelt, zeg dan openhartig wat je voelt. De Heer zal je getuigenis vergroten en het hart van andere mensen raken. Ik hoop dat je weet dat ik je hiermee niet wil bekritiseren, dat ik alleen maar probeer te helpen. (…)

‘Ik kan mijn brief aan jou niet afsluiten zonder mijn getuigenis te geven. Ik weet dat het waar is — dat Jezus de Schepper en Verlosser is; dat het evangelie waarin wij en onze drieduizend zendelingen onderwijzen is hersteld en geopenbaard door middel van de ware profeet, Joseph Smith, en dat het van God is, en ik heb het merendeel van mijn leven gewijd aan het “verkondigen van het koninkrijk”. Ik heb stoutmoedig mijn getuigenis [gegeven] (…) en ik bevestig het telkens weer. Ik ben ervan overtuigd dat jouw getuigenis hetzelfde is, maar dat misschien alleen je gouden draden nog tot een compleet tapijt geweven moeten worden, wat je gauw zult bereiken als je in je zendingswerk je hart zijn gang laat gaan en het je gedachten laat overheersen.

‘Moge God je helpen om met de gouden draden van je ervaring en inspiratie een prachtig patroon te weven, en mag je met toenemende kracht (…) de eeuwige waarheid naleven en erin onderwijzen.’1

Leringen van Spencer W. Kimball

Ieder van ons kan een getuigenis krijgen — een openbaring van onze hemelse Vader, door middel van de Heilige Geest

De Heiland vroeg Petrus: ‘Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?’ En Petrus, die tevens voor zijn broeders, de andere apostelen, sprak, zei: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!’ De volgende opmerking van de Heiland is van groot belang. Hij zei: ‘Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is’ (Matteüs 16:13–17).

Wie heeft hem die schokkende waarheid geopenbaard? Onze Vader in de hemel. En hoe? Door openbaring. Deze fundamentele kennis dat Jezus de Christus was, de Verlosser, de Heiland, kreeg hij niet van een ander mens, een boek of een universitaire studie. Petrus kreeg die rechtstreeks van zijn hemelse Vader, door middel van de Heilige Geest. (…)

Iedere ziel in deze wereld kan openbaring ontvangen net als Petrus. Die openbaring is een getuigenis, de wetenschap dat Christus leeft, dat Jezus Christus de Verlosser van deze wereld is. Elke ziel kan die verzekering krijgen. En als hij dat getuigenis ontvangt, komt het van God en niet van alleen maar studie. Natuurlijk is studie een belangrijk element, maar die moet gepaard gaan met veel bidden en toenadering zoeken, en dan komt deze openbaring.

Als u voor uzelf weet dat Jezus niet alleen een groot filosoof was, maar dat Hij werkelijk de Zoon van God was, dat Hij in de wereld kwam op de manier die Hij beweerde, en dat Hij de wereld verliet voor het doel dat Hij gaf — als u dat met zekerheid weet, en u weet dat Joseph Smith een profeet van God was en dat dit de goddelijke kerk is die door Jezus Christus is gevestigd, dan hebt u een openbaring gehad.2

Er zijn mensen die zich beroemen op hun scherpe verstand, die denken dat ze zich met mysteries kunnen bezighouden, maar ze kunnen nooit geestelijke zaken definiëren of verklaren met hun logica of redenering. Geestelijke zaken worden alleen door de Geest begrepen. Ze moeten door ons hart tot ons komen, en daar zetelt ook ons getuigenis.3

Met een zekere kennis van geestelijke zaken staat de deur open naar grote beloningen en onuitsprekelijke vreugde. Als we het getuigenis negeren, tasten wij in het ondoordringbare duister, kruipen wij in de mist voort over gevaarlijke snelwegen. Met zo iemand, die zich midden op de dag in duisternis bevindt, die struikelt over hindernissen die verwijderd kunnen worden, en die leeft in het zwakke, flakkerende kaarslicht van een onzekerheid en scepsis, kunnen wij alleen maar medelijden hebben. De geestelijke kennis van waarheid is het elektrische licht dat de duisternis verjaagt; de wind en de zon verjagen de mist; zware apparatuur verwijdert keien van de weg.4

Wij krijgen en onderhouden een getuigenis door grote inspanning

Een getuigenis is een persoonlijke openbaring — een van de belangrijke gaven — en ieder die de prijs betaalt, kan het krijgen.5

Dit is een goede vraag, die miljoenen al hebben gesteld sinds Joseph Smith het verwoordde: Hoe kom ik erachter welke van alle organisaties, als er al een is, authentiek, goddelijk en door de Heer erkend is?

