Handboeken en roepingen
13. Zondagsschool
Voetnoten

Hide Footnotes

Thema

‘13. Zondagsschool’, Algemeen handboek: dienen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (2020).

‘13. Zondagsschool’, Algemeen handboek.

13.

Zondagsschool

13.1

Doel

De zondagsschool draagt aan het werk van heil en verhoging bij. Dat gebeurt door Gods kinderen het evangelie van Jezus Christus te leren en de naleving ervan te stimuleren. Zondagsschoolleiders, -leerkrachten en -lessen:

  • Versterken geloof in onze hemelse Vader en Jezus Christus door ‘in de leer van het koninkrijk’ te onderwijzen (Leer en Verbonden 88:77).

  • Steunen thuisgerichte en kerkgesteunde evangeliestudie en -onderwijs.

  • Helpen leden naar het voorbeeld van de Heiland te onderwijzen.

13.2

Zondagsschoolleiding op wijkniveau

13.2.1

Bisschap

De bisschap ziet toe op de zondagsschool. De bisschop wijst gewoonlijk een van zijn raadgevers aan om die taak op zijn aanwijzing te vervullen.

Die raadgever spreekt regelmatig met de zondagsschoolpresident. Ze bespreken de behoeften en de doelverwezenlijking van de zondagsschool, en de taken die in 13.2.2 genoemd worden.

13.2.2

Zondagsschoolpresident

13.2.2.1

Zondagsschoolpresident roepen

De bisschop roept een Melchizedeks-priesterschapsdrager en stelt die als zondagsschoolpresident van de wijk aan. Ze overleggen of er raadgevers geroepen moeten worden. Als raadgevers nodig zijn en er genoeg mannen voor die posities beschikbaar zijn, kan de zondagsschoolpresident een of twee raadgevers voordragen. Als de bisschap akkoord gaat, roept een lid van de bisschap de betrokkene(n) en stelt die aan.

Een lid van de bisschap stelt de leden van het zondagsschoolpresidium in een avondmaalsdienst ter steunverlening aan de wijkleden voor. Een lid van de bisschap stelt ze ook aan.

In een grote wijk kan de bisschap een man als zondagsschoolsecretaris roepen en aanstellen. De zondagsschoolpresident kan iemand voordragen. De secretaris houdt desgewenst voor het presidium de actielijst of opkomst bij.

13.2.2.2

Taken

De zondagsschoolpresident heeft de volgende taken. Eventuele raadgevers assisteren hem.

  • Lid van de wijkraad. Hij fungeert als (1) lid van de raad om in behoeften van de wijk te voorzien en oplossingen aan te dragen, en (2) vertegenwoordiger van de zondagsschool (zie 7.6.1).

  • Toezien op verbetering van evangeliestudie en -onderwijs thuis en in de kerk.

  • Zondagsschoolklassen indelen, met goedkeuring van de bisschap (zie 13.3). Bij de bisschap volwassen leden als zondagsschoolleerkracht voordragen.

  • Zondagsschoolleerkrachten steunen, bemoedigen en instrueren. Ze helpen een doeltreffende evangelieleerkracht te worden door de beginselen in de Schriften en Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland te volgen. Ze aanmoedigen Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland te bestuderen.

  • Op aanwijzing van de bisschop de leerkrachtenraad leiden (zie Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland3).

  • Leerkrachten aanmoedigen contact op te nemen met leden die de lessen niet bijwonen.

13.2.3

Leerkrachten in de zondagsschool

De zondagsschoolpresident kan leden als zondagsschoolleerkracht voordragen. Als de bisschap akkoord gaat, roept een lid van de bisschap de betrokkene(n) en stelt die aan.

Zondagsschoolleerkrachten leren alle klasleden kennen, ook wie de lessen niet bijwonen. Leerkrachten steunen ze bij het leren en naleven van het evangelie van Jezus Christus.

Zondagsschoolleerkrachten gebruiken bij de voorbereiding van hun lessen de Schriften, Kom dan en volg Mij – voor personen en gezinnen en Kom dan en volg Mij – voor de zondagsschool. Ze volgen de beginselen in Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland en hoofdstuk 17 van dit handboek.

Zondagsschoolleerkrachten wonen de driemaandelijkse leerkrachtenraad bij (zie 17.4).

13.3

Zondagsschoolklassen

De zondagsschoolklassen vinden op de eerste en derde zondag van de maand plaats. Ze duren vijftig minuten.

Met goedkeuring van de bisschap deelt de zondagsschoolpresident de klassen voor volwassenen en jongeren in. Eventuele raadgevers assisteren hem.

Het aantal klassen hangt af van (1) hoeveel leden de wijk telt, en (2) het aantal beschikbare lokalen en hoe groot ze zijn. Kleinere klassen maken het doorgaans makkelijker dat meer mensen actief deelnemen en leren. De wijkraad kan met de zondagsschoolpresident meedenken over het gewenste aantal zondagsschoolklassen.

Jongemannen en jongevrouwen wonen doorgaans vanaf het begin van het jaar waarin ze 12 worden een zondagsschoolklas voor jongeren bij. Ze mogen vanaf hun 18e een klas voor volwassen bijwonen.

