Handboeken en roepingen
38. Kerkbeleid en -richtlijnen
vorige volgende


‘38. Kerkbeleid en -richtlijnen’, Algemeen handboek: dienen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (2020).

‘38. Kerkbeleid en -richtlijnen’, Algemeen handboek.

38.

Kerkbeleid en -richtlijnen

38.1

Deelname in de kerk

Onze Vader in de hemel houdt van zijn kinderen. ‘Allen zijn voor God gelijk’ en Hij nodigt allen uit ‘om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid’ (2 Nephi 26:33).

Leidinggevenden en leden van de kerk krijgen vaak de vraag wie bijeenkomsten van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen mogen bijwonen, wie kerklid mogen worden en wie de tempel mogen bezoeken.

38.1.1

Aanwezigheid in kerkdiensten

De Heiland leerde dat zijn discipelen hun naasten moeten liefhebben (zie Mattheüs 22:39). Paulus drukte nieuwe bekeerlingen op het hart dat ze ‘niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen’ waren (Efeze 2:19). De Heiland leerde ook dat kerkleden niemand moeten ‘verwijderen uit […] openbare bijeenkomsten, die voor het oog van de wereld gehouden worden’ (Leer en Verbonden 46:3).

Iedereen is welkom om de avondmaalsdiensten, andere zondagse bijeenkomsten en sociale evenementen van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen bij te wonen. De presiderende functionaris ziet erop toe dat alle aanwezigen het gewijde karakter van de samenkomsten respecteren.

De aanwezigen verstoren of hinderen de eredienst of andere doeleinden van de samenkomst niet. Alle leeftijdseisen en gedragsnormen voor verschillende kerkbijeenkomsten en -evenementen worden in acht genomen. Dat betekent onder meer geen expliciete romantische uitingen en geen afleidende kleding of uiterlijk. Politieke meningen, seksuele geaardheid of andere persoonlijke kenmerken komen evenmin ter sprake op een wijze die afleidt van bijeenkomsten die op de Heiland gericht zijn.

De bisschop of ringpresident stelt eventueel ongepast gedrag onder vier ogen en in een geest van liefde aan de orde. Hij spoort de betrokkenen aan om ongepast gedrag na te laten en een gewijde sfeer te bevorderen voor alle aanwezigen, met de nadruk op aanbidding van onze hemelse Vader en de Heiland.

Kerkgebouwen blijven privé-eigendom waarop kerkbeleid van toepassing is. Personen die zich niet aan deze richtlijnen wensen te houden, worden op respectvolle wijze verzocht om geen kerkbijeenkomsten en -evenementen bij te wonen.

38.1.2

Kerklid worden

Lidmaatschap in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is weggelegd voor mensen die ‘naar voren treden met een gebroken hart en een verslagen geest’, ‘gewillig zijn de naam van Jezus Christus op zich te nemen’, en verlangen om heilige doopverbonden te sluiten en na te komen (Leer en Verbonden 20:37).

Een minderjarig kind van 8 jaar of ouder mag zich met toestemming van zijn of haar ouder(s) of voogd(en) laten dopen. De ouder(s) of voogd(en) dien(t/en) de aan het kind onderwezen kerkleer te begrijpen en het kind te steunen bij het sluiten en nakomen van het doopverbond.

38.1.3

Tempelbezoek

Tempels zijn heiligdommen waarin men essentiële verordeningen ontvangt en heilige verbonden sluit. De tempel is voor kerkleden een huis van God. Gezien dit heilige karakter en de verbonden die er worden gesloten, mogen alleen kerkleden met een geldige tempelaanbeveling de tempel betreden. Leden komen voor een tempelaanbeveling in aanmerking als ze de vereiste geboden trouw onderhouden en het evangelie van Jezus Christus naleven.

38.1.4

Deelname en zegeningen van ongehuwde leden

Alle leden, ook als zij nooit zijn getrouwd of geen familie in de kerk hebben, behoren het ideaal van een eeuwig gezin voor ogen te houden. Ze bereiden zich voor om waardig een tempelverzegeling aan te gaan en een liefhebbende vader of moeder te zijn. Voor sommigen gaan deze zegeningen pas in het leven hierna in vervulling, maar het uiteindelijke doel is voor iedereen gelijk.

Trouwe leden die door omstandigheden in dit leven niet de zegeningen van een eeuwig huwelijk en het ouderschap genieten, zullen alle beloofde zegeningen in de eeuwigheid ontvangen als ze de verbonden nakomen die ze met God hebben gesloten (zie Mosiah 2:41).

38.1.5

Ongehuwde ouders onder 18 jaar

Een ongehuwde jongeman onder de 18 jaar die vader wordt, mag deelnemen in zijn Aäronische-priesterschapsquorum of in het ouderlingenquorum. Deze beslissing wordt overgelaten aan het gebedsvolle oordeel van de jongeman zelf, zijn ouders en de bisschop.

Een ongehuwde jongevrouw onder de 18 jaar die moeder wordt, mag deelnemen in de jongevrouwen of de ZHV. Deze beslissing wordt overgelaten aan het gebedsvolle oordeel van de jongevrouw zelf, haar ouders en de bisschop.

De volgende afwegingen spelen daarbij een rol:

  • Als de jongere met andere jongeren blijft deelnemen, heeft hij of zij tijdens de lessen en activiteiten het kind niet bij zich.

  • Oudere jongeren die het kind zelf grootbrengen, hebben mogelijk baat bij toetreding tot het ouderlingenquorum als toekomstige ouderling of tot de ZHV.

38.2

Richtlijnen voor verordeningen en zegens

De richtlijnen voor het verrichten van verordeningen en zegens staan in de volgende publicaties:

  • Hoofdstuk 18 van dit handboek

  • Leidraad voor het gezin, p. 18–25

De richtlijnen die verband houden met de tempelverordeningen worden behandeld in hoofdstuk 27 en 28 van dit handboek.

38.2.1

Algemene richtlijnen

38.2.1.1

Deelname aan verordeningen of zegens

In hoofdstuk 18 staat wie een bepaalde verordening mag verrichten, een zegen mag geven of eraan mag deelnemen.

38.2.1.2

Verordeningen en zegens vertalen of vertolken

Zo nodig kan een presiderend functionaris een priesterschapsdrager vragen om een verordening of zegen mondeling te vertalen of te vertolken in een taal die de betrokkene verstaat, waaronder gebarentaal. Als er geen priesterschapsdrager beschikbaar is, kan een presiderend functionaris een bekwame man of vrouw vragen om te tolken in een taal die de betrokkene verstaat, waaronder gebarentaal.

Zie 38.2.12.4 en 38.2.12.5 voor informatie over vertaling en vertolking van patriarchale zegens in gebarentaal.

38.2.1.3

Verordeningen registreren

Wanneer iemand een heilsverordening of een priesterschapsordening ontvangt, zorgt een administrateur van de wijk waar de lidmaatschapskaart van het lid zich bevindt voor het volgende:

  • Hij krijgt de gegevens van de verordening of ordening.

  • Hij registreert deze gegevens op de lidmaatschapskaart en neemt ze over op het certificaat van het lid.

De volledige datums waarop de volgende verordeningen zijn verricht worden op de lidmaatschapskaart geregistreerd: doop, bevestiging, ordeningen in het priesterschap, begiftiging, verzegeling aan ouders, en verzegeling aan partner. Bij ordeningen in het Melchizedeks priesterschap wordt ook de naam van de persoon die de ordening verricht heeft, geregistreerd.

38.2.1.4

Verordening of zegen in een andere wijk

In hoofdstuk 18 staan instructies voor priesterschapsdragers die een verordening buiten hun eigen wijk verrichten.

38.2.1.5

Verordeningen en zegens opnemen

Patriarchale zegens worden opgenomen en uitgetypt. De exacte bewoording van andere verordeningen en zegens wordt niet vastgelegd op schrift of op band opgenomen. Een vaderlijke zegen mag wel worden vastgelegd.

38.2.1.6

Foto’s of video-opnamen van verordeningen en zegens

Het is niet toegestaan om tijdens een priesterschapsverordening of -zegen, of een doopdienst te fotograferen of te filmen.

38.2.1.7

Verordeningen voor geadopteerde kinderen

Als een adoptie rond is, ontvangen de adoptiekinderen verordeningen onder de achternaam van de adoptieouders. Een ouder kind dat na zijn of haar doop wordt geadopteerd, hoeft niet opnieuw te worden gedoopt. Een administrateur wijzigt de lidmaatschapskaart conform het adoptiebesluit.

Zie 38.4.2.4 voor meer informatie over de verzegeling van geadopteerde of pleegkinderen.

38.2.1.8

Verordeningen voor verstandelijk gehandicapten

Wanneer men een verordening overweegt voor iemand met een verstandelijke handicap, houden de betrokkene, zijn of haar ouders (indien van toepassing) en leiders onder gebed rekening met zijn of haar wensen en begripsvermogen. Als de betrokkene de kerknormen naleeft, de verordening wil ontvangen en laat zien voldoende verantwoordelijk en toerekeningsvatbaar te zijn, moet hem of haar geen verordening worden onthouden.

De bisschop wendt zich met vragen over specifieke personen tot de ringpresident. De ringpresident legt zo nodig contact met het kantoor van het Eerste Presidium.

Personen die door hun handicap niet toerekeningsvatbaar zijn, ‘[worden] behouden in het celestiale koninkrijk van de hemel’ (Leer en Verbonden 137:10). Zij hebben dan ook geen (plaatsvervangende) verordeningen nodig. De enige uitzondering is verzegeling aan ouders voor wie niet in het verbond geboren zijn.

Zie voor informatie over de verrichting van verordeningen voor personen met een verstandelijke handicap:

38.2.1.9

Verordeningen en zegens door en voor lichamelijk gehandicapten

Lichamelijk gehandicapten, die bijvoorbeeld een of beide armen missen, van het middel of de nek af verlamd zijn, doof of slechthorend zijn, kunnen verordeningen en zegens verrichten en ontvangen. De leiders treffen maatregelen voor die personen zodat zij voor zover mogelijk kunnen deelnemen. Als leiders vragen hebben waarmee ze geen raad weten, kan de ringpresident de vragen doorsturen naar het kantoor van het Eerste Presidium.

Doven of slechthorenden kunnen via gebarentaal communiceren als zij een verordening verrichten of ontvangen. Een priesterschapsleider die toeziet op een verordening, zorgt ervoor dat de ontvanger die begrijpt met behulp van een tolk of andere middelen (zie 38.2.1.2).

38.2.1.10

Procedure bij een ongeldige verordening

Verordeningen zonder geldige gegevens. Om administratieve redenen wordt een verordening pas als geldig aangemerkt als ten minste het jaar waarin die verricht is op de lidmaatschapskaart voorkomt. Als de datum op de kaart ontbreekt of onjuist is, kan de verordening gevalideerd worden als het kerklid de bisschop het originele certificaat kan laten zien, dat na de verordening is verstrekt. De bisschop vraagt de wijkadministrateur deze informatie op de lidmaatschapskaart te registreren.

Als de gegevens niet in het ledenregister van de kerk voorkomen, moet de bisschop of de administrateur zorgen voor een verklaring van twee getuigen. De twee getuigen moeten:

  • Minstens 10 jaar oud zijn geweest toen de verordening werd verricht.

  • De verordening gezien of gehoord hebben.

  • Op het moment dat zij getuigen een ingeschreven lid van de kerk zijn.

  • Hun getuigenis op schrift stellen, waarin zij (1) aangeven wat de volledige datum van de verordening is of (2) het jaar waarin de verordening is verricht en wie die verricht heeft.

  • Hun verklaring ondertekenen in aanwezigheid van een lid van de bisschap of hogere kerkfunctionaris.

Pas na ontvangst van een dergelijke verklaring machtigt de bisschop de administrateur om de juiste datum op de lidmaatschapskaart te registreren. Het schriftelijke getuigenis mag worden vernietigd.

Als de verordening niet gestaafd kan worden met een origineel certificaat, raadpleging van het ledenregister, of de verklaring van twee getuigen, moet die opnieuw verricht worden om als geldig aangemerkt te worden.

Als het lid andere verordeningen heeft ontvangen na de ongeldige verordening moeten die, om als geldig aangemerkt te worden, door het Eerste Presidium geratificeerd worden. Een ratificatie wordt door de ringpresident schriftelijk bij het kantoor van het Eerste Presidium aangevraagd.

Verordeningen die in afwijkende volgorde zijn ontvangen. Een verordening is ongeldig als iemand die in afwijkende volgorde heeft ontvangen. De begiftiging van een man is bijvoorbeeld niet geldig als hij die heeft ontvangen voordat hem het Melchizedeks priesterschap is verleend. Het Eerste Presidium kan die verordening echter ratificeren. Een ratificatie wordt door de ringpresident schriftelijk bij het kantoor van het Eerste Presidium aangevraagd.

Verordeningen die vóór de gestelde leeftijd zijn ontvangen. Een verordening is ongeldig als iemand die vóór de gestelde leeftijd heeft ontvangen. De doop is bijvoorbeeld ongeldig als iemand vóór zijn of haar 8e verjaardag is gedoopt. Als er na de ongeldige verordening geen andere verordeningen zijn ontvangen, wordt die opnieuw verricht. Als er na de ongeldige verordening andere verordeningen zijn ontvangen, zoals ordening in het priesterschap, moeten die en de ongeldige verordening worden geratificeerd door het Eerste Presidium. Een ratificatie wordt door de ringpresident schriftelijk bij het kantoor van het Eerste Presidium aangevraagd.

Gegevens van opnieuw verrichte verordeningen. Als een verordening opnieuw wordt verricht, registreert de administrateur de datum waarop de verordening nogmaals verricht is op de lidmaatschapskaart, ook al klopt daardoor de volgorde van de verordeningsdatums op de kaart niet meer.

38.2.2

Kinderen een naam en een zegen geven

De volgende richtlijnen zijn van toepassing op het geven van een naam en een zegen aan kinderen in bijzondere situaties. Zie 18.6 voor instructies om kinderen een naam en een zegen te geven.

38.2.2.1

Buitenechtelijke kinderen

Buitenechtelijke kinderen kunnen in een avondmaalsdienst (doorgaans een vasten-en-getuigenisdienst) een naam en een zegen krijgen. De bisschop mag, als de familie daar de voorkeur aan geeft, een Melchizedeks-priesterschapsdrager machtigen het kind thuis te zegenen, waarbij een lid van de bisschap presideert.

38.2.2.2

Ernstig zieke baby’s

Als een pasgeboren baby ernstig ziek is, mag een Melchizedeks-priesterschapsdrager het kind in het ziekenhuis of thuis een naam en een zegen geven zonder daarvoor eerst gemachtigd te zijn door de bisschop. Daarna verwittigt hij direct de bisschop, zodat de noodzakelijke documenten kunnen worden opgemaakt.

38.2.2.3

Baby’s van wie een of beide ouders geen lid van de kerk zijn

Als een of beide ouders of voogden van een kind geen lid van de kerk zijn en men aangeeft het kind te willen laten zegenen, moet de bisschop van beide betrokkenen vooraf mondeling toestemming krijgen. Hij legt uit dat er een lidmaatschapskaart voor het kind zal worden aangemaakt na de zegen. Hij vertelt ze ook dat:

  • Wijkleden nu en dan contact met ze opnemen.

  • Ze te zijner tijd bezoek van hem of de wijkzendelingen krijgen met het voorstel dat het kind zich op 8-jarige leeftijd laat dopen.

38.2.3

Doop en bevestiging

38.2.3.1

Ingeschreven kinderen

Zie 18.7 en 18.8.

38.2.3.2

Bekeerlingen

De zendingspresident bezit de priesterschapssleutels voor de doop van bekeerlingen in een zendingsgebied (zie de definitie van kandidaat-dopelingen die bekeerling zijn in 18.7.1.2). Op zijn aanwijzing houdt een voltijdzendeling een doop-en-bevestigingsgesprek met elke kandidaat en geeft toestemming voor de verordeningen. De zendingspresident ziet er ook op toe dat het zendingskantoor de verordeningen registreert, zodat er een lidmaatschapskaart wordt aangemaakt.

De voltijdzendelingen werken nauw samen met de wijkzendingsleider (als er een geroepen is) of het lid van het quorumpresidium ouderlingen dat het zendingswerk in de wijk leidt. Deze persoon plant en leidt doopdiensten op aanwijzing van de bisschap.

Bekeerlingen worden doorgaans bevestigd in een avondmaalsdienst van de wijk waartoe zij behoren, bij voorkeur op de zondag na hun doop. De bisschop kan bij uitzondering toestaan dat een bekeerling in de doopdienst wordt bevestigd, bijvoorbeeld als het aantal bevestigingen te veel tijd in de avondmaalsdienst zou vergen of om aan de behoeften van de nieuwe bekeerling of bezoekende familieleden tegemoet te komen.

Voormalige leden die zich laten herdopen en herbevestigen na intrekking of opzegging van hun lidmaatschap, worden niet als bekeerling aangemerkt. Een zendeling kan ook geen doopgesprek met hen voeren. Zie 32.16 voor informatie over voormalige leden die weer lid van de kerk willen worden.

38.2.3.3

Doop-en-bevestigingsgesprekken

Een bevoegde priesterschapsleider of zendeling voert met elke kandidaat-dopeling een gesprek volgens de richtlijnen in deze paragraaf.

8-jarige kinderen. De bisschop of een daartoe aangewezen raadgever voert een gesprek voor de doop en bevestiging met:

  • Ingeschreven kinderen van 8 jaar.

  • Kinderen van 8 jaar die niet staan ingeschreven, maar van wie ten minste één ouder of voogd lid van de kerk is.

De voltijdzendelingen onderwijzen en voeren een gesprek met 8-jarige kinderen van wie de ouders geen lid zijn en met kinderen die 9 jaar of ouder zijn ten tijde van de doop.

Een lid van de bisschap dat een doopgesprek met een kind voert, vergewist zich ervan dat het de redenen voor de doop begrijpt. Ook vergewist hij zich ervan dat elk kind het doopverbond begrijpt en zich eraan wil houden. Geleid door de Geest kan hij vragen stellen die vergelijkbaar zijn met de eerste twee vragen in het doopgesprek voor bekeerlingen (zie ‘Doopgesprek met bekeerling’ verderop in deze paragraaf). Voor verdere vragen houdt de vragensteller voor ogen dat kinderen tot hun 8e zondeloos voor God zijn.

Bekeerlingen. De districtsleider-voltijdzendeling voert doorgaans het doopgesprek met de kandidaat-dopeling (omschreven in 18.7.1.2). De zoneleider doet dat als de kandidaat-dopeling de lessen heeft gekregen van de districtsleider. Zendelingen zijn bevoegd om deze gesprekken te voeren doordat zij gedelegeerd gezag van de zendingspresident hebben gekregen.

Iedere kandidaat-dopeling maakt vóór zijn of haar doop en bevestiging kennis met de bisschop. De bisschop voert echter met geen van de kandidaten een doopgesprek, noch gaat hij na of ze de kerknormen naleven.

De zendingspresident moet toestemming geven voor de doop en bevestiging als de kandidaat-dopeling ooit een zwaar misdrijf heeft begaan, bij een abortus betrokken is geweest of een seksuele zonde met iemand van hetzelfde geslacht heeft begaan. In die gevallen voert de zendingspresident een diepgaand gesprek en schrijft een doop-en-bevestigingskaart uit als hij van mening is dat de kandidaat-dopeling zich bekeerd heeft en zich aan de kerknormen houdt.

De zendingspresident mag zo nodig een van zijn raadgevers machtigen om het gesprek te voeren. Elk gesprek moet afzonderlijk worden goedgekeurd. De raadgever die een gesprek voert, brengt verslag uit aan de zendingspresident, die vervolgens de doop en bevestiging goedkeurt of afwijst.