Hij heeft de oplossing gegeven. U kunt het te weten komen. U hoeft niet te twijfelen. (…) De vereiste procedure is: studeren, denken, bidden en doen. Openbaring is de sleutel. God zal het u bekendmaken zodra u zich hebt overgegeven en u nederig en ontvankelijk bent geworden. Als u alle trots op uw verstandelijke vermogens hebt laten vallen, voor God uw verwarring hebt erkend, uw egoïsme hebt onderwerpen en u hebt overgegeven aan de lering van de Heilige Geest, bent u klaar om te beginnen met leren.6

We kunnen zekerheid krijgen over het bestaan van een God die een zelfstandige persoon is; dat Christus leeft en actief is, dat Hij afzonderlijk van zijn Vader is, maar op Hem lijkt; dat de organisatie en de leerstellingen van Gods kerk die Joseph Smith en de andere profeten hebben hersteld daadwerkelijk van God komen; dat het goddelijke, gezaghebbende priesterschap door openbaringen van God aan de mens is gegeven. Iedere verantwoordelijke persoon kan dit te weten te komen, met net zo veel zekerheid als het feit dat de zon schijnt. Wie deze wetenschap niet krijgt, geeft daarmee toe de prijs niet te hebben betaald. Net als een universitaire graad wordt deze wetenschap door grote inspanning verkregen. De ziel die door bekering en de verordeningen is gezuiverd, ontvangt die als zij ernaar verlangt en streeft, ze consciëntieus onderzoekt en bestudeert, en trouw bidt.7

De Heiland heeft gezegd:

‘Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem, die Mij gezonden heeft.

‘Indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt, dan of Ik uit Mijzelf spreek’ (Johannes 7:16–17).

Wat betekent het om de leer te kennen? Het is een onwankelbare zekerheid. De Heer heeft een rijke beloning uitgeloofd, maar heeft bepaald dat die alleen te verkrijgen is door te voldoen aan bepaalde vereisten. In dit geval is de beloofde zegening kennis van de goddelijke afkomst van de leer. En in dit geval is de wet of vereiste dat men ‘zijn wil moet doen’. (…)

De leringen uitsluitend passief aanvaarden, leidt niet tot een getuigenis. Uit de losse hand zich maar half aan de eisen houden, leidt niet tot die verzekering, maar volle inzet om zijn geboden na te leven wél.

We zien dat vaak in het leven van kerkleden. Toen ik eens een bezoek aan een ring bracht, zei een lid tegen mij: ‘Ik mijd alle getuigenisdiensten. Ik kan niet tegen de sentimentele, emotionele uitspraken die sommige mensen doen. Ik kan deze leringen alleen maar aanvaarden als ik ze tot in detail op intellectuele, rationele wijze kan bewijzen.’ Ik kende zijn soort al, want ik had al meer mensen zoals hij ontmoet. Geen van hen had zijn uiterste best gedaan om de geboden na te leven. Ze betaalden weinig of geen tiende, kwamen slechts af en toe naar bijeenkomsten, hadden veel kritiek op de leer, de organisaties en de leiders, en we weten heel goed waarom ze onmogelijk een getuigenis konden hebben. Bedenk dat de Heer heeft gezegd:

‘Ik, de Heer, ben gebonden wanneer gij doet wat Ik zeg; maar wanneer gij niet doet wat Ik zeg, hebt gij geen belofte’ (LV 82:10).

Die mensen hebben verzuimd om te ‘doen wat Hij zegt’ en dus hebben ze geen belofte. (…)

Het is niet blinde gehoorzaamheid, maar getrouwe gehoorzaamheid en het omdraaien van sleutels wat de toegang tot de voorraadschuur met geestelijke kennis ontsluit. De Heer discrimineert zijn eigen kinderen niet — het behaagt Hem om ons allemaal de zijnen te noemen en ons te zegenen, als we dat toelaten.8

Wat gaat u met uw getuigenis doen? Houdt u het scherp zoals het mes waarmee onze moeder het vlees sneed? Of laat u het bot worden en roesten? (…) Het lijkt een beetje op een roos. Onthoud hem regen en geef hem een tijdje geen water, wat gebeurt er dan met uw roos? Hij gaat dood. Uw getuigenis gaat dood. Uw liefde gaat dood. Alles moet gevoed worden. U voedt uw lichaam drie keer per dag. De Heer zegt dat u uw getuigenis, uw geest, levend moet houden, dat u ze dagelijks moet voeden. Daarom zegt Hij u elke avond en ochtend te bidden. Daarom zegt Hij u voortdurend te bidden, zodat u die lijn open houdt.9

We moeten deelnemen aan getuigenisdiensten

De getuigenisdienst is misschien wel de beste [kerk]bijeenkomst van de maand, als u de Geest hebt. Als u zich verveelt tijdens de getuigenisdienst, dan is er iets mis met u en niet met de andere mensen. U kunt opstaan en uw getuigenis geven en denken dat het de beste bijeenkomst van de maand is; maar als u er de grammaticafouten gaat zitten tellen en gaat lachen om de man die niet zo goed spreekt, dan verveelt u zich. (…) Vergeet niet: u moet vechten voor een getuigenis. En u moet blijven vechten!

