2008
De minste van mijn leiders?
Januari 2008


De minste van mijn leiders?

Een nieuwe diaken leerde mij, zijn bisschop, wat de Heiland bedoelde toen Hij zei: ‘Want wie onder u allen de minste is, die is groot’ (Lucas 9:48).

Er moest een nieuwe quorumpresident diakenen worden geroepen. Mijn raadgevers en ik knielden zoals gewoonlijk in onze bisschapsvergadering neer om de goedkeuring van de Heer voor deze en andere roepingen te krijgen.

Na een bevestigend gevoel van de Geest te hebben gekregen, belegde ik een gesprek met Víctor Leonardo Jiménez Gonzáles, een jongeman die onlangs twaalf jaar was geworden en nu werkzaam was als quorumsecretaris diakenen.

Tijdens het gesprek vroeg ik Víctor naar zijn huidige roeping en hoe het met hem ging.

‘Ik maak me zorgen, bisschop’, antwoordde hij. ‘Ik ben echt bezorgd.’

‘Waarover maak je je zorgen?

‘Nou, ik zie graag alle diakenen naar de kerk komen. Dus op weg hier naartoe ben ik bij Nicholas en Anthony langsgegaan en heb ze wakker gemaakt, en daarna ben ik naar Jimmy en Luis gegaan en heb hun meegevraagd. ‘Ik maak me echt zorgen, bisschop’, sprak Víctor.

Ik was verrast door wat hij zei en dat een twaalfjarige quorumsecretaris diakenen zich zo bekommerde over de andere leden in het quorum.

‘Ik wil heel graag dienen’, ging hij verder, ‘en dat wil ik goed doen, maar ik ben een van de minste leiders.’

‘Wat bedoel je met ‘een van de minste leiders?’, vroeg ik.

‘Nou, ik ben secretaris. Ik ben niet de president of een raadgever. Ik ben een secretaris en dus een van de minste leiders. Maar de diakenen behoren in de kerk te zijn en dat zijn ze niet, vandaar dat ik ze ga halen, want ze horen hier te zijn. Ik weet niet waarom ze niet komen. Maar ik vind dat ik ze moet gaan ophalen, bisschop!’

Ik kon mijn ogen niet langer drooghouden, de tranen rolden over mijn wangen. Geëmotioneerd zei ik: ‘Dankzij jou besef ik weer waarom ik als bisschop ben geroepen. Om voor anderen te zorgen, om ze te bezoeken en te dienen zoals koning Benjamin deed. We moeten in de dienst van anderen zijn, dan zijn wij in de dienst van God. Jij bent niet de minste leider. Iedereen die dient, speelt een belangrijke rol in de kerk van onze hemelse Vader.’

Daarop zei hij: ‘Dat zegt mijn vader ook. En nu ik u zie huilen, moet ik denken aan die keer dat wij met elkaar in gesprek waren. Ook hij moest huilen toen hij zei: “Als je een taak hebt, moet je die goed doen.”’

De tranen verkwikten mijn ziel, en de woorden van de jongeman fristen mijn geheugen op. Ik werd mij er weer van bewust dat de waarde van zijn kinderen groot is in de ogen van onze hemelse Vader toen ik zag dat deze jongeman zoveel waarde toekende aan ieder lid van zijn quorum.

Ik riep Víctor als quorumpresident van de diakenen. Daarop zei hij: ‘Nu zal ik echt hard moeten werken. Ik zal u niet teleurstellen, bisschop.’

Zelfs nu, enige tijd later, wellen er weer tranen in mij op als ik aan dit onvergetelijke gesprek terugdenk. Ik weet dat deze jongen goddelijk potentieel in zich heeft. Hij houdt zijn blik gericht op de toekomst, hij weet wat belangrijk is.