De zendingspresident moet een gesprek voeren met de kandidaat-dopeling en goedkeuring van het Eerste Presidium krijgen voor zijn of haar doop en bevestiging, als hij of zij:

  • Een moord heeft begaan (zie 38.2.3.13).

  • Bij de praktisering van het meervoudig huwelijk betrokken is geweest (zie 38.2.3.8).

  • In transitie is gegaan om zijn of haar geboortegeslacht aan te passen (zie 38.2.3.14).

  • Voorwaardelijk vrij is of onder toezicht staat (zie 38.2.3.13).

Doopgesprek met bekeerling. Wie een doop-en-bevestigingsgesprek met een bekeerling voert, stelt onder invloed van de Geest de volgende vragen om na te gaan of de kandidaat-dopeling aan de voorwaarden in Leer en Verbonden 20:37 voldoet (zie ook Mosiah 18:8–10; Moroni 6:1–4). Deze vragen dienen aan iemands leeftijd en begripsvermogen te worden aangepast.

  1. Gelooft u dat God onze eeuwige Vader is? Gelooft u dat Jezus Christus de Zoon van God is, en de Heiland en Verlosser van de wereld?

  2. Gelooft u dat de kerk en het evangelie van Jezus Christus door de profeet Joseph Smith zijn hersteld? Gelooft u dat [huidige president van de kerk] een profeet van God is? Wat betekent dit voor u?

  3. Wat houdt bekering in voor u? Hebt u het gevoel dat u zich bekeerd hebt van vroegere zonden?

  4. Hebt u ooit een zwaar misdrijf begaan? Zo ja, bent u nu voorwaardelijk vrij of staat u onder toezicht? (Zie 38.2.3.13 voor instructies als iemand bevestigend antwoordt.) Bent u ooit bij een abortus betrokken geweest? Hebt u ooit een seksuele zonde met iemand van hetzelfde geslacht begaan?

  5. U is geleerd dat het lidmaatschap in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen het naleven van evangelienormen met zich meebrengt. Hoe begrijpt u de volgende normen? Bent u bereid die te gehoorzamen?

    1. De wet van kuisheid, die elke seksuele omgang buiten het wettelijke huwelijk tussen man en vrouw verbiedt

    2. De wet van tiende

    3. Het woord van wijsheid

    4. De sabbat heiligen, wat onder meer inhoudt dat u elke week aan het avondmaal deelneemt en goeddoet aan anderen

  6. Bij uw doop sluit u een verbond met God dat u bereid bent de naam van Christus op u te nemen en zijn geboden uw verdere leven na te komen. Bent u bereid dit verbond te sluiten en ernaar te streven het getrouw na te leven?

Als blijkt dat de kandidaat-dopeling klaar is voor de doop, vult de vragensteller een doop-en-bevestigingskaart in aan de hand van de aanwijzingen bij het formulier. Na de bevestiging zien de bisschop en de wijkadministrateur erop toe dat de bevestigingsgegevens compleet en correct zijn. Zie 18.8.3 voor meer informatie over de doop-en-bevestigingskaart.

38.2.3.4

Richtlijnen voor doopdiensten, dopen en bevestigen

Zie 18.7.2 voor richtlijnen voor doopdiensten.

Zie 18.7 en 18.8 voor richtlijnen voor de doop en bevestiging.

38.2.3.5

Personen met een verstandelijke handicap

Iemand van 8 jaar of ouder met een verstandelijke handicap, zijn of haar ouders (indien van toepassing) en de bisschop stellen in onderling overleg met elkaar vast of de betrokkene gedoopt en bevestigd dient te worden. Ze overleggen in hoeverre:

  • De betrokkene de doopverbonden kan begrijpen en nakomen.

  • De betrokkene toerekeningsvatbaar is.

Als de betrokkene redelijkerwijs toerekeningsvatbaar kan worden geacht, mag hij of zij zich laten dopen en bevestigen. Wie niet toerekeningsvatbaar zijn, hoeven zich niet te laten dopen, ongeacht hun leeftijd (zie Leer en Verbonden 29:46–50).

Zie 38.2.1.8 voor aanvullende richtlijnen. Zie 33.6.10 voor informatie over de lidmaatschapskaarten van personen die ontoerekeningsvatbaar zijn.

38.2.3.6

Minderjarigen

Een wettelijk minderjarig kind kan zich alleen laten dopen en bevestigen als aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:

  1. De ouder(s) of voogd(en) heeft/hebben daartoe toestemming gegeven. Ze dienen de aan het kind onderwezen kerkleer te begrijpen en het te steunen bij het sluiten van het doopverbond. Wie het doop-en-bevestigingsgesprek voert, moet om een schriftelijke bevestiging van deze toestemming verzoeken als hij meent dat dit misverstanden zal voorkomen.

  2. Daarnaast moet wie het gesprek voert, ervan overtuigd zijn dat het kind het doopverbond goed begrijpt en zijn of haar best zal doen om daaraan gehoorzaam te zijn door de geboden na te komen, waaronder op zondag naar de kerk gaan.

38.2.3.7

Kinderen van gescheiden ouders

Een kind van gescheiden ouders kan zich laten dopen en bevestigen als de ouder(s) aan wie het ouderlijk gezag is toegewezen, toestemming geeft/geven. Als de moeder aan wie het kind is toegewezen, hertrouwd is en haar kind niet formeel door de stiefvader is geadopteerd maar wel zijn achternaam heeft aangenomen, mag het kind worden gedoopt en bevestigd met de naam waaronder hij of zij bekendstaat. Op de lidmaatschapskaart en het certificaat moet echter wel de wettige naam staan waaronder het kind bekend is bij de burgerlijke stand.

38.2.3.8

Volwassenen die bij een meervoudig huwelijk betrokken zijn

Een volwassene die voorheen het meervoudig huwelijk heeft aangemoedigd, verkondigd of uitgeoefend, moet door het Eerste Presidium worden gefiatteerd, voordat hij of zij kan worden gedoopt en bevestigd. De zendingspresident kan dit verzoek voorleggen aan het kantoor van het Eerste Presidium. Het verzoek dient informatie te bevatten over de betrokkenheid van de persoon bij het meervoudig huwelijk en zijn of haar daaropvolgende bekering en huidige gezinssituatie.

38.2.3.9

Gehuwden

Iemand die gehuwd is, wordt niet zonder toestemming van zijn of haar huwelijkspartner gedoopt.

38.2.3.10

Wie ongehuwd samenwonen

Een kandidaat-dopeling die ongehuwd met iemand van het andere geslacht samenwoont, moet of met die persoon trouwen of op zichzelf gaan wonen voordat hij of zij zich kan laten dopen.

38.2.3.11

Personen van wie het kerklidmaatschap is ingetrokken of opgezegd

Personen van wie het kerklidmaatschap is ingetrokken of opgezegd, kunnen door de doop en bevestiging weer tot de kerk toetreden. In 32.16 staan daarvoor instructies.

38.2.3.12

Wie betrokken zijn geweest bij een abortus

Zie ‘Bekeerlingen’ in 38.2.3.3.

38.2.3.13

Veroordeelden

Iemand die wegens een misdaad veroordeeld is en zich wil laten dopen of herdopen, kan pas worden gedoopt en bevestigd als zijn of haar gevangenisstraf erop zit. Iemand die veroordeeld is voor een zedenmisdrijf dient niet te worden gedoopt en bevestigd voordat zijn voorwaardelijke invrijheidstelling en toezicht voorbij is (tenzij het Eerste Presidium een uitzondering toestaat). Hij moet worden aangemoedigd om nauw samen te werken met de plaatselijke priesterschapsleiders en alles te doen om voor de doop en bevestiging in aanmerking te komen.

Voltijdzendelingen geven geen les aan mensen in huizen van bewaring of gevangenissen.

Iemand die wegens moord veroordeeld is of een moord bekend heeft (zelfs als dit in vertrouwen aan een priesterschapsleider is gedaan), mag niet zonder toestemming van het Eerste Presidium worden gedoopt of bevestigd. Het verzoek tot goedkeuring moet alle relevante details bevatten, die de zendingspresident (als de persoon nog niet eerder is gedoopt), of de bisschop of de ringpresident (als een voormalig lid heropgenomen wil worden) in een persoonlijk gesprek heeft vastgesteld. Politie- of militaire acties in dienstverband vallen niet onder moord zoals dat hier wordt gebruikt. Evenmin wordt abortus met moord gelijkgesteld.

38.2.3.14

Personen die zich als transgender identificeren

De zendingspresident overlegt met het gebiedspresidium om individuele situaties tactvol te benaderen (zie 38.6.23).

Iemand die een vrijwillige medische of chirurgische ingreep overweegt om van geboortegeslacht te veranderen (een ‘geslachtsoperatie’ of ‘geslachtsverandering’), mag niet gedoopt of bevestigd worden.

Voor de doop en bevestiging van iemand die al een vrijwillige medische of chirurgische ingreep heeft ondergaan om van geboortegeslacht te veranderen, is toestemming van het Eerste Presidium nodig. De zendingspresident kan hiertoe een verzoek indienen als hij een gesprek met de betrokkene heeft gehad, heeft vastgesteld dat hij of zij de kerknormen naleeft, en hij de doop gerechtvaardigd vindt. De betrokkene kan dan echter niet het priesterschap ontvangen of uitoefenen, geen tempelaanbeveling ontvangen of gebruiken, en sommige kerkroepingen niet vervullen.

38.2.4

Het avondmaal

Zie 18.9.

38.2.5

Het priesterschap verlenen en tot een ambt ordenen

38.2.5.1

Ambten in het Melchizedeks priesterschap

Taken van de ringpresident en de bisschop. De ringpresident bezit de priesterschapssleutels voor de verlening van het Melchizedeks priesterschap en de ordening tot de ambten van ouderling en hogepriester. Doorgaans neemt de bisschop echter het initiatief in de voordracht voor deze ordeningen.

Met de goedkeuring van het ringpresidium voert de bisschop een gesprek met het lid volgens de instructies op de Ordeningskaart Melchizedeks priesterschap. Voordat hij dat doet, gaat hij na of er op de lidmaatschapskaart van de betrokkene sprake is van een aantekening, een verordeningsrestrictie of een lidmaatschapsrestrictie.

Nadat de bisschop een gesprek met het lid heeft gevoerd, voert de ringpresident of een van zijn raadgevers een diepgaand gesprek volgens de instructies op de Ordeningskaart Melchizedeks priesterschap. Hij let er ook op dat het lid de eed en het verbond van het priesterschap begrijpt en aangeeft ernaar te zullen leven (zie Leer en Verbonden 84:33–44).

Na het gesprek vraagt het ringpresidium de hoge raad de ordening van de broeder te steunen. Een lid van het ringpresidium stelt daarna de broeder ter steunverlening voor in de algemene bijeenkomst van de ringconferentie of in een algemene priesterschapsbijeenkomst van de ring (zie Leer en Verbonden 20:65, 67). De broeder dient te gaan staan alvorens de leden hun steun kenbaar maken. Het lid van het ringpresidium kan zeggen:

‘Wij stellen u voor het Melchizedeks priesterschap te verlenen aan [naam] en hem tot ouderling te ordenen [of wij stellen u voor (naam) tot hogepriester te ordenen]. Wie hiermee instemt, maakt dat kenbaar door de hand op te steken. [Wacht kort op de steunverlening.] Wie tegen is, maakt dat eveneens kenbaar. [Wacht kort op mogelijke tegenstemmen.]’

De persoon die gesteund wordt, neemt zelf deel aan de steunverlening. Als er meerdere personen worden voorgesteld, kunnen zij gewoonlijk tegelijk worden gesteund.

Als een volwaardig lid van de kerk tegenstemt, overlegt een lid van het ringpresidium na de bijeenkomst onder vier ogen met hem of haar. De functionaris stelt vast of hij of zij kennis heeft van feiten waaruit blijkt dat de persoon schuldig is aan gedrag dat hem uitsluit van de ordening tot het priesterschapsambt.

Het kan voorkomen dat een broeder moet worden geordend voordat hij in een algemene bijeenkomst van de ring ter steunverlening kan worden voorgesteld. In dat geval wordt hij in de avondmaalsdienst van zijn wijk ter steunverlening voorgesteld. Daarna wordt zijn naam in de volgende ringconferentie of algemene priesterschapsbijeenkomst van de ring ter bekrachtiging van de ordening voorgelegd. De eerder genoemde normale procedure voor steunverlening wordt hierop aangepast. De leden van de ring krijgen daarbij ook de gelegenheid om tegen te stemmen.

Na de noodzakelijke gesprekken en goedkeuringen wordt de ordening volgens de instructies in 18.10 verricht.

Ouderlingen. Broeders die de kerknormen naleven, kunnen het Melchizedeks priesterschap ontvangen en tot ouderling worden geordend als ze 18 jaar of ouder zijn. Op grond van de persoonlijke omstandigheden van de jongeman, zoals zijn getuigenis en de mate van volwassenheid, schoolexamens, zijn behoefte aan contact met leeftijdgenoten, of zijn vervolgopleiding, beslist de bisschop of een jongeman al snel na zijn 18e verjaardag wordt geordend of nog enige tijd priester blijft. De bisschop overlegt eerst met de jongeman en zijn ouders. Tegen de tijd dat ze 19 worden of als ze elders gaan studeren, in militaire dienst gaan of een baan vinden, dienen alle daarvoor waardige mannen tot ouderling te zijn geordend.

Mannen van 18 jaar of ouder die pas lid van de kerk zijn geworden, blijven nog enige tijd priester om zich een goed begrip van het evangelie eigen te maken en blijk te geven van hun getrouwheid, voordat ze tot ouderling worden geordend. Hier staat geen vaste tijd voor.

Hogepriesters. Mannen worden tot hogepriester geordend als ze tot een functie in een ringpresidium, hoge raad of bisschap geroepen worden, of als ze om andere redenen door hun bisschop worden voorgedragen en de ringpresident zijn goedkeuring geeft.

Alleen hogepriesters mogen in de kring staan bij de ordening tot het ambt van hogepriester.

38.2.5.2

Ambten in het Aäronisch priesterschap

Taken van de bisschop. De bisschop bezit de priesterschapssleutels voor de verlening van het Aäronisch priesterschap en de ordening tot de ambten van diaken, leraar en priester. Broeders die de kerknormen naleven, worden gewoonlijk op de volgende leeftijden geordend, maar nooit voordien:

  • Diaken: aan het begin van het jaar waarin ze 12 worden

  • Leraar: aan het begin van het jaar waarin ze 14 worden

  • Priester: aan het begin van het jaar waarin ze 16 worden

De bisschop of een van zijn raadgevers voert een gesprek met wie op de nominatie staat geordend te worden tot diaken of leraar om na te gaan of hij de kerknormen naleeft. De bisschop voert echter zelf een gesprek met wie priester zal worden. Voordat hij een ordeningsgesprek voert met een jongeman vraagt een lid van de bisschap daarvoor toestemming aan de ouders of voogden.

Als uit het gesprek blijkt dat het lid de kerknormen naleeft, vult de leider de Ordeningskaart Aäronisch priesterschap in. De bisschop of een van zijn raadgevers stelt het lid in een avondmaalsdienst ter steunverlening aan de leden voor (zie Leer en Verbonden 20:65). Men gaat daarbij op dezelfde manier te werk als bij de ordening van mannen tot het Melchizedeks priesterschap (zie 38.2.5.1). Als een volwaardig lid tegenstemt, overlegt een lid van de bisschap na de bijeenkomst onder vier ogen met hem of haar.

Na de steunverlening wordt het lid door of op aanwijzing van de bisschop geordend volgens de instructies in 18.10.

Jongemannen van gescheiden ouders. Een jongeman van wie de ouders gescheiden zijn, mag tot het Aäronisch priesterschap geordend worden als hij toestemming krijgt van de ouder(s) aan wie de wettelijke voogdij is toegewezen. Als de moeder de voogdij heeft en is hertrouwd, en als de jongeman niet formeel is geadopteerd maar wel de achternaam van de stiefvader heeft aangenomen, mag hij geordend worden met de naam waaronder hij bekendstaat. Op het certificaat moet echter wel de wettige naam staan waaronder de jongeman bij de burgerlijke stand bekend is.

Wie pas gedoopt en bevestigd zijn. Broeders die onlangs zijn gedoopt en bevestigd, wordt spoedig na hun bevestiging, doorgaans binnen een week, het Aäronisch priesterschap verleend, waarna zij tot het bestemde ambt worden geordend, als zij op zijn minst 11 jaar zijn en 12 worden tijdens het lopende jaar. Voordat ze het priesterschap ontvangen, wordt er een normengesprek met ze gevoerd en worden ze ter steunverlening in de avondmaalsdienst voorgesteld. Ze worden normaal gezien op deze leeftijden tot de volgende ambten geordend:

  • Diaken: vanaf januari van het jaar waarin ze 12 worden

  • Leraar: vanaf januari van het jaar waarin ze 14 worden

  • Priester: vanaf januari van het jaar waarin ze 16 worden

Broeders van 19 jaar en ouder worden ook als toekomstig ouderling beschouwd (zie 38.2.5.3).

Broeders die net zijn gedoopt en bevestigd, moeten een gesprek met de bisschop krijgen en in de wijk worden gesteund, voordat ze tot een ambt in het Aäronisch priesterschap worden geordend. Daarom worden ze niet op de dag van hun doop of bevestiging geordend.

De doop van gezinsleden moet niet worden uitgesteld totdat de vader het priesterschap ontvangt en de doop zelf kan verrichten.

38.2.5.3

Toekomstige ouderlingen

Een toekomstig ouderling is een mannelijk kerklid van 19 jaar of ouder die niet het Melchizedeks priesterschap draagt. Ook getrouwde broeders onder de 19 die niet het Melchizedeks priesterschap dragen, zijn toekomstig ouderling.

De bisschop heeft regelmatig een gesprek met elke toekomstig ouderling en werkt nauw met de andere priesterschapsleiders samen om ze voor te bereiden op het Melchizedeks priesterschap. Als een toekomstig ouderling nog geen priester is, moet hij tot dat ambt geordend worden zodra hij de kerknormen naleeft. Hij hoeft niet eerst tot diaken of leraar geordend te worden. Als hij voldoende begrip van het evangelie heeft en de kerknormen naleeft, kan hij tot ouderling geordend worden.

Zie 8.4 voor meer informatie over toekomstige ouderlingen.

38.2.5.4

Andere omstandigheden

Wie minder dan een jaar in de wijk wonen. Als een man minder dan een jaar in de wijk woont, neemt de bisschop contact op met zijn vorige bisschop om na te gaan of de man de kerknormen naleeft, voordat hij zijn goedkeuring geeft aan ordening in het Aäronisch priesterschap of hem voor ordening in het Melchizedeks priesterschap voordraagt.

Als iemand wordt geordend terwijl hij van huis is en als zijn lidmaatschapskaart nog steeds in zijn thuiswijk is, laat de bisschop van de wijk waar hij is geordend dat aan de bisschop van de thuiswijk weten, zodat de lidmaatschapskaart kan worden bijgewerkt. Het ordeningscertificaat wordt uitgeschreven in de wijk waar de ordening heeft plaatsgevonden.

Broeders in een wijk voor jonge alleenstaanden of alleenstaanden. Mannen van 18 jaar en ouder in een wijk voor jonge alleenstaanden of alleenstaanden worden tot ouderling geordend als zij de normen naleven. Wie niet tot ouderling zijn geordend, behoren als toekomstig ouderling tot het ouderlingenquorum.

Militairen in oorlogs- of afgelegen gebieden. Een militair wordt gewoonlijk geordend in de wijk waar zijn lidmaatschapskaart zich bevindt. Dat kan echter niet haalbaar zijn als de militair lange tijd op zee is of zich in een oorlogs- of afgelegen gebied bevindt. In die gevallen benadert de militair de groepsleider van leden in de krijgsmacht. Als de groepsleider van mening is dat de militair toe is aan de ordening, stuurt hij een aanbevelingsbrief aan de presiderende functionaris van de kerkunit die toezicht houdt op de groep militairen. Die presiderende functionaris neemt contact op met de bisschop van de thuiswijk om te informeren of de militair zich aan de kerknormen houdt.

