Handboeken en roepingen
4. Leidinggeven in de Kerk van Jezus Christus
Voetnoten

Hide Footnotes

Thema

‘4. Leidinggeven in de Kerk van Jezus Christus’, Algemeen handboek: dienen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (2020).

‘4. Leidinggeven in de Kerk van Jezus Christus’, Algemeen handboek.

4.

Leidinggeven in de Kerk van Jezus Christus

4.0

Inleiding

U bent onder inspiratie door bevoegde dienstknechten van de Heiland geroepen. U hebt als leidinggevende in de kerk het voorrecht om deel te nemen aan het werk van onze hemelse Vader, namelijk ‘de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen’ (Mozes 1:39). Dat doet u door de leden aan te moedigen om aan het werk van heil en verhoging voor zichzelf, hun gezin en anderen deel te nemen (zie hoofdstuk 1). U zult vreugde in uw dienst aan Gods kinderen vinden.

4.1

Het doel van leidinggeven in de kerk

Leidinggevenden moedigen de leden aan om aan Gods werk deel te nemen door ‘ware volgelingen’ van Jezus Christus te worden (Moroni 7:48). Daartoe proberen leidinggevenden eerst zelf een trouwe discipel van de Heiland te worden door zijn leringen en voorbeeld te volgen (zie Lukas 18:22). Dan kunnen ze anderen dichter tot onze hemelse Vader en Jezus Christus helpen komen. Door anderen te helpen, worden ze zelf een betere discipel (zie Mosiah 18:26; Leer en Verbonden 31:5).

Zelf een getrouwe discipel zijn om anderen ertoe te brengen dat te worden, is het doel achter elke roeping in de kerk. Elke roeping biedt kansen om anderen te leiden, te dienen en te sterken.

4.2

Beginselen van leidinggeven in de kerk

De Heiland gaf tijdens zijn bediening op aarde het voorbeeld van leidinggeven voor zijn kerk. Hij richtte Zich vooral op het dienen van onze hemelse Vader, en hielp anderen om zijn evangelie te begrijpen en na te leven (zie Johannes 5:30). Hij hield van de mensen die Hij leidde en toonde die liefde door ze te dienen (zie Johannes 13:3–5).

De Heiland liet anderen hun capaciteiten ontwikkelen door ze verantwoordelijkheid en groeimogelijkheden te geven (zie Mattheüs 10:5–8; Johannes 14:12). Hij gaf duidelijk en liefdevol bemoediging en terechtwijzing (zie Johannes 21:15–17).

De Heer heeft gezegd: ‘Laat eenieder zijn plicht leren kennen, en het ambt waartoe hij is aangewezen, met alle ijver leren uitoefenen’ (Leer en Verbonden 107:99). Die woorden gelden voor iedereen die een taak heeft om in de kerk van de Heiland te dienen en leiding te geven.

Stel u open voor persoonlijke openbaring om de plichten die uit uw roeping voortvloeien beter te leren kennen en uit te voeren. Let bij uw studie van de Schriften op leidersbeginselen die de Heiland aan de dag legde en uiteenzette. Met de beginselen in dit hoofdstuk kunt u ook effectiever in de kerk van de Heiland leidinggeven.

4.2.1

Geestelijke voorbereiding

Jezus bereidde Zich geestelijk op zijn aardse zending voor (zie Bijbelvertaling van Joseph Smith, Mattheüs 4:1, in de Gids bij de Schriften; zie ook Mattheüs 14:23). U bereidt u eveneens geestelijk voor als u nader tot uw hemelse Vader komt door gebed, Schriftstudie en gehoorzaamheid aan zijn geboden. U bereidt u ook geestelijk voor door zijn profeten te volgen (zie Leer en Verbonden 21:4–6).

Zoek naar openbaring om inzicht te krijgen in de behoeften van de mensen die u leidt, en in de wijze waarop u het werk waartoe God u geroepen heeft, kunt uitvoeren. Als u tot de Heer nadert, krijgt u leiding voor uw eigen leven, de taken in uw gezin en uw roeping in de kerk.

De Heer heeft ook beloofd om geestelijke gaven te verlenen aan wie ernaar streven (zie Leer en Verbonden 46:8). Als u onze hemelse Vader nederig om kracht en om zijn gaven aanroept, zal Hij u nog beter in staat stellen om de mensen die u dient te leiden en op te beuren.

4.2.2

Al Gods kinderen dienen

Jezus diende mensen persoonlijk. Hij reikte mensen die zich alleen, wanhopig of verloren voelden de hand. Hij liet de mensen in woord en daad merken dat Hij ze liefhad. Hij had oog voor de goddelijke natuur en eeuwige waarde van ieder mens.

Heb net als Jezus de mensen lief die u dient. Bid ‘met alle kracht van uw hart’ dat u met zijn liefde vervuld wordt (Moroni 7:48). Sluit oprechte vriendschappen. Leg contact met mensen die eenzaam zijn, troost kunnen gebruiken of andere behoeften hebben. Uw liefde zal mensen tot zegen zijn en het verlangen bij ze aanwakkeren om tot Christus te komen.

