Handboeken en roepingen
11. Jongevrouwen
Voetnoten

Hide Footnotes

Thema

‘11. Jongevrouwen’, Algemeen handboek: dienen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (2020).

‘11. Jongevrouwen’, Algemeen handboek.

11.

Jongevrouwen

11.1

Doel en organisatie

De jongevrouwenorganisatie bereidt Gods kinderen mede voor op hun terugkeer naar zijn tegenwoordigheid. Jongevrouwen worden in hun streven om verbondsdochters van God te worden ‘gewapend met gerechtigheid en met de macht van God in grote heerlijkheid’ (1 Nephi 14:14).

11.1.1

Doel

De jongevrouwenorganisatie helpt jongevrouwen heilige verbonden te sluiten en na te komen, en hun bekering tot Jezus Christus en zijn evangelie te verdiepen.

Het doel van een jongevrouwenklas is jongevrouwen in het werk van heil en verhoging te laten samenwerken. Jongevrouwen dienen in hun klassen anderen, vervullen verbondstaken, kweken eensgezindheid, verdiepen zich in leerstellingen en leven daarnaar.

11.1.2

Jongevrouwenthema

Het jongevrouwenthema geeft iedere jongevrouw inzicht in haar goddelijke identiteit en zet haar tot bekering tot Jezus Christus aan. De jongevrouwen en hun volwassen leidsters zeggen het thema op aan het begin van de bijeenkomst op zondag en in andere bijeenkomsten van de jongevrouwen. Het thema luidt als volgt:

‘Ik ben een geliefde dochter van hemelse Ouders, met een goddelijke aard en een eeuwige bestemming.

‘Als discipel van Jezus Christus streef ik ernaar om zoals Hij te worden. Ik streef naar persoonlijke openbaring en handel ernaar, en ik dien anderen in zijn heilige naam.

‘Ik zal te allen tijde en in alle dingen en op alle plaatsen als getuige van God staan.

‘In mijn streven om voor verhoging in aanmerking te komen, koester ik de gave van bekering en probeer ik elke dag vooruit te gaan. Met geloof zal ik mijn gezin versterken, heilige verbonden sluiten en nakomen, en de verordeningen en zegeningen van de heilige tempel ontvangen.’

11.1.3

Klassen

Meisjes gaan vanaf januari van het jaar waarin ze 12 worden deel uitmaken van een jongevrouwenklas.

De jongevrouwenklassen zijn naar leeftijdsgroep ingedeeld. Een leeftijdsgroep bestaat uit alle jongevrouwen die in een kalenderjaar dezelfde leeftijd bereiken. Een klas kan uit meerdere leeftijdsgroepen bestaan. Jongevrouwen gaan over naar een nieuwe klas in januari van het jaar waarin ze de leeftijd van de jongevrouwen in die nieuwe klas bereiken.

De bisschap en volwassen jongevrouwenleidsters beslissen onder gebed hoe ze de klassen naar leeftijd indelen. Ze houden rekening met mogelijkheden voor jongevrouwen om leiding te geven. Elke klas heeft een presidente en, waar mogelijk, één of twee raadgeefsters en een secretaresse. Klassen zijn, waar mogelijk, groot genoeg, zodat een klaspresidium klasleden heeft die het kan dienen.

De klassen worden met de algemene term ‘jongevrouwen’ aangeduid. Als een wijk meerdere klassen heeft, worden die nader met de betreffende leeftijdsgroep aangeduid – bijvoorbeeld ‘jongevrouwen 12–14’.

11.2

Aan het werk van heil en verhoging deelnemen

God nodigt iedereen uit om tot Christus te komen en als volgt aan zijn werk deel te nemen:

  • Het evangelie van Jezus Christus naleven.

  • Voor de behoeftigen zorgen.

  • Allen uitnodigen om het evangelie te ontvangen.

  • Gezinsleden voor eeuwig verenigen.

