Handboeken en roepingen
12. Jeugdwerk
Voetnoten

Hide Footnotes

Thema

‘12. Jeugdwerk’, Algemeen handboek: dienen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (2020).

‘12. Jeugdwerk’, Algemeen handboek.

12.

Jeugdwerk

12.1

Doel en organisatie

Het jeugdwerk is een thuisgerichte, kerkgesteunde organisatie. Het is voor kinderen van 1,5–11 jaar. Ouders leren kinderen het evangelie thuis. In de kerk steunen jeugdwerkleidsters en -leerkrachten de ouders, met lessen, muziek en activiteiten.

12.1.1

Doelen

Het jeugdwerk draagt ertoe bij dat kinderen:

  • Over het plan van geluk van onze hemelse Vader leren en zijn liefde voelen.

  • Over Jezus Christus en zijn rol in het plan van onze hemelse Vader leren.

  • Het evangelie naleven.

  • De invloed van de Heilige Geest ervaren en herkennen.

  • Zich op het sluiten en nakomen van heilige verbonden voorbereiden.

  • Aan het werk van heil en verhoging deelnemen.

12.1.2

Jeugdwerkthema

Het is een heilig voorrecht om kinderen te onderwijzen. Jezus Christus heeft gezegd: ‘Zie uw kleinen’ en ‘Weid Mijn lammeren’ (3 Nephi 17:23; Johannes 21:15). Jeugdwerkleidsters horen kinderen naar het voorbeeld van de Heiland net zo lief te hebben en te onderwijzen.

Het jeugdwerkthema verwijst naar de zegeningen van een taak in het jeugdwerk:

‘Al uw kinderen zullen door de Heere onderwezen zijn, en de vrede van uw kinderen zal groot zijn’ (Jesaja 54:13; zie ook 3 Nephi 22:13).

12.1.3

Klassen

Jeugdwerkklassen worden naar leeftijd en het aantal beschikbare leerkrachten ingedeeld. Units met maar weinig kinderen of leerkrachten kunnen twee of meer leeftijdsgroepen tot één klas combineren. In grotere units kunnen jeugdwerkleidsters meerdere klassen voor een leeftijdsgroep en meerdere kinderkamers in het leven roepen.

Als er genoeg kinderen zijn, bepaalt hun leeftijd op 31 december van het voorgaande jaar tot welke klas ze behoren (zie het volgende overzicht):

Leeftijd op 31 december van het voorgaande jaar

Klas op 1 januari

Leeftijd op 31 december van het voorgaande jaar

2

Klas op 1 januari

Kinderkamer (kinderen gaan vanaf 1,5 jaar naar de kinderkamer)

Leeftijd op 31 december van het voorgaande jaar

3

Klas op 1 januari

Zonnestraaltjes

Leeftijd op 31 december van het voorgaande jaar

4

Klas op 1 januari

KGW 4

Leeftijd op 31 december van het voorgaande jaar

5

Klas op 1 januari

KGW 5

Leeftijd op 31 december van het voorgaande jaar

6

Klas op 1 januari

KGW 6

Leeftijd op 31 december van het voorgaande jaar

7

Klas op 1 januari

KGW 7

Leeftijd op 31 december van het voorgaande jaar

8

Klas op 1 januari

Helden en heldinnen 8

Leeftijd op 31 december van het voorgaande jaar

9

Klas op 1 januari

Helden en heldinnen 9

Leeftijd op 31 december van het voorgaande jaar

10

Klas op 1 januari

Helden en heldinnen 10

Kinderen gaan doorgaans in januari van het jaar waarin ze 12 worden van het jeugdwerk over naar de jongevrouwen of het diakenenquorum. Ze kunnen dan een getuigschrift van het jeugdwerk ontvangen. Dat certificaat is in Hulpmiddelen leiders en administrateurs aan te maken.

Niet elke 11-jarige is klaar om het jeugdwerk volgens dit schema te verlaten. De bisschop, de ouders en het kind overleggen samen wat het beste moment is.

Kinderen sluiten het jeugdwerk niet af vóór januari van het jaar waarin ze 12 worden. Evenzo worden jongemannen niet vóór die tijd tot diaken geordend.