In afdeling 60 van de Leer en Verbonden zegt de Heer: ‘in sommigen heb Ik geen welbehagen, want zij willen hun mond niet opendoen’ (LV 60:2). Wat bedoelt Hij daarmee? Hij zegt dat als zij het niet gebruiken, zij zullen kwijtraken wat Hij hun heeft gegeven. Zij verliezen hun geest. Zij verliezen hun getuigenis. En zo kan iets van onschatbare waarde zomaar uit uw leven verdwijnen.

Elke maand komen de leden van het Eerste Presidium en de Twaalf met alle algemene autoriteiten in de tempel bijeen. Zij geven hun getuigenis en betuigen elkaar hun liefde, net als u allemaal doet. Waarom hebben de algemene autoriteiten een getuigenisdienst nodig? Om dezelfde reden dat u een getuigenisdienst nodig hebt. Denkt u dat u drie, zes, negen of twaalf maanden uw getuigenis niet kunt geven zonder dat het iets aan zijn volledige kracht inboet? (…)

Weet u, dit getuigenis is iets geweldigs, het is heel belangrijk. Elke predikant of priester kan schriftteksten aanhalen en dialogen presenteren. Maar niet elke priester of predikant kan zijn getuigenis geven. Zit nu niet in uw vasten-en-getuigenisdienst uzelf tekort te doen en te denken: ‘Ik denk dat ik vandaag maar niet mijn getuigenis geef. Dat zou waarschijnlijk niet eerlijk zijn tegenover de andere leden want ik heb er al zo veel gelegenheden toe.’ Geef uw getuigenis. Een minuut is lang genoeg.

U hebt een getuigenis! Vanzelfsprekend moet het opgebouwd en uitgebouwd worden, en dat is wat u doet. Elke keer dat u uw getuigenis geeft, wordt het gesterkt.10

Een getuigenis wordt in eenvoudige maar krachtige bewoordingen uitgedrukt

‘Ik weet dat het waar is!’ Dat die paar woorden al miljarden keren zijn gezegd door miljoenen mensen, maakt ze nog niet afgezaagd. We zullen ze nooit verslijten. Ik heb medelijden met mensen die het in andere woorden proberen te verpakken, want er zijn geen woorden als ‘ik weet het’. Er zijn geen woorden die de diepgewortelde gevoelens uit een mensenhart zo kunnen uitdrukken als ‘ik weet het’.11

Sommige van onze fijne leden worden zo bang om iets afgezaagds te zeggen dat ze eromheen draaien en hun getuigenis vermijden door over aanverwante zaken te praten. Maak u nooit zorgen over afgezaagde zinnen in uw getuigenis. Als de president van de kerk zijn getuigenis geeft, zegt hij: ‘Ik weet dat Joseph Smith door God geroepen is, dat hij een vertegenwoordiger van de Heer is. Ik weet dat Jezus de Christus is, de Zoon van de levende God.’ Weet u, iedereen zegt hetzelfde. Dat is een getuigenis. Het raakt nooit versleten, nooit! Zeg de Heer regelmatig hoezeer u Hem liefhebt.

Een getuigenis is geen vermaning; een getuigenis is geen preek (geen van u is er om de anderen te vermanen); en het is ook geen reisverhaal. U bent er om uw getuigenis te geven. Het is verbazend wat u in zestig seconden kunt getuigen, of in 120, of 240, of hoeveel tijd u ook krijgt, als u zich tot uw getuigenis beperkt. We willen graag weten wat u voelt. Hebt u het werk echt lief? Bent u gelukkig in uw werk? Hebt u de Heer lief? Bent u blij dat u lid van de kerk bent?12

Vertel gewoon over uw gevoelens. Dat is het getuigenis. Op het moment dat u tot anderen begint te preken, is uw getuigenis voorbij. Vertel ons gewoon wat u voelt, wat uw verstand en hart en elke vezel van uw lichaam u zeggen.13

