2012
Ik kreeg antwoord tijdens de conferentie
September 2012


Ik kreeg antwoord tijdens de conferentie

Sara Magnussen Fortes, São Paulo (Brazilië)

In 2006 kreeg ik antropologie op een katholieke hogeschool. Onze leraar had ons de opdracht gegeven om onderzoek naar een bepaalde godsdienst te doen en er een presentatie over te geven. Ik koos voor een presentatie over De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen — tenslotte was ik al 21 jaar lid. Ik wist dat dit een zeldzame en geweldige kans was om aan veertig collega’s en vrienden te vertellen waar ik in geloofde.

Tijdens de twee maanden die ik had om de presentatie voor te bereiden, vond ik het moeilijk om een manier te vinden waarop ik de leer die mij dierbaar is zo kon presenteren dat mijn klasgenoten haar zouden begrijpen. Ik wist niet precies welke conclusies ik moest trekken en hoe ik dat dan zou doen. Toen ik nog een week had, wist ik nog steeds niet hoe ik het moest aanpakken. Wanhopig ging ik in gebed en vroeg ik de Heer om hulp.

Ik kreeg antwoord tijdens de algemene conferentie, die dat weekend plaatsvond. Tijdens de aprilconferentie van 2006 hield president James E. Faust (1920–2007), tweede raadgever in het Eerste Presidium, een toespraak getiteld ‘De herstelling van alle dingen.’1 Ik voelde de Geest bevestigen dat er in de geloofspunten waar president Faust over vertelde — en ook de manier waaróp hij ze vertelde — een volgorde zat die ik in mijn presentatie kon aanhouden.

Ik downloadde de toespraak na de conferentie van het internet. Ik baseerde mijn voorbereiding erop en hield de presentatie die week daarop. Ik kreeg twintig minuten de tijd, maar door alle vragen die mijn leraar en klasgenoten aan mij stelden, duurde de presentatie veertig minuten — zo lang duurde de hele les.

Toen ik klaar was, zei mijn leraar dat geen enkele andere student ooit zo’n goede presentatie had gehouden. Hij gaf me een hoog cijfer en zei dat de enige reden dat ik geen tien voor mijn presentatie kreeg, was dat ik geen onpartijdig standpunt had ingenomen.

Later liet ik de leraar de webpagina van de Liahona zien, waarop hij president Fausts toespraak en andere toespraken die hij interessant mocht vinden, kon bekijken. Ik gaf hem ook een exemplaar van het Boek van Mormon en vroeg hem om het te lezen en er naderhand met me over te praten.

Ik was dankbaar dat de presentatie ook invloed op sommige studenten had. De rest van het jaar zag ik de bewijzen hoe het hun leven had veranderd. Een van hen nodigde de zendelingen uit, waardoor we de kans kregen om nog meer over het evangelie van Jezus Christus te praten.

Ik ben dankbaar dat ik de kans had om mijn klasgenoten over het evangelie te vertellen. Maar ik ben nog dankbaarder dat ik erachter ben gekomen dat de Heer onze oprechte gebeden door de woorden van hedendaagse profeten en apostelen verhoort.

Noten

  1. James E. Faust, ‘De herstelling van alle dingen’, Liahona, mei 2006, pp. 61–62, 67–68.