Zodat ook hij sterk kan worden
    Footnotes

    Zodat ook hij sterk kan worden

    Ik bid dat we de oproep om anderen te verheffen en op heerlijk werk voor te bereiden, zullen beantwoorden.

    Ik voel me gezegend dat ik deze bijeenkomst van de priesterschap van God mag bijwonen. De toewijding, het geloof en het onzelfzuchtig dienstbetoon van al deze mannen en jongens zijn een hedendaags wonder. Ik richt mij vanavond tot priesterschapsdragers, jong en oud, die zich vol overgave en eensgezind richten op het dienen van de Heer Jezus Christus.

    De Heer schenkt zijn macht aan broeders in om het even welk priesterschapsambt die hun priesterschapsplichten goed uitvoeren.

    Toen Wilford Woodruff president van de kerk was, heeft hij als volgt over zijn ervaring in de ambten van het priesterschap gesproken:

    ‘De eerste preek die ik ooit gehoord heb, hoorde ik in deze kerk. De dag daarop liet ik me dopen. […] Ik werd tot leraar geordend. Mijn zending begon onmiddellijk. […] Ik heb die hele zending als leraar vervuld. […] In de conferentie werd ik tot priester geordend. […] Na mijn ordening tot priester werd ik […] naar de zuidelijke staten op zending gestuurd. Dat was in het najaar van 1834. Ik had een collega, en we vertrokken zonder beurs of reiszak. Ik legde vele kilometers alleen af en verkondigde het evangelie, en ik doopte een aantal mensen die ik niet als lid van de kerk kon bevestigen omdat ik slechts priester was. […] Ik reisde een tijd en verkondigde het evangelie voordat ik tot ouderling geordend werd. […]

    ‘[Nu] ben ik zo’n 54 jaar lid van het Quorum der Twaalf Apostelen. Ik heb zestig jaar met dat en andere quorums rondgereisd; en ik wil dat u weet dat de macht van God me als leraar, en vooral als priester, in de wijngaard van de Heer evenveel gesteund heeft als tijdens mijn jaren als apostel. Zolang we onze plicht vervullen, maakt dat geen verschil.’1

    Dat de Heer het Aäronisch priesterschap omschrijft als een ‘toevoeging’ aan het Melchizedeks priesterschap onderstreept de geweldige geestelijke idee dat er soms geen verschil is.2 Het woord toevoeging betekent immers dat ze met elkaar verbonden zijn. Voor de kracht en de zegen die het priesterschap in deze wereld en in de eeuwigheid kan betekenen, is dat verband belangrijk. Want het priesterschap is ‘zonder begin van dagen of einde van jaren’.3

    Het verband is eenvoudig. Het Aäronisch priesterschap bereidt jongemannen op een nog heiligere taak voor.

    ‘De macht en het gezag van het hogere of Melchizedeks priesterschap bestaat in het dragen van de sleutels van alle geestelijke zegeningen van de kerk —

    ‘het voorrecht te hebben om de verborgenheden van het koninkrijk van de hemel te ontvangen, de hemelen voor zich geopend te hebben, deel te hebben aan de algemene samenkomst en kerk van de Eerstgeborene, en de gemeenschap en tegenwoordigheid te genieten van God de Vader, en Jezus, de Middelaar van het nieuwe verbond.’4

    Al die priesterschapssleutels worden altijd slechts door één man tegelijk gebruikt, namelijk de president en presiderende hogepriester van de kerk van de Heer. Vervolgens kan iedere Melchizedeks-priesterschapsdrager, op grond van gezagsdelegatie door de president, begiftigd worden met het gezag en het voorrecht om in de naam van de Almachtige te spreken en handelen. Die macht is onbegrensd. Ze betreft leven en dood, gezin en kerk, en het geweldige wezen van God zelf en van zijn eeuwig werk.

    De Heer bereidt de Aäronisch-priesterschapsdrager voor om een ouderling te worden die met geloof, macht en dankbaarheid in dat heerlijke Melchizedeks priesterschap dient.

    Grote dankbaarheid is voor u, ouderlingen, van essentieel belang om uw taak in het priesterschapswerk goed te kunnen uitvoeren. U herinnert zich vast nog wel uw dagen als diaken, leraar of priester toen zij die het hogere priesterschap droegen u de hand reikten op uw pad als priesterschapsdrager om u te verheffen en aan te moedigen.

    Iedere Melchizedeks-priesterschapsdrager heeft zulke herinneringen, maar de dankbaarheid is met de jaren misschien vervlogen. Ik hoop dat ik dat gevoel weer bij u kan aanwakkeren en dat u zult besluiten om uw uiterste best te doen om anderen de hulp te geven die u ontvangen hebt.

    Ik herinner me een bisschop die me behandelde alsof ik mijn volle potentieel in priesterschapsmacht al bereikt had. Toen ik priester was, belde hij me op een zondag op. Hij zei dat hij me nodig had om samen enkele leden van de wijk te gaan bezoeken. Hij gaf me het gevoel dat alleen ik die missie tot een goed einde kon brengen. Hij had me niet echt nodig. Hij had uitstekende raadgevers in de bisschap.

