2010–2019
‘Is dit niet het vasten dat Ik verkies?’
Voetnoten
Thema

‘Is dit niet het vasten dat Ik verkies?’

Uw vastengave zal meer doen dan het voeden en kleden van mensen. Er zullen harten door geheeld en veranderd worden.

Geliefde broeders en zusters, met blijdschap spreek ik mijn liefde voor u uit in deze algemene conferentie van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Die blijdschap komt door het getuigenis van de Geest dat de liefde van de Heiland naar u allen en naar alle kinderen van onze hemelse Vader uitgaat. Onze hemelse Vader wil zijn kinderen geestelijk en stoffelijk zegenen. Hij begrijpt al hun behoeften, hun pijn en hun hoop.

Als we iemand hulp bieden, voelt dat voor de Heiland alsof we Hem de helpende hand bieden.

Dat bevestigde Hij toen Hij een toekomstig moment beschreef dat we allemaal zullen meemaken wanneer we Hem na dit leven zien. Ik kreeg een duidelijker beeld van dat moment voor ogen toen ik bad en vastte om te weten wat ik vandaag moest zeggen. De Heer beschreef dat toekomstige onderhoud voor zijn discipelen, en het geeft aan wat wij met ons gehele hart ook voor onszelf wensen:

‘Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld.

‘Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt mij gastvrij onthaald.

‘Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen.

‘Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven?

‘Wanneer hebben wij U als een vreemdeling gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed?

‘Wanneer hebben wij U ziek gezien of in de gevangenis en zijn bij U gekomen?

‘En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.’1

U en ik verlangen naar dat warme onthaal van de Heiland. Maar hoe komen we daarvoor in aanmerking? Er zijn meer hongerige, dakloze en eenzame kinderen van onze hemelse Vader dan wij ooit kunnen bereiken. En die toenemende aantallen raken steeds verder buiten ons bereik.

Maar de Heer heeft ons allemaal iets gegeven om er wat aan te kunnen doen. Het is een eenvoudig gebod dat zelfs een kind kan begrijpen. Het is een gebod met een prachtige belofte voor mensen in nood en voor onszelf.

Het is de wet van vasten. De woorden in het boek Jesaja geven het gebod van de Heer en de beschikbare zegeningen voor ons in zijn kerk weer:

‘Is dit niet het vasten dat Ik verkies: dat u de boeien van de goddeloosheid losmaakt, dat u de banden van het juk ontbindt, dat u de onderdrukten vrij laat heengaan en dat u elk juk breekt?

‘Is het niet dit, dat u uw brood deelt met wie hongerlijdt, en de ellendige ontheemden een thuis biedt, dat, als u een naakte ziet, u hem kleedt, en dat u zich voor eigen vlees en bloed niet verbergt?

‘Dan zal uw licht doorbreken als de dageraad, en uw herstel snel intreden. Uw gerechtigheid zal voor u uit gaan en de heerlijkheid van de Heere zal uw achterhoede zijn.

‘Dan zult u roepen en de Heere zal antwoorden, dan zult u om hulp roepen en Hij zal zeggen: Zie, hier ben Ik. Als u het juk uit uw midden wegdoet, het uitsteken van de vinger en het uitspreken van ongerechtigheid;

‘als u uw hart opent voor de hongerigen, en de verdrukte ziel verzadigt, dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid als de middag zijn.

‘En de Heere zal u voortdurend leiden, Hij zal uw ziel in dorre streken verzadigen, uw beenderen kracht geven; u zult zijn als een bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit ontbreekt.’2

De Heer heeft ons dus een eenvoudig gebod met een geweldige belofte gegeven. In de kerk krijgen we tegenwoordig de gelegenheid om maandelijks te vasten en een gulle vastengave te geven via onze bisschop of gemeentepresident ten behoeve van de armen en behoeftigen. Een deel van wat u geeft, wordt gebruikt voor de mensen om u heen, misschien wel voor iemand uit uw eigen familie. De dienstknechten van de Heer bidden en vasten voor openbaring om te bepalen wie hulp nodig heeft en wat voor soort hulp dat moet zijn. Wat er overblijft nadat de mensen in uw eigen unit zijn geholpen, komt andere behoeftige kerkleden over de hele wereld ten goede.

Aan het gebod om voor de armen te vasten zijn vele zegeningen verbonden. President Spencer W. Kimball noemde het verzaken van deze wet een passieve zonde die iemand duur komt te staan. Hij schreef: ‘De Heer doet rijke beloften aan wie vasten en de behoeftigen helpen. […] Inspiratie en geestelijke leiding dienen zich met rechtschapenheid en de nabijheid van onze hemelse Vader aan. Deze rechtschapen daad van vasten nalaten, zou ons van die zegeningen beroven.’3

Ik heb nog maar enkele weken geleden een van die zegeningen ontvangen. Aangezien de algemene conferentie in een weekend valt waarin we normaliter de vasten- en getuigenisdienst houden, heb ik gevast en gebeden hoe ik het gebod om voor mensen in nood te zorgen toch kan naleven.