Klaspresidiums overleggen met de hulp van volwassen leidsters hoe ze dit werk kunnen verwezenlijken. Bestudeer hoofdstuk 1 voor meer informatie over het werk van heil en verhoging.

11.2.1

Het evangelie van Jezus Christus naleven

11.2.1.1

Rol van ouders en leidinggevenden

Ouders hebben de taak om hun kinderen in het evangelie te onderwijzen en ze ernaar te helpen leven (zie Leer en Verbonden 68:25–28). De bisschap, jongevrouwenleidsters en klaspresidiums steunen de ouders daar als volgt bij:

  • Ze moedigen communicatie tussen de jongevrouwen en hun familie aan.

  • Ze zorgen ervoor dat jongerenactiviteiten de gezinnen tot steun en zegen zijn.

  • Ze helpen ouders bij de voorbereiding van hun dochters op de tempelbegiftiging, een voltijdzending (als de jongevrouwen dat verlangen hebben), een tempelhuwelijk en het moederschap.

Leidinggevenden zijn alert op jongeren bij wie het thuis aan steun voor hun evangelische beleving ontbreekt.

Ouders en leidinggevenden streven ernaar om een goed voorbeeld voor de jongeren te zijn. Ze begeleiden jongeren in hun streven om meer op Jezus Christus te lijken. Het programma Kinderen en jongeren kan daarbij helpen (zie KinderenEnJongeren.KerkVanJezusChristus.org).

11.2.1.2

Evangeliestudie

Jongevrouwenleidsters en klaspresidiums stimuleren de jongevrouwen en de gezinnen om het evangelie thuis te leren. De leidsters bestuderen het evangelie en vertellen de jongevrouwen wat ze geleerd hebben. Ze nodigen klasleden uit om in de kerk te vertellen wat ze thuis hebben geleerd.

Een jongevrouwenklas komt op zondag bijeen om geloof te versterken, eensgezindheid te kweken, gezinnen te sterken, en plannen te maken om het werk van heil en verhoging te verwezenlijken. Klaspresidiums plannen de zondagse bijeenkomsten met de hulp van volwassen leidsters.

De klassen vinden op de tweede en vierde zondag van de maand plaats. Ze duren vijftig minuten. Een lid van het klaspresidium heeft de leiding. Zij gaat de klas voor in de thema-opzegging en de bespreking van taken en andere zaken.

Iemand uit de klas of een volwassen leidster geeft vervolgens een evangelieles. Klaspresidiums overleggen met volwassen leidsters wie er lesgeeft. In Kom dan en volg Mij – voor Aäronische-priesterschapsquorums en jongevrouwenklassen staan schema’s voor de bijeenkomsten (zie ComeFollowMe.ChurchofJesusChrist.org).

Als een wijk meerdere jongevrouwenklassen heeft, komen ze afzonderlijk bij elkaar. Ze mogen in bijzondere gevallen echter wel als één groep bijeenkomen. De jongevrouwen en jongemannen kunnen op aanwijzing van de bisschap bij gelegenheid ook gezamenlijk voor een zondagse les bijeenkomen.

Jongevrouwen worden aangeraden aan het seminarie deel te nemen (zie 15.1).

11.2.1.3

Dienstbetoonprojecten en activiteiten

Klaspresidiums plannen dienstbetoonprojecten en activiteiten met de hulp van volwassen leidsters. Die projecten en activiteiten dienen het werk van heil en verhoging te bevorderen. Ze moeten getuigenissen opbouwen, gezinnen sterken, de eensgezindheid binnen de klas bevorderen en mogelijkheden bieden om anderen tot zegen te zijn. Ze moeten evenwichtig worden afgestemd op de vier groeigebieden: geestelijk, sociaal, lichamelijk en verstandelijk.

