2010
Help me!
Juni 2010


Help me!

Tiffany Lewis, Texas (VS)

Op de tweede avond dat ik voor een buitenlandse studie in Sint-Petersburg (Rusland) was, ging ik met vrienden naar de binnenstad om American football te spelen. Na het spel besloot ik bij wijze van experiment de bus terug te nemen. Ik was nog nooit met de bus gegaan in Rusland, maar de moeder van het gastgezin waar ik logeerde, had me gezegd dat ik met buslijn 7 terug kon reizen. Dus toen lijn 7 kwam, nam ik die.

Ik keek onder het rijden naar de winkels en zag de mensen op de stoep. Maar langzaam aan begon de omgeving er minder bekend uit te zien. Ik keek op mijn horloge en zag dat we een half uur reden.

Plotseling hield de bus stil, gingen de lichten uit en stapte iedereen uit. Ik probeerde niet in paniek te raken en keek rond of iemand me kon helpen. Ik wist dat ik veilig thuis kon komen als ik bij de metro kon komen. Ik zag een jong paartje over straat lopen en ging op ze af.

‘Ik ben verdwaald’, zei ik. ‘Weten jullie hoe ik bij de metro kan komen?’

‘De metro is hier erg ver vandaan’, zei de man. ‘Maar daar is een bushalte. Neem buslijn 5, die gaat naar de metro.’

Ik bedankte hem en liep er gauw naartoe. Maar toen er een bus kwam, was dat geen lijn 5, maar lijn 1. Ik dacht aan de woorden van mijn gastmoeder: ‘Neem buslijn 7 of 1, die gaan naar huis.’

Ik aarzelde, maar stapte in. Maar alweer bleven we maar rijden. De passagiers stapten een voor een uit tot ik als laatste overgebleven was.

Uiteindelijk ging de bus aan de kant van de weg staan.

‘Je moet uitstappen,’ zei de chauffeur, ‘dit is de laatste halte.’

Mijn hele lichaam schokte toen ik moeite met ademhalen had en mijn tranen in probeerde te houden. Het werd al laat, en als ik de metro niet kon vinden voordat die ermee ophield, zou ik de nacht op de straten van Sint-Petersburg moeten doorbrengen.

‘Help me, Vader in de hemel’, bad ik stilletjes, en ik begon te lopen. Vervolgens zette ik het op een rennen en begon naar voorbijkomende taxi’s te zwaaien. Er stopte er geen.

Ik kwam al gauw bij een andere bushalte, die erg druk was. Ik zag de lampen van een naderende bus: lijn 7. Ik aarzelde. Ik was door bussen verdwaald, maar een sterke kracht achter mij duwde me de stoep op en de bus in. Ik plofte op een zitplaats neer en keek naar mijn horloge. Het was tien voor twaalf. Over tien minuten ging de laatste metro.

Ik sloot mijn ogen en fluisterde weer: ‘Help me.’ Toen ik mijn ogen opendeed, zag ik de heldere verlichting van een metrostation, waar de bus stopte. Ik rende de bus uit en het metrostation in om de laatste metro van die avond te halen.

Toen ik ging zitten, bedacht ik dat onze Vader in de hemel zijn mussen telt (zie Matteüs 10:29–31) en ik bedankte Hem stilletjes. Die donkere avond in die enorme stad, wist ik dat Hij me naar huis had geleid.