12.2

Aan het werk van heil en verhoging deelnemen

God nodigt iedereen uit om tot Christus te komen en als volgt aan zijn werk deel te nemen:

  • Het evangelie van Jezus Christus naleven.

  • Voor de behoeftigen zorgen.

  • Allen uitnodigen om het evangelie te ontvangen.

  • Gezinsleden voor eeuwig verenigen.

Het jeugdwerk helpt kinderen, gezinnen, leidinggevenden en leerkrachten bij dit werk. Bestudeer hoofdstuk 1 voor meer informatie over het werk van heil en verhoging.

12.2.1

Het evangelie van Jezus Christus naleven

12.2.1.1

Rol van ouders en leidinggevenden

Ouders hebben de taak om hun kinderen in het evangelie te onderwijzen en ze ernaar te helpen leven (zie Leer en Verbonden 68:25–28). Jeugdwerkleidsters en -leerkrachten steunen ouders als volgt in die taak:

  • Ze zorgen dat de jeugdwerklessen, zangperiode, dienstbetoonprojecten en activiteiten de kinderen en hun ouderlijk gezin tot zegen zijn.

  • Ze bereiden kinderen op hun doop en bevestiging voor.

  • Ze bereiden jongens op ordening in het priesterschap voor.

  • Ze bereiden kinderen op een tempelaanbeveling voor beperkte toegang en tempelverordeningen voor.

  • Ze vertellen kinderen over de zegeningen van het evangelie uitdragen, waaronder een voltijdzending.

Leidinggevenden zijn alert op kinderen bij wie het thuis aan steun voor hun evangelische beleving ontbreekt.

Ouders en leidinggevenden streven ernaar om een goed voorbeeld voor kinderen te zijn. Ze begeleiden jongeren in hun streven om meer op Jezus Christus te lijken. Het programma Kinderen en jongeren is een hulpmiddel voor kinderen van 8–11 jaar (zie KinderenEnJongeren.KerkVanJezusChristus.org).

12.2.1.2

Evangeliestudie

Jeugdwerkleidsters en -leerkrachten raden de kinderen en hun ouderlijk gezin aan het evangelie thuis te leren. Deze leidsters en leerkrachten bestuderen het evangelie en vertellen de kinderen wat ze geleerd hebben. Ze vragen de kinderen ook om in de kerk te vertellen wat zij thuis hebben geleerd.

Jeugdwerk op zondag. Het jeugdwerk op zondag helpt de kinderen om de doelen van het jeugdwerk te verwezenlijken (zie 12.1.1). Een lid van het jeugdwerkpresidium leidt de opening. De muziekleid(st)er leidt de zangperiode. Jeugdwerkleerkrachten geven kinderen les.

Elke zondag is er vijftig minuten jeugdwerk voor kinderen van 3–11 jaar, terwijl volwassenen en jongeren hun bijeenkomsten hebben. Het schema is als volgt:

Deel van bijeenkomst

Duur

Deel van bijeenkomst

Opening (gebed, Schrifttekst of geloofsartikel, en toespraakje)

Duur

5 minuten

Deel van bijeenkomst

Zangperiode

Duur

20 minuten

Deel van bijeenkomst

Naar klasjes

Duur

5 minuten

Deel van bijeenkomst

Les in klasjes en slotgebed

Duur

20 minuten

In wijken met veel kinderen kunnen de jeugdwerkleidsters de kinderen in twee groepen verdelen. Eén groep krijgt dan les terwijl de andere groep de zangperiode heeft. Daarna wisselen de groepen. De leidsters passen de tijd naar behoefte aan.

De kinderkamer voor kinderen van 1,5–3 jaar duurt 50 minuten. Ziet uw kleinen bevat een voorbeeldschema. Kinderen mogen naar de kinderkamer zodra ze 1,5 jaar zijn.

Kinderprogramma in de avondmaalsdienst. Het jaarlijkse kinderprogramma in de avondmaalsdienst vindt in de laatste paar maanden van het jaar plaats. De kinderen presenteren wat ze gedurende het jaar thuis en in de kerk hebben geleerd. Ze richten de aandacht van de aanwezigen op onze hemelse Vader, de Heiland en hun leringen.