De meeste jongerenactiviteiten worden niet op zondag of op maandagavond gehouden. Ze vinden doorgaans elke week plaats. In sommige gebieden zijn wekelijkse activiteiten vanwege de afstand, veiligheid of andere factoren niet haalbaar. In die gebieden kunnen de activiteiten minder vaak plaatsvinden, maar doorgaans wel minstens één keer per maand.
De activiteiten kunnen met behulp van de Sample Service and Activity Planner op ChurchofJesusChrist.org ingepland worden.

Sommige dienstbetoonprojecten en activiteiten lenen zich goed voor jongemannen en jongevrouwen samen, vooral als ze wat ouder zijn.

Jongeren zijn vaak gebaat bij de omgang met anderen in grotere groepen. De jongeren van twee of meer wijken kunnen zo nu en dan bijeenkomen om gezamenlijk dienstbetoonprojecten en activiteiten te doen. Ringen of districten kunnen zo nu en dan ook dienstbetoonprojecten en activiteiten voor jongeren plannen.

Volwassen leidinggevenden zorgen ervoor dat activiteiten veilig zijn (zie safety.ChurchofJesusChrist.org; zie ook 20.6.20). Er zijn bij elke activiteit ten minste twee verantwoordelijke volwassen leidinggevenden (zie 11.6.1).

Zie voor meer informatie YoungWomen.ChurchofJesusChrist.org.

Zie eventueel ook JustServe.org. Hier staan ideeën voor dienstbetoon en activiteiten.

Jaarlijkse activiteiten. Naast de reguliere jongerenactiviteiten kunnen de jongevrouwen elk jaar ook deelnemen aan:

  • Een bijeenkomst voor jongeren en hun ouders in het begin van het jaar. Die kan voor jongemannen en jongevrouwen afzonderlijk of samen worden gehouden. Zij kan op wijk- of ringniveau plaatsvinden. Zo’n bijeenkomst wordt gepland en geleid door de assistenten van de bisschop in het priestersquorum en het presidium van de oudste jongevrouwenklas. Jongevrouwen die in de loop van het jaar 12 worden, ontvangen hun verbondenheidsembleem in die bijeenkomst (zie 11.6.3). Zie voor meer informatie KinderenEnJongeren.KerkVanJezusChristus.org.

  • Een jongevrouwenkamp (zie Leidraad jongevrouwenkamp). Jongevrouwen kunnen zo mogelijk gedurende het jaar aan meer kampen, evenementen en activiteiten met overnachting deelnemen.

  • Een jeugdconferentie op wijk- of ringniveau of een FSY-conferentie (voor de kracht van de jeugd) (zie FSY.ChurchofJesusChrist.org).

  • Ten minste één activiteit met nadruk op de normen in Voor de kracht van de jeugd. Deze activiteit leent zich goed voor jongemannen en jongevrouwen samen. Ouders kunnen ook uitgenodigd worden.

Leeftijdseisen. Jongevrouwen mogen met toestemming van hun ouders vanaf januari van het jaar waarin ze 12 worden aan jongevrouwenkampen met overnachting deelnemen. Vanaf januari van het jaar waarin ze 14 worden, mogen ze dansavonden, jeugdconferenties en FSY-conferenties bijwonen. Ze moeten echter tot hun 16e wachten met daten. (Zie Voor de kracht van de jeugd [2011], 4.)

Bekostiging van activiteiten. Activiteiten, inclusief materiaal, worden uit het budget van de wijk betaald. Reizen en kosten dienen binnen de perken te blijven.

Als de wijk niet voldoende geld heeft voor de bekostiging van meerdaagse activiteiten, zoals kampen, mogen leidinggevenden de deelnemers bij uitzondering om een bijdrage vragen. Een jongevrouw moet echter altijd kunnen deelnemen, ook als zij het niet zelf kan betalen. Als er nog meer geld nodig is, mag de bisschop toestemming geven voor één inzamelingsactie per jaar (zie 20.2.8).