Voor ordening tot een ambt in het Aäronisch priesterschap kan de presiderende functionaris de groepsleider of een geestelijk verzorger van de kerk machtigen om een gesprek met de broeder te voeren en toe te zien op de ordening. Voor ordening tot het ambt van ouderling kan de ring- of zendingspresident een geestelijk verzorger van de kerk machtigen om een gesprek met de broeder te voeren en op de ordening toe te zien. Alle ordeningen worden gesteund of geratificeerd volgens de instructies in 38.2.5.1 en 38.2.5.2.

Verstandelijk gehandicapten. Een mannelijk kerklid met een verstandelijke handicap, zijn ouders (indien van toepassing) en de bisschop stellen in onderling overleg met elkaar vast of hij het priesterschap dient te ontvangen. Ze overleggen in hoeverre:

  • Hij toerekeningsvatbaar is.

  • Hij enige basiskennis aangaande het priesterschap en zijn taken heeft.

Priesterschapsdragers met een dergelijke handicap krijgen de hulp die ze nodig hebben om priesterschapstaken zo goed mogelijk te vervullen.

Wie zich hebben laten herdopen en herbevestigen. Zie 32.17 voor instructies over het ordenen van broeders die zich hebben laten herdopen en herbevestigen na intrekking of opzegging van hun lidmaatschap.

Leden die zich als transgender identificeren. Een lid dat op eigen initiatief een medische of chirurgische ingreep heeft ondergaan om van geboortegeslacht te veranderen (een ‘geslachtsoperatie’ of ‘geslachtsverandering’), of zich volledig als iemand van het andere geslacht gedraagt, mag het priesterschap niet ontvangen of uitoefenen. De ringpresident overlegt met het gebiedspresidium om individuele situaties tactvol te benaderen (zie 38.6.23).

Een mannelijk kerklid met een geslachtsidentiteitsstoornis, maar dat geen medische of chirurgische ingreep nastreeft om van geboortegeslacht te veranderen, zich niet als iemand van het andere geslacht gedraagt en de kerknormen naleeft, mag het priesterschap ontvangen en uitoefenen.

38.2.6

Functionarissen en leerkrachten aanstellen

Zie 18.11.

38.2.7

Olie wijden

Zie 18.12.

38.2.8

Zieken zalven

Zie 18.13.

38.2.9

Zegen tot troost en raad, waaronder een vaderlijke zegen

Zie 18.14.

38.2.10

Woning wijden

Zie 18.15.

38.2.11

Graf wijden

Zie 18.16.

38.2.12

Patriarchale zegen

Informatie over patriarchale zegens staat in de volgende paragrafen en in de volgende publicaties:

  • Paragraaf 6.6 en 18.17 in dit handboek

  • Informatie en wenken voor patriarchen

  • Wereldwijde instructiebijeenkomst voor leidinggevenden: de patriarch

38.2.12.1

Algemene richtlijnen

Ieder gedoopt lid dat de kerknormen naleeft, mag een patriarchale zegen ontvangen, waarin hij of zij geïnspireerde raad van onze hemelse Vader krijgt. Ouders en leidinggevenden in de kerk raden de leden aan om zich geestelijk op een patriarchale zegen voor te bereiden. De bisschop of een aangewezen raadgever voert een gesprek met een lid dat een patriarchale zegen wil ontvangen. Als het lid de kerknormen naleeft, maakt de gespreksvoerder een aanbeveling voor een patriarchale zegen aan. Hij stuurt die via het systeem voor patriarchale zegens op ChurchofJesusChrist.org in. Als de zegen wordt gegeven door een patriarch die buiten de ring van de betrokkene woont, moet een lid van elk ringpresidium de aanbeveling ook via het systeem voor patriarchale zegens goedkeuren. Een dergelijke machtiging vindt alleen plaats zoals in 38.2.12.2 wordt aangegeven.

Wie een aanbeveling voor een patriarchale zegen uitschrijft, ziet erop toe dat het lid volwassen genoeg is om de betekenis en het belang van de zegen te begrijpen. In het ideale geval is het lid nog zo jong dat veel belangrijke beslissingen in het leven nog voor hem of haar liggen, hoewel ook oudere volwassenen worden aangemoedigd om hun patriarchale zegen te ontvangen. De priesterschapsleiders stellen geen minimumleeftijd voor het ontvangen van een patriarchale zegen.

Een nieuw lid moet de fundamentele leringen van het evangelie goed begrijpen voordat het zijn of haar patriarchale zegen ontvangt.

Een kerklid met een verstandelijke handicap, zijn of haar ouders (indien van toepassing) en de bisschop stellen in onderling overleg met elkaar vast of hij of zij een patriarchale zegen kan ontvangen. Ze overleggen of het lid in staat is om de zegen tot op zekere hoogte te begrijpen.

Een zendeling(e) ontvangt zijn of haar patriarchale zegen zo mogelijk voordat de zending begint. Een zendeling(e) die in een opleidingscentrum voor zendelingen verblijft, mag alleen onder de volgende voorwaarden een patriarchale zegen ontvangen:

  • De zendeling(e) komt uit een gebied waar geen patriarch een zegen kan geven in de moedertaal van de zendeling(e).

  • De zendeling(e) gaat naar een gebied waar geen patriarch een zegen kan geven in de moedertaal van de zendeling(e).

  • De zendeling(e) zal naar huis terugkeren naar een gebied waar geen patriarch is.

  • Een patriarch in de buurt van het opleidingscentrum voor zendelingen kan een zegen geven in de moedertaal van de zendeling(e).

Als een zendeling(e) zonder een patriarchale zegen te hebben ontvangen in het zendingsveld arriveert, is de zendingspresident gemachtigd om een gesprek met hem of haar te hebben, een aanbeveling voor een patriarchale zegen op te stellen en via het systeem voor patriarchale zegens in te sturen. De zendingspresident ziet erop toe dat de zendeling(e) de zegen in zijn of haar moedertaal kan ontvangen. Als dat niet mogelijk is, dient de zendeling(e) te wachten tot hij of zij weer naar huis gaat om daar een patriarchale zegen te ontvangen.

38.2.12.2

Patriarchale zegen geven aan leden buiten de ring

Doorgaans geeft een ringpatriarch alleen een patriarchale zegen aan leden uit zijn ring. Hij mag echter in de volgende gevallen zegens geven aan leden uit andere ringen:

  • Een patriarch mag een patriarchale zegen geven aan zijn nageslacht (kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen), ongeacht waar ze wonen. Een lid van de bisschap voert een gesprek en stuurt een aanbeveling via het systeem voor patriarchale zegens op ChurchofJesusChrist.org in. Als degene die de zegen ontvangt in een andere ring woont dan de patriarch, moet een lid van elk ringpresidium de aanbeveling via het systeem voor patriarchale zegens goedkeuren.

  • Een lid dat in een ring woont zonder functionerende patriarch mag naar een patriarch in een naburige ring gaan. Een lid van de bisschap voert een gesprek en stuurt een aanbeveling via het systeem voor patriarchale zegens in. Een lid van elk ringpresidium moet de aanbeveling via het systeem goedkeuren.

  • Een lid dat in een district woont, mag naar een patriarch in een nabijgelegen ring gaan. De gemeentepresident voert een gesprek en stuurt een aanbeveling via het systeem voor patriarchale zegens in. Een lid van het zendingspresidium en een lid van het presidium van de nabijgelegen ring waarin de patriarch woont, moeten de aanbeveling via het systeem goedkeuren.

  • Een lid dat een andere taal spreekt dan de ringpatriarch, mag naar een patriarch in een naburige ring gaan om een patriarchale zegen in zijn of haar moedertaal te ontvangen. Een lid van de bisschap voert een gesprek en stuurt een aanbeveling via het systeem voor patriarchale zegens in. Een lid van elk ringpresidium moet de aanbeveling via het systeem goedkeuren.

38.2.12.3

Patriarchale zegen voor leden die in de krijgsmacht gaan

Als een lid dat de kerknormen naleeft in de krijgsmacht gaat, moedigen de priesterschapsleiders hem of haar aan een patriarchale zegen te ontvangen voordat hij of zij zich in zijn standplaats meldt.

Als het voor het lid niet mogelijk is om vóór vertrek een patriarchale zegen te ontvangen, kan hij of zij die ontvangen van een patriarch in zijn of haar standplaats. De ringpresident van de standplaats neemt contact op met een lid van de bisschap van de thuiswijk van de betrokkene. De ringpresident voert vervolgens een gesprek en stuurt een aanbeveling via het systeem voor patriarchale zegens in. De ringpatriarch in de standplaats van het lid geeft vervolgens de patriarchale zegen. Voor meer informatie neemt de ringpresident of andere presiderende priesterschapsleider in de standplaats van het lid contact op met het kantoor van het Quorum der Twaalf via Q12Patriarchs@ChurchofJesusChrist.org.

38.2.12.4

Vertaling van een patriarchale zegen

De kerk voorziet niet in de vertaling van de tekst van patriarchale zegens. Bovendien ontraadt zij de leden patriarchale zegens te vertalen, daar het moeilijk is de geïnspireerde diepere betekenis en gevoelens van een zegen over te brengen. Als een lid niettemin de taal van de patriarch niet begrijpt en verlangt dat de zegen in een andere taal wordt vertaald, dan is het aan hem of haar om een deskundig en getrouw lid te vinden dat de vertaling kan verzorgen. De vertaler moet zorgvuldig worden gekozen, taalvaardig zijn, en begrip hebben van het geestelijke en vertrouwelijke karakter van de zegen. Vertalingen van zegens worden niet bewaard op de hoofdzetel van de kerk.

Een ringpresident mag een brailletranscriptie van een patriarchale zegen aanvragen door contact op te nemen met het kantoor van het Quorum der Twaalf.

38.2.12.5

Patriarchale zegen vertolkt in gebarentaal

Als een lid een vertolking in gebarentaal nodig heeft om de patriarchale zegen te begrijpen op het moment dat die wordt uitgesproken, dan is het aan hem of haar om een deskundig en getrouw lid te vinden die de vertolking kan verzorgen.

38.2.12.6

Een tweede patriarchale zegen

In zeer zeldzame situaties kan een lid om een tweede patriarchale zegen vragen. Dat wordt echter niet aangemoedigd en het verzoek wordt niet altijd ingewilligd. Als een trouw lid een belangrijke reden heeft voor zo’n verzoek, dan bespreekt hij of zij dat met de bisschop. Als de bisschop van mening is dat een tweede zegen nodig is, stelt hij een aanbeveling voor een patriarchale zegen op en stuurt die via het systeem voor patriarchale zegens op ChurchofJesusChrist.org in. De ringpresident voert vervolgens een gesprek met het lid en leest de oorspronkelijke patriarchale zegen met hem of haar door. Als hij van mening is dat een tweede zegen nodig is, neemt de ringpresident contact op met het kantoor van het Quorum der Twaalf.

Als het verzoek wordt goedgekeurd, informeert de ringpresident de betrokkene en de patriarch voordat hij de aanbeveling in het systeem voor patriarchale zegens goedkeurt. De ringpresident informeert de betrokkene ook dat de tweede zegen de oorspronkelijke zegen vervangt. Daarna mag de patriarch een tweede patriarchale zegen geven.

38.2.12.7

Afschrift van een patriarchale zegen

Zie 18.17.2.

38.2.13

Overzicht van ordeningen

38.2.13.1

Overzicht van ordeningen

Functie

Voordracht door

Goedkeuring van

Steunverlening door

Ordeningsgesprek en ordening door

Functie

Patriarch

Voordracht door

Ringpresidium

Goedkeuring van

Quorum der Twaalf

Steunverlening door

Ringconferentie of algemene priesterschapsbijeenkomst van de ring

Ordeningsgesprek en ordening door

Lid van het Eerste Presidium of de Twaalf, of de ringpresident na schriftelijke toestemming van het Quorum der Twaalf

Functie

Hogepriester

Voordracht door

Bisschop en ringpresidium

Goedkeuring van

Ringpresidium en hoge raad

Steunverlening door

Ringconferentie of algemene priesterschapsbijeenkomst van de ring

Ordeningsgesprek en ordening door

Ordeningsgesprek door bisschop, en ringpresident of een van zijn raadgevers; ordening op aanwijzing van ringpresident

Functie

Ouderling

Voordracht door

Bisschop

Goedkeuring van

Ringpresidium en hoge raad

Steunverlening door

Ringconferentie of algemene priesterschapsbijeenkomst van de ring

Ordeningsgesprek en ordening door

Ordeningsgesprek door bisschop, en ringpresident of een van zijn raadgevers; ordening op aanwijzing van ringpresident

Functie

Bisschop

Voordracht door

Ringpresidium

Goedkeuring van

Eerste Presidium en Quorum der Twaalf

Steunverlening door

Leden in de wijk (avondmaalsdienst)

Ordeningsgesprek en ordening door

Een algemeen autoriteit of gebiedszeventiger, of ringpresident na schriftelijke toestemming van het Eerste Presidium

Functie

Priester

Voordracht door

Bisschop

Goedkeuring van

Bisschap

Steunverlening door

Leden in de wijk (avondmaalsdienst)

Ordeningsgesprek en ordening door

Ordeningsgesprek door bisschop; ordening op aanwijzing van bisschop

Functie

Leraar of diaken

Voordracht door

Bisschop

Goedkeuring van

Bisschap

Steunverlening door

Leden in de wijk (avondmaalsdienst)

Ordeningsgesprek en ordening door

Ordeningsgesprek door bisschop; ordening op aanwijzing van bisschop

38.3

Burgerlijk huwelijk

Kerkleiders moedigen de leden aan een tempelhuwelijk waardig te zijn, in de tempel te trouwen en zich te laten verzegelen. Waar een tempelhuwelijk niet wettelijk erkend wordt, wordt eerst een burgerlijk huwelijk gesloten, gevolgd door een tempelverzegeling. Deze procedure kan ook gevolgd worden als ouders of naaste familieleden de tempel niet mogen betreden. Zie 38.3.1 voor informatie over welke kerkleiders een burgerlijk huwelijk mogen voltrekken.

Deze paragraaf bevat instructies voor leiders over de voltrekking van een burgerlijk huwelijk. Een burgerlijk huwelijk is geldig zolang het echtpaar leeft. Het is niet meer van kracht na de dood.

Een burgerlijk huwelijk wordt voltrokken volgens de wetten van het land waarin het huwelijk plaatsvindt.

Een burgerlijk huwelijk en verwante godsdienstige ceremonies worden niet op de sabbat of op ongebruikelijke uren voltrokken.

De bisschop overlegt met zijn ringpresident als hij vragen over het burgerlijk huwelijk heeft die niet in deze paragraaf worden beantwoord. De ringpresident kan zijn vragen aan het kantoor van het Eerste Presidium voorleggen.

38.3.1

Wie een burgerlijk huwelijk mag voltrekken

Waar de plaatselijke wet dat toelaat, mogen de volgende kerkleiders uit hoofde van hun kerkfunctie een burgerlijk huwelijk voltrekken: zendingspresident, ringpresident, districtspresident, bisschop en gemeentepresident.

Deze kerkfunctionarissen mogen alleen een burgerlijk huwelijk tussen een man en een vrouw voltrekken als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • De bruid of de bruidegom is lid van de kerk.

  • De lidmaatschapskaart van de bruid of de bruidegom berust bij de kerkunit die de functionaris presideert.

  • De kerkfunctionaris is wettelijk gemachtigd om een burgerlijk huwelijk te voltrekken in de jurisdictie waar het huwelijk zal plaatsvinden.

De geestelijk verzorgers van de kerk in actieve militaire dienst kunnen zonder voorafgaande toestemming een burgerlijk huwelijk voltrekken. De geestelijk verzorgers die aan reservisten of gardisten zijn toegewezen, moeten eerst toestemming van de afdeling Militaire zaken en geestelijke verzorging krijgen voordat zij een burgerlijk huwelijk voltrekken.

Niet-militaire geestelijk verzorgers die in ziekenhuizen, zorginstellingen, gevangenissen, of voor de politie, grenswacht of brandweer werken, moeten ook vooraf toestemming van die afdeling krijgen voordat zij een burgerlijk huwelijk voltrekken.

Een gepensioneerde geestelijk verzorger is niet gemachtigd een burgerlijk huwelijk te voltrekken, althans niet in zijn hoedanigheid van geestelijk verzorger.

Wie een huwelijk voltrekt uit hoofde van zijn functie als kerkleider of gemachtigd geestelijk verzorger houdt zich aan de richtlijnen in dit onderdeel en aan alle wettelijke regelingen.

Geestelijk verzorgers van de kerk worden niet als presiderende functionaris van de kerk beschouwd, tenzij ze ringpresident, bisschop of gemeentepresident zijn. Wanneer een geestelijk verzorger geen presiderende functionaris van de kerk is en een burgerlijk huwelijk voltrekt, treedt hij of zij op als vertegenwoordiger van de overheid of burgerlijke instantie waarvoor hij of zij werkt. Daarom gebruiken deze geestelijk verzorgers een licht afwijkende bewoording bij een burgerlijk huwelijk (zie 38.3.6).

Functionarissen en geestelijk verzorgers van de kerk mogen hun kerkelijk gezag niet gebruiken om een huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht te voltrekken.

Functionarissen en geestelijk verzorgers van de kerk die een burgerlijk huwelijk voor kerkleden voltrekken, verschaffen de nodige informatie over het huwelijk aan de administrateur van de wijk of gemeente. De administrateur werkt de lidmaatschapskaarten bij.

Een functionaris of geestelijk verzorger van de kerk die uit hoofde van zijn kerkfunctie een huwelijk voltrekt, neemt hiervoor geen vergoeding aan.

38.3.2

Burgerlijk huwelijk van leden uit andere units

Het is een kerkfunctionaris niet toegestaan een huwelijk te voltrekken tussen kerkleden van wie de lidmaatschapskaart van geen van beiden bij de unit berust die de functionaris presideert (zie 38.3.1). Geestelijk verzorgers van de kerk en kerkfunctionarissen die tevens overheidsfunctionaris zijn, vormen hierop een uitzondering.

38.3.3

Burgerlijk huwelijk van niet-leden

Het is een kerkfunctionaris niet toegestaan een huwelijk te voltrekken tussen een bruid en bruidegom die beiden geen lid van de kerk zijn. Geestelijk verzorgers van de kerk en kerkfunctionarissen die tevens overheidsfunctionaris zijn, vormen hierop een uitzondering.

38.3.4

Locatie van huwelijksvoltrekking

Een burgerlijk huwelijk dat door een kerkleider wordt voltrokken, vindt bij voorkeur bij een familielid thuis of in de kerk plaats. Een huwelijk dat in een kerk plaatsvindt, mag in de kapel, de recreatiezaal of in een andere geschikte ruimte worden voltrokken. Een priesterschapsleider die een huwelijk niet bij iemand thuis of in de kerk voltrekt, moet in dat geval wel de trouwlocatie na overleg met het echtpaar goedkeuren. Zie 35.4.22 voor richtlijnen over het gebruik van kerkgebouwen voor huwelijken en bruiloften.

38.3.5

Huwelijksvoltrekking door een ambtenaar van de burgerlijke stand of in een openbaar gebouw

In sommige gebieden kan een huwelijk alleen door een ambtenaar van de burgerlijke stand worden voltrokken. In sommige gebieden stelt men tevens als voorwaarde dat de huwelijksplechtigheid in een openbare ruimte wordt voltrokken. In deze gevallen kan een bevoegd priesterschapsfunctionaris na het burgerlijk huwelijk een korte dienst houden, waarin hij het echtpaar goede raad geeft en hun huwelijk namens de kerk erkent. Als het echtpaar na hun burgerlijk huwelijk in de tempel verzegeld zal worden, gebeurt dat zo spoedig mogelijk erna als praktisch haalbaar is.