    We bezochten een arme, hongerige weduwe. Hij wilde dat ik hem hielp om tot haar hart door te dringen, haar zover te krijgen dat ze een budget ging opstellen en gebruiken, en haar te beloven dat ze niet alleen haar eigen situatie kon verbeteren, maar ook anderen kon helpen.

    Vervolgens gingen we twee meisjes in een moeilijke situatie troosten. Toen we weggingen, zei de bisschop stilletjes: ‘Die kinderen zullen ons bezoek nooit vergeten.’

    Bij het volgende huis zag ik hoe ik een minderactieve man kon uitnodigen om terug tot de Heer te komen door hem ervan te overtuigen dat de leden van de wijk hem nodig hadden.

    Die bisschop was een Melchizedeks-priesterschapsdrager die me mijn potentieel liet inzien en me door zijn voorbeeld inspireerde. Hij bracht me de kracht en de moed bij om in dienst van de Heer overal heen te gaan. Hij is lang geleden overleden en heeft zijn eeuwige beloning ontvangen, maar ik denk nog steeds aan hem omdat hij de moeite nam een onervaren Aäronisch-priesterschapsdrager tot ontplooiing te brengen. Later kwam ik te weten dat hij mij op mijn toekomstig priesterschapspad met grotere taken had gezien, taken die ik me toen niet kon voorstellen.

    Mijn vader heeft hetzelfde voor me gedaan. Hij was een ervaren en wijze Melchizedeks-priesterschapsdrager. Een apostel vroeg hem op zekere dag een korte nota over het wetenschappelijk bewijs voor de leeftijd van de aarde te schrijven. Hij schreef die zorgvuldig, omdat hij wist dat sommige lezers ervan overtuigd waren dat de aarde veel jonger was dan het wetenschappelijk bewijs aangaf.

    Ik weet nog dat mijn vader me de nota gaf en zei: ‘Hal, jij hebt de geestelijke wijsheid om te weten of ik dit naar de apostelen en profeten kan sturen.’ Ik kan me amper herinneren wat er in die verhandeling stond, maar ik zal altijd dankbaar blijven voor die grote Melchizedeks-priesterschapsdrager die in mij een geestelijke wijsheid zag die ik niet kon zien.

    Toen ik enkele jaren later tot apostel geordend was, belde de profeet van God me op en vroeg me om iets te lezen wat over de leer van de kerk geschreven was. Hij had die avond meerdere hoofdstukken in een boek gelezen. Hij zei met een kwinkslag: ‘Ik krijg het onmogelijk helemaal uit. Jij hoort niet te rusten terwijl ik werk.’ En vervolgens sprak hij bijna dezelfde woorden die ik mijn vader jaren eerder had horen zeggen: ‘Hal, jij bent diegene die dit moet lezen. Jij weet precies of het voor publicatie in aanmerking komt.’

    Datzelfde patroon waarbij een Melchizedeks-priesterschapsdrager iemand vleugels geeft en vertrouwen inspreekt, zag ik tijdens een toesprakenfestival onder auspiciën van de kerk. Ik was zeventien en men vroeg mij om een groot publiek toe te spreken. Ik had geen idee wat er van me verwacht werd. Ik had geen onderwerp gekregen, wat ertoe leidde dat ik een evangelietoespraak voorbereidde die veel te hoog gegrepen was. Tijdens mijn toespraak besefte ik dat ik een fout gemaakt had. Ik weet nog dat het na afloop voelde alsof ik gefaald had.

    De volgende en slotspreker was ouderling Matthew Cowley van het Quorum der Twaalf Apostelen. Hij was een begaafd spreker en geliefd in heel de kerk. Ik weet nog dat ik vanaf mijn zitplaats naast het spreekgestoelte naar hem opkeek.

    Hij sprak met krachtige stem. Hij zei dat mijn toespraak hem het gevoel gegeven had dat hij een belangrijke conferentie bijwoonde. Hij glimlachte bij die woorden. Mijn faalgevoel maakte plaats voor het vertrouwen dat ik op een dag die persoon zou worden die hij dacht dat ik al was.

    De herinnering aan die avond zet me ertoe aan om goed te luisteren als er een Aäronisch-priesterschapsdrager spreekt. Door wat ouderling Cowley voor mij gedaan heeft, verwacht ik altijd dat ik het woord van God zal horen. Ik ben zelden teleurgesteld en vaak verbaasd, en ik moet dan, net als ouderling Cowley, glimlachen.

    Veel dingen kunnen onze jongere broeders in het priesterschap sterken, maar niets is krachtiger dan als wij hen helpen om het geloof en vertrouwen te ontwikkelen dat ze in hun priesterschapswerk een beroep op de macht van God kunnen doen.

    Een enkele verheffende ervaring met zelfs de meest begaafde Melchizedeks-priesterschapsdrager is niet voldoende om dat geloof en vertrouwen in stand te houden. Het is pas door vele uitingen van vertrouwen van ervaren priesterschapsdragers dat het vermogen om een beroep op die machten te doen, ontwikkeld wordt.

