2010–2019
Bekering: een vreugdevolle keuze
Voetnoten

Hide Footnotes

Thema

Bekering: een vreugdevolle keuze

Bekering is niet alleen mogelijk, maar ook vreugdevol dankzij onze Heiland.

Geliefde broeders en zusters, toen ik twaalf was, woonde ik met mijn familie in Göteborg, een kustplaats in het zuiden van Zweden. Het was bijvoorbeeld de woonplaats van onze geliefde medewerker, ouderling Per G. Malm,1 die in juli is overleden. Wij missen hem. We zijn dankbaar voor zijn voortreffelijkheid en zijn edele dienstbetoon en voor het voorbeeld van zijn in alle opzichten beminnelijke familie. En we bidden dat zij met Gods overvloedigste zegeningen mogen worden gezegend.

Vijftig jaar geleden woonden wij de kerkdiensten bij in een grote, gerenoveerde woning. Op zekere zondag begroette mijn vriend Steffan,2 die buiten mij de enige andere diaken in de gemeente was, mij met enige bravoure. Wij begaven ons naar de aangrenzende ruimte naast de kapel en hij haalde een grote voetzoeker en enkele lucifers tevoorschijn. Met jeugdige overmoed pakte ik het vuurwerk en stak de lange, grijze lont aan. Ik was van plan de lont te doven voordat die zou zijn opgebrand. Maar toen ik dat probeerde, brandde ik mijn vingers en liet ik het vuurwerk vallen. Steffan en ik keken met afgrijzen toe hoe de lont verder brandde.

Het vuurwerk knalde en een zwavelgeur vulde het vertrek en de kapel. Wij verzamelden snel de resten van de voetzoeker en openden de ramen om de geur te verdrijven in de naïeve veronderstelling dat niemand het zou merken. Gelukkig was er niemand gewond geraakt en was er geen schade.

Toen de leden de kapel binnenkwamen, merkten ze de doordringende geur op. Die was niet te missen. De geur deed afbreuk aan het heilige karakter van de dienst. Omdat er maar zo weinig Aäronische-priesterschapsdragers waren — en in een vlaag van wat ik alleen dissociatief denken kan noemen — diende ik het avondmaal rond, maar ik voelde me niet waardig genoeg om eraan deel te nemen. Toen de avondmaalsschaal aan mij werd aangeboden, nam ik noch van het brood of het water. Ik voelde me verschrikkelijk. Ik schaamde me en wist dat God niet blij was met wat ik had gedaan.

Na de dienst vroeg de gemeentepresident, Frank Lindberg, een nette, oudere man met zilvergrijs haar me naar zijn kantoor te komen. Nadat ik was gaan zitten, keek hij vriendelijk naar me en zei dat hij had gezien dat ik niet aan het avondmaal had deelgenomen. Hij vroeg waarom niet. Ik vermoedde dat hij wist waarom niet. Ik was zeker dat iedereen wist wat ik gedaan had. Nadat ik het hem had verteld, vroeg hij hoe ik me voelde. Door mijn tranen heen zei ik hem met horten en stoten dat het me speet en dat ik wist dat ik God had teleurgesteld.

President Lindberg opende een versleten exemplaar van de Leer en Verbonden en vroeg me enkele onderstreepte verzen te lezen. Ik las het volgende voor:

‘Zie, wie zich van zijn zonden bekeerd heeft, die ontvangt vergeving, en Ik, de Heer, denk er niet meer aan.

Hierdoor zult gij weten of iemand zich van zijn zonden bekeert — zie, hij zal ze belijden en ze verzaken.’3

De mededogende glimlach van President Lindberg, die ik zag toen ik na het lezen opkeek, zal me altijd bijblijven. Met enige emotie zei hij me dat naar zijn gevoel het in orde was als ik weer aan het avondmaal deelnam. Ik voelde onbeschrijflijke vreugde toen ik zijn kantoor verliet.

Zo’n vreugde is een van de inherente gevolgen van bekering. Het woord bekeren duidt op ‘achteraf inzien’ en houdt ‘verandering’ in.4 Het Zweedse woord is omvänd, wat gewoon betekent ‘zich omkeren’.5 De christelijke schrijver C. S. Lewis heeft over de noodzaak van en de methode voor verandering geschreven. Hij merkt op dat bekering impliceert ‘terug op de goede weg gezet worden. Een foute som kan worden verbeterd,’ zegt hij, ‘maar alleen door terug te gaan tot u de fout vindt en dan vandaar opnieuw te beginnen, nooit door gewoon door te gaan.’6 Ons gedrag aanpassen en naar de ‘goede weg’ terugkeren maken deel uit van bekering, maar zijn er slechts een deel van. Ware bekering houdt ook in ons hart en onze wil tot God wenden en de zonde verzaken.7 Zoals in Ezechiël wordt uitgelegd, betekent bekering dat iemand ‘zich van [de] zonde bekeert, […] gerechtigheid doet: […] het onderpand teruggeeft, [en] wandelt overeenkomstig de verordeningen van het leven zonder onrecht te doen.’8

