Leringen van kerkpresidenten
Hoofdstuk 8: De Heilige Geest


Hoofdstuk 8

De Heilige Geest

De Heilige Geest getuigt van de Vader en de Zoon en is een betrouwbare gids in alle waarheid.

Uit het leven van Joseph F. Smith

Tijdens de algemene aprilconferentie van 1854 riep president Brigham Young Joseph F. Smith op zending naar de Sandwich-eilanden (Hawaii). Joseph was nog maar net vijftien jaar. Zijn moeder was kort daarvoor overleden, waardoor hij wees geworden was. In zijn dagboek is vanaf die tijd te lezen dat hij leerde om voor troost en leiding op de Heilige Geest te vertrouwen.

Op 8 februari 1856 schreef hij het volgende toen hij tot de heiligen in Hawaii gesproken had: cEr manifesteerde zich een aanzienlijke uitstorting van de Geest.’ Op 19 maart 1856 schreef hij na een andere spreekbeurt: ‘Voor de eerste keer werden [de heiligen] tot tranen toe bewogen.’ Op 30 maart schreef hij: ‘Vervolgens stond ik op en trachtte te spreken, maar ik werd overweldigd door tranen. (…) De heiligen deelden vervolgens een korte maar krachtige tranenregen met mij.’ Uit zijn dagboek blijkt dat hij op 29 juni van dat jaar de volle kracht van zijn bediening begon te voelen: ‘De Geest van God was de hele dag bij ons. (…) ik raakte er verheugd door, want de Geest getuigde tot mij van het werk van de Heer.’1

Toen Joseph F. Smith later lid was van het Quorum der Twaalf, zei hij: ‘Op mijn eerste zending begon ik zelf iets te leren; tot dan toe had ik het getuigenis geloofd van de dienstknechten van God die ik had horen spreken en prediken, en tevens de lering die ik ontving van een uiterst lieve en hartelijke moeder, alsmede wat ik begreep door het lezen van het Boek van Mormon, de Leer en Verbonden en de Bijbel. Maar in het zendingsveld, waar ik ernstig gewerkt heb, begon ik door de inspiratie van de Heilige Geest beter te begrijpen wat ik gelezen en geleerd had, waardoor ze in mijn gedachten vaststaande feiten werden waarvan ik net zo absoluut zeker was als van mijn eigen bestaan.’2

Leringen van Joseph F. Smith

De gave van de Heilige Geest is een blijvende getuige

De Heilige Geest is een geestpersoon. Hij is de derde persoon in de Drie-eenheid, de Godheid. De gave of presentatie van de Heilige Geest is de gezagsdaad van het verlenen van de Heilige Geest aan de mens. De Heilige Geest kan in persoon de mens bezoeken en zal hen bezoeken die goed leven, en zal tot hun geest getuigen van God en Christus, maar zal niet altijd bij hen blijven [zie LV 130:22–23].3

‘De gave van de Heilige Geest’ is een bijzondere zegen die verzegeld wordt op mensen die zich bekeerd hebben, zich hebben laten dopen en in Jezus Christus geloven, en hij is een ‘blijvende getuige’. De Geest van God kan als tijdelijke invloed gevoeld worden waardoor de mens voor speciale doeleinden en bij speciale gelegenheden goddelijk licht en goddelijke macht ontvangt. Maar de gave van de Heilige Geest, die (…) verleend wordt in de bevestiging, is een blijvende getuige en een hogere gave.4

Hoe verkrijgen wij de Heilige Geest? De methode of manier is duidelijk aangegeven. Er wordt ons gezegd geloof te hebben in God, te geloven dat Hij bestaat, en dat Hij de Beloner is van allen die Hem ijverig zoeken. Verder moeten we ons bekeren van onze zonden, onze hartstochten, dwaasheden en ongepastheden beteugelen; deugdzaam, eerlijk en oprecht zijn in al onze handelingen met elkaar, en een verbond met God aangaan dat we van die tijd af aan de beginselen van de waarheid zullen volgen en de geboden zullen onderhouden die Hij ons heeft gegeven. Vervolgens moeten we gedoopt worden voor de vergeving van onze zonden, door iemand die daartoe het gezag bezit. En is aan die verordening van het evangelie voldaan, dan kunnen we de gave van de Heilige Geest ontvangen door de oplegging van handen door hen die bekleed zijn met het gezag van het priesterschap. En zo kunnen de Geest en macht van God - de Trooster - in ons als een waterbron zijn die ontspringt tot het eeuwige leven. Hij zal getuigen van de Vader, getuigen van Jezus en ‘nemen van de dingen van de Vader en ze aan ons openbaren’, ons geloof bevestigen, ons vestigen in de waarheid, opdat wij niet meer heen en weer geslingerd worden door allerlei wind van leer, maar zullen ‘van deze leer weten’ of zij van God komt of van de mens [zie Efeziërs 4:14; Johannes 7:17] .5