38.3.6

Ceremonie voor een burgerlijk huwelijk

De voltrekking van een burgerlijk huwelijk door een kerkfunctionaris is een eenvoudige en waardige aangelegenheid. De ceremonie moet bijvoorbeeld niet overdadig zijn of met veel uiterlijk vertoon gepaard gaan. Als een huwelijksplechtigheid in de kerk plaatsvindt, is een bruidsmars ongepast. Als de ceremonie in de kapel plaatsvindt, zijn videocamera’s en fototoestellen niet toegestaan (zie 35.4.15).

Voordat hij het burgerlijk huwelijk voltrekt, kan de kerkfunctionaris het bruidspaar raad geven over de heilige aard van de huwelijksbeloften en andere raad naar de Geest hem ingeeft.

De kerkfunctionaris zegt ter voltrekking van het burgerlijk huwelijk tegen het bruidspaar: ‘Neem elkaar bij de rechterhand.’ Dan zegt hij: ‘[Volledige namen van de bruidegom en de bruid], u hebt elkaar bij de rechterhand genomen als symbool van de beloften die u nu gaat afleggen in tegenwoordigheid van God en deze getuigen.’ (Het paar kan deze getuigen zelf uitkiezen of benoemen.)

De functionaris richt zich tot de bruidegom en vraagt: ‘[Volledige naam van de bruidegom], neemt u [volledige naam van de bruid] tot vrouw, en belooft u plechtig uit eigen beweging dat u haar, als haar metgezel en wettige echtgenoot, zult aankleven en niemand anders; dat u alle wetten, taken en plichten die betrekking hebben op de heilige huwelijkse staat, zult nakomen; en dat u haar zo lang als u beiden leeft, zult liefhebben, eren en koesteren?’

De bruidegom zegt: ‘Ja.’

Dan richt hij zich tot de bruid en zegt: ‘[Volledige naam van de bruid], neemt u [volledige naam van de bruidegom] tot man, en belooft u plechtig uit eigen beweging dat u hem, als zijn metgezellin en wettige echtgenote, zult aankleven en niemand anders; dat u alle wetten, taken en plichten die betrekking hebben op de heilige huwelijkse staat, zult nakomen; en dat u hem zo lang als u beiden leeft, zult liefhebben, eren en koesteren?’

De bruid zegt: ‘Ja.’

De kerkfunctionaris richt zich dan tot het bruidspaar en zegt: ‘Krachtens het gezag dat mij als ouderling in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is verleend, verklaar ik u, [naam van de bruidegom] en [naam van de bruid] man en vrouw, wettig gehuwd voor de duur van uw sterfelijke leven.’

[Alternatieve bewoording in het geval de geestelijk verzorger niet als presiderende kerkfunctionaris optreedt: ‘Krachtens het gezag dat mij als geestelijk verzorger is toegekend in de [naam van de militaire tak of burgerlijke organisatie], verklaar ik u, [naam van de bruidegom] en [naam van de bruid] man en vrouw, wettig gehuwd voor de duur van uw sterfelijke leven.’]

‘Moge God deze verbintenis zegenen met vreugde in uw nageslacht en een lang, gelukkig leven samen. Moge u met zijn zegen de geloften die u gedaan hebt, nakomen. Deze zegeningen smeek ik over u af in de naam van de Heer Jezus Christus. Amen.’

De uitnodiging elkaar als man en vrouw te kussen is optioneel, naargelang de culturele gebruiken van het echtpaar.

38.4

Beleid bij verzegelingen

Verordeningen ter verzegeling omvatten verbonden die gezinsleden voor eeuwig aan elkaar kunnen verbinden. Deze verordeningen zijn: (1) verzegeling van een man en vrouw, en (2) verzegeling van kinderen aan ouders.

Leden die bezorgd zijn over het eeuwige karakter van de verzegelverordening en de relaties die daar op familie- en huwelijksvlak bij horen, kunnen troost putten uit de wetenschap dat onze hemelse Vader liefdevol en rechtvaardig is. Trouwe kinderen die aan hun ouders zijn verzegeld of binnen het verbond zijn geboren, behouden de zegen dat ze ouders voor de eeuwigheid hebben. Dat geldt ook als de ouders hun huwelijksverzegeling annuleren, hun lidmaatschap wordt ingetrokken of ze hun lidmaatschap opzeggen.

Gescheiden leden die evenwel nog steeds aan hun voormalige huwelijkspartner verzegeld zijn, maken zich vaak zorgen over die verzegeling. Die verzegeling zal in het nasterfelijk bestaan niet van de man of de vrouw worden afgedwongen. Als de tempelverbonden zijn verbroken en er geen bekering volgt, wordt de verzegeling tussen de man en vrouw ingetrokken. Wie echter hun verbonden naleven, behouden de persoonlijke zegeningen van de verzegeling. Dat geldt ook als de huwelijkspartner de verbonden heeft verbroken of zich uit het huwelijk heeft teruggetrokken.

Zodra annulering van de verzegeling door het Eerste Presidium is goedgekeurd, vervallen de individuele zegeningen met betrekking tot die verzegeling. Priesterschapsleiders drukken de leden die annulering van hun verzegeling willen, deze beginselen op het hart. Zij respecteren echter de keuzevrijheid van de leden bij deze beslissing.

De bisschop overlegt met zijn ringpresident als hij vragen over het beleid bij verzegelingen heeft die niet in deze paragraaf worden beantwoord. De ringpresident neemt contact op met het kantoor van het Eerste Presidium of de tempel in zijn tempeldistrict als hij advies nodig heeft over verzegelingskwesties die niet in deze instructies worden behandeld.

38.4.1

Verzegeling van man en vrouw

38.4.1.1

Verzegeling van in leven zijnde leden na burgerlijk huwelijk

Een man en vrouw die een burgerlijk huwelijk hebben gesloten en minstens één jaar lid van de kerk zijn, kunnen zich, als ze voorbereid en tempelwaardig zijn, in de tempel laten verzegelen. Ze hoeven geen jaar na hun burgerlijk huwelijk te wachten en kunnen worden verzegeld zodra de omstandigheden dat toelaten.

De priesterschapsleider overtuigt zich ervan dat het huwelijk rechtsgeldig is vóór hij een aanbeveling voor verzegeling verstrekt.

38.4.1.2

Verzegeling van in leven zijnde leden na echtscheiding

Vrouwen. Een in leven zijnde vrouw kan maar aan één man worden verzegeld. Als zij is verzegeld aan een man, maar daar later van scheidt, moet het Eerste Presidium die verzegeling annuleren, voordat zij zich in dit leven aan een andere man kan laten verzegelen (zie 38.4.1.4).

Een in leven zijnde vrouw die op dat moment ongehuwd is, mag aan haar overleden voormalige echtgenoot worden verzegeld, ook als ze waren gescheiden. Een in leven zijnde vrouw die op dat moment gehuwd is, mag niet aan een overleden echtgenoot worden verzegeld als er geen goedkeuring van het Eerste Presidium is.

Mannen. Als een man en vrouw zijn verzegeld, maar later gescheiden, moet het Eerste Presidium voor de man eerst een verzegelingsfiattering afgeven, voordat er een andere vrouw aan hem verzegeld kan worden (zie 38.4.1.4). Fiattering van de verzegeling is noodzakelijk, zelfs als (1) de voorgaande verzegeling geannuleerd is of (2) de vrouw van wie hij is gescheiden, overleden is.

Fiattering van de verzegeling is noodzakelijk als de man is gescheiden van de vrouw die het recentst aan hem verzegeld is. Als een man bijvoorbeeld een fiattering van de verzegeling heeft ontvangen om, na een scheiding van zijn eerste vrouw, aan zijn tweede vrouw te worden verzegeld, en zij komt later te overlijden, heeft hij geen verzegelingsfiattering nodig om aan een derde vrouw verzegeld te worden.

38.4.1.3

Verzegeling van in leven zijnde leden na de dood van de huwelijkspartner

Vrouwen. Als een in leven zijnde vrouw in de tempel aan een echtgenoot verzegeld is, kan zij niet aan haar tweede echtgenoot worden verzegeld, tenzij zij een annulering van de eerste verzegeling heeft ontvangen.

Mannen. Als een man en vrouw zijn verzegeld en de vrouw overlijdt, kan de man een andere vrouw aan zich laten verzegelen, mits zij aan niemand anders is verzegeld. In dat geval heeft hij geen verzegelingsfiattering van het Eerste Presidium nodig, tenzij hij was gescheiden van zijn voormalige echtgenote voordat ze stierf (zie 38.4.1.2 voor het beleid in geval van een echtscheiding).

Vóór een in leven zijnde huwelijkspartner zich aan een overleden huwelijkspartner kan laten verzegelen, moet hij of zij schriftelijke toestemming hebben ontvangen van de weduwe of weduwnaar van de overleden huwelijkspartner (als die er is).

38.4.1.4

Verzoek tot verzegelingsannulering of verzegelingsfiattering

Als ze al aan een andere echtgenoot is verzegeld, moet een vrouw een annulering van die verzegeling van het Eerste Presidium krijgen voordat ze bij leven aan een andere man kan worden verzegeld. Een man die gescheiden is van een vrouw die aan hem verzegeld is, moet van het Eerste Presidium eerst een verzegelingsfiattering krijgen, voordat er een andere vrouw aan hem kan worden verzegeld (zie 38.4.1.2).

Wanneer de bisschop en ringpresident een verzegelingsannulering of een verzegelingsfiattering voorstellen, dienen zij daartoe op Hulpmiddelen leiders en administrateurs (LCR) een verzoek aan het Eerste Presidium in. Leiders die geen toegang tot LCR hebben, vragen bij het kantoor vertrouwelijke documenten op de hoofdzetel van de kerk het formulier Verzoek aan het Eerste Presidium aan. Leiders nemen geen contact op met het kantoor van het Eerste Presidium om het formulier aan te vragen. De instructies staan op het formulier.

De ringpresident vergewist zich ervan dat de scheiding definitief is alvorens het verzoek in te dienen. Hij gaat ook na of er aan alle wettelijke regelingen in verband met de echtscheiding, zoals alimentatie voor ex-partner en kinderen, wordt voldaan.

Als een lid een verzoek tot annulering of fiattering heeft ingediend, kan hij of zij pas een afspraak met de tempel maken voor een huwelijk of verzegeling na ontvangst van de brief van het Eerste Presidium waarin toestemming voor de annulering of fiattering wordt gegeven. De betrokkene overlegt die brief in de tempel.

38.4.1.5

Restrictie op een verzegeling in de tempel opheffen

Als iemand overspel pleegt terwijl hij of zij een tempelhuwelijk heeft, kan hij of zij niet verzegeld worden aan de persoon met wie overspel is gepleegd, tenzij de verzegeling wordt goedgekeurd door de president van de kerk. Een dergelijke goedkeuring kan pas worden aangevraagd als het paar minstens vijf jaar is getrouwd. Het paar kan dit tegelijk met een verzoek om verzegelingsannulering of een verzegelingsfiattering indienen.

Een echtpaar dat de opheffing van een verzegelingsrestrictie wenst, kan een gesprek aanvragen met hun bisschop en ringpresident. Als deze leiders van mening zijn dat opheffing van de restrictie aanbevolen kan worden, schrijven ze een brief aan het Eerste Presidium waarin zij hun aanbeveling samenvatten en aangeven of de verzoekers zich de afgelopen vijf jaar hebben gehouden aan de kerknormen en of hun huwelijk in die periode stabiel was. Het echtpaar schrijft ook een brief aan het Eerste Presidium waarin zij hun verzoek kenbaar maken. De ringpresident stuurt al deze brieven aan het Eerste Presidium.

38.4.1.6

Verzegeling na een tempelhuwelijk voor dit leven

Een echtpaar dat in de tempel voor dit leven is gehuwd, wordt later doorgaans niet verzegeld. Vóór zo’n verzegeling kan plaatsvinden, moet het Eerste Presidium eerst de annulering van de vorige verzegeling van de vrouw goedkeuren. Een dergelijk verzoek wordt alleen onder uitzonderlijke omstandigheden in behandeling genomen. Als de bisschop en ringpresident van mening zijn dat een annulering gerechtvaardigd is, dienen zij daartoe via LCR het formulier Verzoek aan het Eerste Presidium in.

Er worden geen huwelijken in de tempel voor alleen dit leven meer gesloten (zie 27.3.3).

38.4.1.7

Verzegeling van overleden leden

Overleden vrouwen. Een overleden vrouw kan worden verzegeld aan alle mannen met wie zij tijdens haar leven wettig was gehuwd. Als zij echter tijdens haar leven aan een van hen is verzegeld, moeten alle echtgenoten overleden zijn, voordat zij kan worden verzegeld aan andere mannen met wie zij was getrouwd. Dit sluit voormalige echtgenoten in van wie ze is gescheiden.

Overleden mannen. Alle vrouwen met wie een overleden man tijdens zijn leven wettig gehuwd is geweest, kunnen aan hem verzegeld worden als ze overleden zijn of als ze in leven zijn en niet aan een andere man verzegeld zijn.

Overleden gescheiden echtparen. Overleden gescheiden echtparen kunnen plaatsvervangend aan elkaar worden verzegeld. Die verzegeling is vaak de enige kans voor de kinderen van dergelijke echtparen om zich aan hun ouders te laten verzegelen. Zie 28.3.8 voor een restrictie als het lidmaatschap van de man of vrouw bij leven was ingetrokken of opgezegd. Het Eerste Presidium dient goedkeuring te geven voor de verzegeling van een overleden echtpaar dat hun verzegeling bij leven heeft laten annuleren.

38.4.1.8

Gevolgen van intrekking of opzegging van lidmaatschap

Als een man en vrouw in de tempel zijn verzegeld, en het lidmaatschap van een van hen wordt ingetrokken of opgezegd, dan worden zijn of haar tempelzegeningen ook ingetrokken. De zegeningen van de verzegeling voor de huwelijkspartner en kinderen blijven echter wel van kracht als ze de kerknormen naleven.

Kinderen die na intrekking of opzegging van het lidmaatschap van een van de ouders zijn geboren, zijn niet in het verbond geboren. Zie 38.4.2.8.

38.4.2

Verzegeling van kinderen aan ouders

38.4.2.1

Kinderen die in het verbond zijn geboren

Kinderen die na de tempelverzegeling van hun ouders zijn geboren, worden in het verbond van die verzegeling geboren. Ze hoeven zich niet aan hun ouders te laten verzegelen. In het verbond geboren worden, geeft de kinderen recht op ouders in de eeuwigheid, op voorwaarde van getrouwheid.

Als een vrouw die hertrouwt, al aan een man verzegeld is, worden de kinderen uit haar tweede huwelijk geboren in het verbond van haar eerste verzegeling, tenzij zij worden geboren na de annulering van die verzegeling of na herroeping ervan wegens lidmaatschapsintrekking of -opzegging.

38.4.2.2

Kinderen die niet in het verbond zijn geboren

Kinderen die niet in het verbond zijn geboren, kunnen deel gaan uitmaken van een eeuwig gezin door zich te laten verzegelen aan hun biologische of adoptieouders. Voor die kinderen gelden dezelfde beloften als voor hen die in het verbond zijn geboren.

Een kind wordt verzegeld aan twee ouders – man en vrouw – en niet aan slechts één ouder.

Jongens die 12 jaar of ouder worden in het jaar dat de verzegeling plaatsvindt, moeten het priesterschap dragen en tot het juiste ambt voor hun leeftijd geordend zijn, voordat zij aan hun ouders verzegeld kunnen worden. Getrouwde leden, of leden die 21 jaar of ouder zijn, kunnen pas aan hun ouders worden verzegeld als ze zelf begiftigd zijn.

Een overledene wordt meestal aan zijn of haar biologische of adoptieouders verzegeld. Een overleden kind kan echter ook verzegeld worden aan:

  • Een biologische vader en stiefmoeder.

  • Een biologische moeder en stiefvader.

  • Pleeg- of grootouders die het kind hebben opgevoed.

  • Een echtpaar dat het kind wilde adopteren, maar de procedure niet kon afronden voordat het kind kwam te overlijden.

Deze verzegelingen mogen verricht worden, zelfs als het overleden kind al aan zijn of haar biologische of adoptieouders verzegeld was. Goedkeuring van het Eerste Presidium is niet vereist. Voor verzegeling aan niet-biologische of niet-adoptieouders in andere omstandigheden dan de genoemde is toestemming van het Eerste Presidium nodig.

38.4.2.3

Verzegeling van in leven zijnde broers en zussen bijwonen

Om de verzegeling van hun in leven zijnde (stief-/half)broers en -zussen aan hun ouders bij te wonen, moeten kinderen jonger dan 21 jaar in het verbond zijn geboren of aan hun ouders zijn verzegeld. Bovendien moeten kinderen van minstens 8 jaar gedoopt en bevestigd zijn, en jongens die 12 jaar of ouder worden in het jaar dat de verzegeling plaatsvindt, moeten het priesterschap dragen en tot het juiste ambt voor hun leeftijd geordend zijn.

Leden die getrouwd zijn, of 21 jaar of ouder zijn, moeten zijn begiftigd om de verzegeling bij te wonen.

38.4.2.4

In leven zijnde adoptie- of pleegkinderen

In leven zijnde kinderen die in het verbond zijn geboren of aan hun ouders zijn verzegeld, mogen niet aan andere ouders worden verzegeld, tenzij het Eerste Presidium daar goedkeuring voor geeft.

In leven zijnde wettelijk geadopteerde kinderen die niet in het verbond zijn geboren noch aan de vorige ouders zijn verzegeld, mogen na afronding van de adoptie aan hun adoptieouders worden verzegeld. In de tempel moet een kopie van de definitieve adoptietoewijzing worden overlegd; een gerechtelijke voogdijtoewijzing is niet voldoende om een verzegeling te kunnen verrichten. Men hoeft de biologische ouders van die kinderen niet te achterhalen.

Er is goedkeuring van het Eerste Presidium nodig als een in leven zijnd lid zich aan zijn pleegouders wil laten verzegelen. Die voorwaarde geldt evenzeer als de biologische ouders van het pleegkind onbekend zijn en niet kunnen worden achterhaald, ondanks pogingen daartoe. Dergelijke verzoeken worden gedaan door de ringpresident.

38.4.2.5

Overleden adoptie- of pleegkinderen

Een overleden geadopteerd persoon wordt meestal aan zijn of haar adoptieouders verzegeld.

Een overleden pleegkind wordt meestal aan zijn of haar biologische ouders verzegeld.

38.4.2.6

Verzegeling van in leven zijnde kinderen aan een biologische ouder en een stiefouder

Een in leven zijnd ongehuwd kind onder 21 jaar dat niet in het verbond is geboren of eerder is verzegeld, en dat niet is geadopteerd, kan aan een biologische ouder en een stiefouder worden verzegeld als aan beide onderstaande voorwaarden is voldaan:

  1. De biologische ouder aan wie het kind zal worden verzegeld, heeft het wettige gezag over het kind en neemt het grootste deel van de dagelijkse voogdij van het kind voor zijn of haar rekening.

  2. De andere biologische ouder heeft schriftelijk toestemming gegeven. Een gerechtelijke voogdijtoewijzing is niet voldoende voor fiattering van een verzegeling. De toestemmingsbrief moet bewoordingen als de volgende bevatten: ‘Ik, [naam van de biologische ouder], geef toestemming voor [naam van kind of de kinderen] om in de tempel aan [naam van ouders] verzegeld te worden. Ik begrijp dat de verzegeling een kerkelijke ceremonie is en geen juridische implicaties heeft.’ Die brief moet vóór de verzegeling in de tempel worden overhandigd.

