2010–2019
Ons huis met licht en waarheid vullen
Voetnoten
Thema

Ons huis met licht en waarheid vullen

Als wij en ons gezin de druk van de wereld willen weerstaan, moeten wij van het licht en de waarheid van het evangelie vervuld zijn.

Mijn hart werd van de Geest vervuld terwijl die zusters ‘God geeft ons een gezin’1 zongen. Inspirerende muziek is een van de vele manieren waarop we de Geest kunnen voelen, waarbij Hij tot ons fluistert en ons met licht en waarheid vervult.

General Women's Session April 2015

Het idee van licht en waarheid vervuld te zijn, werd vooral vele jaren geleden belangrijk voor mij. Ik woonde een vergadering bij waarin leden van het algemeen jongevrouwenbestuur les gaven over het vormen van geestelijk sterke gezinnen. Om dit te demonstreren liet een van de jongevrouwenleidsters twee frisdrankblikjes zien. In de ene hand hield ze een leeg blikje en in de andere een nog ongeopend, vol blikje frisdrank. Eerst kneep ze in het lege blikje; het gaf mee en bezweek onder de druk. Toen kneep ze met haar andere hand in het ongeopende blikje. Het bleef zoals het was. Het gaf niet mee en bezweek niet zoals het lege blikje — omdat het vol was.

We vergeleken deze demonstratie met ons individuele leven en met ons gezin. Als we van de Geest en van de waarheid van het evangelie zijn vervuld, hebben we de macht om de krachten te weerstaan die ons in de buitenwereld omringen en op ons inwerken. Als we echter niet geestelijk gevuld zijn, hebben we niet de innerlijke kracht om de druk van buitenaf te weerstaan en kunnen we onder de krachten bezwijken die op ons inwerken.

Satan weet dat wij, als wij en ons gezin de druk van de wereld willen weerstaan, van het licht en de waarheid van het evangelie vervuld moeten zijn. Daarom doet hij alles wat hij kan om de waarheid van het evangelie te verwateren, vervormen en vernietigen en ons van die waarheid weg te houden.

Velen van ons zijn gedoopt en hebben de gave van de Heilige Geest ontvangen. Het is zijn taak om de waarheid van alle dingen te openbaren en daarin te onderwijzen.2 Met het voorrecht van die gave komt ook de verantwoordelijkheid om waarheid te zoeken, te leven naar wat we weten en erover te vertellen en het te verdedigen.

We kunnen het beste met licht en waarheid worden vervuld in ons gezin. De woorden in het refrein van het liedje dat we hebben gehoord herinneren ons aan het volgende: ‘God geeft ons een gezin, om daar te ontdekken wat wij kunnen zijn.’3 Het gezin is de leerschool van de Heer op aarde waar wij het evangelie kunnen leren en naleven. Wij worden in ons gezin geboren met de heilige plicht om elkaar geestelijk te versterken.

Sterke eeuwige gezinnen en huizen die van de Geest vervuld zijn, ontstaan niet vanzelf. Het vergt veel inspanning en tijd, en het vereist dat ieder gezinslid zijn of haar deel doet. Ieder gezin is anders, maar ieder gezin waar zelfs maar één persoon naar waarheid zoekt, kan verschil uitmaken.

Ons wordt voortdurend aangeraden om onze geestelijke kennis door gebed te vergroten en door de Schriften en de woorden van de levende profeten te bestuderen en overdenken. In zijn conferentietoespraak over het ontvangen van een getuigenis van licht en waarheid zei President Dieter F. Uchtdorf:

‘De eeuwige en almachtige God […] zal spreken tot hen die Hem met een oprecht hart en eerlijke bedoeling benaderen.

‘Hij zal tot hen spreken in dromen, visioenen, gedachten en gevoelens.’

President Uchtdorf ging verder: ‘God geeft om u. Hij zal luisteren, en Hij zal uw vragen beantwoorden. Hij zal op zijn eigen wijze en tijd antwoord geven op uw gebeden. Daarom moet u naar zijn stem leren luisteren.’4

Een anekdote uit mijn familiegeschiedenis illustreert deze raad.

Enkele maanden geleden las ik het getuigenis van de zus van mijn overgrootvader, Elizabeth Staheli Walker. Als kind emigreerde Elizabeth van Zwitserland naar Amerika.

Toen Elizabeth getrouwd was, woonden zij en haar man en kinderen in Utah bij de grens van Nevada, waar ze een postkantoor hadden. Hun huis was een stopplaats voor reizigers. Ze moesten dag en nacht klaar staan om voor reizigers te koken en ze te bedienen. Het was zwaar, vermoeiend werk en ze hadden weinig rust. Maar Elizabeths grootste zorg waren de gesprekken met de mensen met wie ze omging.