De Heilige Geest, die getuigenis geeft van de Vader en de Zoon, die de aangelegenheden van de Vader neemt en ze aan de mens toont, die getuigt van Jezus Christus en van de immer levende God, de Vader van Jezus Christus, en die van de waarheid getuigt - die Geest, die Intelligentie, wordt pas aan alle mensen gegeven als zij zich bekeren van hun zonden en een toestand bereiken waarin zij goed genoeg leven volgens de Heer [zie 3 Nephi 28:11]. Dan ontvangen zij de Heilige Geest door de oplegging van handen door hen die van God het gezag hebben gekregen om de mensenkinderen de handen op het hoofd te leggen.6

De presentatie of ‘gave’ van de Heilige Geest bevestigt eenvoudigweg het recht op een mens om te allen tijde, als hij daar goed genoeg voor leeft en het verlangt, de macht en het licht der waarheid van de Heilige Geest te ontvangen, hoewel hij vaak ook aan zijn eigen geest en oordeel kan worden overgelaten.7

De Heilige Geest is een lamp die ons op onze tocht bijlicht

De functie van de Heilige Geest is om getuigenis te geven van Christus en de gelovige een bevestiging te geven van de waarheid door hem in herinnering te brengen wat er is gebeurd en hem zaken te tonen uit het heden en de toekomst. ‘Maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb’ [Johannes 14:26]. Hij ‘zal […] u de weg wijzen tot de volle waarheid’ [Johannes 16:13].8

Het is de plicht van de heiligen der laatste dagen om hun kinderen te onderwijzen (…) in de noodzaak om de gave van de Heilige Geest door de oplegging van handen te ontvangen, waardoor zij tot alle waarheid geleid zullen worden en hun zaken uit het verleden en de toekomst zal openbaren, en hen zaken uit het heden duidelijker zal tonen opdat zij de waarheid mogen begrijpen, en dat zij in het licht mogen wandelen net als Christus in het licht is; opdat zij omgang met Hem mogen hebben dat zijn bloed hen van alle zonde mag reinigen.9

Er is een koers voor ons uitgezet om te volgen - het is het enge en nauwe pad dat terugleidt naar de tegenwoordigheid van God; de lamp die ons op onze tocht bijlicht, is de Heilige Geest, die we ontvangen hebben bij of na onze wedergeboorte. Als wij wankelen en een zijpad nemen, zal onze lamp dimmen en uiteindelijk uitgaan, op welk moment de Trooster, de bron van openbaring, ons zal verlaten en duisternis zijn plaats zal innemen; hoe dicht zal dan dat duister zijn! In verhouding tot het licht dat wij bezaten, zal de duisternis ons overweldigen, en als er niet spoedig een bekering volgt, zal de duisternis in ons toenemen tot wij onze roeping uit het oog verliezen en Hem vergeten die ons heeft verlost en ons voor zich heeft opgeëist.10

De functie van de Heilige Geest is het verstand van de mensen te verlichten met betrekking tot de aangelegenheden van God, om hen ten tijde van hun bekering te overtuigen dat zij de wil van de Vader hebben gedaan, en om in hen een blijvend getuigenis als metgezel in hun leven te zijn, en op te treden als de betrouwbare, veilige gids tot alle waarheid, en hen dag in dag uit met vreugde en blijdschap te vervullen, met een verlangen om goed te doen aan alle mensen, om liever kwaad te ondergaan dan kwaad te doen, om vriendelijk, lankmoedig en vol naastenliefde te zijn. Allen die deze gave van onschatbare waarde bezitten, deze parel van grote waarde, dorsten voortdurend naar rechtschapenheid. Zonder de hulp van de Heilige Geest kan geen sterveling het enge en nauwe pad bewandelen, omdat hij niet in staat is om goed van kwaad te onderscheiden, het echte van het valse, zo kunnen zij op elkaar lijken. Daarom betaamt het de heiligen der laatste dagen om rein en goed te leven zodat deze Geest in hen kan verblijven; want wij bezitten Hem alleen maar op basis van het beginsel van rechtschapenheid. Ik kan Hem niet ontvangen voor u, noch u voor mij; iedereen moet dit voor hemzelf of haarzelf doen, of hij nu van nederige of hoge komaf is, geletterd of ongeletterd is, en het is ieders voorrecht om er deelgenoot van te worden gemaakt.11