Als de andere biologische ouder overleden is of als zijn of haar ouderlijke rechten wettelijk volledig zijn ingetrokken, is er geen toestemming nodig.

Als de andere biologische ouder wordt vermist, en als serieuze zoekacties zonder resultaat zijn gebleven, is er geen toestemming nodig. In dit geval schrijft de bisschop of ringpresident een brief waarin staat dat serieuze zoekacties om de vermiste ouder te vinden zonder resultaat gebleven zijn. Die brief moet vóór de verzegeling in de tempel worden overhandigd.

Een in leven zijnd begiftigd lid dat 21 jaar of ouder is of gehuwd en niet in het verbond geboren is en niet aan ouders verzegeld is, kan verzegeld worden aan een biologische ouder en een stiefouder.

38.4.2.7

Kinderen verwekt door kunstmatige inseminatie of reageerbuisbevruchting

Kinderen die zijn verwekt door kunstmatige inseminatie of reageerbuisbevruchting worden in het verbond geboren als hun ouders zijn verzegeld. Als de kinderen worden geboren voordat hun ouders aan elkaar zijn verzegeld, kunnen ze aan hun ouders worden verzegeld wanneer die zich aan elkaar hebben laten verzegelen.

Als een kind uit een draagmoeder is geboren, verwijst de ringpresident de kwestie door naar het kantoor van het Eerste Presidium.

38.4.2.8

Status van kinderen als een verzegeling wordt geannuleerd of ingetrokken

De verzegeling van kinderen die in het verbond zijn geboren of later aan hun ouders zijn verzegeld, blijft van kracht, zelfs als de verzegeling van de ouders nadien wordt (1) geannuleerd, of (2) ingetrokken na lidmaatschapsintrekking of -opzegging van een van de ouders. Kinderen die geboren worden als de verzegeling van hun ouders al is geannuleerd of ingetrokken, worden niet in het verbond geboren. Die kinderen moeten aan hun ouders verzegeld worden als de zegens aan de ouders worden teruggegeven (indien van toepassing) en elk ander obstakel is verwijderd.

38.5

Tempelkleding en garments

38.5.1

Tempelkleding

Kerkleden dragen tijdens de verordeningen van de begiftiging en verzegelingen in de tempel witte kleding. Vrouwen dragen de volgende witte kleding: een jurk met lange of driekwart mouwen (of een rok en blouse met lange of driekwart mouwen), sokken of kousen, en schoenen of slippers.

Mannen dragen de volgende witte kleding: een overhemd met lange mouwen, das, broek, sokken, en schoenen of slippers.

Kerkleden doen tijdens de begiftigings- en verzegelverordeningen ceremoniële kleding over hun witte kleding aan.

38.5.2

Tempelkleding en garments aanschaffen

Leidinggevenden in ring en wijk moedigen begiftigde kerkleden aan om eigen tempelkleding aan te schaffen. Tempelkleding en garments zijn verkrijgbaar bij een distributiecentrum van de kerk of via store.ChurchofJesusChrist.org. Ring- en wijkadministrateurs helpen de leden desgewenst bij het bestellen van de kleding.

In enkele tempels kunnen leden kleding huren. Als een tempel geen kleding verhuurt, moeten de leden tempelkleding meenemen. Kijk op temples.ChurchofJesusChrist.org of een bepaalde tempel kleding verhuurt.

Tempels hebben een beperkte voorraad tempelkleding voor voltijdzendelingen. Daar kunnen ze kosteloos gebruik van maken terwijl ze in een opleidingscentrum voor zendelingen zijn en wanneer ze toestemming hebben om in het zendingsveld aan tempelverordeningen deel te nemen. Die kleding staat zendelingen die hun eigen begiftiging ontvangen indien nodig ook ter beschikking.

Zie store.ChurchofJesusChrist.org voor informatie over materialen en stijlen van garments.

38.5.3

Garments en tempelkleding voor leden met een handicap of allergie

Er zijn speciale garments verkrijgbaar voor kerkleden die bedlegerig zijn, ernstige lichamelijke beperkingen hebben of allergisch voor bepaalde materialen of garments zijn (zie ‘Garments and Sacred Clothing’, store.ChurchofJesusChrist.org).

Er zijn kortere opperkleden verkrijgbaar voor leden die in een rolstoel zitten of andere behoeften hebben (zie store.ChurchofJesusChrist.org).

38.5.4

Voorschoot maken

Kerkleden mogen hun eigen voorschoot maken als ze een van de goedgekeurde voorschootpakketten gebruiken. Deze pakketten zijn verkrijgbaar bij een distributiecentrum van de kerk of via store.ChurchofJesusChrist.org.

Kerkleden mogen geen andere ceremoniële tempelkleding of garments maken.

38.5.5

Het garment dragen en onderhouden

Kerkleden die de begiftiging ontvangen, sluiten een verbond om het garment hun leven lang te dragen.

Het is een heilig voorrecht om het garment te dragen. Het is een uiterlijk teken van het innerlijke voornemen om de Heiland Jezus Christus te volgen.

Het garment herinnert het lid aan de gesloten tempelverbonden. Als het juist wordt gedragen, zal het bescherming bieden.

Men draagt het garment onder de bovenkleding. Het is een kwestie van persoonlijke voorkeur of men ander ondergoed boven of onder het garment draagt.

Men doet het garment niet uit voor activiteiten waarbij dat niet echt nodig is. Men past het niet aan verschillende kledingstijlen aan.

Het garment is heilig en men behandelt het met eerbied. Als men vragen over het dragen van het garment heeft, streeft men als begiftigd lid naar de leiding van de Heilige Geest.

38.5.6

Het garment in de krijgsmacht

Zie 38.9.8.

38.5.7

Garments en ceremoniële tempelkleding wegdoen

Voordat de leden versleten garments wegdoen, verknippen en vernietigen zij de tekens. Het restant van het garment wordt dan zo verknipt dat het niet meer als garment herkenbaar is. Het resterende materiaal kan weggegooid worden.

Versleten ceremoniële tempelkleding wordt zodanig verknipt dat de oorspronkelijke functie niet meer achterhaald kan worden. Het materiaal wordt vervolgens weggegooid.

Een lid mag in goede staat verkerende tempelkleding en garments ook aan een ander begiftigd lid geven. Leidinggevenden in priesterschap en zustershulpvereniging kunnen aangeven wie dergelijke kleding nodig heeft. Kerkleden mogen garments of ceremoniële tempelkleding niet aan kringloopwinkels, voorraadhuizen voor bisschoppen, tempels of liefdadigheidsinstellingen aanbieden.

38.5.8

Tempelkleding voor overledenen

Zo mogelijk worden gestorven leden die zijn begiftigd, in tempelkleding begraven of gecremeerd. Als dat door culturele tradities of begrafenisgebruiken ongepast of moeilijk is, wordt de kleding opgevouwen naast het stoffelijk overschot gelegd.

Alleen leden die bij leven hun begiftiging hebben ontvangen, mogen in tempelkleding begraven of gecremeerd worden. Een begiftigd lid dat voor zijn of haar dood het garment niet meer droeg, mag op verzoek van de familie in tempelkleding begraven of gecremeerd worden.

Een lid aan wie de zegens na intrekking of opzegging van het kerklidmaatschap niet zijn teruggegeven, mag niet in tempelkleding begraven of gecremeerd worden.

Een persoon die bij leven was begiftigd en zelfmoord heeft gepleegd, mag in tempelkleding begraven of gecremeerd worden.

De tempelkleding die voor een overledene wordt gebruikt, hoeft niet nieuw te zijn, maar moet wel in goede conditie en schoon zijn. De eigen tempelkleding van het lid mag gebruikt worden.

Een lid dat in tempelkleding wordt begraven of gecremeerd, mag door een begiftigd familielid van hetzelfde geslacht of door de huwelijkspartner worden gekleed. Als een familielid niet beschikbaar is of te kennen geeft liever niet een overleden begiftigde man te willen kleden, laat de bisschop desgewenst de quorumpresident ouderlingen een begiftigde man vragen om de overledene te kleden of toe te zien op de juiste kleedwijze. Als een familielid niet beschikbaar is of te kennen geeft liever niet een overleden begiftigde vrouw te willen kleden, laat de bisschop desgewenst de ZHV-presidente een begiftigde zuster vragen om de overledene te kleden of toe te zien op de juiste kleedwijze. De leidinggevenden vergewissen zich ervan dat deze taak aan iemand wordt gegeven die hier geen bezwaar tegen heeft.

Het lichaam van een man wordt met het garment en de volgende witte kledingstukken gekleed: een overhemd met lange mouwen, das, broek, sokken, en schoenen of slippers. Het lichaam van een vrouw wordt met het garment en de volgende witte kledingstukken gekleed: een jurk met lange of driekwart mouwen (of een rok en blouse met lange of driekwart mouwen), sokken of kousen, en schoenen of slippers.

Ceremoniële tempelkleding wordt aangedaan zoals dat in de begiftiging wordt geleerd. Het opperkleed wordt over de rechterschouder gelegd en links in de taille vastgemaakt. De voorschoot wordt rond het middel vastgemaakt. De sjerp wordt rond de taille gedaan en boven de linkerheup gestrikt. De baret van de man wordt meestal naast het lichaam gelegd en wordt net voor het sluiten van de kist opgezet. De baret wordt dan met de strik boven het linkeroor opgezet. De sluier van een vrouw mag op het kussen ter hoogte van het achterhoofd gedrapeerd worden. Het gezicht van de vrouw sluieren vóór de begrafenis of crematie is vrijblijvend en mag door de familieleden worden bepaald.

In sommige gebieden is het alleen begrafenisondernemers of hun personeel toegestaan overledenen af te leggen en te kleden. In dat geval vraagt de bisschop of de ZHV-presidente een begiftigd familielid of iemand anders die begiftigd is om te controleren of de kleding correct wordt aangedaan.

Sommige landen eisen dat de overledene voor een begrafenis in afbreekbare kleding wordt gekleed. Afbreekbare tempelkleding is beschikbaar via store.ChurchofJesusChrist.org.

In gebieden waar het moeilijk is om op korte termijn tempelkleding te krijgen voor een begrafenis, houdt de ringpresident minstens twee complete, middelgrote stellen tempelkleding achter de hand, één voor een man en één voor een vrouw.

Als er geen tempelkleding voorhanden is, wordt een begiftigd lid dat overleden is, in het garment en normale kleding gekleed.

38.6

Beleid inzake morele kwesties

Enkele beleidskwesties in deze paragraaf betreffen zaken die de kerk ‘afraadt’. Kerkleden krijgen doorgaans niet met lidmaatschapsrestricties te maken in verband met hun keuzes in deze kwesties. Evenwel zijn alle mensen voor hun beslissingen uiteindelijk verantwoording aan God verschuldigd.

38.6.1

Abortus

De Heer heeft geboden: ‘U zult niet […] doden, noch iets dergelijks doen’ (Leer en Verbonden 59:6). De kerk is tegen vrijwillige abortus voor persoonlijk of sociaal gemak. De leden moeten geen abortus provocatus ondergaan, verrichten, regelen, bekostigen, rechtvaardigen of aanmoedigen. De enige mogelijke uitzonderingen hierop zijn:

  • Zwangerschap als gevolg van verkrachting of incest.

  • Een bevoegd medicus stelt vast dat het leven of de gezondheid van de moeder groot gevaar loopt.

  • Een bevoegd medicus stelt vast dat de foetus dermate grote gebreken vertoont dat de baby na de geboorte niet in leven zal blijven.

Zelfs deze uitzonderingen rechtvaardigen abortus niet automatisch. Abortus is een zeer ernstige aangelegenheid en moet alleen overwogen worden als de betrokkenen met hun bisschop hebben gesproken en na gebed een bevestiging van de Geest ontvangen hebben.

De presiderende functionarissen wegen zorgvuldig de omstandigheden af als een kerklid bij een abortus betrokken is geweest. Een lidmaatschapsraad kan noodzakelijk zijn als een lid abortus heeft laten plegen, uitgevoerd, geregeld, betaald, akkoord bevonden of aangemoedigd (zie 32.6.2.5). Er is echter geen lidmaatschapsraad nodig als een lid vóór zijn of haar doop bij een abortus betrokken is geweest. Een lidmaatschapsraad en restricties zijn evenmin aan de orde voor leden die om een van de drie eerder genoemde redenen bij een abortus betrokken zijn geweest.

Bisschoppen leggen vragen over specifieke gevallen voor aan de ringpresident. De ringpresident legt zo nodig zijn vragen voor aan het kantoor van het Eerste Presidium.

Voor zover uit de openbaringen blijkt, kan iemand zich van de zonde van abortus bekeren en vergiffenis krijgen.

38.6.2

Misbruik en mishandeling

Onder misbruik en mishandeling verstaan we het slecht behandelen of verwaarlozen van anderen, met schadelijke gevolgen op lichamelijk, seksueel, emotioneel of financieel gebied. Het standpunt van de kerk is dat misbruik en mishandeling in welke vorm dan ook niet kunnen worden getolereerd. Wie zijn of haar huwelijkspartner, kinderen, andere huisgenoten of wie dan ook misbruikt of mishandelt, overtreedt zowel de wetten van God als die van de mens.

Alle kerkleden, in het bijzonder ouders en leidinggevenden, wordt aangeraden alert te zijn en al het mogelijke te doen om kinderen en anderen tegen misbruik en mishandeling te beschermen. Als kerkleden gevallen van misbruik of mishandeling opmerken, melden ze die aan de betreffende overheidsinstanties en raadplegen ze de bisschop. Kerkleiders nemen meldingen van misbruik en mishandeling serieus en wuiven die nooit weg.

Alle volwassenen die met kinderen of jongeren werken, moeten de cursus Kinderen en jongeren beschermen binnen een maand na hun aanstelling voltooien (zie ProtectingChildren.ChurchofJesusChrist.org). Ze herhalen de cursus daarna om de drie jaar.

Als er sprake is van misbruik of mishandeling, is het de eerste en directe verantwoordelijkheid van kerkleiders om hulp te bieden aan wie is misbruikt of mishandeld, en kwetsbare mensen bescherming te bieden. Leidinggevenden moeten iemand niet adviseren om op een plek of in een situatie te blijven waarin ze misbruikt of mishandeld worden, of die anderszins onveilig is.

38.6.2.1

Advieslijn misbruik en mishandeling

In sommige landen heeft de kerk een vertrouwelijke advieslijn misbruik en mishandeling opengesteld voor ringpresidenten en bisschoppen. Deze leiders dienen deze advieslijn direct te bellen over elke situatie waarin iemand mogelijk misbruikt of mishandeld is – of het risico loopt om misbruikt of mishandeld te worden. Ook bellen ze als ze aanwijzingen hebben dat een lid kinderporno bekijkt, koopt of verspreidt.

De advieslijn is 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar voor bisschoppen en ringpresidenten. Telefoonnummers zijn:

  • Verenigde Staten en Canada: +1 801 240 1911 of +1 800 453 3860, toestel 2-1911

  • Verenigd Koninkrijk: 0800 970 6757

  • Ierland: 1800 937 546

  • Frankrijk: 0805 710 531

  • Australië: 02 9841 5454 (binnen het land zelf)

  • Nieuw-Zeeland: 09 488 5592 (binnen het land zelf)

Bisschoppen en ringpresidenten bellen de advieslijn als ze met misbruik of mishandeling in welke vorm dan ook te maken krijgen. Juridisch adviseurs en klinisch therapeuten beantwoorden hun vragen. Zij geven ook instructies over:

  • Hulp aan slachtoffers en bescherming tegen verdere gevallen van misbruik of mishandeling.

  • De bescherming van potentiële slachtoffers.

  • Naleving van de wettelijke regelingen voor het melden van misbruik en mishandeling.

De kerk houdt zich aan de wet inzake het melden van misbruik en mishandeling (zie 38.6.2.7). De wetgeving verschilt per locatie en de meeste kerkleiders zijn niet juridisch onderlegd. Bisschoppen en ringpresidenten bellen altijd de advieslijn om aan hun meldingsplicht inzake misbruik en mishandeling te voldoen.

Een bisschop licht ook zijn ringpresident in over gevallen van misbruik of mishandeling.

In landen waar geen advieslijn is, neemt een bisschop die met misbruik of mishandeling wordt geconfronteerd, contact op met zijn ringpresident. De ringpresident neemt contact op met de gebiedsjurist op het gebiedskantoor. Hij doet er ook goed aan om medewerkers van Gezinsondersteunende diensten of de manager welzijns- en zelfredzaamheidsdiensten op het gebiedskantoor te raadplegen.

38.6.2.2

Persoonlijke begeleiding bij misbruik of mishandeling

Misbruik en mishandeling leiden bij slachtoffers vaak tot ernstig trauma. Ringpresidenten en bisschoppen reageren met oprecht mededogen en empathie. Zij bieden geestelijke begeleiding en steun zodat slachtoffers de destructieve gevolgen van het misbruik of de mishandeling te boven kunnen komen.

Soms hebben slachtoffers last van schaamte of schuldgevoelens. Slachtoffers hebben geen zonde begaan. Leidinggevenden verzekeren hen en hun familieleden van Gods liefde, en de genezing die door Jezus Christus en zijn verzoening komt (zie Alma 15:8; 3 Nephi 17:9).

Ringpresidenten en bisschoppen helpen hen die zich schuldig maken aan misbruik en mishandeling om zich te bekeren en hun verkeerde gedrag te staken. Als een volwassene een seksuele zonde tegen een kind heeft begaan, kan het gedrag erg moeilijk te veranderen zijn. Het bekeringsproces kan dan zeer lang duren. Zie 38.6.2.3.

Ringpresidenten en bisschoppen zijn ook zorgzaam en tactvol in hun contacten met de gezinnen van het slachtoffer en de dader.

In Abuse: How to Help staan richtlijnen voor begeleiding aan slachtoffers en daders.

Naast de geïnspireerde hulp van hun kerkleiders kunnen slachtoffers, daders en hun familieleden behoefte hebben aan therapeutische hulp. Zie 31.2.6 voor meer informatie.

Zie in 38.6.2.1 wat bisschoppen en ringpresidenten moeten doen wanneer hen gevallen van misbruik of mishandeling ter ore komen. Zie 38.6.18.2 voor informatie over hulpverlening in gevallen van seksueel misbruik, verkrachting of andere vormen van seksuele aanranding.

Zie ook FamilyServices.ChurchofJesusChrist.org.

38.6.2.3

Kinder- of jongerenmisbruik of -mishandeling

Misbruik of mishandeling van een kind of een jongere is een zeer ernstige zonde (zie Lukas 17:2). Onder kinder- of jongerenmisbruik of -mishandeling wordt hier verstaan:

  • Lichamelijke mishandeling: iemand door lichamelijk geweld ernstig lichamelijk letsel toebrengen. Letsel hoeft niet altijd zichtbaar te zijn.

  • Seksueel misbruik of uitbuiting: elke seksuele activiteit met een kind of jongere, of anderen daartoe in de gelegenheid stellen of daarbij helpen. Met seksueel misbruik wordt hier niet bedoeld seksuele activiteit van twee minderjarigen met wederzijds goedvinden, die ongeveer van elkaars leeftijd zijn.

  • Emotionele mishandeling: daden en woorden die het zelfrespect of het gevoel van eigenwaarde van een kind of jongere ernstig schaden. Vaak is er sprake van herhaalde en voortdurende beledigingen, manipulaties en kritiek die vernederen en kleineren. Er kan ook sprake van grove verwaarlozing zijn.

  • Kinderporno: zie 38.6.6.

Als een bisschop of ringpresident kinder- of jongerenmisbruik of -mishandeling ter ore komt, of hij vermoedt dat het plaatsvindt, volgt hij direct de instructies in 38.6.2.1. Hij treft ook beschermende maatregelen om verder misbruik of verdere mishandeling te voorkomen.