De bisschap zorgt ervoor dat het budget en de activiteiten voor jongevrouwen en jongemannen toereikend, evenredig en billijk zijn. Het budget voor de jongevrouwen is gebaseerd op het aantal jongevrouwen in de wijk. Het budget voor de Aäronische-priesterschapsquorums is gebaseerd op het aantal jongemannen in de wijk.

Zie FSY.ChurchofJesusChrist.org voor informatie over de bekostiging van FSY-conferenties.

11.2.1.4

Persoonlijke ontwikkeling

Om meer op de Heiland te lijken, stellen jongeren doelen op geestelijk, sociaal, lichamelijk en verstandelijk vlak (zie Lukas 2:52). De jongeren ontdekken onder inspiratie zelf waar ze aan moeten werken. Met de hulp van hun ouders maken ze plannen, voeren die plannen uit en denken na over wat ze leren. Ook leidinggevenden bieden naar behoefte ruggensteun. Ze leggen de doelen of vooruitgang van de jongevrouwen echter niet vast. Ouders en leidinggevenden kunnen wel doelen voorstellen, maar laten de jongeren verder vrij om hun doelen zelf onder eigen inspiratie te kiezen.

De jongeren worden aangemoedigd elk jaar minimaal twee doelen in elk van de vier gebieden te bereiken. Ze kunnen Persoonlijke ontwikkeling: boekje voor jongeren of de app Gospel Living gebruiken om doelen te stellen en vast te leggen.

Zie voor meer informatie KinderenEnJongeren.KerkVanJezusChristus.org.

11.2.2

Voor de behoeftigen zorgen

Stel jongevrouwen regelmatig in de gelegenheid om anderen in en met hun familie, tijdens jongerenactiviteiten en op eigen houtje van dienst te zijn. Er staan ideeën voor dienstbetoon op KinderenEnJongeren.KerkVanJezusChristus.org.

Waar beschikbaar kan JustServe.org gebruikt worden om dienstbetoonprojecten te vinden.

11.2.2.1

Bediening

Bediening is voor anderen zorgen zoals de Heiland dat zou doen. Jongevrouwen mogen vanaf januari van het jaar waarin ze 14 worden, een bedieningstaak krijgen. Zie hoofdstuk 21 voor meer informatie.

11.2.3

Allen uitnodigen om het evangelie te ontvangen

Jongevrouwen nodigen allen uit om het evangelie te ontvangen doordat zij ‘te allen tijde en in alle dingen en op alle plaatsen […] als getuige van God optreden’ (Mosiah 18:9). Hieronder staan enkele manieren waarop ze dat kunnen doen:

  • Een goed voorbeeld als discipel van Jezus Christus zijn.

  • Hun getuigenis met vrienden en familieleden delen.

  • Minderactieve leden van hun klas bedienen.

  • Vrienden voor de kerk of een jongerenactiviteit uitnodigen.

  • Vrienden uitnodigen voor het programma Kinderen en jongeren. Leidinggevenden werken nauw met de ouders van deze jongeren samen, zodat ze het programma begrijpen en kunnen bepalen hoe zij en hun kinderen erbij betrokken willen zijn.

  • Vrienden uitnodigen voor de zendelingenlessen.

Ouders en leidinggevenden kunnen de jongevrouwen helpen om het evangelie hun hele leven uit te dragen. Hieronder staan enkele manieren waarop ze dat kunnen doen:

  • Stimuleer de jongevrouwen om zelf een getuigenis te krijgen van het plan van geluk van onze hemelse Vader, de verzoening van Jezus Christus en de herstelling van zijn evangelie.

  • Zorg voor gelegenheden om in de kerk te dienen.

  • Geef ze de kans om in hun klas en bij andere gelegenheden in het evangelie te onderwijzen.

Als jongevrouwen een voltijdzending willen vervullen, helpen ouders en leidinggevenden ze bij hun voorbereiding. Daar hoort uitleg van de zegeningen en verwachtingen van een voltijdzending bij.