De Heilige Geest daalt alleen neer op de rechtschapenen en op hen van wie de zonden vergeven zijn. (…) Zolang de heiligen der laatste dagen zich tevreden stellen met het gehoorzamen van Gods geboden, de voorrechten en zegeningen waarderen die zij in de kerk hebben, en hun tijd en middelen gebruiken ter ere van de naam van God, om Zion op te bouwen en waarheid en rechtschapenheid op aarde te vestigen, zolang is onze hemelse Vader gebonden aan zijn eed en verbond om hen te beschermen voor elke vijand en hen te helpen elke moeilijkheid te overwinnen die voor hen kan worden opgeworpen op hun pad; maar op het moment dat een samenleving begint om alleen nog maar aan zichzelf te denken, zelfzuchtig wordt en zich verdiept in de materiële zaken van het leven, en zijn geloof stelt in rijkdommen, op dat moment begint de macht van God zich van hen terug te trekken. En als zij zich niet bekeren, zal de Heilige Geest hen geheel verlaten, en zullen zij aan hun eigen lot overgelaten worden.12

U die aan de eisen van het eeuwige evangelie voldaan hebt, en uit de wereld gekozen bent, die de gave van de Heilige Geest ontvangen hebt door de oplegging van handen, het is uw voorrecht om het getuigenis van de Geest te ontvangen voor uzelf; het is uw voorrecht om de bedoelingen en de wil van de Vader voor uw welzijn te onderscheiden, en de uiteindelijke triomf van het werk van God te respecteren.13

Wij worden door de macht van de Heilige Geest wedergeboren

De Heiland zei tegen Nicodemus: ‘Tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het koninkrijk Gods niet zien’ [zie Johannes 3:3], en dat geldt nog steeds. Men moet tegenwoordig van onwetendheid in de waarheid geboren worden. (…) Als hij niet op die manier geboren wordt, is hij blinder dan de man die door Christus genezen werd, want hij heeft wel ogen, maar ziet niet, en heeft wel oren, maar hoort niet.14

Die verandering ondergaat tegenwoordig iedere zoon en dóchter van God die zich van zijn of haar zonden bekeert, die zich vernedert voor de Heer en vergeving van zonde zoekt door middel van de doop door onderdompeling, uitgevoerd door iemand die het gezag heeft om deze heilige verordening van het evangelie van Jezus Christus te bedienen. Want het is deze nieuwe geboorte waarover Christus tot Nicodemus sprak en zei dat hij absoluut essentieel was als men het koninkrijk van God wilde zien, en zonder deze geboorte kan niemand het koninkrijk binnengaan. Ieder van ons kan zich misschien herinneren welke verandering er in ons hart plaatsvond toen we gedoopt werden voor de vergeving van zonden. (…) Ik heb het over de invloed en dé macht van de Heilige Geest die ik voelde toen ik gedoopt werd voor de vergeving van mijn zonden. Het gevoel dat ik kreeg, was er een van zuivere gemoedsrust, liefde en licht. (…)

O, had ik diezelfde geest en datzelfde oprechte verlangen maar vanaf dat moment tot op de dag van vandaag in mijn hart kunnen houden. Toch hebben velen van ons dat getuigenis ontvangen, die nieuwe geboorte, die verandering van hart, terwijl we beoordelingsfouten of veel vergissingen kunnen hebben gemaakt, en vaak misschien de ware norm in ons leven niet hebben gehaald. We hebben ons bekeerd van het kwaad, en we hebben de Heer van tijd tot tijd om vergeving gevraagd; zodat tot op de dag van vandaag hetzelfde verlangen en doel die onze ziel doordrongen toen we gedoopt werden en een vergeving van onze zonden ontvingen, ons hart nog steeds in hun greep houden, en ze nog steeds het overheersende gevoel en verlangen van onze ziel zijn. Hoewel wij soms tot boosheid kunnen worden aangezet, en onze woede ons ertoe brengt dingen te zeggen en te doen die de Heer mishagen, maar wij toch onmiddellijk ons besef van zelfbeheersing terug hebben en van onze inzinking in de machten van het duister herstellen, voelen we ons nederig, bekeerlijk en vragen we vergeving voor het kwaad dat we onszelf hebben aangedaan, en misschien ook anderen. Het grote, oprechte, overweldigende verlangen dat wordt geboren uit de waarheid en uit het getuigenis van de Heilige Geest in het hart van de mensen die de waarheid gehoorzamen, zet aan tot beheersing en neemt weer bezit van onze ziel, om ons voort te leiden op het pad van onze plicht. Dat is mijn getuigenis, en ik weet dat het waar is.15