Een lidmaatschapsraad en aantekening op de lidmaatschapskaart van de betrokkene zijn verplicht als een volwassen lid een kind of jongere op de hierin beschreven wijze misbruikt of mishandelt. Zie ook 32.6.1.1 en 38.6.2.5.

Als een minderjarige een kind misbruikt of mishandelt, vraagt de ringpresident het kantoor van het Eerste Presidium om advies.

Lichamelijk of emotioneel pestgedrag onder kinderen of jongeren van ongeveer dezelfde leeftijd wordt door de leidinggevenden in de wijk aangepakt. Er wordt geen lidmaatschapsraad gehouden.

38.6.2.4

Misbruik en mishandeling van huwelijkspartner of andere volwassene

Misbruik of mishandeling van een huwelijkspartner of andere volwassene kan zich op veel manieren voordoen. Denk aan misbruik en mishandeling op lichamelijk, seksueel, psychisch en financieel gebied. Oudere, kwetsbare of gehandicapte volwassenen hebben soms een verhoogde kans om misbruikt of mishandeld te worden.

Er is vaak niet één definitie van misbruik of mishandeling op alle situaties van toepassing. Misbruik en mishandeling kennen qua ernst van het gedrag een breed spectrum. Dit spectrum loopt uiteen van incidenteel scherp woordgebruik tot een ander ernstig letsel of schade toebrengen.

Als een bisschop of ringpresident misbruik of mishandeling van een huwelijkspartner of andere volwassene ter ore komt, volgt hij direct de instructies in 38.6.2.1. Hij treft ook beschermende maatregelen om verder misbruik of verdere mishandeling te voorkomen.

Leiders stellen onder inspiratie van de Geest vast of persoonlijke begeleiding of een lidmaatschapsraad de geschiktste manier is om het misbruik of de mishandeling aan te pakken. Ze kunnen de gewenste aanpak ook met hun directe priesterschapsleider bespreken. Als het misbruik of de mishandeling van een huwelijkspartner of andere volwassene echter de hierna beschreven vormen aanneemt, is een lidmaatschapsraad vereist.

  • Lichamelijke mishandeling: iemand door lichamelijk geweld ernstig lichamelijk letsel toebrengen. Letsel hoeft niet altijd zichtbaar te zijn.

  • Seksueel misbruik: zie de genoemde situaties in 38.6.18.3.

  • Emotionele mishandeling: daden en woorden die het zelfrespect of het gevoel van eigenwaarde van een ander ernstig schaden. Vaak is er sprake van herhaalde en voortdurende beledigingen, manipulaties en kritiek die vernederen en kleineren.

  • Financieel misbruik: financieel misbruik van iemand maken. Dat kan het illegaal of onbevoegd gebruik van iemands eigendommen, geld of andere kostbaarheden inhouden. Het kan ook het frauduleus verkrijgen van financiële macht over iemand inhouden. Ook kan het betekenen financiële macht aanwenden om iemand ergens toe te dwingen. Zie ook 32.6.1.3.

38.6.2.5

Kerkroepingen, tempelaanbevelingen en aantekeningen op lidmaatschapskaarten

Leden die anderen hebben misbruikt of mishandeld, mogen geen kerkfunctie vervullen en krijgen pas een tempelaanbeveling als zij zich hebben bekeerd en de lidmaatschapsrestricties zijn opgeheven.

Als een kerklid een kind of jongere seksueel heeft misbruikt, of lichamelijk of emotioneel ernstig heeft mishandeld, wordt er een aantekening op zijn of haar lidmaatschapskaart aangebracht. Hij of zij komt onder geen beding in aanmerking voor een roeping of taak waarmee kinderen of jongeren zijn betrokken. Zo krijgt de betrokkene ook geen bedieningstaak toegewezen voor een gezin met jongeren of kinderen in huis. De betrokkene krijgt ook geen jongere als bedieningscollega toegewezen. Deze restricties blijven van kracht tot het Eerste Presidium de verwijdering van de aantekening goedkeurt. Zie 32.14.5 voor informatie over aantekeningen.

38.6.2.6

Ring- en wijkraad

Ringpresidiums en bisschappen nemen in ring- of wijkraden geregeld het kerkbeleid en de kerkrichtlijnen inzake het voorkomen van en handelen bij misbruik en mishandeling door. Ze behandelen de inhoud van ‘Preventing and Responding to Abuse’, een bijlage bij de brief van het Eerste Presidium van 26 maart 2018. Ze betrekken de raadsleden bij de bespreking. Leidinggevenden en raadsleden streven naar de leiding van de Geest wanneer zij dit gevoelige onderwerp behandelen en samen bespreken.

Raadsleden moeten de training Kinderen en jongeren beschermen ook volgen (zie 38.6.2).

38.6.2.7

Wettelijke kwesties inzake misbruik en mishandeling

Als een lid door misbruik of mishandeling de wet van het land heeft overtreden, moedigt de bisschop of ringpresident hem of haar aan om de politie en andere overheidsinstanties daarvan in kennis te stellen. De bisschop of ringpresident kan via de advieslijn van de kerk informatie over de plaatselijke meldplicht krijgen (zie 38.6.2.1). Als leden vragen over hun meldplicht hebben, moedigt hij ze aan om deskundig juridisch advies in te winnen.

Leidinggevenden en leden van de kerk dienen alle wettelijke verplichtingen na te komen om misbruik en mishandeling aan overheidsinstanties te melden. In sommige gebieden zijn leidinggevenden en leerkrachten die met kinderen en jongeren werken verplicht om misbruik en mishandeling bij de politie aan te geven. In veel gebieden geldt ook dat iemand die misbruik of mishandeling opmerkt, dit bij de politie moet melden. Bisschoppen en ringpresidenten bellen de advieslijn voor bijzonderheden over gemachtigde melders en andere wettelijke regelingen voor het melden van misbruik en mishandeling. Het beleid van de kerk is naleving van de wet.

38.6.3

Kunstmatige inseminatie

Zie 38.6.9.

38.6.4

Geboortebeperking

De seksuele omgang tussen man en vrouw moet mooi en heilig zijn. Die omgang is door God ingesteld om kinderen te verwekken en om de liefde tussen man en vrouw te uiten (zie 2.1.2).

Het is het voorrecht van gehuwde paren die kinderen kunnen krijgen om een lichaam te verschaffen aan de geestkinderen van God. Het is vervolgens hun verantwoordelijkheid om ze te verzorgen en op te voeden (zie 2.1.3). De keuze van het aantal kinderen en het tijdstip van de gezinsuitbreiding is uitermate persoonlijk. Die kwestie moet aan het echtpaar in overleg met de Heer worden overgelaten. De leden van de kerk oordelen elkaar niet in deze aangelegenheid.

De kerk raadt operatieve sterilisatie als vorm van vrijwillige geboortebeperking af. Onder operatieve sterilisatie vallen procedures zoals onderbreking van de zaadleider en afgebonden eileiders. Deze beslissing is echter een persoonlijke zaak die uiteindelijk aan de gebedsvolle overweging van de man en vrouw zelf overgelaten moet worden. Echtparen overleggen samen in eensgezindheid en streven bij deze beslissing naar de bevestiging van de Geest.

Operatieve sterilisatie is om medische redenen soms noodzakelijk. Kerkleden zijn vaak gebaat bij gepast medisch advies.

38.6.5

Kuisheid en huwelijkstrouw

De wet van kuisheid van de Heer houdt in:

  • Onthouding van seksuele omgang buiten het huwelijk van man en vrouw naar Gods wet.

  • Huwelijkstrouw.

De seksuele omgang tussen man en vrouw moet mooi en heilig zijn. Die omgang is door God ingesteld om kinderen te verwekken en om de liefde tussen man en vrouw tot uiting te brengen.

Seksuele omgang is alleen toegestaan tussen een man en een vrouw die wettig met elkaar gehuwd zijn. In Gods ogen is zedelijke reinheid zeer belangrijk. Overtredingen van de wet van kuisheid wegen erg zwaar (zie Exodus 20:14; Mattheüs 5:28; Alma 39:5). Betrokkenen onteren daarmee het heilige vermogen dat God gegeven heeft om leven te scheppen.

Een lidmaatschapsraad kan noodzakelijk zijn als een kerklid:

  • Seksuele omgang heeft buiten een huwelijksrelatie naar Gods wet, zoals overspel, ontucht en homoseksuele relaties (zie 32.6.2).

  • Leeft in een huwelijksvorm of partnerschap niet naar Gods wet, zoals ongehuwd samenwonen, een geregistreerd partnerschap of homohuwelijk.

  • Veelvuldig of dwangmatig pornografie gebruikt, wat in het huwelijk of gezin aanzienlijk leed veroorzaakt (zie 38.6.13).

De beslissing om in die situaties al dan niet een lidmaatschapsraad te houden, hangt van veel omstandigheden af. Die worden in 32.7 behandeld. Bijvoorbeeld: schending van tempelverbonden vergroot de kans dat een lidmaatschapsraad noodzakelijk is om iemand tot bekering te brengen. In sommige gevallen kunnen persoonlijke begeleiding en informele lidmaatschapsrestricties volstaan (zie 32.8).

In 32.6.1.2 staat wanneer een raad vanwege seksuele zonden verplicht is.

38.6.6

Kinderporno

De kerk veroordeelt elke vorm van kinderporno. Als een bisschop of ringpresident ter ore komt dat een lid zich met kinderporno inlaat, volgt hij direct de instructies in 38.6.2.1.

Een kerklidmaatschapsraad en aantekening op de lidmaatschapskaart van de betrokkene zijn verplicht als een lid pornografische beelden van kinderen maakt, deelt, bezit of bij herhaling bekijkt (zie 32.6.1.2 en 32.14.5). Deze richtlijn geldt niet voor kinderen of jongeren van ongeveer dezelfde leeftijd die seksueel getinte afbeeldingen van zichzelf of anderen delen. Persoonlijke begeleiding en informele lidmaatschapsrestricties zijn in die situaties waarschijnlijk meer op hun plaats.

Zie 38.6.13 voor meer richtlijnen.

38.6.7

Sperma of eicellen afstaan of verkopen

Het patroon waarbij een man en vrouw een lichaam aan Gods geestkinderen verschaffen, is door God voorgeschreven (zie 2.1.3). Om die reden raadt de kerk het afstaan van sperma of eicellen af. Dit is echter een persoonlijke zaak die uiteindelijk aan de gebedsvolle overweging van de potentiële donor overgelaten moet worden. Zie 38.6.9. De kerk raadt het verkopen van sperma of eicellen ook af.

38.6.8

Vrouwelijke genitale verminking

De kerk veroordeelt vrouwelijke genitale verminking.

38.6.9

Vruchtbaarheidsbehandelingen

Het patroon waarbij een man en vrouw een lichaam aan Gods geestkinderen verschaffen, is door God voorgeschreven (zie 2.1.3). Reproductieve technologie kan een gehuwde vrouw en man zo nodig helpen in hun rechtschapen verlangen om kinderen te krijgen. Deze technologie omvat kunstmatige inseminatie en reageerbuisbevruchting.

De kerk raadt kunstmatige inseminatie of reageerbuisbevruchting met sperma dat niet van de man of een eicel die niet van de vrouw is, af. Dit is echter een persoonlijke zaak die uiteindelijk aan de gebedsvolle overweging van een wettig gehuwde man en vrouw overgelaten moet worden.

Zie ook ‘Adoptie’, Trouw aan het geloof.

38.6.10

Incest

De kerk veroordeelt elke vorm van incest. Met incest wordt hier seksuele omgang bedoeld tussen:

  • Een ouder en een kind.

  • Een grootouder en een kleinkind.

  • Broer en zus.

  • Een oom of tante en een nicht of neef.

Met kind, kleinkind, broer en zus, nicht en neef worden hier biologische, adoptie-, stief- en pleegrelaties bedoeld. Incest kan plaatsvinden tussen twee minderjarigen, een volwassene en een minderjarige, of twee volwassenen. Als een ringpresident vragen heeft of er in een bepaald geval sprake is van een incestrelatie volgens de plaatselijke wetgeving, vraagt hij het kantoor van het Eerste Presidium om advies.

Als het incestslachtoffer minderjarig is, belt de bisschop of ringpresident de advieslijn misbruik en mishandeling in landen waar die beschikbaar is (zie 38.6.2.1). In andere landen raadpleegt de ringpresident de gebiedsjurist op het gebiedskantoor. Hij doet er ook goed aan om medewerkers van Gezinsondersteunende diensten of de manager welzijns- en zelfredzaamheidsdiensten op het gebiedskantoor te raadplegen.

Een lidmaatschapsraad en aantekening op de lidmaatschapskaart van de betrokkene zijn verplicht als een lid incest pleegt (zie 32.6.1.2 en 32.14.5). Incest leidt er in bijna alle gevallen toe dat de kerk het lidmaatschap van de dader moet intrekken.

Als een minderjarige incest pleegt, vraagt de ringpresident het kantoor van het Eerste Presidium om advies.

Incestslachtoffers lijden vaak ernstig aan hun trauma. Leidinggevenden reageren met oprecht mededogen en empathie. Zij bieden slachtoffers geestelijke steun en persoonlijke begeleiding zodat ze de destructieve gevolgen van de incest te boven kunnen komen.

Soms hebben slachtoffers last van schaamte of schuldgevoelens. Slachtoffers hebben geen zonde begaan. Leidinggevenden verzekeren hen en hun familieleden van Gods liefde, en de genezing die door Jezus Christus en zijn verzoening komt (zie Alma 15:8; 3 Nephi 17:9).

Naast de geïnspireerde hulp van hun kerkleiders kunnen slachtoffers en hun familieleden behoefte hebben aan therapeutische hulp. Zie 38.6.18.2 voor informatie.

38.6.11

Reageerbuisbevruchting

Zie 38.6.9.

38.6.12

Het occulte

‘Hetgeen van God is, is licht’ (Leer en Verbonden 50:24). Het occulte houdt zich bezig met duistere en misleidende zaken. Het vernietigt geloof in Christus.

Het occulte houdt onder meer satanisme in. Ook mystieke activiteiten die niet in overeenstemming zijn met het evangelie van Jezus Christus maken daar deel van uit. Denk onder meer aan waarzeggerij, vervloekingen en genezingspraktijken die de priesterschapsmacht van God nabootsen (zie Moroni 7:11–17).

Kerkleden moeten zich niet inlaten met welke vorm van satanisme dan ook of zich op welke manier dan ook bezighouden met het occulte. Ze moeten zulke duistere zaken niet in gesprekken of kerkbijeenkomsten ter sprake brengen.

38.6.13

Pornografie

De kerk verwerpt elke vorm van pornografie. Elk gebruik van pornografie heeft een schadelijk effect op personen, gezinnen en de samenleving. De Geest van de Heer wordt er ook door verdreven. De leden van de kerk moeten alle vormen van pornografisch materiaal uit de weg gaan en stelling nemen tegen de productie, de verspreiding en het gebruik ervan.

De kerk biedt de volgende informatiebronnen voor wie met pornografie te maken hebben:

Ringpresidenten en bisschoppen staan familieleden ook naar behoefte bij.

Kerkleiders moeten beseffen dat pornografiegebruik dwangmatige of verslavende kanten kan hebben. Naast de geïnspireerde hulp van deze kerkleiders kunnen sommige leden behoefte hebben aan therapeutische hulp. Kerkleiders kunnen voor hulp contact opnemen met Gezinsondersteunende diensten. Zie 31.2.6 voor contactgegevens.

Persoonlijke begeleiding en informele lidmaatschapsrestricties volstaan doorgaans om bekering van pornografiegebruik te faciliteren (zie 32.8). Doorgaans wordt er geen lidmaatschapsraad gehouden. Een raad kan wel noodzakelijk zijn bij veelvuldig en dwangmatig gebruik van pornografie dat in iemands huwelijk of gezin aanzienlijk leed veroorzaakt (zie 38.6.5). Een raad is verplicht als een lid pornografische afbeeldingen van kinderen maakt, deelt, bezit of bij herhaling bekijkt (zie 38.6.6).

38.6.14

Vooroordelen

Alle mensen zijn kinderen van God. We zijn allemaal broeders en zusters van elkaar, en maken deel uit van het gezin van God (zie ‘Het gezin: een proclamatie aan de wereld’). God ‘maakte uit één bloed heel het menselijke geslacht’ (Handelingen 17:26). ‘Allen zijn voor God gelijk’ (2 Nephi 26:33). ‘Het ene wezen is in zijn ogen even kostbaar als het andere’ (Jakob 2:21).

Vooroordelen stroken niet met het geopenbaarde woord van God. Gunst of ongenade bij God is afhankelijk van iemands toewijding aan Hem en zijn geboden, niet van iemands huidskleur of andere kenmerken.

De kerk roept alle mensen op om vooroordelen jegens welke groep of persoon dan ook te laten varen. Leden van de kerk moeten respect voor al Gods kinderen juist bevorderen. De leden volgen het gebod van de Heiland om anderen lief te hebben (zie Mattheüs 22:35–39). Ze streven ernaar om welwillend jegens allen te zijn en wijzen vooroordelen in alle vormen af. Daartoe behoren alle vooroordelen die gebaseerd zijn op ras, etniciteit, nationaliteit, stam, geslacht, leeftijd, handicap, sociaal-economische situatie, godsdienstige of agnostische overtuiging, en seksuele geaardheid.

38.6.15

Gevoelens voor hetzelfde geslacht en homoseksueel gedrag

De kerk spoort gezinnen en leden aan zich met begrip, liefde en respect op te stellen jegens personen die zich tot anderen van hetzelfde geslacht voelen aangetrokken. De kerk bevordert ook begrip in de samenleving in het algemeen met haar nadruk op vriendelijkheid, inclusie, liefde voor anderen en respect voor alle mensen. De kerk neemt geen standpunt in over de oorzaken van gevoelens voor hetzelfde geslacht.

Gods geboden verbieden iedere vorm van onkuis gedrag, of die nu homoseksueel of heteroseksueel van aard zijn. Kerkleiders geven persoonlijke begeleiding aan leden die de wet van kuisheid hebben overtreden. Leiders helpen ze om tot een goed begrip van het geloof in Jezus Christus en zijn verzoening, het bekeringsproces en het doel van het leven te komen. Gedrag dat tegen de wet van kuisheid indruist, kan reden zijn om een kerklidmaatschapsraad te houden (zie 38.6.5). Vergeving van dergelijk gedrag is mogelijk als men zich oprecht bekeert.

Als leden zich aangetrokken voelen tot anderen van hetzelfde geslacht en ernaar streven de wet van kuisheid na te leven, steunen en bemoedigen leidinggevenden hen in hun voornemen. Die leden mogen een kerkroeping krijgen, een tempelaanbeveling bezitten en tempelverordeningen ontvangen mits ze de kerknormen naleven. Mannelijke leden mogen het priesterschap ontvangen en uitoefenen.

Door omstandigheden wordt sommige kerkleden de zegeningen van een eeuwig huwelijk en ouderschap in dit leven onthouden. Zij zullen alle beloofde zegeningen in de eeuwigheid ontvangen als ze de verbonden nakomen die ze met God hebben gesloten (zie Mosiah 2:41).

De kerk biedt de volgende informatiebronnen om mensen die met gevoelens voor hetzelfde geslacht te maken hebben beter te begrijpen en te steunen:

  • Same-Sex Attraction’, Gospel Topics, topics.ChurchofJesusChrist.org

  • Same-Sex Attraction’, Life Help, ChurchofJesusChrist.org

Naast de geïnspireerde hulp van hun kerkleiders hebben leden mogelijk baat bij therapeutische hulp. Kerkleiders kunnen voor hulp contact opnemen met Gezinsondersteunende diensten. Zie 31.2.6 voor contactgegevens.