Het jeugdwerkpresidium en de muziekleid(st)er plannen de presentatie onder gebed. De bisschap geeft aanwijzingen. Kinderen kunnen zingen, toespraakjes houden, verhaaltjes vertellen, Schriftteksten aanhalen of hun getuigenis geven.

De presentatie beslaat de hele dienst na het avondmaal of een deel ervan. In units met weinig kinderen mogen familieleden van de kinderen desgewenst meedoen.

Gezien het heilige karakter van de avondmaalsdienst zijn visuele middelen, kostuums en mediapresentaties in het programma niet gepast.

Zie ‘Instructies voor de zangperiode en het kinderprogramma in de avondmaalsdienst’ in Kom dan en volg Mij – voor het jeugdwerk voor meer informatie.

Voorbereiding op de tempel en het priesterschap. Ouders hebben de primaire taak om hun kinderen kennis over de tempel en het priesterschap bij te brengen. Het jeugdwerkpresidium plant elk jaar een bijeenkomst Voorbereiding op de tempel en het priesterschap om ze daarin te ondersteunen. De bisschap geeft aanwijzingen. De bijeenkomst is bedoeld voor kinderen in de klas Helden en heldinnen 10. Ouders worden uitgenodigd. Deze bijeenkomst heeft de volgende doelen:

  • Kinderen onderwijzen in priesterschapsdoelen, -taken en -zegens.

  • Kinderen familiegeschiedenis en tempelwerk helpen doen, en ze voorbereiden op het sluiten en nakomen van heilige verbonden.

  • Jongens op het Aäronisch priesterschap voorbereiden.

  • Kinderen op een tempelaanbeveling voor beperkte toegang helpen voorbereiden.

De bijeenkomst kan tijdens het jeugdwerk op een zondag, op een ander tijdstip op zondag of op een andere dag worden gehouden. Een lid van de bisschap heeft de leiding. Ten minste één lid van het jeugdwerkpresidium is aanwezig.

Als er in een unit weinig kinderen zijn, kan de bijeenkomst op aanwijzing van het ringpresidium gehouden worden. Enkele of alle wijken in de ring komen dan bij elkaar.

Zie Voorbereiding op de tempel en het priesterschap op ChurchofJesusChrist.org voor meer informatie.

12.2.1.3

Dienstbetoonprojecten en activiteiten

Vanaf januari van het jaar dat ze 8 worden, mogen kinderen jeugdwerkactiviteiten bijwonen.

Activiteitenleid(st)ers in het jeugdwerk plannen dienstbetoonprojecten en activiteiten die in het teken van het werk van heil en verhoging staan. Dienstbetoon en activiteiten komen getuigenissen ten goede, sterken gezinnen en bieden mogelijkheden om anderen tot zegen te zijn. Ze moeten evenwichtig worden afgestemd op de vier groeigebieden: geestelijk, sociaal, lichamelijk en verstandelijk.

Jeugdwerkactiviteiten worden niet op zondag of op maandagavond gehouden. Volwassen leidinggevenden zorgen ervoor dat activiteiten veilig zijn (zie safety.ChurchofJesusChrist.org; zie ook 20.6.20). Er zijn bij elke activiteit ten minste twee verantwoordelijke volwassen leidinggevenden aanwezig (zie 12.5.1).

U kunt de volgende richtlijnen aan de plaatselijke omstandigheden aanpassen:

  • Jeugdwerkactiviteiten worden zo mogelijk twee keer per maand gehouden. Vaker of minder vaak kan ook. Leidinggevenden houden rekening met gezinsomstandigheden, reisafstanden, reiskosten en veiligheid.

  • Kinderen worden over het algemeen in leeftijdsgroepen ingedeeld. Jongens en meisjes komen veelal in aparte groepen bijeen. Voor bepaalde activiteiten, of als er weinig kinderen zijn, mogen de groepen echter gecombineerd worden.

  • Leidinggevenden mogen jaarlijks een dagkamp plannen en houden voor jeugdwerkkinderen van 8–11 jaar. Dergelijke kampen zijn facultatief.

Alle benodigdheden en activiteiten, inclusief facultatieve dagkampen, worden uit het budget van de wijk betaald. Reizen en kosten dienen binnen de perken te blijven.