Op een zaterdag was ik nog aan het vasten en werd ik om zes uur in de ochtend wakker. Ik ging weer in gebed. Ik kreeg de ingeving naar het wereldnieuws te kijken. Ik kreeg het volgende verslag te zien:

Tropische cycloon Pam treft Port Vila, de hoofdstad van Vanuatu, en heeft vele huizen verwoest. Ten minste zes mensen op Vanuatu zijn om het leven gekomen, de eerste bevestigde slachtoffers van een van de krachtigste stormen die ooit het land hebben bereikt.

‘Er stond bijna geen boom meer recht overeind [terwijl de cycloon] bulderde over’ het eilandenrijk in Oceanië.4

Een noodhulpteam van World Vision is van plan de schade in kaart te brengen als de storm is gaan liggen. 

De inwoners hadden het advies gekregen om in stevige gebouwen zoals universiteiten en scholen te schuilen.

Het verslag vervolgde: ‘“Het sterkste wat ze hebben, is kerkgebouwen van steen”, zei Inga Mepham [van] CARE International. […] “Sommigen van hen hebben dat niet. Je zou denken dat het moeilijk is om een gebouw te vinden dat een storm in categorie 5 kan doorstaan.”’5

Toen ik dat las, zag ik de kleine huizen die ik op Vanuatu had bezocht weer voor me. Ik zag de mensen voor me, bijeengekropen in huizen die door de wind verwoest werden. Toen herinnerde ik me het warme onthaal door de mensen op Vanuatu. Ik dacht aan hen en aan hun buren die een veilig heenkomen in ons kerkgebouw van steen zochten.

Toen zag ik de bisschop en de ZHV-presidente onder hen voor me, die troost, dekens, voedsel om te eten en water om te drinken boden. Ik zag de bange, weggekropen kinderen voor me.

Ze zijn zo ver weg van het huis waarin ik dat verslag las, en toch wist ik wat de Heer door middel van zijn dienstknechten zou gaan doen. Ik wist wat het voor hen mogelijk maakte om die kinderen van onze hemelse Vader te hulp te komen, namelijk vastengaven, vrijwillig gegeven door de discipelen van de Heer, die ver weg van hen maar dicht bij de Heer waren.

Ik wachtte dan ook niet tot zondag. Ik overhandigde die ochtend nog mijn vastengave aan mijn bisschop. Ik weet dat die offergave door de bisschop en ZHV-presidente voor iemand uit mijn buurt gebruikt kan worden. Maar mijn geringe offergave is wellicht niet nodig in mijn eigen buurt, en wat er hier ter plaatste overblijft, bereikt wellicht ooit het verre Vanuatu.

Andere stormen en tragedies zullen over de hele wereld mensen treffen die de Heer liefheeft en wier leed Hij voelt. Een deel van uw vastengaven en die van mij deze maand zal aangewend worden om iemand, ergens, te helpen, wat voor de Heer zal voelen alsof u Hem zelf tot hulp geweest bent.

Uw vastengave zal meer doen dan het voeden en kleden van mensen. Er zullen harten door geheeld en veranderd worden. Een vrijwillige offergave kan bijvoorbeeld het verlangen in het hart van de ontvanger opwekken om anderen in nood de helpende hand toe te steken. Dat gebeurt over de hele wereld.

Dat gebeurde ook met zuster Abie Turay, die in Sierra Leone woont. In 1991 brak daar een burgeroorlog uit. Het land werd er jarenlang door geteisterd. Sierra Leone was al een van de armste landen ter wereld. ‘Tijdens de oorlog was het onduidelijk wie de touwtjes in het land in handen [had] — banken […] gingen dicht, overheidskantoren werden gesloten, de politie [kon niet veel uitrichten tegen rebellerende groeperingen], […] en er was sprake van chaos, moord en verdriet. Tienduizenden mensen verloren hun leven en meer dan twee miljoen mensen sloegen op de vlucht om aan de slachting te ontkomen.’6

Zelfs in die moeilijke tijden groeide De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

Een van de eerste gemeenten werd in de woonplaats van zuster Turay gesticht. Haar man was de eerste gemeentepresident. Tijdens de burgeroorlog was hij districtspresident.

‘Als zuster Turay [nu] mensen op bezoek krijgt, laat ze hun graag twee [schatten] uit de oorlog zien: een shirt met blauwe en witte strepen [dat ze had gekregen] uit een baal gebruikte kleding [gedoneerd door leden van de kerk] en een deken, die nu versleten en vol gaten zit.’7

Ze zegt: ‘Dit shirt is de eerste […] kleding die ik [kreeg]. […] Ik had het aan naar mijn werk — het was ontzettend fijn. [Ik voelde me er beeldschoon in.] Ik had geen andere kleren.