Maar zelfs dit is een onvolledige beschrijving. Het benoemt niet de macht die bekering mogelijk maakt: het zoenoffer van onze Heiland. Echte bekering moet gepaard gaan met geloof in de Heer Jezus Christus, geloof dat Hij ons kan veranderen, geloof dat Hij ons kan vergeven en geloof dat Hij ons zal helpen verdere misstappen te vermijden. Zo’n geloof laat zijn verzoening effect hebben in ons leven. Als we ‘achteraf inzien’ en ‘ons omkeren’ met de hulp van de Heiland, kunnen we hoop hebben op zijn beloften en de vreugde van vergiffenis. Zonder de Verlosser vervliegen de inherente hoop en vreugde, en wordt bekering slechts een povere gedragsaanpassing. Maar door geloof in Hem te oefenen, worden we tot zijn vermogen en bereidheid te vergeven bekeerd.

President Boyd K. Packer bevestigde de hoopvolle beloften van bekering tijdens zijn laatste algemene conferentie in april 2015. Hij beschreef de genezende kracht van Jezus’ verzoening in wat ik beschouw als het distillaat van de wijsheid die hij in een halve eeuw als apostel had opgedaan. President Packer zei: ‘De verzoening laat geen sporen na. Wat het herstelt, is hersteld. … Het geneest gewoon en wat het geneest, blijft genezen.’9

Hij vervolgde:

‘De verzoening, die ieder van ons kan herwinnen, kent geen littekens. Dat houdt in dat zijn belofte was dat [de Heiland], mits we ons oprecht bekeren, verzoening zou brengen, ongeacht wat we ook gedaan hebben, waar we ook zijn geweest of hoe iets ook gebeurd is. En met zijn verzoening werd die schuld vereffend. […]

‘ De verzoening [kan] iedere smet […] schoonwassen, hoe hardnekkig ook, hoe lang of hoe vaak die ook herhaald is.’10

De reikwijdte van de verzoening van de Heiland is onbeperkt in breedte en diepte, voor u en voor mij. Maar ze zal ons nooit opgelegd worden. Zoals de profeet Lehi heeft verklaard, als we ‘voldoende onderricht’ zijn om ‘goed van kwaad te onderscheiden’,11 zijn wij ‘vrij om vrijheid en eeuwig leven te kiezen door de grote Middelaar van alle mensen, of om gevangenschap en dood te kiezen’.12 Anders gezegd: bekering is een keuze.

Wij kunnen andere keuzes maken en doen dat soms. Zulke keuzes lijken op zich misschien niet verkeerd, maar ze houden ons van oprecht berouw af en verhinderen daarmee ons streven naar echte bekering. Wij kunnen bijvoorbeeld anderen de schuld geven. Als twaalfjarige in Göteborg had ik Steffan de schuld kunnen geven. Hij was het tenslotte die het vuurwerk en de lucifers mee naar de kerk had gebracht. Maar door anderen de schuld te geven, zelfs als het terecht is, praten we ons eigen gedrag goed. Als we dat doen, schuiven we de verantwoordelijkheid voor onze daden op anderen af. Als de verantwoordelijkheid is afgeschoven, worden de noodzaak en ons vermogen om zelf iets te doen minder. We maken van onszelf een ongelukkig slachtoffer in plaats van iemand die zelfstandig kan handelen.13

Een andere keuze die bekering in de weg staat is onze fouten bagatelliseren. In het vuurwerkincident van Göteborg raakte niemand gewond, er was geen permanente schade en de dienst kon doorgaan. Het zou makkelijk zijn geweest te zeggen dat er geen reden was om me te bekeren. Maar onze fouten bagatelliseren, zelfs als er geen onmiddellijke gevolgen zichtbaar zijn, neemt de motivatie voor verandering weg. Met deze denkwijze zien we niet in dat onze fouten en onze zonden eeuwige gevolgen hebben.

Nog een andere insteek is te denken dat onze zonden niet van belang zijn omdat ongeacht wat we doen God van ons houdt. Het is verleidelijk te geloven wat de bedrieglijke Nehor de mensen in Zarahemla leerde: ‘Dat het gehele mensdom ten laatsten dage behouden zou worden, en dat zij niet behoefden te vrezen of te sidderen […] en uiteindelijk […] alle mensen het eeuwige leven [zouden] hebben.’14 Maar deze verleidelijke gedachte is niet waar. God heeft ons zeker lief. Maar wat we doen is van belang voor Hem en voor ons. Hij heeft duidelijke richtlijnen gegeven over hoe we ons moeten gedragen. Wij noemen die richtlijnen geboden. Zijn goedkeuring en ons eeuwig leven hangen af van ons gedrag, waaronder onze bereidwilligheid om nederig naar ware bekering te streven.15

Daarnaast, als we ervoor kiezen God van zijn geboden te scheiden, bekeren we ons niet echt. Immers, als het avondmaal niet heilig was, zou het niet uitmaken dat de geur van het vuurwerk de avondmaalsdienst in Göteborg verstoorde. We moeten oppassen dat we zondig gedrag niet bagatelliseren door de goddelijke oorsprong van de geboden te ondermijnen of weg te wuiven. Ware bekering vereist dat we de goddelijke natuur van de Heiland en de waarheid van zijn werk in de laatste dagen erkennen.