De bisschap zorgt ervoor dat het budget en de activiteiten voor jongens en meisjes in het jeugdwerk toereikend, evenredig en billijk zijn. Toewijzing van het budget gebeurt overeenkomstig het aantal kinderen.

Zie voor meer informatie KinderenEnJongeren.KerkVanJezusChristus.org. Zie eventueel ook JustServe.org. Hier staan ideeën voor dienstbetoon en activiteiten.

12.2.1.4

Persoonlijke ontwikkeling

Om meer op de Heiland te lijken, stellen kinderen – vanaf het jaar waarin ze 8 worden – doelen op geestelijk, sociaal, lichamelijk en verstandelijk vlak (zie Lukas 2:52). Kinderen ontdekken onder inspiratie en met de hulp van hun ouders waar ze aan willen werken. Ze maken plannen, voeren die plannen uit en denken na over wat ze leren. Leidinggevenden bieden naar behoefte steun. Ze leggen de doelen of vooruitgang van de kinderen echter niet vast.

Vanaf het jaar waarin ze 8 worden, worden kinderen aangemoedigd om elk jaar minstens één doel in elk van de vier gebieden te bereiken. Ze kunnen Persoonlijke ontwikkeling: boekje voor kinderen gebruiken om doelen te stellen en vast te leggen.

Zie voor meer informatie KinderenEnJongeren.KerkVanJezusChristus.org.

12.2.2

Voor de behoeftigen zorgen

Stel kinderen regelmatig in de gelegenheid om anderen in en met hun familie en tijdens jeugdwerkactiviteiten van dienst te zijn. Er staan ideeën voor dienstbetoon op KinderenEnJongeren.KerkVanJezusChristus.org.

Waar beschikbaar kan JustServe.org gebruikt worden om dienstbetoonprojecten te vinden.

12.2.3

Allen uitnodigen om het evangelie te ontvangen

Kinderen kunnen op vele manieren mensen uitnodigen om het evangelie te ontvangen. Hieronder staan er enkele:

  • Een goed voorbeeld als discipel van Jezus Christus zijn.

  • Hun getuigenis met vrienden en familieleden delen.

  • Omzien naar minderactieve klasleden.

  • Vrienden uitnodigen voor de kerk, activiteiten, een doopdienst, of lessen door de zendelingen.

  • Vrienden uitnodigen voor het programma Kinderen en jongeren. Leidinggevenden werken nauw met de ouders van deze kinderen samen, zodat ze het programma begrijpen en kunnen bepalen hoe zij en hun kinderen erbij betrokken willen zijn.

  • Vrienden en familieleden uitnodigen voor het jaarlijkse kinderprogramma in de avondmaalsdienst.

12.2.4

Gezinsleden voor eeuwig verenigen

Kinderen kunnen op vele manieren helpen om gezinnen voor eeuwig te verenigen. Hieronder staan er enkele:

  • Hun ouders eren en thuis het voorbeeld van een christelijke levenswandel geven.

  • Zich op een eigen eeuwig gezin voorbereiden.

  • Ernaar streven om op de juiste leeftijd voor een tempelaanbeveling voor beperkte toegang in aanmerking te komen.

  • Zich op verordeningen voorbereiden, waaronder het eeuwig huwelijk.

  • Zich in hun familie en voorouders verdiepen (zie

    Mijn familie: herinneringen die ons dichter tot elkaar brengen).

  • Voorouders zoeken voor wie tempelverordeningen verricht kunnen worden (zie

    FamilySearch.org).

  • Zich voorbereiden op deelname aan het dopen en bevestigen voor de doden.

  • Met een familielid aan indexering deelnemen (zie

    FamilySearch.org/indexing).

12.3

Jeugdwerkleiding op wijkniveau

12.3.1

Bisschap

De bisschop is verantwoordelijk voor het jeugdwerk. Hij kan die taak aan een van zijn raadgevers delegeren. De bisschop of zijn raadgever vergadert regelmatig met de jeugdwerkpresidente.