Help de leden hun geloof in onze hemelse Vader en Jezus Christus te vergroten. Help ze zich op de verbonden voor te bereiden die ze bij hun volgende verordening sluiten. Waarschuw tegen zonde en spoor de leden aan om hun verbonden na te komen en de zegeningen van bekering te plukken. Druk ze op het hart dat ze hun goddelijke potentieel actief kunnen verwezenlijken, wat voor moeilijkheden zich ook aandienen.

4.2.3

Onderwijzen in het evangelie van Jezus Christus

Iedere leidinggevende is een leerkracht. Streef ernaar om het voorbeeld van de Heiland als leraar te volgen (zie hoofdstuk 17; Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland). Draag in woord en daad de leer van Jezus Christus en de beginselen van zijn evangelie uit (zie 3 Nephi 11:32–33; Leer en Verbonden 42:12–14). Doeltreffend onderwijs zet mensen ertoe aan om hun band met God te verbeteren, het evangelie na te leven en het eeuwige leven voor ogen te houden.

Onderwijs uit de Schriften en de leringen van de hedendaagse profeten (zie Leer en Verbonden 52:9). Bedenk dat ‘de prediking van het woord […] een krachtiger uitwerking op het gemoed van het volk [heeft] dan […] iets anders’ (Alma 31:5).

Stel u bij uw voorbereiding en onderricht open voor de Geest. De Heilige Geest brengt de waarheid tot het hart en het verstand van wie u onderwijst (zie 2 Nephi 33:1).

Leer de leden zich aan de studie van het evangelie toe te wijden, zowel individueel als in gezinsverband.

Als u een kerkunit, priesterschapsquorum of andere organisatie leidt, zorg dan dat het onderwijs opbouwend en leerstellig juist is.

4.2.4

Rechtschapen presideren

In de kerk presideren houdt in dat u de verantwoordelijkheid hebt om Gods kinderen zo voor te bereiden dat ze in Gods tegenwoordigheid kunnen wonen. Wie presideert en vriendelijk, zachtmoedig en met zuivere liefde dient en onderwijst, volgt daarmee het voorbeeld van Jezus Christus (zie Johannes 13:13–15).

De Heer heeft geopenbaard dat er ‘noodzakelijkerwijs […] presidenten, of presiderende ambtsdragers’ zijn (Leer en Verbonden 107:21). Elke unit, elk priesterschapsquorum en elke andere organisatie in de kerk wordt door een presiderende functionaris geleid. Hij of zij wordt geroepen en aangesteld door iemand met priesterschapssleutels of iemand die hij gemachtigd heeft. Iedere presiderende functionaris dient op aanwijzing van iemand die priesterschapssleutels bezit (zie 3.4.1). Die structuur zorgt voor orde en duidelijke lijnen van verantwoordelijkheid en rekenschap bij de uitvoering van het werk van de Heer.

Iemand is vanwege een presiderende roeping of taak niet belangrijker of waardevoller dan anderen.

Als u geroepen bent of de opdracht hebt om te presideren, volg dan deze instructie van de Heiland: ‘Wie onder u de eerste wil zijn, die moet uw [dienaar] zijn’(Mattheüs 20:27; zie de verzen 26–28). Overleg met anderen en streef naar eensgezindheid om de wil van de Heer te doen (zie 4.2.5).

Ambieer geen presiderende functie in enige organisatie in de kerk van de Heer (zie Leer en Verbonden 121:37). Dien liever nederig en trouw in de positie waartoe u bent geroepen. Streef ernaar om het werk van de Heer met het oog alleen op zijn eer gericht te doen (zie Leer en Verbonden 4:5).

4.2.5

Met elkaar overleggen en eensgezindheid kweken

De Heer draagt de leiders van zijn kerk op om met elkaar te beraadslagen en zo kennis van Hem te krijgen (zie Leer en Verbonden 107:27–31). Hij heeft ook de noodzaak van eensgezindheid beklemtoond (zie Johannes 17:6–11, 20–23; 3 Nephi 11:28–30). Hij heeft gezegd: ‘Wees één; en indien u niet één bent, bent u de mijnen niet’ (Leer en Verbonden 38:27).

Leidinggevenden komen in raden bijeen onder leiding van een presiderende functionaris. Zij bespreken manieren om personen en gezinnen hulp te bieden. Ze zoeken onder gebed naar Gods wil (zie Leer en Verbonden 41:2–3). Geleid door de Heilige Geest bepalen ze in overleg hoe ze de leden van hun organisatie doeltreffend van dienst kunnen zijn.

Kweek als leidinggevende in de kerk eensgezindheid aan onder de mensen die u dient, en help ze ‘één van hart en één van zin’ te worden (Mozes 7:18). Maakt u deel uit van een raad of presidium, kweek dan meer eensgezindheid aan door samen te overleggen, gevoelens en gedachten uit te wisselen, en te luisteren (zie Leer en Verbonden 88:122; zie ook hoofdstuk 7).