Laat ons voor bekering kiezen in plaats van excuses te verzinnen. Door bekering kunnen we, zoals de verloren zoon in de gelijkenis,16 tot onszelf komen en nadenken over het eeuwige belang van onze daden. Als we begrijpen hoe onze zonden ons eeuwig geluk kunnen beïnvloeden, worden we niet alleen oprecht berouwvol maar streven we er ook naar betere mensen te worden. Als we voor verleiding komen te staan, gaan we ons, naar de woorden van William Shakespeare, eerder afvragen:

Wat win ik, als ik krijg waar ik om smeek?

Een droom, een zucht, wat vluchtig vertier.

Wie koopt er een minuut gelach en klaagt dan een hele week,

Of geeft de eeuwigheid op voor kort plezier?17

Als we de eeuwigheid uit het oog hebben verloren voor wat kort plezier, kunnen we ervoor kiezen ons te bekeren. Vanwege de verzoening van Jezus Christus krijgen we nog een kans. Metaforisch gesproken, kunnen we het kort plezier dat we eerst zo onbezonnen gekocht hebben, inruilen en opnieuw de hoop op de eeuwigheid ontvangen. Zoals de Heiland heeft gezegd: ‘Want ziet, de Here, uw Verlosser onderging de dood in het vlees; aldus leed Hij de pijnen van alle mensen, opdat alle mensen zich mochten bekeren en tot Hem komen.’18

Jezus Christus kan zonden vergeven, omdat Hij de prijs voor onze zonden heeft voldaan.19

Onze Heiland kiest ervoor om zonden te vergeven door zijn weergaloze mededogen, barmhartigheid en liefde.

Onze Heiland wil ons vergiffenis schenken, omdat dat een van zijn goddelijke eigenschappen is.

En, zoals de Goede Herder die Hij is, is Hij blij als we ervoor kiezen ons te bekeren.20

Zelfs als we droefheid naar Gods wil voor onze daden voelen,21 wanneer we ervoor kiezen ons te bekeren, nodigen we onmiddellijk de Heiland in ons leven uit. Zoals Amulek heeft onderwezen: ‘Treedt naar voren en verstokt uw hart niet langer; want zie, het is nu de tijd en de dag van uw behoudenis; en daarom, indien u zich bekeert en uw hart niet verstokt, zal het grote verlossingsplan onmiddellijk op u worden toegepast.’22 Wij kunnen droefheid naar Gods wil voor onze daden voelen en, tegelijkertijd, de vreugde voelen vanwege de hulp die de Heiland ons geeft.

Het feit dat we ons kunnen bekeren is het goede nieuws van het evangelie!23 Onze schuld kan worden ‘weggevaagd’.24 We kunnen met vreugde vervuld zijn, vergeving van onze zonden ontvangen en ‘gemoedsrust’ hebben.25 We kunnen bevrijd worden van gevoelens van wanhoop en de slavernij van de zonde. We kunnen met het wonderbare licht Gods gevuld worden en ‘niet langer gepijnigd’ worden.26 Bekering is niet alleen mogelijk, maar ook vreugdevol dankzij onze Heiland. Ik herinner me nog steeds de gevoelens die me overspoelden in het kantoor van de gemeentepresident na het vuurwerkincident. Ik wist dat ik vergiffenis had ontvangen. Mijn schuldgevoelens verdwenen, mijn sombere stemming sloeg om en mijn hart werd verlicht.

Broeders en zusters, nu we deze conferentie beëindigen, nodig ik u uit meer vreugde in uw leven te voelen: vreugde in de kennis dat Jezus Christus de verzoening tot stand heeft gebracht; vreugde in het vermogen, de bereidheid en het verlangen van onze Heiland om te vergeven; en vreugde in de keuze voor bekering. Laten we gehoor geven aan de oproep van onze Heiland om ‘met vreugde water [te] scheppen uit de bronnen van het heil’.27 Mogen we ervoor kiezen ons te bekeren, onze zonden te verzaken, en met ons hart en verstand omkeren om onze Heiland te volgen. Ik getuig dat Hij werkelijk leeft. Ik ben getuige en herhaaldelijk ontvanger van zijn weergaloze mededogen, barmhartigheid en liefde. Dat de verlossende zegeningen van zijn verzoening nu de uwe mogen worden — en opnieuw en opnieuw en opnieuw tijdens uw leven,28 zoals dat in mijn leven is gebeurd. In de naam van Jezus Christus. Amen.