Als onderdeel van die voorbereiding organiseert de bisschap of het ringpresidium desgewenst een cursus voor toekomstige zendelingen. De belangrijkste leermiddelen voor deze cursus zijn de Schriften, Missionary Standards for Disciples of Jesus Christ en Predik mijn evangelie. De cursus wordt niet tijdens de reguliere bijeenkomsten op zondag gegeven.

Op Missionary.ChurchofJesusChrist.org staat nog meer materiaal waarmee jongevrouwen die dat willen, zich op een zending kunnen voorbereiden. Zie hoofdstuk 23 en 24 voor meer informatie.

11.2.4

Gezinsleden voor eeuwig verenigen

Jongevrouwen kunnen op vele manieren helpen om gezinnen voor eeuwig te verenigen. Hieronder staan er enkele:

  • Hun ouders eren en thuis het voorbeeld van een christelijke levenswandel geven.

  • Zich op een eigen eeuwig gezin voorbereiden.

  • Een tempelaanbeveling voor beperkte toegang waardig zijn.

  • Zich op de tempelverordeningen voorbereiden, waaronder het eeuwig huwelijk.

  • Zich in hun familie en voorouders verdiepen (zie

    Mijn familie: herinneringen die ons dichter tot elkaar brengen).

  • Voorouders zoeken voor wie tempelverordeningen verricht kunnen worden (zie

    FamilySearch.org).

  • Meedoen aan dopen en bevestigingen voor de doden zo vaak als de omstandigheden dat toelaten.

  • Aan indexering deelnemen (zie

    FamilySearch.org/indexing).

  • Als consulent tempelwerk en familiegeschiedenis fungeren, na daar door de bisschap voor geroepen te zijn (zie 25.4.4).

11.3

Jongevrouwenleiding op wijkniveau

11.3.1

Bisschap

De allereerste taak van de bisschop is voor de jongevrouwen en jongemannen in zijn wijk te zorgen. Hij en zijn raadgevers kennen ze bij naam en zijn van hun thuissituatie op de hoogte. Zij voeren minstens twee keer per jaar een gesprek met elke jongevrouw (zie 31.1.7).

De bisschop is verantwoordelijk voor de jongevrouwenorganisatie van de wijk. Hij vergadert regelmatig met de jongevrouwenpresidente. In de bisschapsvergadering brengt hij verslag uit over jongevrouwenzaken.

De bisschop en zijn raadgevers nemen geregeld deel aan bijeenkomsten, dienstbetoonprojecten en activiteiten van de jongevrouwen. Als er meerdere jongevrouwenklassen zijn, kan de bisschop zichzelf en zijn raadgevers aan bepaalde klassen koppelen.

11.3.2

Volwassen jongevrouwenpresidium

De bisschop roept een volwassen vrouw als jongevrouwenpresidente en stelt haar aan. Als de unit groot genoeg is, draagt ze één of twee volwassen vrouwen voor als raadgeefster (zie hoofdstuk 30). De bisschap overweegt haar voorstellen en roept de betrokkenen.

In een kleine unit is de jongevrouwenpresidente wellicht de enige geroepen volwassen leidster in de jongevrouwenorganisatie. In dat geval werkt zij samen met de ouders om lessen en activiteiten voor de jongevrouwen te organiseren. Ze zorgt er ook voor dat er bij alle bijeenkomsten en activiteiten ten minste twee verantwoordelijke volwassenen aanwezig zijn. Wanneer dat mogelijk is, worden raadgeefsters en een secretaresse geroepen.

In een gemeente zonder jongevrouwenpresidente kan de ZHV-presidente de lessen voor de jongevrouwen organiseren totdat er een jongevrouwenpresidente is geroepen.

De jongevrouwenpresidente heeft onderstaande taken. Haar raadgeefsters assisteren haar.

  • Ze maakt deel uit van de wijkraad (zie 7.4) en de jongerenwijkraad (zie 29.2.9).