De onvergeeflijke zonde is bewust de Heilige Geest te ontkennen en te weerstaan na zijn getuigenis te hebben ontvangen

Geen mens kan zondigen tegen het licht als hij het nog niet heeft; noch tegen de Heilige Geest als hij die nog niet heeft ontvangen door de gave van God via het aangewezen kanaal of de aangewezen methode. Om tegen de Heilige Geest te zondigen, de Geest van waarheid, de Trooster, de Getuige van de Vader en de Zoon, Hem bewust te ontkennen en te weerstaan, na Hem te hebben ontvangen, is [de onvergeeflijke zonde].16

Geen mens kan de onvergeeflijke zonde in onwetendheid begaan. Men moet eerst tot een kennis van Christus gebracht zijn; men moet eerst een getuigenis van Christus in zijn hart hebben, en licht en macht, kennis en begrip bezitten, om in staat te zijn die zonde te begaan. Maar als iemand zich afkeert van de waarheid, de kennis die hij heeft ontvangen overtreedt, die met voeten treedt en Christus weer te schande maakt, zijn verzoening verloochent, de macht van de opstanding verloochent, de wonderen die Hij verricht heeft voor het heil van de mensheid verloochent, en in zijn hart zegt ‘Het is niet waar’, en volhardt in die ontkenning van de waarheid, nadat hij het getuigenis van de Geest ontvangen heeft, dan begaat hij de onvergeeflijke zonde.17

Waarom waren [de apostelen na de kruisiging van de Heiland] vergeetachtig en verwaarloosden zij schijnbaar al wat hun geleerd was door de Heiland aangaande de doelen van zijn zending op aarde? Omdat hun één belangrijke kwalificatie ontbrak: zij waren nog niet ‘bekleed […] met kracht uit den hoge’ [zie Lucas 24:49]. Zij hadden de gave van de Heilige Geest nog niet verkregen. (…)

Als de discipelen destijds begiftigd waren geweest met de ‘gave van de Heilige Geest’, of met ‘kracht van omhoog’, dan zou hun handelwijze volledig anders zijn geweest (…), zoals het vervolg ruimschoots bewezen heeft. Als Petrus, die de hoofdapostel was, voorafgaand aan die verschrikkelijke nacht, waarin hij een eed zwoer en zijn Heer verloochende [zie Matteüs 26:69–75], de gave van de Heilige Geest ontvangen had en de macht en het getuigenis daarvan had gehad, zou het resultaat erg anders voor hem zijn geweest, want dan zou hij gezondigd hebben tegen ‘licht en kennis’ en ‘tegen de Heilige Geest’, waarvoor geen vergeving bestaat. Daarom is het feit dat hij vergeven werd na bittere tranen van bekering, bewijs dat hij het getuigenis van de Heilige Geest niet bezat, omdat hij het nooit ontvangen had. De andere discipelen of apostelen van Christus bevonden zich in precies dezelfde situatie. Pas op de avond van de dag waarop Jezus uit het graf kwam, verleende Hij hun deze gave van onschatbare waarde [zie Johannes 20:22].18

Vlak voordat de herrezen Verlosser de aarde verliet, gebood Hij zijn discipelen om in de stad Jeruzalem te verblijven totdat zij met kracht van omhoog waren begiftigd. Dat deden zè. En overeenkomstig de belofte kwam de Trooster toen zij bijeen vergaderd waren. Hij vulde hun hart met onuitsprekelijke vreugde, zoveel zelfs dat zij in vreemde talen spraken en profeteerden; en de inspirerende invloed van deze heilige Persoon vergezelde hen in al hun zendingstaken, waardoor zij in staat waren om de grote zending te volbrengen waartoe de Heiland ze geroepen had.19