De bisschop en zijn raadgevers reageren direct op voorstellen van het jeugdwerkpresidium voor te roepen functionarissen in het jeugdwerk. De bisschap zorgt samen met het presidium voor continuïteit wat leerkrachten en muziekleid(st)ers betreft. Leden blijven bij voorkeur lang genoeg in zo’n roeping werkzaam om een liefdevolle vertrouwensband met de kinderen te krijgen. Zo’n band voedt het getuigenis in het hart van de kinderen.

De bisschop en zijn raadgevers bezoeken het jeugdwerk regelmatig. Ze kennen ieder kind in de wijk bij naam en zijn op de hoogte van ieders thuissituatie.

12.3.2

Jeugdwerkpresidium

De bisschap roept en stelt een volwassen vrouw als jeugdwerkpresidente van de wijk aan. Als de unit groot genoeg is, draagt ze één of twee volwassen vrouwen voor als raadgeefster (zie hoofdstuk 30). De bisschap overweegt haar voorstellen en roept de betrokkenen.

Het jeugdwerkpresidium ontvangt instructie en doorlopende steun van het jeugdwerkpresidium van de ring.

In een kleine unit is de jeugdwerkpresidente mogelijk de enige geroepen leidster in het jeugdwerk. In dat geval werkt ze met de ouders samen om lessen, een zangperiode en activiteiten te organiseren. Ze zorgt er ook voor dat er bij alle bijeenkomsten en activiteiten ten minste twee verantwoordelijke volwassenen aanwezig zijn. Als de unit groot genoeg is, worden er in deze volgorde meer roepingen ingevuld: raadgeefsters, muziekleid(st)er, leerkrachten en kinderkamerleid(st)ers, secretaresse en activiteitenleid(st)ers.

In een gemeente zonder jeugdwerkpresidente kan de ZHV-presidente ouders helpen om lessen voor kinderen te plannen totdat er een jeugdwerkpresidente is geroepen.

De jeugdwerkpresidente heeft de hieronder genoemde taken. Haar raadgeefsters assisteren haar.

  • Ze maakt deel uit van de wijkraad (zie 7.4).

  • Ze houdt regelmatig presidiumvergaderingen over het jeugdwerk en spreekt geregeld met de bisschop of zijn aangewezen raadgever.

  • Ze draagt de bisschap volwassen mannen en vrouwen voor een roeping in het jeugdwerk voor.

  • Ze plant en leidt de opening van het jeugdwerk op zondag.

  • Ze besteedt individueel aandacht aan kinderen, leerkrachten en leidsters in het jeugdwerk.

  • Ze onderwijst, steunt en instrueert jeugdwerkleidsters en -leerkrachten in hun taken. (Zie Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland [2016], 38.)

  • Ze biedt hulp aan jeugdwerkleidsters en -leerkrachten tijdens de lessen, zangperiode en wisselingen.

  • Ze bezoekt jeugdwerkklassen en regelt deelname van leerkrachten aan de leerkrachtenraad.

  • Ze is betrokken bij de introductie van het programma Kinderen en jongeren aan kinderen die 8 jaar worden en aan hun ouders. Dat kan bij hen thuis of in hun jeugdwerkklas gebeuren (zie 12.5.7).

  • Ze houdt toezicht op de documenten, de rapporten, het budget en de financiën van het jeugdwerk.

12.3.3

Secretaresse

Als de unit groot genoeg is, draagt de jeugdwerkpresidente een volwassen vrouw aan de bisschap voor om als secretaresse te fungeren. Ze heeft de volgende taken:

  • Ze helpt het jeugdwerkpresidium met het opstellen van de agenda van de presidiumvergadering. Ze is op deze vergadering aanwezig, maakt aantekeningen en houdt de actielijst bij.

  • Ze werkt nauw samen met leerkrachten en leid(st)ers om de presentielijst goed bij te houden.

  • Ze wijst het jeugdwerkpresidium op:

    • Nieuwe kinderen en bezoekers.

    • Kinderen die in aanmerking komen voor de kinderkamer en kinderen die van de kinderkamer naar de zonnestraaltjes gaan.

    • Kinderen die de doopleeftijd naderen.

    • Meisjes die naar de jongevrouwen gaan en jongens die tot diaken worden geordend.

  • Ze vraagt kinderen voor de gebeden, Schriftteksten en toespraakjes tijdens de opening van het jeugdwerk op zondag (onder leiding van het presidium). Ze stelt ook de ouders op de hoogte.