‘Tijdens de oorlog hield deze deken ons warm, mij en mijn kinderen. Als de rebellen ons aanvielen, was dit het enige waar ik [mijn] hand op [kon] leggen [terwijl we een schuilplaats in het bos zochten]. Dus [namen] we de deken met ons mee. Die hield ons warm en bood bescherming tegen de muskieten.’8

‘Zuster Turay spreekt over haar dankbaarheid voor een zendingspresident die met [geld] op zak door het door oorlog geteisterde land trok.’ Met dat geld, uit de vastengaven van mensen als u, konden de heiligen voedsel kopen dat de meeste inwoners van Sierra Leone zich anders niet konden veroorloven.9

Zuster Turay zei het volgende over degenen die zo gul hadden geschonken zodat zij in leven konden blijven: ‘Als ik denk [aan] de mensen die dit hebben gedaan […] voel ik dat [zij] door God [waren] gezonden, omdat gewone mensen dit vriendelijke gebaar naar [ons] maakten.’10

Iemand uit de Verenigde Staten was onlangs bij Abie op bezoek. Terwijl hij bij haar was, viel zijn blik ‘op een set Schriften die op tafel lag’. Hij kon zien dat de boeken op waarde geschat werden. Ze waren ‘gemarkeerd met allerlei aantekeningen in de kantlijn. De bladzijden waren [verweerd;] sommige waren gescheurd. De omslag zat los van de gebonden binnenkant.’

Hij hield de Schriften in zijn ‘hand en sloeg de bladzijden voorzichtig om. Toen [hij dat deed, vond hij een] gele kopie van een tiendespecificatieblaadje. [Hij] zag dat Abie Turay, in een land waar [een dollar zijn] gewicht in goud [waard was], één dollar als haar tiende had betaald, één dollar voor het zendingsfonds en één dollar als vastengave voor mensen die, in haar woorden, “echt arm” waren.’

De bezoeker deed zuster Turay’s Schriften dicht en dacht, toen hij naast deze trouwe Afrikaanse moeder stond, dat hij zich op heilige grond bevond.11

Net zoals de zegen van uw en mijn vastengave harten kan veranderen, geldt dat ook voor vasten ten behoeve van een ander. Zelfs een kind kan dat voelen.

Veel kinderen, en sommige volwassenen, vinden 24 uur vasten om persoonlijke redenen wel eens moeilijk. Het kan voor hen voelen dat het vasten hun ‘ziel verdrukt’ zoals Jesaja het omschrijft. Verstandige ouders zien die mogelijkheid in en volgen nauwlettend de raad van president Joseph F. Smith op: ‘U kunt ze beter het beginsel leren en het ze laten toepassen wanneer ze oud genoeg zijn om een intelligente keuze te maken.’12

Ik heb de zegen van die raad onlangs gezien. Een van mijn kleinzoons vond 24 uur vasten niet vol te houden. Maar zijn verstandige ouders legden het beginsel wel in zijn hart. Een van zijn schoolvriendjes had onlangs een neefje verloren dat verongelukt was. Mijn kleinzoon vroeg zijn moeder op de vastendag, omstreeks de tijd dat hij altijd het gevoel had dat hij het vasten niet langer kon volhouden, of zijn rouwende vriend zich beter zou voelen als hij door zou gaan met vasten.

Zijn vraag was de bevestiging van president Joseph F. Smiths raad. Mijn kleinzoon was op het punt gekomen dat hij het beginsel van vasten niet alleen begreep, maar het ook in zijn hart was geplant. Hij was gaan voelen dat zijn vasten en gebeden een zegen van God voor iemand in nood konden afroepen. Als hij het beginsel vaak genoeg naleeft, zal hij de geweldige gevolgen ervan in zijn eigen leven ervaren die de Heer beloofd heeft. Hij zal de geestelijke zegening en macht ervaren om inspiratie te ontvangen en beter in staat zijn verleidingen te weerstaan.

We kennen niet alle redenen waarom Jezus Christus naar de woestijn ging om te vasten en te bidden. Maar we kennen wel minstens één van de gevolgen: de Heiland weerstond resoluut Satans verleidingen om zijn goddelijke macht te misbruiken.

De korte tijd waarin we maandelijks vasten en het kleine bedrag dat we als offergave voor de armen schenken, dragen wellicht in geringe mate bij tot de verandering in onze aard om niet meer te verlangen kwaad te doen. Er is echter een grote belofte als wij redelijkerwijs ons uiterste best doen, bidden, vasten en donaties afstaan voor mensen in nood:

‘Dan zal uw licht doorbreken als de dageraad, en uw herstel snel intreden. Uw gerechtigheid zal voor u uit gaan en de heerlijkheid van de Heere zal uw achterhoede zijn.

‘Dan zult u roepen en de Heere zal antwoorden, dan zult u om hulp roepen en Hij zal zeggen: Zie, hier ben Ik.’13

Ik bid dat wij voor onszelf en ons gezin op die grote zegeningen aanspraak zullen maken.

Ik getuig dat Jezus de Christus is, dat we in zijn kerk worden uitgenodigd om met Hem op zijn wijze voor de armen te zorgen, en dat Hij eeuwige zegeningen belooft die voortvloeien uit onze hulp aan Hem. In de heilige naam van Jezus Christus. Amen.