In de wetenschap dat ik over niet al te lange tijd, als de natuur zijn loop krijgt, voor de Heer moet staan en rekenschap geven van mijn woorden, voeg ik hier nu mijn eigen plechtige getuigenis aan toe dat God, de eeuwige Vader, en de herrezen Heer, Jezus Christus, zijn verschenen aan de jonge Joseph Smith. Ik getuig dat het Boek van Mormon een vertaling is van een verslag uit de oudheid van volken die eens op [het] westelijk halfrond woonden, waar zij welvarend en machtig werden als ze de geboden van God onderhielden, maar die grotendeels vernietigd werden door verschrikkelijke burgeroorlogen toen ze God vergaten. Dit boek getuigt van de realiteit dat de Heer Jezus Christus, de Heiland en Verlosser van de mens, leeft.

Ik getuig dat het heilig priesterschap, zowel het Aäronisch als het Melchizedeks, met het gezag om in Gods naam te handelen, op aarde is hersteld door Johannes de Doper en Petrus, Jakobus en Johannes; dat er vervolgens andere sleutels en gezag zijn hersteld; en dat de kracht en het gezag van die verschillende gaven heden ten dage onder ons zijn. Daarvan getuig ik plechtig tot allen in mijn gehoor. Ik beloof in de naam van de Heer dat allen die gehoor geven aan onze boodschap en het evangelie aanvaarden en naleven zullen toenemen in geloof en begrip. Zij zullen meer gemoedsrust ervaren, zowel thuis als elders, en zullen door de kracht van de Heilige Geest soortgelijke woorden van getuigenis en waarheid spreken.14

Ideeën voor studie en bespreking

Denk na over deze ideeën terwijl u het hoofdstuk bestudeert of u zich voorbereidt op uw onderwijs. Zie pp. V–IX voor meer informatie.

  • Lees de brief die ouderling Spencer W. Kimball aan zijn zoon Andrew schreef (pp. 78–79) en let op de vergelijking die hij trekt tussen een getuigenis en een tapijt. Uit welke ervaringen en gevoelens bestaan úw ‘gouden draden van getuigenis’? Bedenk wat de Heer voor u heeft gedaan om uw draden van getuigenis tot een tapijt te weven.

  • Wat zou Andrew Kimball aan de brief van zijn vader hebben gehad? Wat voor kansen hebben ouders om hun getuigenis te geven aan hun kinderen? Hoe kunnen we jonge mensen helpen om de geestelijke ingevingen te krijgen en te herkennen die tot een getuigenis leiden?

  • Neem snel de pagina’s 80–84 door en let op woorden en zinsneden waarmee president Kimball beschrijft wat wij moeten doen om ons getuigenis te krijgen en te sterken. Als iemand meent dat zijn getuigenis wankelt, wat kan hij dan doen?

  • Bestudeer president Kimballs opmerkingen over de vasten-en-getuigenisdienst (pp. 84–85). Waarom zouden we die diensten houden? Waarom wordt ons getuigenis sterker als we het geven? Wat kunnen we doen om ervoor te zorgen dat de vasten-en-getuigenisdienst een van de beste bijeenkomsten van de maand is?

  • Lees president Kimballs uitspraken over de manier waarop we ons getuigenis moeten geven (pp. 85–87). Waarom zijn de woorden ‘Ik weet het’ zo krachtig?

Relevante teksten: 1 Korintiërs 12:3; 1 Petrus 3:15; Alma 5:45–46; Moroni 10:4–7; LV 42:61; 62:3

Noten

  1. Brief van Spencer W. Kimball aan Andrew E. Kimball, 1947; uit de privéverzameling van Andrew E. Kimball.

  2. ‘President Kimball Speaks Out on Testimony’, New Era, augustus 1981, p. 4.

  3. Testimony (1980), verzameld door H. Stephen Stoker en Joseph C. Muren, pp. 167–168.

  4. Faith Precedes the Miracle (1972), p. 14.

  5. ‘The Significance of Miracles in the Church Today’, Instructor, december 1959, p. 396.

  6. ‘Absolute Truth’, Ensign, september 1978, pp. 7–8.

  7. Faith Precedes the Miracle, pp. 13–14.

  8. New Era, augustus 1981, pp. 4, 6–7.

  9. The Teachings of Spencer W. Kimball, onder redactie van Edward L. Kimball (1982), pp. 141–142.

  10. New Era, augustus 1981, pp. 6–7.

  11. The Teachings of Spencer W. Kimball, p. 141.

  12. New Era, augustus 1981, p. 6.

  13. Stoker en Muren, Testimony, p. 139.

  14. Conference Report, april 1980, p. 78; of Ensign, mei 1980, p. 54.