Steun als raadslid de beslissingen van wie de raad presideert.

4.2.6

Taken delegeren en rekenschap afleggen

De Heiland gaf zijn discipelen zinvolle opdrachten en taken. Hij liet ze ook rekenschap afleggen en vroeg ze verslag over het opgedragen werk uit te brengen. (Zie Lukas 10:1–17.)

Stel als leidinggevende vast hoe u uw tijd het doeltreffendst gebruikt. U beheert uw tijd onder meer door taken aan anderen te delegeren die bij het werk kunnen assisteren.

Delegeren maakt uw inzet doeltreffender. Als u te veel hooi op uw vork neemt, zult u ‘er zeker aan bezwijken’ (Exodus 18:18). Zoek naar de leiding van de Geest om te weten wat u moet delegeren, zodat u zich met de belangrijkste kwesties kunt bezighouden.

Delegeren is ook een zegen voor anderen: zij groeien erdoor en ontvangen de zegeningen van hun dienstbetoon. Betrek zo mogelijk alle leden bij de uitvoering van Gods werk.

Delegeren houdt meer in dan iemand iets opdragen. Het betekent ook dat u een ander instructies geeft en de taak echt toevertrouwt. Goed delegeren omvat doorgaans de volgende elementen:

  • Leg aan de betrokkene uit wat de taak inhoudt en wat die tot doel heeft.

  • Bespreek manieren waarop de taak kan worden uitgevoerd, wie er nog meer bij betrokken kunnen worden en wanneer de taak klaar moet zijn. Zorg ervoor dat de betrokkene de taak begrijpt en die gewillig op zich neemt. Spreek uw vertrouwen in zijn of haar capaciteiten uit.

  • Vertrouw erop dat de betrokkene inspiratie krijgt bij de planning en uitvoering van de taak. Geef bemoediging, leiding en steun.

  • Laat de betrokkene naar behoefte verslag over de taak uitbrengen. Neem de verrichte werkzaamheden in dank en met waardering aan.

4.2.7

Anderen voorbereiden op leidinggeven en onderwijzen

De Heiland bereidde zijn apostelen voor om zijn kerk te leiden. U bereidt anderen ook op leidinggevende en onderwijstaken voor.

Als u gebedvol overweegt wie in een kerkfunctie of taak kan dienen, bedenk dan dat de Heer de mensen die Hij roept, ook geschikt zal maken. Het gaat er bovenal om dat ze bereid zijn om te dienen, nederig de hulp van de Heer zoeken en hun best doen om goed te leven. Roepingen en taken zijn mogelijkheden voor hen om te groeien, doordat ze hun geloof oefenen, hard werken en voelen dat God hun inspanningen grootmaakt. Begeleid en help nieuwe leden en anderen die extra ondersteuning in hun roeping kunnen gebruiken.

Soms wordt hetzelfde kleine groepje mensen steeds weer voor leidinggevende functies geroepen. Overbelasting van hen en hun gezin ligt dan op de loer en anderen krijgen zo geen kans. Geef alle leden de kans om te dienen en te groeien.

Zie hoofdstuk 30 voor richtlijnen over het voordragen van leden voor een roeping in de kerk.

4.2.8

Bijeenkomsten, lessen en activiteiten met een duidelijk doel plannen

Plan bijeenkomsten, lessen en activiteiten onder leiding van de Geest met een duidelijk doel. Dat doel is in elk geval mensen individueel en als gezin sterken, ze dichter tot Christus brengen en Gods werk van heil en verhoging tot stand brengen (zie hoofdstuk 1 en 2). Volg bij het plannen de beginselen in hoofdstuk 20 en 29.

Stel langetermijnplannen voor uw organisatie op. Houd een jaarkalender bij. Houd de geestelijke vooruitgang van de leden voor ogen.

4.3

Evaluatie van vooruitgang

Uw toegewijde inzet vraagt de nodige tijd, maar verwaarloos uw eigen behoeften en die van uw gezin niet. Stel u open voor de Heilige Geest om uw prioriteiten te bewaken (zie Mosiah 4:27).

Neem uw taken en geestelijke groei als leidinggevende regelmatig onder de loep. Denk ook aan de ontwikkeling van de mensen die u leidt. Leidinggevenden van een unit, priesterschapsquorum en andere organisatie kunnen aan de kernindicatoren en het kwartaalrapport zien waar vooruitgang wordt geboekt en waar nog ruimte voor groei is.

Uw succes als leidinggevende wordt voornamelijk afgemeten aan de ijver waarmee u Gods kinderen helpt om trouwe discipelen van Jezus Christus te worden. Daar alle mensen handelingsvrijheid hebben, kiezen sommigen ervoor om het verbondspad te verlaten. Dat werkt soms ontmoedigend, maar als u zich tot de Heer wendt, zal Hij u opbeuren en troosten (zie Alma 26:27). U kunt ervan uitgaan dat de Heer tevreden over uw inzet is als u voelt dat de Geest door u werkt.