De zondagsschoolpresident bepaalt het aantal jongerenklassen naar behoefte. Jongeren worden in principe naar leeftijd bij een klas ingedeeld. Als er maar enkele jongeren in een leeftijdsgroep zijn, mogen ze in een klas voor ongeveer dezelfde leeftijdsgroep plaatsnemen. Ze blijven het gehele jaar tot januari van het volgende jaar in dezelfde klas.

Er dienen in elke jongerenklas ten minste twee verantwoordelijke volwassenen aanwezig te zijn. Die twee volwassenen kunnen twee mannen, twee vrouwen of een echtpaar zijn. Klassen moeten misschien gecombineerd worden om aan die vereiste te voldoen.

Alle volwassenen die met jongeren werken, moeten de cursus Kinderen en jongeren beschermen binnen een maand na hun aanstelling voltooien (zie ProtectingChildren.ChurchofJesusChrist.org). Ze herhalen de cursus daarna om de drie jaar.

13.3.1

Kleine gemeenten

In een kleine gemeente is de zondagsschoolpresident wellicht de enige leider en leerkracht in de zondagsschool. Hij geeft les in een zondagsschoolklas voor alle jongeren en volwassenen in de gemeente.

13.3.2

Zondagsschoolklassen voor specifieke groepen

De zondagsschoolpresident mag naar behoefte zondagsschoolklassen voor specifieke groepen organiseren. Het leerplan voor die klassen is Kom dan en volg Mij – voor de zondagsschool.

De volgende groepen hebben mogelijk baat bij een eigen zondagsschoolklas:

  • Jonge alleenstaanden.

  • Leden die de voertaal van de wijk niet spreken.

  • Nieuwe leden, terugkerende leden en mensen die meer over de kerk willen weten.

  • Andere groepen, op aanwijzing van de bisschop.

13.4

Onderwijzen en leren in de wijk verbeteren

Leidinggevenden in de wijk zijn verantwoordelijk voor beter onderwijs en betere leerresultaten in hun organisatie. Ze instrueren nieuwe leerkrachten in hun roeping (zie Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland38). Ze vragen de zondagsschoolpresident van de wijk naar behoefte om hulp.

Eén keer per kwartaal vindt er op zondag tijdens de klasperiode van 50 minuten een leerkrachtenraad plaats (zie 17.4). Verbetering van het leren en onderwijzen is het doel. Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland is het belangrijkste leermiddel voor die bijeenkomsten.

De wijkraad ziet toe op en plant de leerkrachtenraden. De zondagsschoolpresident leidt deze bijeenkomsten doorgaans. Maar de bisschop mag ook een ander lid de leiding in handen geven.

Zie Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland3, of teaching.ChurchofJesusChrist.org voor meer informatie.

13.5

Thuis het onderwijs en leerplezier verbeteren

Ouders hebben de taak om hun kinderen in het evangelie te onderwijzen. De zondagsschoolpresident kan ze op hun verzoek onderwijsvaardigheden bijbrengen.

De wijkraad kan een leerkrachtenraad voor ouders organiseren om het evangelieonderwijs thuis te verbeteren. Een dergelijke leerkrachtenraad wordt net als de andere tijdens de klasperiode van 50 minuten op zondag gehouden. Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland is het belangrijkste leermiddel voor die bijeenkomsten.

13.6

Zondagsschoolleiding op ringniveau

De ringpresident wijst een van zijn raadgevers aan om op de zondagsschool in de ring toe te zien. Hij wijst ook een hogeraadslid als zondagsschoolpresident van de ring aan.

De taken van de zondagsschoolpresident van de ring worden in 5.4.1 en 5.4.3 behandeld. Eventuele raadgevers assisteren hem.

13.7

Aanvullende richtlijnen

13.7.1

Leden met een beperking

Zondagsschoolleerkrachten besteden extra aandacht aan klasleden met een beperking. Zie disability.ChurchofJesusChrist.org voor informatie over onderwijs aan leden met een beperking.

13.7.2

Leermiddelencentrum

Sommige kerkgebouwen hebben een leermiddelencentrum (mediatheek) waar leden voor het leren en onderwijzen van het evangelie gebruik van kunnen maken. De zondagsschoolpresident van de wijk houdt toezicht op het leermiddelencentrum. Wijken die van hetzelfde kerkgebouw gebruikmaken, maken samen gebruik van het leermiddelencentrum. Seminarie- en instituutsklassen en centra voor familiegeschiedenis maken ook gebruik van het leermiddelencentrum.

In een kerkgebouw met een leermiddelencentrum roept de bisschap een deskundige voor het leermiddelencentrum. De zondagsschoolpresident kan iemand voordragen. De bisschop kan ook een lid van het zondagsschoolpresidium de taak van deskundige geven. Deze persoon:

  • Ordent en onderhoudt de leermiddelen.

  • Zorgt ervoor dat leidinggevenden, leerkrachten en andere leden die leermiddelen krijgen en weten hoe ze die gebruiken.

De zondagsschoolpresident overlegt met de deskundige van het leermiddelencentrum of een jaarlijks budget voor het centrum nodig is. Hij legt vervolgens een voorstel bij de bisschap neer.

De deskundige van het leermiddelencentrum woont de avondmaalsdienst elke week bij en andere zondagse bijeenkomsten in elk geval regelmatig. De bisschap roept zo nodig een assistent-deskundige.

Zie voor meer informatie ChurchofJesusChrist.org.