  • Ze helpt het jeugdwerkpresidium met het opstellen van een budget, bijhouden van de uitgaven en regelen van de materialen voor Kinderen en jongeren.

12.3.4

Muziekleid(st)er en pianist(e)

De muziekleid(st)er en pianist(e) leren kinderen het evangelie van Jezus Christus tijdens de zangperiode. Muziek zet de wekelijkse studie van Kom dan en volg Mij kracht bij.

De volgende materialen kunt u gebruiken:

De bisschap keurt het gebruik van andere muziek in het jeugdwerk eerst goed.

Bij gebrek aan een pianist(e) of piano is er instrumentale muziek beschikbaar op de app en website met kerkmuziek.

Kinderen kunnen ook zonder begeleidende muziek zingen.

De muziekleid(st)er kan desgevraagd helpen met muziek voor de kinderkamer. Zo nodig kan er nog een muziekleid(st)er worden geroepen.

De muziekleid(st)er helpt de kinderen samen met het jeugdwerkpresidium bij de voorbereiding van het jaarlijkse kinderprogramma in de avondmaalsdienst (zie 12.2.1.2).

Zie Zangperiode op ChurchofJesusChrist.org voor meer ideeën en hulpmiddelen.

12.3.5

Leerkrachten en kinderkamerleid(st)ers

Het jeugdwerkpresidium draagt aan de bisschap mannen en vrouwen voor die als jeugdwerkleerkracht en kinderkamerleid(st)er kunnen fungeren. De bisschap overweegt die voorstellen en roept de betrokkenen. Deze leden worden geroepen om kinderen in een specifieke leeftijdsgroep te onderwijzen.

Jeugdwerkleerkrachten en kinderkamerleid(st)ers gebruiken voor hun lessen Kom dan en volg Mij – voor het jeugdwerk (3–11 jaar) en Ziet uw kleinen (kinderkamer). Ze volgen de beginselen in Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland en hoofdstuk 17 van dit handboek.

Als volwassenen in de kerk kinderen lesgeven, dienen er minimaal twee verantwoordelijke volwassenen aanwezig te zijn. Die twee volwassenen kunnen twee vrouwen, twee mannen of een echtpaar zijn. Als dat niet mogelijk is, worden er klassen gecombineerd. Leid(st)ers en leerkrachten volgen de cursus op ProtectingChildren.ChurchofJesusChrist.org (zie 12.5.1).

Jongeren behoren geen les te geven in het jeugdwerk, ook niet als invalleerkracht.

De jeugdwerkleerkrachten en kinderkamerleid(st)ers blijven de hele jeugdwerkperiode bij de kinderen, inclusief de zangperiode en de wisselingen. Leerkrachten doen tijdens de zangperiode met hun klas mee. De leerkrachten blijven na het jeugdwerk bij jonge kinderen tot een familielid ze komt ophalen.

Leerkrachten en kinderkamerleid(st)ers wonen de driemaandelijkse leerkrachtenraad bij (zie 13.5.2).

12.3.6

Activiteitenleid(st)ers

Activiteitenleid(st)ers voor het jeugdwerk plannen dienstbetoonprojecten en activiteiten voor kinderen vanaf januari van het jaar waarin ze 8 worden (zie 12.2.1.3). Het dienstbetoon en de activiteiten staan in het teken van het werk van heil en verhoging. Ze zijn leuk en boeiend. Ze zijn opbouwend, sterken gezinnen en bevorderen persoonlijke groei.

De jeugdwerkleerkrachten van de kinderen kunnen als activiteitenleid(st)er fungeren. Het jeugdwerkpresidium kan ook andere leden aan de bisschap voordragen en laten roepen. Minimaal twee leid(st)ers wonen elke activiteit bij. De leid(st)ers kunnen twee vrouwen, twee mannen of een echtpaar zijn. De leid(st)ers volgen de cursus op ProtectingChildren.ChurchofJesusChrist.org (zie 12.5.1).