  • Ze schenkt persoonlijke aandacht aan de jongevrouwen.

  • Ze stelt de bisschap zusters voor die in de jongevrouwen geroepen kunnen worden.

  • Ze onderwijst andere jongevrouwenleidsters en klaspresidiums in hun taken.

  • Ze geeft raad aan jongevrouwen over moeilijkheden waarbij de bisschop niet nodig is, en er geen sprake van mishandeling of misbruik is (zie 32.3; 32.6.1.1).

  • Ze begeleidt klaspresidiums in hun leidinggevende taken. Elk lid van het jongevrouwenpresidium assisteert en ziet toe op een specifieke klas.

  • Ze biedt steun aan jongevrouwen die met een volwassen zuster een bedieningskoppel vormen (zie 21.3).

  • Ze houdt regelmatig presidiumvergaderingen over de jongevrouwen en spreekt geregeld met de bisschop.

  • Ze houdt toezicht op de documenten, de rapporten, het budget en de financiën van de jongevrouwenorganisatie.

11.3.3

Secretaresse

Als de unit groot genoeg is, draagt de jongevrouwenpresidente een volwassen zuster als jongevrouwensecretaresse aan de bisschop voor. De secretaresse kan de volgende taken krijgen:

  • Ze helpt het jongevrouwenpresidium met het opstellen van de agenda voor de presidiumvergadering. Ze is op deze vergadering aanwezig, maakt aantekeningen en houdt de actielijst bij.

  • Ze instrueert de klassecretaresses en helpt ze de presentielijsten bij te houden.

  • Ze helpt het jongevrouwenpresidium met (1) het opstellen van een budget en (2) het bijhouden van de uitgaven.

11.3.4

Klaspresidium en -secretaresse

11.3.4.1

Roepen, steun verlenen en aanstellen

Elke jongevrouwenklas behoort een klaspresidium te hebben. Het jongevrouwenpresidium kan jongevrouwen aanbevelen als klaspresidente. De leden van de bisschap overleggen onder gebed wie ze gaan roepen.

Een lid van de bisschap roept een jongevrouw als klaspresidente.

Als er genoeg jongevrouwen zijn die kunnen dienen, overweegt ze onder gebed wie ze als raadgeefsters en secretaresse kan voordragen. De bisschap overweegt haar voorstellen en roept de betrokkenen.

Voordat hij een jongevrouw voor een van die taken roept, vraagt een lid van de bisschap daarvoor toestemming aan de ouders.

Na het roepingsgesprek stelt een lid van de bisschap de jongevrouw ter steunverlening voor in haar klas. De bisschop of een van zijn raadgevers stelt de jongevrouw aan.

Een lid van de bisschap maakt die roepingen in de avondmaalsdienst bekend. Hij legt ze niet voor ter steunverlening.

De nieuwe leden van het klaspresidium krijgen spoedig na hun aanstelling nadere instructies van een lid van de bisschap over hun taken. Zie ‘Oriëntatie presidiums Aäronische-priesterschapsquorums en jongevrouwenklassen’ op YoungWomen.ChurchofJesusChrist.org; zie ook hoofdstuk 4 van dit handboek.

11.3.4.2

Taken

Klaspresidentes maken deel uit van de jongerenwijkraad (zie 11.3.4.4). Klaspresidiums hebben daarnaast de volgende taken:

  • Ze geven leiding aan de klasinitiatieven in het werk van heil en verhoging (zie hoofdstuk 1).

  • Ze leren alle jongevrouwen kennen en dienen, ook wie de klas niet bijwonen. Ze zijn op de hoogte van hun behoeften en omstandigheden.

  • Ze plannen en leiden klasbijeenkomsten (zie 11.2.1.2).

  • Ze plannen dienstbetoonprojecten en activiteiten van de klas, en voeren die uit (zie 11.2.1.3).

Als er een klassecretaresse is, stelt zij de agenda voor vergaderingen op, maakt aantekeningen en houdt de presentielijst bij.