    De Aäronisch-priesterschapsdragers hebben ook elke dag en zelfs elk uur bemoediging en bijsturing van de Heer nodig door zijn Heilige Geest. Die zal hen helpen als ze zijn gezelschap waardig blijven. Dat hangt af van de keuzes die ze maken.

    Daarom moeten we door ons voorbeeld en getuigenis onderwijzen dat de woorden van de grote Melchizedekse-priesterschapsleider koning Benjamin waar zijn.5 Het zijn liefdevolle woorden die in de naam van de Heer, van wie dit priesterschap is, gesproken werden. Koning Benjamin leert ons wat we moeten doen om rein te blijven zodat we de bemoediging en bijsturing van de Heer kunnen ontvangen:

    ‘En ten slotte, ik kan u niet alle manieren vertellen waarop gij zonde kunt begaan, want er zijn allerlei wegen en wijzen, ja, zovele dat ik ze niet tellen kan.

    ‘Maar dit kan ik u wél zeggen, dat indien gij niet op uzelf let, en op uw gedachten en op uw woorden en op uw daden, en de geboden Gods niet onderhoudt, en niet volhardt in het geloof in hetgeen gij hebt gehoord over de komst van onze Heer, ja, tot het einde van uw leven, dan moet gij verloren gaan. En nu, o mens, denk hieraan en ga niet verloren.’6

    We weten allemaal dat de vijand van rechtschapenheid zijn vurige pijlen als een zware storm op onze jonge, geliefde priesterschapsdragers afvuurt. Ze zijn als de jeugdige krijgers die zichzelf de zonen van Helaman noemden. Ze kunnen net als die jonge strijders overleven als ze op zichzelf letten, zoals koning Benjamin hen aanspoort.

    De zonen van Helaman twijfelden niet. Ze vochten moedig en zegevierden omdat ze in de woorden van hun moeders geloofden.7 We begrijpen de macht van het geloof van een liefhebbende moeder. Ook in deze tijd geven moeders hun zonen die steun. Aan die steun kunnen en moeten wij, priesterschapsdragers, onze vastberadenheid toevoegen en gehoor geven aan de oproep om, na onze eigen bekering, omlaag te reiken en onze broeders te sterken.8

    Ik bid dat iedere Melchizedeks-priesterschapsdrager de mogelijkheid die de Heer biedt, zal aangrijpen:

    ‘En indien iemand onder u sterk is in de Geest, laat hij dan diegene meenemen die zwak is, opdat deze in alle zachtmoedigheid zal worden opgebouwd, zodat ook hij sterk kan worden.

    ‘Welnu, neemt diegenen mee die tot het lagere priesterschap zijn geordend en zendt hen voor u uit om afspraken te maken en de weg te bereiden en afspraken na te komen die u niet zelf kunt nakomen.

    ‘Zie, dit is de wijze waarop mijn apostelen in de dagen vanouds mijn kerk voor Mij opbouwden.’9

    U, priesterschapsleiders en vaders van Aäronisch-priesterschapsdragers, kunt wonderen verrichten. U kunt de Heer helpen om de gelederen van getrouwe ouderlingen te versterken met jongemannen die de oproep ter harte nemen om het evangelie met vertrouwen te prediken. U zult zien dat velen die u verheft en bemoedigt getrouw blijven, in de tempel huwen en op hun beurt anderen verheffen en voorbereiden.

    Dat vergt geen nieuwe activiteitenprogramma’s, verbeterd lesmateriaal of betere sociale media. Het vergt geen roeping buiten de roeping die u al hebt. De eed en het verbond van het priesterschap geven u macht, gezag en leiding. Ik bid dat u naar huis zult gaan en de eed en het verbond van het priesterschap in Leer en Verbonden 84 zorgvuldig zult bestuderen.

    We hopen allemaal dat meer jongemannen ervaringen zullen hebben zoals die van Wilford Woodruff die het evangelie van Jezus Christus met bekeringskracht verkondigde.

    Ik bid dat we de oproep om anderen te verheffen en op heerlijk werk voor te bereiden, zullen beantwoorden. Ik ben de geweldige mensen die mij het pad omhoog wezen en mij lieten zien hoe ik anderen kan liefhebben en verheffen ontzettend dankbaar.

    Ik getuig dat president Thomas S. Monson nu alle sleutels van het priesterschap op aarde bezit. Ik getuig dat hij door zijn hele leven dienstbaar te zijn een voorbeeld voor ons allen is hoe we als Melchizedeks-priesterschapsdrager anderen kunnen verheffen. Ik ben dankbaar voor de manier waarop hij mij verheft en me toont hoe ik anderen moet verheffen.

    God de Vader leeft. Jezus is de Christus. Dit is zijn kerk en koninkrijk. Dit is zijn priesterschap. Ik ben dit zelf door de macht van de Heilige Geest te weten gekomen. In de naam van de Heer Jezus Christus. Amen.