2008
Extra ideeën voor de participatieperiode, augustus 2008
Augustus 2008


Extra ideeën voor de participatieperiode, augustus 2008

Jeugdwerkleidsters kunnen de volgende ideeën gebruiken als aanvulling op de ‘Participatieperiode’ in deze uitgave van de Liahona. Voor de les, de instructies en de activiteit die overeenkomen met deze ideeën, raadpleegt u ‘Het hemelse koninkrijk’ op pp. K4 en K5 van De Kindervriend in deze uitgave.

  1. Laat de kinderen luisteren naar ‘De Heilige Geest’ (Kinderliedjes, p. 56). Het lied is een indicatie van de belangrijke persoon die u vandaag gaat bespreken. Vraag de kinderen wat ze over de Heilige Geest weten en bespreek de vier punten in Jeugdwerk 3, les 12, p. 57.

    Laat de evangelieplaten 601 (De doop) en 602 (De gave van de Heilige Geest) zien. Bespreek de verordeningen van de doop, bevestiging en de gave van de Heilige Geest. Geef ieder kind een kopie van de cirkel over de doop en bevestiging op pagina K4. Geef ze voldoende tijd om de activiteit te voltooien. Benadruk dat deze verordeningen bij elkaar horen en dat de cirkel een hulpmiddel is om niet te vergeten hoe belangrijk beide ervaringen zijn.

    Vraag de kinderen of ze weleens door de Heilige Geest zijn geïnspireerd om goede beslissingen te nemen. Na iedere ervaring die ze vertellen, zingt u de laatste twee regels van het tweede couplet van ‘De Heilige Geest’, te beginnen met ‘O, laat ik altijd luist’ren naar die zachte stem’. Geef uw getuigenis dat de Heilige Geest een grote zegen is en hoe Hij u heeft geholpen bij het nemen van rechtschapen beslissingen.

  2. Verzamel het nodige materiaal om het spel ‘Ons doopverbond nakomen’ te spelen (Liahona, oktober 2006, p. K8). Vertel eerst het verhaal ‘Weer schoon’ (Liahona, oktober 2006, p. K10). Zet op het bord de verschillende stappen van bekering en bespreek ze met de kinderen (zie Jeugdwerk 3, les 10, p. 46.)

    Speel ‘Ons doopverbond nakomen’. Als een kind tijdens het spel op een vakje komt waardoor hij of zij achteruit moet, bespreekt u de stappen van bekering en vraagt u de kinderen wat zij kunnen doen om zich te bekeren. Zing tot slot een lied of lofzang over bekering. Geef uw getuigenis van bekering.

  3. Lied: ‘Toen Jezus Zich liet dopen’ (Kinderliedjes, p. 147). Laat evangelieplaat 208 (Johannes de Doper doopt Jezus) zien en vraag de kinderen wat ze over die gebeurtenis weten. Lees Matteüs 3:13–17. Wanneer u het eerste couplet van ‘Toen Jezus Zich liet dopen’ behandelt, laat u de kinderen hun hand opsteken als het lied ze herinnert aan gebeurtenissen die in het verslag in de Schriften voorkomen.

    Terwijl u het lied behandelt, laat u de kinderen goed luisteren door vragen te stellen als: ‘Hoe heet de rivier waarin Jezus werd gedoopt?’ ‘Wie waren er bij toen Jezus werd gedoopt?’ ‘Wat volg ik als ik ben gedoopt?’ ‘Hoe word ik gedoopt?’ ‘Door welk gezag word ik gedoopt?’ ‘Van wiens koninkrijk word ik lid als ik word gedoopt?’ ‘Door wie word ik iedere dag geleid?’ Dit lied is een uitstekende gelegenheid om de kinderen belangrijke leerstellingen bij te brengen. Getuig tijdens uw les van deze belangrijke waarheden.

    De melodie van dit lied is rustig en kalmerend. Laat de kinderen het eerbiedig zingen. Het kan nuttig zijn om het in een langzaam tempo te oefenen. Als de kinderen de woorden goed kennen, kunt u het tempo opvoeren. Om de interesse in het lied op te wekken, kunt u de eerste twee regels heel zacht zingen en het volume opvoeren als u aan de derde regel begint. Zorg ervoor dat de kinderen herkennen dat de melodie bij de laatste regel omlaag gaat, waardoor ze de laatste regel zachter kunnen zingen.