2007
Kerk ontvangt kunstvoorwerpen van George A. en Bathsheba Smith
September 2007


Kerk ontvangt kunstvoorwerpen van George A. en Bathsheba Smith

Over de tafel uitgespreid vertegenwoordigen de bezittingen van George A. en Bathsheba Wilson (Bigler) Smith een eeuw kerkgeschiedenis.

De voorwerpen — gaande van de brillen van de bijziende apostel tot foto’s van de geschiedenis van de kerk — getuigen van de menselijkheid van een van de invloedrijkste echtparen.

Een exemplaar van het Boek van Mormon, hoofdtooisels, een wollen sjaal, een zelfgemaakte vlag, verscheidene fotoalbums, brieven en een plakboek van een reis naar het Heilige Land zijn enkele van de voorwerpen in de dozen die in ontvangst zijn genomen door Richard Oman, museumbeheerder van het Museum voor kerkgeschiedenis en kunst.

George A., zoals hij bekend stond, heeft zich vanaf zijn doop in 1832 tot aan zijn dood in 1875 volledig aan de kerk toegewijd. Als volle neef van de profeet Joseph Smith en als vurig bekeerling, heeft hij gezegd: ‘Ik ben altijd met Joseph bevriend geweest; zijn vijanden zijn mijn vijanden.’ (Preston Nibley, ‘Youngest Modern Apostle’, Church News, 1950–1951, biografie van George A. Smith, in wekelijkse afleveringen gepubliceerd.) In 1834 reisde hij met het Zionskamp, in 1838 werd hij met zijn zieke ouders uit Missouri verdreven, en in 1840 ging hij op zending naar Engeland, hoewel hij zo ziek was dat hij nauwelijks kon lopen.

Later werd hij de vooraanstaande kolonist naar wie St. George (Utah) is vernoemd. Hij is kerkhistoricus en eerste raadgever in het Eerste Presidium geweest.

Zijn vrouw, Bathsheba, was de vierde algemeen ZHV-presidente van de kerk. Zij verzorgde de publicatie van de Woman’s Exponent en sprak zich krachtig uit voor het kiesrecht van de vrouw. Haar nauwkeurig bijgehouden albums met foto’s van de pioniers en haar dozen vol met verkreukelde rode, witte en blauwe linten, die ze na vieringen trouw had bewaard, illustreren haar nauwe betrokkenheid bij gemeenschapsaangelegenheden en haar liefde voor haar gezin.

Ze heeft vijf generaties een gevoel van verslaglegging bijgebracht, zegt archivaris Christy Best. ‘Ik kan me Bathsheba voorstellen in haar rol van beschermer van haar familiegeschiedenis — in haar rol van beschermer van de kerkgeschiedenis.’

Bathsheba’s exemplaar van het Boek van Mormon was het exemplaar dat Hyrum Smith vlak voor zijn moord had gelezen. De hoek van de bladzijde in Ether is nog steeds omgevouwen, zoals in Leer en Verbonden 135:4 staat vermeld. Ouderling Smith had het boek in Engeland gekocht, waar het was gedrukt. De meisjesnaam van Bathsheba staat erop gedrukt. Hij had Bathsheba gedurende een eerdere zending in 1837 ontmoet, en had bij haar ouders overnacht. Hij was daar toen zij zich op vijftienjarige leeftijd liet dopen. De twintigjarige ‘maakte voorlopige afspraken (…) dat als de Almachtige ons zal behoeden, we over drie jaar zullen trouwen.’ Op die locatie predikte hij twee en een half uur lang om het langer uit te houden dan de hekelaars. (Zie ‘Youngest Modern Apostle’, Church News, 1950–1951.)

Na drie jaar had de Almachtige hen inderdaad behoed, ieder aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. In een brief aan een familielid schreef de pas geroepen apostel: ‘Zeg tegen zuster Bathsheba dat ik haar niet ben vergeten. (…) Als ze getrouwd is, wens haar dan veel geluk van mij. Maar als ze nog ongehuwd is, wens haar dan veel geluk met mij.’

In 1841 keerde hij naar de Verenigde Staten terug, bezocht zijn ouders en ging meteen naar het huis van Bigler. Hij en Bathsheba trouwden tien dagen later, op 25 juli.

In 1844 was hij in Michigan om het evangelie te verkondigen. Onder de voorwerpen van Smith bevindt zich een klein strooibiljet waarop Joseph Smith wordt gepropageerd als president van de Verenigde Staten en een ‘democratie als die van Jefferson’ wordt beloofd. Toen hij van de moord hoorde, haastte ouderling Smith zich naar huis. Samen met Willard Richards kantte hij zich tegen wraakneming op Carthage.

Ondanks de kwelling van Carthage en de moeilijke opdracht om naar het westen te trekken, had George A. Smith een goed gevoel voor humor, zegt broeder Oman. ‘Het leven op de kolonisatiegrens en in de politiek was niet gemakkelijk, maar hij had altijd een goed humeur. In de indiaanse taal Piute betekende zijn naam: “De man die zichzelf uiteen neemt.” Het was prachtig om te zien hoe hij tijdens een hete ringconferentie zijn toupet van zijn hoofd haalde om er zijn voorhoofd mee af te vegen. Hij was helemaal niet pretentieus.’

Na een actief leven overleed George A. Smith in 1875, op 58- jarige leeftijd. Bathsheba leefde daarna nog 35 jaar als weduwe. Zijn overlijden was een grote schok voor zijn vrouw. Zij zat naast hem toen hij tegen haar aan leunde en zijn laatste adem uitblies.

In de jaren daarna bleef Bathsheba actief. Ze maakte deel uit van het bestuur van Deseret Hospital en werkte in het Endowment House en in de tempels die werden gebouwd. Ze was lid van de eerste zustershulpvereniging die in 1842 in Nauvoo werd opgericht en was tweede raadgeefster van algemeen ZHV-presidente Zina D. H. Young. Toen zuster Young overleed, was zuster Smith van 1901 tot haar overlijden in 1910 algemeen ZHV-presidente.

Aangepast overgenomen uit Church News van 5 mei 2007.