38.6.16

Homohuwelijk

Als leerstellig beginsel, gebaseerd op de Schriften, bevestigt de kerk dat het huwelijk tussen man en vrouw van essentieel belang is voor Gods plan voor de eeuwige bestemming van zijn kinderen. De kerk bevestigt ook dat Gods wet het huwelijk definieert als een wettige verbintenis tussen een man en een vrouw.

Seksuele omgang is alleen toegestaan tussen een man en een vrouw die wettig met elkaar gehuwd zijn. Elke andere seksuele omgang, met inbegrip van die tussen personen van hetzelfde geslacht, is zondig en ondermijnt het door God ingestelde instituut van het gezin.

38.6.17

Seksuele voorlichting

In eerste instantie zijn de ouders verantwoordelijk voor de seksuele voorlichting van hun kinderen. Ouders doen er goed aan om steeds eerlijke, duidelijke gesprekken met hun kinderen te hebben over gezonde, rechtschapen seksualiteit. Die gesprekken dienen:

  • Gepast te zijn voor de leeftijd en het bevattingsvermogen van het kind.

  • Kinderen op een gelukkig huwelijk en naleving van de wet van kuisheid voor te bereiden (zie 2.1.2).

  • De gevaren van pornografie te benoemen, de noodzaak om ervan weg te blijven en hoe te reageren wanneer ze ermee te maken krijgen.

Zie voor meer informatie ‘Sex Education and Behavior’ (Gospel Topics, topics.ChurchofJesusChrist.org).

Ouders dienen zich ook bewust te zijn van en gepaste invloed uit te oefenen op de seksuele voorlichting die hun kinderen op school krijgen. Zij onderwijzen in juiste beginselen en onderschrijven de lessen op school die met het evangelie stroken.

38.6.18

Seksueel misbruik, verkrachting en andere vormen van seksuele aanranding

De kerk verwerpt seksueel misbruik. Met seksueel misbruik wordt hier elke seksuele activiteit bedoeld waartoe iemand ongewild wordt gedwongen. Seksuele handelingen met iemand die daartoe geen rechtsgeldige toestemming geeft of kan geven, worden als seksueel misbruik beschouwd. Seksueel misbruik kan ook met een huwelijkspartner of in een vriendschapsrelatie plaatsvinden. Zie 38.6.2.3 voor informatie over seksueel misbruik van een kind of jongere.

Seksueel misbruik omvat een breed spectrum aan handelingen, van ongewenste intimiteiten tot verkrachting en andere vormen van seksuele aanranding. Het kan lichamelijk, verbaal en op andere manieren plaatsvinden. Zie 38.6.18.2 voor informatie over hulpverlening aan leden die seksueel misbruik, verkrachting of andere vormen van seksuele mishandeling hebben meegemaakt.

Als kerkleden seksueel misbruik vermoeden of opmerken, treffen ze zo snel mogelijk maatregelen om slachtoffers en anderen te beschermen. Ze doen onder meer melding aan de betreffende overheidsinstanties en stellen de bisschop of ringpresident op de hoogte. Als een kind misbruikt is, volgen kerkleden de instructies in 38.6.2.

38.6.18.1

Advieslijn misbruik en mishandeling

Als een bisschop of ringpresident seksueel misbruik, verkrachting of een andere vorm van seksuele aanranding ter ore komt, belt hij de advieslijn misbruik en mishandeling van de kerk in landen waar die beschikbaar is (zie 38.6.2.1 voor contactgegevens). Juridisch adviseurs en klinisch therapeuten beantwoorden hun vragen. Zij geven ook instructies over:

  • Hulp aan slachtoffers en bescherming tegen verder leed.

  • De bescherming van potentiële slachtoffers.

  • Naleving van de meldingsplicht.

In landen waar geen advieslijn is, neemt een bisschop die met dit soort delicten wordt geconfronteerd, contact op met zijn ringpresident. De ringpresident neemt contact op met de gebiedsjurist op het gebiedskantoor. Hij doet er ook goed aan om medewerkers van Gezinsondersteunende diensten of de manager welzijns- en zelfredzaamheidsdiensten op het gebiedskantoor te raadplegen.

38.6.18.2

Begeleiding van slachtoffers van seksueel misbruik, verkrachting en andere vormen van seksuele aanranding

Seksueel misbruik, verkrachting en andere vormen van seksuele aanranding leiden bij slachtoffers vaak tot ernstig trauma. Wanneer ze een bisschop of ringpresident in vertrouwen nemen, reageert hij met oprecht mededogen en empathie. Hij biedt geestelijke begeleiding en steun zodat slachtoffers de destructieve gevolgen van het misbruik te boven kunnen komen. Hij belt ook de advieslijn misbruik en mishandeling van de kerk waar die beschikbaar is voor advies (zie 38.6.18.1).

Soms hebben slachtoffers last van schaamte of schuldgevoelens. Slachtoffers hebben geen zonde begaan. Leidinggevenden leggen de schuld niet bij het slachtoffer. Zij verzekeren slachtoffers en hun familieleden van Gods liefde, en de genezing die door Jezus Christus en zijn verzoening komt (zie Alma 15:8; 3 Nephi 17:9).

Kerkleden willen mogelijk wel over het misbruik of de aanranding vertellen, maar leidinggevenden graven niet te diep in alle details. Dat kan voor slachtoffers schadelijk zijn.

Naast de geïnspireerde hulp van hun kerkleiders kunnen slachtoffers en hun familieleden behoefte hebben aan therapeutische hulp. Zie 31.2.6 voor meer informatie.

38.6.18.3

Lidmaatschapsraden

Een lidmaatschapsraad kan noodzakelijk zijn voor iemand die een ander seksueel heeft aangerand of misbruikt. Een lidmaatschapsraad is verplicht als een kerklid iemand heeft verkracht of voor een andere vorm van seksuele aanranding veroordeeld is (zie 32.6.1.1).

Er moet ook een raad worden gehouden in het geval van seksuele handelingen met een kwetsbare volwassene. Met kwetsbare volwassene wordt hier iemand bedoeld die wegens lichamelijke of verstandelijke beperkingen niet met de handelingen kan instemmen of de aard ervan niet kan begrijpen.

Leiders stellen onder inspiratie van de Geest vast of persoonlijke begeleiding of een lidmaatschapsraad de geschiktste manier is om andere vormen van seksueel misbruik aan te pakken (zie 32.6.2.2 en 32.8). In ernstige gevallen is een raad vereist. Leiders kunnen de gewenste aanpak met hun directe priesterschapsleider bespreken.

Als er lidmaatschapsrestricties worden opgelegd aan een dader na een lidmaatschapsraad in verband met seksueel misbruik, krijgt de lidmaatschapskaart van de betrokkene een aantekening.

Zie 38.6.2.2 voor informatie over hulpverlening in gevallen van misbruik. Zie 38.6.18.2 voor informatie over hulpverlening aan slachtoffers van seksuele aanranding.

38.6.19

Ongehuwde aanstaande ouders

Leden van de kerk die ongehuwd zwanger zijn, wordt aangeraden een gesprek met hun bisschop te hebben. In de Verenigde Staten en Canada is Gezinsondersteunende diensten beschikbaar voor:

  • Advies aan kerkleiders.

  • Hulp en begeleiding aan ongehuwde aanstaande ouders en hun familie.

Er is voor deze diensten geen verwijzing van de bisschop nodig. Er zijn ook geen kosten aan verbonden. Zie 31.2.6 voor de betreffende contactgegevens.

In andere gebieden kunnen leidinggevenden contact opnemen met medewerkers van Gezinsondersteunende diensten of de manager welzijns- en zelfredzaamheidsdiensten op het gebiedskantoor voor advies.

Bij ‘Unwed Pregnancy’ (Gospel Topics, topics.ChurchofJesusChrist.org) staan ook richtlijnen voor persoonlijke begeleiding aan ongehuwde aanstaande ouders.

38.6.20

Zelfmoord

Het sterfelijk leven is een kostbare gave van God – een gave die waardering en bescherming verdient. De kerk is een groot voorstander van zelfmoordpreventie. Zie suicide.ChurchofJesusChrist.org voor informatie over hulp bieden aan iemand die suïcidaal is of iemand die met zelfmoord te maken heeft gekregen.

De meeste mensen die aan zelfmoord denken, snakken naar verlossing van lichamelijke, mentale, emotionele of geestelijke pijn. Die personen hebben behoefte aan liefde, hulp en steun van familieleden, leidinggevenden in de kerk en deskundige zorgverleners.

De bisschop biedt geestelijke steun als een kerklid overweegt om zelfmoord te plegen of daar een poging toe heeft gedaan. Hij helpt de betrokkene ook om meteen professionele hulp te zoeken. Hij raadt de naaste omgeving van de betrokkene aan om naar behoefte professionele hulp te zoeken.

Dierbaren, leidinggevenden en hulpverleners kunnen nog zo hun best doen, dan nog is zelfmoord niet altijd te voorkomen. Dierbaren en anderen blijven in de regel met hartzeer, emotionele ontreddering en onbeantwoorde vragen achter. Leidinggevenden bieden de familieleden begeleiding en troost. Ze bieden ook zorg en steun. De familie heeft wellicht ook professionele steun en therapeutische hulp nodig.

Iemand behoort niet een einde aan zijn of haar leven te maken. Evenwel is alleen God in staat om iemands gedachten, daden en mate van toerekeningsvatbaarheid te beoordelen (zie 1 Samuel 16:7; Leer en Verbonden 137:9).

De familie stelt in overleg met de bisschop de plaats en vorm vast van de uitvaartdienst van de betrokkene. De familie mag desgewenst van het kerkgebouw gebruikmaken. Als iemand bij leven begiftigd was, mag hij of zij in tempelkleding begraven of gecremeerd worden.

Wie een dierbare door zelfmoord hebben verloren, kunnen hoop en genezing in Jezus Christus en zijn verzoening vinden.

Zie suicide.ChurchofJesusChrist.org voor informatie over zelfmoordpreventie en bediening.

38.6.21

Operatieve sterilisatie (ook onderbreking van de zaadleider)

Zie 38.6.4.

38.6.22

Draagmoederschap

Het patroon waarbij een man en vrouw een lichaam aan Gods geestkinderen verschaffen, is door God voorgeschreven (zie 2.1.3). Om die reden raadt de kerk draagmoederschap af. Dit is echter een persoonlijke zaak die uiteindelijk aan de gebedsvolle overweging van de man en vrouw zelf overgelaten moet worden.

Kinderen die uit een draagmoeder worden geboren, worden niet in het verbond geboren. Ze mogen na hun geboorte alleen na goedkeuring van het Eerste Presidium aan ouders verzegeld worden (zie 38.4.2.7).

38.6.23

Transgenderpersonen

Transgenderpersonen hebben met ingewikkelde moeilijkheden te maken. Leden en niet-leden die zich als transgender identificeren – en hun familieleden en vrienden – worden met tact, vriendelijkheid, medeleven en overvloedige christelijke liefde bejegend. Iedereen is welkom om de avondmaalsdiensten, andere zondagse bijeenkomsten en sociale evenementen van de kerk bij te wonen (zie 38.1.1).

Het geslacht is een essentieel kenmerk in het plan van geluk van onze hemelse Vader. In de gezinsproclamatie doelt geslacht op iemands biologische geslacht bij de geboorte. Sommige mensen hebben het gevoel dat hun genderidentiteit anders is dan hun geboortegeslacht. Als gevolg daarvan identificeren ze zich als transgender. De kerk neemt geen standpunt in over de oorzaken waarom mensen zich als transgender identificeren.

Deelname in de kerk in het algemeen en aan sommige priesterschapsverordeningen, is genderneutraal. Transgenderpersonen mogen gedoopt en bevestigd worden, zoals in 38.2.3.14 wordt aangegeven. Ze mogen ook aan het avondmaal deelnemen en priesterschapszegens ontvangen. Ordening tot het priesterschap en tempelverordeningen vinden echter op grond van iemands biologische geslacht bij de geboorte plaats.

Kerkleiders raden vrijwillige medische of chirurgische ingrepen om van geboortegeslacht te veranderen af. Ze maken betrokkenen duidelijk dat daaruit lidmaatschapsrestricties zullen voortvloeien.

Leiders raden leden ook af zich als iemand van het andere geslacht te gedragen. Dat houdt de manier van kleden of iemands uiterlijke verschijning in, of een verandering van naam en voornaamwoorden, om zich als anders dan zijn of haar geboortegeslacht voor te doen. Leiders maken betrokkenen duidelijk dat er bepaalde lidmaatschapsrestricties zullen volgen voor de duur van dit gedrag.

Men kan dan onder meer niet het priesterschap ontvangen of uitoefenen, geen tempelaanbeveling ontvangen of gebruiken, en sommige kerkroepingen niet vervullen. Hoewel sommige lidmaatschapsprivileges worden ingeperkt, wordt verdere deelname in de kerk aangemoedigd.

Transgenderpersonen die geen medische of chirurgische ingreep nastreven om van geboortegeslacht te veranderen, zich niet als iemand van het andere geslacht gedragen en de kerknormen naleven, komen voor kerkroepingen, een tempelaanbeveling en tempelverordeningen in aanmerking.

Sommige kinderen, jongeren en volwassenen krijgen door een bevoegd medicus hormoontherapie voorgeschreven om een geslachtsidentiteitsstoornis of zelfmoordgedachten af te zwakken. Voordat iemand aan een dergelijke behandeling begint, is het van belang dat hij of zij (en de ouders van een minderjarige) de potentiële risico’s en voordelen begrijpt. Als die leden niet van geboortegeslacht proberen te veranderen en de kerknormen naleven, komen ze voor kerkroepingen, een tempelaanbeveling en tempelverordeningen in aanmerking.

Als een lid besluit om zijn of haar voorkeursnaam of aanspreekvoornaamwoorden te veranderen, kan die voorkeur in het desbetreffende veld op de lidmaatschapskaart van de betrokkene worden genoteerd. Het lid kan in de wijk met zijn of haar voorkeursnaam worden aangesproken.

Omstandigheden kunnen per unit en per persoon heel verschillend zijn. Leden en leidinggevenden overleggen met elkaar en met de Heer. Gebiedspresidiums helpen plaatselijke leiders om specifieke situaties met tact aan te pakken. Bisschoppen overleggen met de ringpresident. Ringpresidenten en zendingspresidenten vragen advies aan het gebiedspresidium (zie 32.6.3 en 32.6.3.1).

Zie ‘Transgender’ op ChurchofJesusChrist.org voor meer informatie om transgenderpersonen beter te begrijpen en te steunen.

38.7

Beleid inzake medische en gezondheidskwesties

38.7.1

Autopsie

Autopsie is toegestaan als de familie van de overledene toestemming geeft en de procedure volgens de wettelijke regelgeving verricht wordt. In sommige gevallen is autopsie wettelijk vereist.

38.7.2

Begrafenis of crematie

De familie van de overledene bepaalt of zijn of haar lichaam begraven of gecremeerd wordt. Zij respecteren daarbij de wensen van de betrokkene.

In sommige landen is crematie wettelijk verplicht. In andere gevallen is begraven niet praktisch of betaalbaar voor de familie. Het lichaam wordt in alle gevallen met respect en eerbied behandeld. Kerkleden moeten worden gerustgesteld dat de macht van de opstanding altijd van toepassing is (zie Alma 11:42–45).

Waar mogelijk wordt het lichaam van een overleden begiftigd kerklid voor de begrafenis of crematie gekleed in ceremoniële tempelkleding (zie 38.5.8).

Een uitvaart- of herdenkingsdienst biedt de gelegenheid om als familie bijeen te komen en familiebetrekkingen en -waarden voort te zetten (zie 29.5.4).

38.7.3

Kinderen die voor hun geboorte overlijden (doodgeboren of miskraam)

Ouders die de dood van een ongeboren kind meemaken, gaan door een rouwproces. Leidinggevenden, familieleden, en dienende broeders en zusters bieden emotionele en geestelijke steun.

De ouders beslissen of ze een herdenkingsdienst of plechtigheid bij het graf willen houden.

Ouders mogen gegevens over het kind in FamilySearch invoeren. Instructies daartoe staan op de website.

Tempelverordeningen zijn niet nodig voor kinderen die vóór de geboorte zijn gestorven. Dit hoeft echter niet te betekenen dat die kinderen in de eeuwigheid geen deel uitmaken van het gezin. Ouders worden aangemoedigd om op de Heer te vertrouwen en troost bij Hem te zoeken.

38.7.4

Euthanasie

Het sterfelijk leven is een kostbare gave van God. Euthanasie is de opzettelijke beëindiging van het leven van iemand die aan een ongeneeslijke ziekte of andere aandoening lijdt. Iemand die actieve euthanasie toepast, of iemand bij zelfmoord helpt, overtreedt de geboden van God en mogelijk ook de landswetten.

Het stopzetten of afwijzen van extreme maatregelen om iemands leven te rekken, wordt niet als euthanasie beschouwd (zie 38.7.11).

38.7.5

Mensen met hiv of aids

Leden die besmet zijn met het hiv-virus (humaan immunodeficiëntievirus) of die aids (Acquired Immune Deficiency Syndrome oftewel verworven immunodeficiëntiesyndroom) hebben, zijn van harte welkom op bijeenkomsten en activiteiten van de kerk. Hun aanwezigheid vormt geen gezondheidsrisico voor anderen.

38.7.6

Hypnose

Bij sommige mensen kan hypnose hun keuzevrijheid aantasten. Kerkleden wordt afgeraden om mee te doen aan hypnose met demonstratie of amusement tot doel.

Het gebruik van hypnose bij de behandeling van ziekte of een geestelijke aandoening wordt in overleg met bekwame medici bepaald.

38.7.7

Personen van wie het geslacht bij de geboorte niet duidelijk is

In zeer zeldzame omstandigheden wordt een baby geboren met genitaliën die niet duidelijk mannelijk of vrouwelijk zijn (ambigue genitaliën, seksuele ambiguïteit of interseksualiteit). Ouders of anderen moeten wellicht beslissingen nemen om het geslacht van hun kind te bepalen onder begeleiding van bekwame medici. Beslissingen over een medische of chirurgische ingreep worden vaak in de periode na de geboorte genomen. Men kan er echter ook mee wachten, tenzij ze medisch noodzakelijk zijn.

Medeleven en wijsheid zijn zeker op hun plaats voor jongeren of volwassenen die met seksuele ambiguïteit zijn geboren en later emotioneel moeite hebben met de beslissingen die in hun jonge jaren zijn genomen en zich eerder van het andere geslacht beschouwen.

Vragen over lidmaatschapskaarten, priesterschapsordening en tempelverordeningen voor jongeren of volwassenen die met seksuele ambiguïteit zijn geboren, worden aan het kantoor van het Eerste Presidium gericht.

38.7.8

Medische zorg en gezondheidszorg

Goede medische hulp inroepen, geloof oefenen en om een zalving vragen, werken samen ter genezing, overeenkomstig de wil van de Heer.

Kerkleden moeten niet kiezen of pleiten voor medische of gezondheidsbehandelingen die ethisch, geestelijk of wettelijk twijfelachtig zijn. Mensen met gezondheidsproblemen dienen deskundige medici te raadplegen die in en op hun gebied bevoegd zijn.

Kerkleden krijgen de raad om naast het inroepen van goede medische hulp de Schriftuurlijke aansporing in Jakobus 5:14 op te volgen: ‘Is iemand onder u ziek? Laat hij dan de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen en laten die voor hem bidden en hem met olie zalven in de Naam van de Heere.’ Een zalving wordt gegeven door hen die het juiste priesterschapsambt dragen. Dat gebeurt op verzoek en kosteloos (zie 18.13).

