2010
De omhelzing van een vader
April 2010


Hoe ik het weet

De omhelzing van een vader

Mijn vader overleed toen ik zeven was. De twijfels die mij daardoor bekropen, weerhielden me er bijna van mijn hemelse Vader te vertrouwen.

Onze familie stond op het punt het feest te verlaten, maar ik wilde nog skaten. Mijn vader omhelsde me en vroeg of ik wilde blijven zodat hij met me kon gaan skaten.

‘Nee!’ zei ik boos.

‘Je kunt me vertrouwen’, zei hij.

Maar de anderen wilden naar huis, dus we stapten in de auto. Tien minuten later raakten we betrokken bij een auto-ongeluk. Op wonderbaarlijke wijze overleefde ik het, maar mijn vader stierf. Dat ‘nee!’ was het laatste wat ik tegen hem gezegd had, en hij was vele jaren lang de laatste die ik zou omhelzen.

De volgende elf jaar bevond mijn leven zich in een neerwaartse spiraal. Ik raakte mijn zelfvertrouwen kwijt en begon iedereen te wantrouwen. Toen ik achttien was, voelde ik mij op een dag zo ongelukkig en zo wanhopig dat ik God smeekte om me te laten zien hoe ik gelukkig kon worden.

Een week later kwamen er twee zendelingen op me af. Ze lieten me een boek zien en vroegen of ik wilde bidden of het waar was. Hun verzoek leek makkelijk in te willigen, maar de wonden die de dood van mijn vader had nagelaten waren diep, en ik beschouwde de ontmoeting met de zendelingen als een toeval en niet als een antwoord van een God die mij liefhad.

Toch las ik in het Boek van Mormon en bad ik om een antwoord — hoewel ik het niet met een oprechte bedoeling deed. Tenslotte zou dat betekenen dat ik God moest vertrouwen, Hem en zijn antwoord moest aanvaarden. Het was makkelijker om de alomtegenwoordige kritiek op de kerk te aanvaarden. En ik had ontdekt dat zo veel historische figuren over wie ik op school had geleerd fouten hadden. Als Joseph Smith nu eens net zo was?

Maar uiteindelijk werd ik gedoopt en bevestigd. Ik wist dat ik mijn leven richting moest geven en ik vond de kerk en de leden prettig. Maar nu besef ik dat ik tot de kerk toetrad zonder een getuigenis, een die brandt in het hart. Ik geloofde dat de argumenten van hen die de kerk bekritiseerden oppervlakkig waren. Maar ik voelde wel dat dit soort geloof mijn vertrouwen geen goed deed. Mijn kennismaking met de kerk was tot stand gekomen door mijn gebrek aan vertrouwen en geluk, en ik begon daar weer in te vervallen.

Dus nam ik een cruciale beslissing: ik zal bidden, maar dit keer doe ik het volgens de aansporing van Moroni, met ‘geloof in Christus’, ‘met een eerlijke bedoeling’ en met een ‘oprecht hart’ (Moroni 10:4). Op de gekozen dag vastte en bad ik om leiding. Ik overdacht die dag alles wat er was gebeurd.

Die avond knielde ik neer bij mijn bed. Met gebogen hoofd vroeg ik mijn hemelse Vader of het Boek van Mormon waar was. Al mijn twijfels schoten mij in gedachten. Ik sloot mijn ogen, kneep mijn handen stijver dicht, en vroeg het nog eens — oprecht, met een eerlijke bedoeling en met geloof in onze Heiland.

De wereld leek stil te staan. Ik kreeg een warm gevoel en leek wel omringd door licht. Elf lange jaren had ik hiernaar verlangd en eindelijk werd ik weer omhelsd door een vader — een hemelse Vader. Eindelijk had ik iemand gevonden om te vertrouwen. ‘Ja,’ zei ik met tranen op mijn wangen, ‘ik vertrouw U.’

Illustratie Doug Fakkel