Leden van het jongevrouwenpresidium onderwijzen de klaspresidiums in hun taken (zie 11.3.2). Klasadviseuses en -deskundigen bieden actief hulp (zie 11.3.5; 11.3.6).

11.3.4.3

Vergadering van het klaspresidium

Klaspresidiums jongevrouwen vergaderen geregeld. De klaspresidente leidt die vergaderingen. De volwassen jongevrouwenleidsters die het klaspresidium ruggensteun bieden, zijn ook aanwezig. De leidsters overleggen met elkaar en zoeken naar openbaring om achter de wil van de Heer voor hun klas te komen. De volgende punten kunnen op de agenda staan:

  • Aan het werk van heil en verhoging deelnemen.

  • Zorg besteden aan de klasleden, met bijzondere aandacht voor nieuwe klasleden en het behouden van minderactieve leden.

  • Contact leggen met andersgelovigen.

  • Bijeenkomsten, dienstbetoon en activiteiten van de klas plannen.

  • Instructie door een volwassen jongevrouwenleidster of een lid van het klaspresidium.

Een voorbeeldagenda presidiumvergadering staat op ChurchofJesusChrist.org.

11.3.4.4

Jongerenwijkraad

Het doel van de jongerenwijkraad is de jongeren helpen om anderen tot Jezus Christus te brengen en het werk van heil en verhoging te verwezenlijken.

De bisschop presideert de jongerenwijkraad. De leden van deze raad zijn:

  • De bisschap.

  • Eén van de assistenten van de bisschop in het priestersquorum, en de quorumpresidenten diakenen en leraren.

  • De klaspresidentes jongevrouwen (of het hele klaspresidium als de wijk maar één jongevrouwenklas heeft).

  • De jongevrouwenpresidente.

De jongerenwijkraad bespreekt hoe ze anderen hun getuigenis helpen ontwikkelen, heilsverordeningen ontvangen, verbonden nakomen en een toegewijde volgeling van Jezus Christus worden (zie Moroni 6:4–5). Ze overleggen met elkaar over de behoeften van de jongevrouwen en jongemannen in de wijk. Ze bespreken eventueel activiteiten om aan die behoeften tegemoet te komen. De verdere uitwerking van activiteiten vindt echter in vergaderingen van de quorum- of klaspresidiums plaats.

Zie 29.2.9 voor meer informatie over de jongerenwijkraad.

11.3.5

Adviseuses

Het jongevrouwenpresidium kan voorstellen dat de bisschap jongevrouwenadviseuses roept. Elke adviseuse werkt met een specifieke leeftijdsgroep jongevrouwen. Elke klas heeft niet meer dan één adviseuse.

Adviseuses hebben de volgende taken:

  • Ze staan het jongevrouwenpresidium in hun taken bij.

  • Ze steunen en begeleiden klaspresidiums bij het leren en uitvoeren van hun taken.

  • Ze geven, naar behoefte, op zondag les. Ze helpen jongevrouwen aan wie gevraagd is om de les te verzorgen zich doeltreffend voor te bereiden en de les te geven.

  • Ze wonen klasactiviteiten bij.

  • Ze wonen op uitnodiging vergaderingen van het jongevrouwenpresidium van de wijk bij.

Er zijn bij elke bijeenkomst en activiteit van de klas ten minste twee verantwoordelijke volwassen vrouwen aanwezig. Adviseuses volgen de cursus op ProtectingChildren.ChurchofJesusChrist.org (zie 11.6.2).

11.3.6

Deskundigen

Het jongevrouwenpresidium kan naar behoefte voorstellen dat de bisschap deskundigen roept om de leden van het presidium en adviseuses bij te staan. In sommige gevallen wordt zo’n roeping beperkt tot een bepaald evenement, zoals een kamp, een jeugdconferentie of een sportactiviteit.

Alle deskundigen staan onder leiding van het jongevrouwenpresidium van de wijk.