Elizabeth zei dat ze het tot die tijd vanzelfsprekend had gevonden dat het Boek van Mormon waar was, dat de profeet Joseph Smith gezag van God had ontvangen om te doen wat hij heeft gedaan en dat zijn boodschap het plan van leven en heil was. Maar haar huidige leven versterkte dat geloof helemaal niet.

Sommige reizigers die hun pleisterplaats aandeden, waren belezen, ontwikkeld en slim, en wat ze altijd in het voorbijgaan zeiden was dat Joseph Smith een ‘sluwe oplichter’ was, die het Boek van Mormon zelf had geschreven en had verkocht om eraan te verdienen. Ze deden alsof iedere andere mening absurd was en beweerden dat het mormonisme kletskoek was.

Dergelijke woorden maakten dat Elizabeth zich eenzaam en alleen voelde. Ze kon met niemand praten en had niet eens tijd om te bidden — hoewel ze tijdens haar werk bad. Ze was te bang om iets te zeggen tegen hen die haar godsdienst belachelijk maakten. Ze zei dat ze niet beter wist of zij spraken de waarheid, en ze meende dat ze haar geloof niet had kunnen verdedigen al had ze het geprobeerd.

General Women's Session April 2015

Later verhuisden Elizabeth en haar gezin. Elizabeth schreef dat ze meer tijd had om na te denken en niet steeds afgeleid werd. Ze ging vaak naar de kelder om tot haar hemelse Vader over haar zorgen te bidden — over de verhalen van die schijnbaar slimme mannen die haar hadden verteld dat het evangelie onzin was en dat Joseph Smith het Boek van Mormon had geschreven.

Op zekere nacht had Elizabeth een droom. Ze zegt: ‘Het leek of ik bij een smalle weg stond die langs de voet van een heuvel voerde; halverwege de heuvel zag ik een man die naar beneden keek en tegen een jongeman sprak of leek te spreken die op zijn knieën zat en over een gat in de grond heen leunde. Zijn armen waren uitgestrekt en het leek of hij iets in dat gat probeerde te pakken. Ik kon het stenen deksel zien dat kennelijk van het gat waarover de jongen zich boog was afgehaald. Er waren veel mensen op de weg, maar niemand leek geïnteresseerd in de twee mannen op de heuvel. Er gebeurde tijdens de droom nog iets dat mij zo vreemd voorkwam dat ik gelijk wakker werd; […] ik kon met niemand over mijn droom praten, maar ik was er zeker van dat het ging om de engel Moroni die Joseph [instrueerde] toen hij de gouden platen ophaalde.’

In de lente van 1893 ging Elizabeth voor de inwijding van de tempel naar Salt Lake City. Ze beschrijft wat er gebeurde: ‘In de tempel zag ik hetzelfde beeld [dat] ik in mijn droom had gezien; ik denk dat het [een] glas-in-loodraam was. Ik ben ervan overtuigd dat als ik de heuvel Cumorah zelf zag, die er niet echter uit zou zien. Ik ben ervan overtuigd dat mij in een droom een beeld werd getoond van de engel Moroni die Joseph Smith de gouden platen gaf.’

General Women's Session April 2015

Vele jaren na die droom en een aantal maanden voordat ze op bijna 88-jarige leeftijd stierf, kreeg Elizabeth een krachtige ingeving. Ze zegt: ‘De gedachte kwam zo duidelijk […] alsof iemand het tegen me zei: “Begraaf je getuigenis niet in de grond.”’5

Generaties later put het nageslacht van Elizabeth nog steeds kracht uit haar getuigenis. Net zoals Elizabeth leven wij in een wereld met veel twijfelaars en critici die de waarheden die ons dierbaar zijn, bespotten en tegenspreken. We horen misschien verwarrende verhalen en tegenstrijdige boodschappen. Evenals Elizabeth zullen we ons best moeten doen om aan het licht en de waarheid vast te houden die we nu hebben, vooral in moeilijke omstandigheden. De antwoorden op onze gebeden zijn misschien niet sensationeel, maar we moeten rustige momenten vinden om naar meer licht en waarheid te zoeken. En als we die ontvangen, is het onze taak om ernaar te leven, erover te vertellen en die te verdedigen.

Ik geef u mijn getuigenis dat wij, als we ons hart en ons huis met het licht en de waarheid van de Heiland vullen, de innerlijke kracht zullen hebben om in iedere situatie weerstand te bieden. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Noot: op 4 april 2015 is zuster Esplin ontheven als tweede en geroepen als eerste raadgeefster in het algemeen jeugdwerkpresidium.