Saulus van Tarsus, die buitengewone kennis en geleerdheid bezat doordat hij was grootgebracht door Gamaliel, en perfect in de wet onderwezen was, vervolgde de heiligen tot de dood, bond hen en bracht man en vrouw naar de gevangenis; toen het bloed van de martelaar Stefanus vergoten werd, stond Saulus erbij en hield de mantel vast van hen die hem doodden, en stemde in feite dus in met zijn dood. En ‘hij ging het ene huis na het andere binnen en sleurde mannen en vrouwen mede, en hij leverde hen over in de gevangenis’ [Handelingen 8:3]. En toen zij ter dood gebracht werden, sprak hij zich tegen hen uit, en ‘in alle synagogen’ trachtte hij ‘hen dikwijls door toepassing van straffen tot lastering te dwingen en in tomeloze woede tegen hen [heeft hij] hen vervolgd, tot zelfs in de buitenlandse steden’ [Handelingen 26:11], en toch beging deze man geen onvergeeflijke zonde, omdat hij de Heilige Geest nog niet kende.20

Als er mensen op aarde in staat zijn om de onvergeeflijke zonde te begaan, dan vindt u ze onder hen die tot de kennis van de waarheid komen of zijn gekomen. (…) U en ik hebben het licht ontvangen. Wij hebben het heilig priesterschap ontvangen. Wij hebben het getuigenis van de Heilige Geest ontvangen en zijn van de dood tot het leven gebracht. Daarom bevinden we ons op uiterst veilige of op gevaarlijke grond - gevaarlijk, als we spelen met deze heilige zaken die ons zijn toevertrouwd. Daarom waarschuw ik u, broeders en zusters, vooral mijn broeders, voor het spelen met uw [priesterschap]. (…) Als u dat doet, dan zal God, zowaar Hij leeft, zijn Geest aan u onttrekken, en zal de tijd komen dat u het licht en de kennis weerstaat die u hebt ontvangen, en dan kunt u een zoon des verderfs worden. Daarom kunt u beter oppassen, zodat de tweede dood u voorbijgaat.21

Studiesuggesties

  • Wat is het verschil tussen de tijdelijke invloed of manifestatie van de Heilige Geest en de gave van de Heilige Geest? (Zie ook Moroni 10:4.) Hoe kunnen wij de gave van de Heilige Geest ontvangen? Welke zegeningen krijgen wij als wij die gave respecteren?

  • Hoe kan de Heilige Geest ons in alle waarheid leiden? (Zie Johannes 16:13.) Van welke waarheden heeft de Heilige Geest tot u getuigd?

  • Waarom is een lamp een goed symbool om de Heilige Geest voor te stellen? Wat kunnen we doen om ervoor te zorgen dat die lamp helder voor ons schijnt?

  • Wat kunnen we doen om de invloed van de Heilige Geest op ons leven te vergroten? Hoe kunnen wij anderen laten inzien hoe de Heilige Geest hun leven tot zegen kan zijn?

  • Wat moeten we doen om de nieuwe geboorte te ondergaan waarover de Heiland het heeft? (Zie Johannes 3:5.) Welke gevoelens gaan er gepaard met die nieuwe geboorte? Hoe kunnen we die gevoelens behouden? (Zie Alma 5:14–16, 26.)

  • Wat is de onvergeeflijke zonde? Wat houdt het in te spelen met de ‘heilige zaken die ons zijn toevertrouwd’?

Noten

  1. Dagboek van Joseph F. Smith, 1856; archief van de afdeling kerkgeschiedenis, De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

  2. Deseret News: Semi-Weekly, 29 januari 1878, blz. 1.

  3. Gospel Doctrine, 5e ed. (1939), blz. 61.

  4. James R. Clark, Messages of the First Presidency of The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, 6 delen (1965–1975), blz. 54.

  5. Gospel Doctrine, blz. 59–60.

  6. Gospel Doctrine, blz. 67.

  7. Gospel Doctrine, blz. 60–61.

  8. Gospel Doctrine, blz. 101.

  9. Gospel Doctrine, blz. 291.

  10. Deseret News: Semi-Weekly, 28 november 1876, blz. 1.

  11. Deseret News: Semi-Weekly, 28 november 1876, blz. 1.

  12. Gospel Doctrine, blz. 50–51.

  13. Deseret News: Semi-Weekly, 22 april 1884, blz. 1.

  14. Gospel Doctrine, blz. 97.

  15. Gospel Doctrine, blz. 96–97.

  16. Gospel Doctrine, blz. 434.

  17. Deseret News: Semi-Weekly, 9 februari 1895, blz. 9.

  18. Gospel Doctrine, blz. 20–21.

  19. Gospel Doctrine, blz. 92.

  20. Gospel Doctrine, blz. 433–434.

  21. Deseret News: Semi-Weekly, 9 februari.1895, blz. 9.