12.4

Jeugdwerkleidsters van de ring

Het ringpresidium roept een volwassen vrouw als jeugdwerkpresidente van de ring. Als de ring groot genoeg is, draagt ze één of twee volwassen vrouwen voor als raadgeefster, en nog een zuster als secretaresse. Deze vrouwen worden door een lid van het ringpresidium of een aangewezen hogeraadslid geroepen en aangesteld. Zie 5.4.1 en 5.4.4 voor informatie over de taken van het jeugdwerkpresidium van de ring en de secretaresse.

Een raadgever in het ringpresidium is verantwoordelijk voor het jeugdwerk in de ring. Hij is ook verantwoordelijk voor het werk van het jeugdwerkpresidium van de ring. Hij instrueert bovendien de bisschoppen in hun verantwoordelijkheden voor het jeugdwerk.

Het ringpresidium wijst een hogeraadslid aan om met het jeugdwerkpresidium van de ring te werken. Hij is lid van het APJV-comité van de ring (zie 29.3.9).

12.5

Aanvullende beleidsregels en richtlijnen

12.5.1

Kinderen beschermen

Als volwassenen in de kerk met kinderen omgaan, dienen er minimaal twee verantwoordelijke volwassenen aanwezig te zijn. Het kan daarvoor nodig zijn om klassen te combineren.

Alle volwassenen die met kinderen werken, moeten de cursus Kinderen en jongeren beschermen binnen een maand na hun aanstelling voltooien (zie ProtectingChildren.ChurchofJesusChrist.org). Ze herhalen de cursus daarna om de drie jaar.

12.5.2

Kinderen met bijzondere behoeften

Als een kind langdurig ziek is of een handicap of andere bijzondere behoefte heeft, praten de jeugdwerkleidsters met de ouders en de bisschap. Ze maken samen een plan om het gezin te ondersteunen en het kind bij het jeugdwerk te betrekken.

Kinderen met een handicap gaan doorgaans naar hun reguliere jeugdwerkklas. Er worden naar behoefte extra leerkrachten geroepen.

Kinderen met een handicap of andere speciale behoefte verlaten het jeugdwerk doorgaans begin januari van het jaar waarin ze 12 worden. Sommige kinderen zijn mogelijk nog niet klaar om het jeugdwerk volgens dit schema te verlaten. De bisschop en ouders beslissen samen wat het beste voor ieder kind is.

Zie voor meer informatie

disability.ChurchofJesusChrist.org en 38.8.31.

12.5.3

Mannen met een functie in het jeugdwerk

De bisschap en jeugdwerkpresidium zijn zich bewust van de positieve invloed die getrouwe mannen in het jeugdwerk kunnen hebben. Mannen mogen als leerkracht, kinderkamerleider, muziekleider, pianist en activiteitenleider in het jeugdwerk fungeren.

12.5.4

Toiletten en veiligheid

Leid(st)ers en leerkrachten moedigen ouders aan om hun kinderen vóór het jeugdwerk naar het toilet te laten gaan. Tijdens het jeugdwerk begeleidt een ouder of wettige voogd een jong kind naar het toilet. Leid(st)ers en leerkrachten gaan niet met kinderen mee de toiletruimte in.

12.5.5

Rollenspelen

Leid(st)ers en leerkrachten beelden heilige gebeurtenissen in het jeugdwerk behoedzaam uit. De rol van onze hemelse Vader en die van de Heilige Geest mogen niet gespeeld worden. Kinderen mogen de Heiland alleen in een kerstverhaal uitbeelden. Zie 20.6.15 voor aanvullende richtlijnen.

12.5.6

KGW-ring

Wanneer kinderen aan de klas KGW 4 beginnen, herinnert het jeugdwerkpresidium of hun leerkracht ze eraan om de goede weg te kiezen en krijgen ze een groene KGW-ring.

12.5.7

Het programma Kinderen en jongeren introduceren

De bisschop, een van zijn raadgevers of het jeugdwerkpresidium bezoekt zo mogelijk de woning of jeugdwerkklas van ieder kind dat in de loop van het jaar 8 wordt. Ze introduceren dan het programma Kinderen en jongeren aan de kinderen en hun ouders. Ieder kind krijgt het verbondenheidsembleem en een exemplaar van Persoonlijke ontwikkeling: boekje voor kinderen.

Zie voor meer informatie KinderenEnJongeren.KerkVanJezusChristus.org.