Deskundigen volgen de cursus op ProtectingChildren.ChurchofJesusChrist.org (zie 11.6.2).

11.4

Jongevrouwen op hun overgang naar de ZHV voorbereiden

Een jongevrouw kan vanaf haar 18e tot de ZHV toetreden. Op haar 19e dient iedere jongevrouw volledig in de ZHV mee te doen. In sommige gevallen kan een jongevrouw al vóór haar 18e tot de ZHV toetreden. Iedere jongevrouw overlegt met haar ouders en de bisschop wat haar het beste zal helpen om haar geloof in Jezus Christus te blijven versterken.

De ouders en leidsters van de jongevrouwen en de ZHV werken samen aan een soepele overgang van iedere jongevrouw naar de ZHV. Deze leidsters bieden jongevrouwen en ZHV-zusters voortdurend gelegenheden om contact te leggen en een band met elkaar te ontwikkelen.

11.5

Jongevrouwenleidsters van de ring

Een lid van het ringpresidium roept een volwassen vrouw als jongevrouwenpresidente van de ring. Als de ring groot genoeg is, draagt ze één of twee volwassen vrouwen voor als raadgeefster, en nog een zuster als secretaresse. Deze vrouwen worden door een lid van het ringpresidium of een aangewezen hogeraadslid geroepen en aangesteld. Zie 5.4.1 en 5.4.4 voor informatie over de taken van het jongevrouwenpresidium van de ring en de secretaresse.

Een raadgever in het ringpresidium is verantwoordelijk voor de jongevrouwenorganisatie in de ring. Hij is ook verantwoordelijk voor het werk van het jongevrouwenpresidium van de ring. Hij instrueert bovendien de bisschoppen in hun taken voor de jongevrouwen.

Het ringpresidium wijst een hogeraadslid aan om met het jongevrouwenpresidium van de ring samen te werken. Dit hogeraadslid, het jongevrouwenpresidium en de secretaresse zijn lid van het APJV-comité van de ring (zie 29.3.9).

11.6

Aanvullende beleidsregels en richtlijnen

11.6.1

Jongeren beschermen

Als volwassenen in de kerk met jongeren omgaan, dienen er minimaal twee verantwoordelijke volwassenen aanwezig te zijn. Het kan daarvoor nodig zijn om klassen te combineren.

Alle volwassenen die met jongeren werken, moeten de cursus Kinderen en jongeren beschermen binnen een maand na hun aanstelling voltooien (zie ProtectingChildren.ChurchofJesusChrist.org). Ze herhalen de cursus daarna om de drie jaar.

Zie 21.3 voor informatie over die richtlijnen in verband met bedieningscollega’s.

11.6.2

Jongevrouwen met een handicap

Klaspresidiums besteden extra aandacht aan jongevrouwen met een handicap.

Zie disability.ChurchofJesusChrist.org voor informatie over de hulp aan deze jongevrouwen.

11.6.3

Emblemen voor kinderen en jongeren

Jongevrouwen ontvangen emblemen als onderdeel van het programma Kinderen en jongeren. Iedere jongevrouw dient een verbondenheidsembleem van haar klaspresidium te ontvangen wanneer ze lid van de jongevrouwen wordt. Ze krijgt ook een exemplaar van Persoonlijke ontwikkeling: boekje voor jongeren. Een goed moment daarvoor is een welkomstgesprek met haar klaspresidium en volwassen jongevrouwenleidsters. Een jaarlijkse bijeenkomst voor jongeren en hun ouders is een goed alternatief (zie 11.2.1.3).

In januari van het jaar waarin een jongevrouw 18 wordt, ontvangt ze nog een verbondenheidsembleem.

Jongevrouwen kunnen een prestatie-embleem verdienen door ernaar te streven om meer op de Heiland te lijken.

Zie KinderenEnJongeren.KerkVanJezusChristus.org voor meer informatie over emblemen.