Kerkleden wordt afgeraden om wonderbaarlijke of bovennatuurlijke genezing te zoeken bij mensen of groepen die beweren speciale toegang tot een bepaalde genezende macht te hebben buiten gebed en gepaste priesterschapszegens om. Dergelijke praktijken worden met ‘energetische genezing’ of andere termen aangeduid. Men belooft vaak genezing in ruil voor geld.

38.7.9

Medische marihuana

De kerk is tegen het gebruik van marihuana voor niet-medische doeleinden. Zie ‘Het woord van wijsheid en gezonde gewoonten’ (38.7.14).

Marihuana mag echter voor medische doeleinden gebruikt worden als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Het gebruik wordt medisch noodzakelijk geacht door een bevoegd arts of andere wettelijk bevoegde zorgverlener.

  • De betrokkene volgt de voorgeschreven dosering en methode van toediening door de arts of andere wettelijk bevoegde zorgverlener. De kerk keurt het vapen van marihuana niet goed, tenzij de zorgverlener dat op basis van medische noodzaak heeft voorgeschreven.

De kerk keurt het roken van marihuana niet goed, ook niet voor medische doeleinden.

38.7.10

Donatie en transplantatie van organen en weefsel

De donatie van organen en weefsels is een onbaatzuchtige daad waar mensen met een levensbedreigende ziekte vaak zeer mee geholpen zijn.

De beslissing van iemand die in leven is om een orgaan te doneren aan of te ontvangen van een ander, moet gebedsvol en in overleg met een bevoegd medicus genomen worden.

Toestemming voor transplantatie van organen of weefsel van een overledene is een zaak die de persoon zelf of zijn of haar familie uitmaakt.

38.7.11

Leven rekken (waaronder levensinstandhoudingssysteem)

Als iemand ernstig ziek wordt, moeten de kerkleden geloof in de Heer oefenen en deskundige medische hulp inroepen. Maar als sterven onvermijdelijk is, moet de dood gezien worden als een zegen en een zinvol onderdeel van het eeuwige bestaan (zie 2 Nephi 9:6; Alma 42:8).

Kerkleden moeten zich niet verplicht voelen om het sterfelijke leven onredelijk lang te rekken. Een dergelijke beslissing wordt bij voorkeur door de betrokkene zelf, indien mogelijk, of door familieleden gedaan. Zij zoeken daarbij deskundig medisch advies en hemelse leiding door gebed.

Leidinggevenden bieden steun aan wie moeten beslissen of een familielid van het levensinstandhoudingssysteem wordt afgehaald.

38.7.12

Cursussen zelfbewustzijn

Veel particuliere groepen en commerciële instellingen bieden groepscursussen aan die naar hun zeggen het zelfbewustzijn, het gevoel van eigenwaarde, de spiritualiteit of familiebanden zullen verbeteren. Die groepen beloven een snelle oplossing voor problemen die normaliter tijd, gebed en eigen inspanning vergen. Hoewel de deelnemers zich voor een tijdje verlicht of voldaan kunnen voelen, komen eerdere problemen vaak terug, wat weer tot meer teleurstelling en wanhoop leidt.

Sommige groepen beweren of impliceren dat ze de goedkeuring van de kerk of van zekere algemene autoriteiten hebben. Die beweringen zijn echter niet waar.

Kerkleden worden erop geattendeerd dat bij sommige cursussen wordt uitgegaan van ideeën en methoden die schadelijk kunnen zijn. Voor veel cursussen worden bovendien hoge bedragen in rekening gebracht en moeten cliënten zich voor lange tijd vastleggen. Sommige mengen wereldlijke denkbeelden en evangelie op dusdanige wijze dat het de spiritualiteit en het geloof kan ondermijnen.

Kerkleiders betalen niet voor dergelijke cursussen of activiteiten, noch propageren of onderschrijven ze die. Het is niet toegestaan het kerkgebouw voor die activiteiten te gebruiken.

Kerkleden die kampen met sociale of emotionele problemen, kunnen leidinggevenden vragen of zij bekend zijn met hulpverlening die met de evangeliebeginselen strookt. Zie 22.3.4 voor meer informatie.

38.7.13

Vaccinaties

Vaccins die door competente professionals in de gezondheidszorg worden toegediend, beschermen de gezondheid en redden levens. Kerkleden worden aangemoedigd om zichzelf, hun kinderen en hun gemeenschap te beschermen door zich te laten vaccineren.

Uiteindelijk beslist ieder zelf of hij of zij zich laat vaccineren of niet. Kerkleden die zich daar zorgen over maken, dienen deskundige medici te raadplegen en ook de leiding van de Heilige Geest te zoeken.

Toekomstige zendelingen die niet gevaccineerd zijn, worden naar alle waarschijnlijkheid alleen in hun eigen land te werk gesteld.

38.7.14

Het woord van wijsheid en gezonde gewoonten

Het woord van wijsheid is een gebod van God. Hij heeft het ten bate van het lichamelijke en geestelijke welzijn van zijn kinderen geopenbaard. Profeten hebben verduidelijkt dat de leringen in Leer en Verbonden 89 onder meer onthouding van tabak, sterkedrank (alcohol) en hete dranken (thee en koffie) betekenen.

Profeten hebben de leden ook verteld om middelen te mijden die schadelijk, illegaal of verslavend zijn, of het beoordelingsvermogen aantasten.

Er zijn nog meer schadelijke middelen en praktijken die niet expliciet in het woord van wijsheid of door kerkleiders worden genoemd. Kerkleden oordelen verstandig en gebedsvol welke keuzes hun lichamelijke, geestelijke en emotionele gezondheid ten goede komen.

De apostel Paulus heeft gezegd: ‘Weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent? U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn’ (1 Korinthe 6:19–20).

De Heer belooft geestelijke en stoffelijke zegeningen aan wie het woord van wijsheid en de aanwijzingen van hedendaagse profeten gehoorzamen (zie Leer en Verbonden 89:18–21).

38.8

Bestuurlijk beleid

38.8.1

Adoptie en pleegouderschap

Kinderen adopteren en pleegouderschap bieden, kan kinderen en gezinnen tot zegen zijn. Door adoptie kunnen er liefdevolle, eeuwige gezinnen worden gesticht. Of kinderen nu via adoptie of door geboorte naar een gezin komen, ze zijn een even kostbare zegen.

Leden die kinderen willen adopteren of pleegouder willen worden, dienen zich aan alle toepasselijke wetten van de betrokken landen en overheden te houden.

De kerk faciliteert adopties niet. In de Verenigde Staten en Canada kunnen leidinggevenden leden echter wel voor consultatie naar Gezinsondersteunende diensten verwijzen. Zie 31.2.6 voor contactgegevens.

Zie 38.6.19 voor informatie over ongehuwde aanstaande ouders.

Zie ‘Adoption’ (Gospel Topics, topics.ChurchofJesusChrist.org) voor meer informatie.

38.8.2

Affiniteitsfraude

Er is sprake van affiniteitsfraude als iemand het vertrouwen van een ander uitbuit om hem of haar op te lichten. Dat kan plaatsvinden als beide personen tot dezelfde groep, zoals de kerk, behoren. Het kan ook plaatsvinden door misbruik van een vriendschaps- of vertrouwenspositie, zoals een kerkroeping of familierelatie. Bij affiniteitsfraude gaat het vaak om financieel gewin.

Kerkleden behoren eerlijk en integer in hun doen en laten te zijn. Affiniteitsfraude is een beschamende manier om misbruik van iemands vertrouwen te maken. Daders kunnen gerechtelijk vervolgd worden. Kerkleden die affiniteitsfraude plegen, hangen mogelijk ook lidmaatschapsrestricties of lidmaatschapsintrekking boven het hoofd. Zie 32.6.2.3 en 32.6.1.3 voor richtlijnen inzake lidmaatschapsraden in verband met frauduleuze handelingen.

Leden mogen niet beweren of suggereren dat hun zakelijke handel en wandel door de kerk is goedgekeurd, of dat ze de kerk of kerkleiders vertegenwoordigen.

38.8.3

Audiovisueel materiaal

Audiovisueel materiaal kan de Geest uitnodigen en het evangelieonderwijs in lessen en bijeenkomsten van de kerk op een hoger peil brengen. Voorbeelden van dit materiaal zijn video’s, afbeeldingen en muziekopnames. Het gebruik van dergelijk materiaal moet nooit afleiden of de hoofdmoot van de les of bijeenkomst vormen.

Leden gebruiken geen audiovisueel materiaal in de avondmaalsdienst of in de algemene bijeenkomst van de ringconferentie. Opgenomen muziek mag in deze bijeenkomsten echter wel zo nodig gebruikt worden om lofzangen te begeleiden.

Kerkleden nemen bij het gebruik van audiovisueel materiaal het auteursrecht in acht (zie 38.8.12). Zij gebruiken alleen materiaal dat met het evangelie strookt en de Geest uitnodigt.

38.8.4

Handtekeningen en foto’s van algemene autoriteiten, algemene functionarissen en gebiedszeventigers

Kerkleden vragen algemene autoriteiten, algemene functionarissen en gebiedszeventigers niet om hun handtekening. Evenmin vragen de leden deze leidinggevenden om iets in hun Schriften, lofzangenboek of programma te schrijven. Dat doet af aan hun heilige roeping en aan de geest van de bijeenkomst. Ook ontneemt het hun misschien de kans om andere leden te begroeten.

Het is niet toegestaan om in de kapel foto’s te nemen van algemene autoriteiten, algemene functionarissen en gebiedszeventigers.

38.8.5

Bijbel

Engelstalige leden behoren de kerkversie van de King Jamesbijbel te gebruiken. De Engelse kerkuitgave van de Bijbel bevat een thematisch register, voetnoten, andere studiemiddelen, passages uit de Bijbelvertaling van Joseph Smith, en verwijzingen naar andere teksten in de Bijbel en het Boek van Mormon, de Leer en Verbonden en de Parel van grote waarde. Hoewel andere versies van de Bijbel wellicht eenvoudiger van taal zijn, ondersteunen de hedendaagse openbaringen in leerstellige zaken de King Jamesbijbel beter dan andere vertalingen in het Engels.

Spaanstalige leden behoren de kerkversie van de Reina-Valerabijbel te gebruiken. Deze versie bevat soortgelijke studiemiddelen als zijn Engelse pendant.

In vele andere talen heeft de kerk een Bijbeluitgave goedgekeurd voor gebruik in kerkbijeenkomsten en lessen. Voor de Nederlandse taal is dat de Herziene Statenvertaling. De leden behoren die Bijbeluitgave te gebruiken.

De betrouwbaarste manier om de juistheid van een Bijbelvertaling te bepalen is niet om de verschillende Bijbelteksten naast elkaar te leggen, maar door de tekst te toetsen aan het Boek van Mormon en de hedendaagse openbaringen.

Bij de distributiecentra van de kerk is de goedgekeurde uitgave van de Bijbel verkrijgbaar. Op scriptures.ChurchofJesusChrist.org staan de digitale tekst en audio-opnamen van de King James Bible en de Santa Biblia Reina Valera die de kerk heeft uitgegeven.

38.8.6

Boek van Mormon

De kerk ontraadt het herschrijven van het Boek van Mormon in de omgangstaal. Het Eerste Presidium heeft gezegd:

‘Als een heilige tekst in een andere taal wordt vertaald of in de omgangstaal wordt herschreven, is de kans groot dat er leerstellige fouten insluipen of dat de bewijzen van haar antieke oorsprong wegvallen. Om dat te voorkomen zien het Eerste Presidium en de Raad der Twaalf nauw toe op de vertaling van de Schriften uit het Engels in andere talen en geven ze geen toestemming om de leerstellige inhoud van het Boek van Mormon in modern Engels te hertalen. (Die terughoudendheid betreft niet de publicaties van de kerk voor kinderen.)’ (‘Modern-Language Editions of the Book of Mormon Discouraged’, Ensign, april 1993, 74.)

38.8.7

Bedrijven

Het is niet toegestaan kerkgebouwen en andere faciliteiten, kerkbijeenkomsten en -lessen, en websites en sociale media van de kerk te gebruiken om zakelijke of niet-kerkelijke entiteiten te propageren.

Ook is het niet toegestaan om namenlijsten of andere informatie over leden aan zakelijke of niet-kerkelijke entiteiten te geven. Deze omvatten, maar zijn niet beperkt tot, bedrijven die zich met dating, onderwijs en werkaanbod bezig houden. Zie 38.8.31.

38.8.8

Werknemers van de kerk

Werknemers van de kerk houden zich te allen tijde aan de kerknormen. Ze houden zich ook aan de plaatselijke arbeidswetgeving.

Om voor de kerk te gaan of blijven werken, moeten leden een tempelaanbeveling waardig zijn. Periodiek neemt een vertegenwoordiger van de afdeling Personeelszaken van de kerk contact op met ringpresidenten en bisschoppen om te informeren naar de tempelaanbevelingsstatus van huidige of potentiële werknemers. Leiders reageren daar direct op.

38.8.9

Kerktijdschriften

De kerktijdschriften zijn:

Het Eerste Presidium moedigt alle kerkleden aan om de kerktijdschriften te lezen. De tijdschriften helpen de leden om het evangelie van Jezus Christus te leren, de leringen van hedendaagse profeten te bestuderen, zich met de wereldwijde kerkfamilie verbonden te voelen, moeilijkheden met geloof onder ogen te zien en dichter tot God te komen.

Leidinggevenden zorgen dat de kerkleden als volgt toegang tot de tijdschriften krijgen:

  • Zij helpen de leden zich op gedrukte tijdschriften te abonneren en hun abonnement te verlengen.

  • Zij laten de leden zien hoe ze tijdschriftartikelen op ChurchofJesusChrist.org, in de app Evangeliebibliotheek en in de app Evangelieleven kunnen raadplegen. Deze digitale content is gratis.

  • Zij laten nieuwe leden spoedig na hun doop zien hoe ze digitaal toegang tot de kerktijdschriften krijgen. Ontvangen ze het tijdschrift graag in gedrukte vorm, dan geven ze een eenjarig abonnement bekostigd uit de unittoelage.

  • Zij voorzien alle kinderen en jongeren die zonder ouder of voogd naar de kerk gaan van een doorlopend abonnement. Ze spreken daartoe de unittoelage aan.

De bisschop roept desgewenst een tijdschriftenvertegenwoordiger die de kerkleden met de toegang tot de tijdschriften helpt. Hij kan ook de wijkadministrateur of wijksecretaris opdragen daarbij behulpzaam te zijn (zie 7.3 en 33.4.2).

De tijdschriftenvertegenwoordiger, secretaris of administrateur kan ook geloofsversterkende ervaringen en getuigenissen van plaatselijke kerkleden voor publicatie in de tijdschriften helpen verzamelen.

Abonnementen op de gedrukte tijdschriften zijn af te sluiten via store.ChurchofJesusChrist.org, de afdeling Wereldwijde service en verkooppunten van distributiecentra. In sommige gebieden verzorgen units bestellingen ten behoeve van hun leden en verspreiden de tijdschriften dan in de kerk. Neem voor meer informatie contact op met de afdeling Wereldwijde service of het verkooppunt van een distributiecentrum.

38.8.10

Naam, woordmerk en symbool van de kerk

De naam, het woordmerk en het symbool van de kerk zijn belangrijke kenmerken van de kerk. Het zijn geregistreerde handelsmerken of ze zijn anderszins wettelijk beschermd. Ze dienen als kenmerk voor officiële publicaties, nieuws en evenementen van de kerk.

De identificatiemiddelen van de kerk mogen alleen volgens de onderstaande richtlijnen worden gebruikt.

Geschreven naam van de kerk. Plaatselijke units mogen de geschreven naam van de kerk (niet het woordmerk of symbool) gebruiken als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • De activiteit of het programma waarmee de naam in verband wordt gebracht, vindt officieel onder auspiciën van de unit plaats (bijvoorbeeld het programma van een avondmaalsdienst).

  • De naam van de unit gaat vooraf aan de naam van de kerk (bijvoorbeeld, de wijk Duinzigt van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen).

  • Men maakt geen eigen versie van het officiële woordmerk.

Woordmerk en symbool. Het woordmerk en symbool van de kerk (zie de bovenstaande illustratie) mogen alleen met toestemming van het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf Apostelen worden gebruikt. Ze mogen niet als decoratief element worden gebruikt. Ze mogen evenmin voor persoonlijke, commerciële of promotiedoeleinden worden gebruikt.

Vragen legt men voor aan:

Intellectual Property Office

50 East North Temple Street

Salt Lake City, UT 84150-0005, VS

Telefoon: +1 801 240 3959 of +1 800 453 3860, toestel 2-3959

Fax: +1 801 240 1187

E-mail: cor-intellectualproperty@ChurchofJesusChrist.org

38.8.11

Computers

De computers en software in kerkgebouwen worden door de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor aangeschaft en beheerd. Leidinggevenden en leden gebruiken deze middelen voor kerkdoeleinden, waaronder familiehistorisch werk.

De kerk moet voor alle software op die computers over de juiste licenties beschikken.

De ringpresident ziet toe op de plaatsing en het gebruik van computers in de ring, waaronder die in centra voor familiegeschiedenis. De technisch specialist van de ring zorgt voor de nodige updates en het onderhoud overeenkomstig 33.10.

38.8.12

Auteursrechtelijk beschermd materiaal

Het auteursrecht houdt in dat de maker van een oorspronkelijk werk dat in een concrete (inclusief digitale) vorm verschijnt, daarvoor wettelijke bescherming geniet. Dat kan zijn:

  • Literair, muziek-, toneel- en choreografisch werk.

  • Fotografisch, kunst- of beeldhouwwerk.

  • Audio- of audiovisueel werk (zoals films, video’s, cd’s en dvd’s).

  • Computerprogramma’s of -spelletjes.

  • Internet en andere gegevensbestanden.

De wet op creatieve werken en hun toegestane gebruik verschillen per land. Het kerkbeleid dat in deze paragraaf aan de orde komt, strookt met internationale verdragen die in de meeste landen van toepassing zijn. In deze paragraaf wordt met ‘auteursrecht’ naar de rechten van de uitvoerende verwezen. Bepaalde rechten kunnen in sommige landen echter onder een andere naam bekendstaan.

De leden van de kerk houden zich strikt aan het auteursrecht. Alleen de auteursrechthebbenden kunnen doorgaans toestemming geven tot het volgende gebruik van hun werk:

  • Vermenigvuldiging (kopiëren)

  • Distributie

  • Openbare opvoering

  • Openbaarmaking

  • Bewerking

Gebruik maken van een werk in een van deze vormen zonder voorafgaande toestemming van de auteursrechthebbende, is in strijd met het kerkbeleid en kan de kerk of de gebruiker op gerechtelijke stappen komen te staan.

Een gebruiker van een werk moet ervan uitgaan dat het werk auteursrechtelijk beschermd is. Gepubliceerde werken bevatten doorgaans een copyrightvermelding, zoals ‘© 1959 by A. Noniem.’ (Voor geluidsopnamen is het symbool ℗.) Een copyrightvermelding is niet vereist voor wettelijke bescherming. En ook als een publicatie niet meer wordt gedrukt of op het internet wordt geplaatst, wil dat nog niet zeggen dat daarmee het auteursrecht niet meer geldt. Evenmin geldt dat daarmee vermenigvuldiging, distributie, opvoering, openbaarmaking of bewerking zonder voorafgaande toestemming gerechtvaardigd is.

Het Intellectual Property Office van de kerk (IPO) vraagt namens de kerk toestemming voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in kerkpublicaties of -programma’s, inclusief materiaal waarvan het auteursrecht berust bij Intellectual Reserve, Inc (IRI). IRI is een op zichzelf staande non-profitorganisatie die de intellectuele eigendommen die door de kerk worden gebruikt in zijn bezit heeft. Zie ‘Terms of Use’ op ChurchofJesusChrist.org voor informatie over het gebruik van materiaal dat de kerk toebehoort.

De volgende vragen en antwoorden kunnen leden meer begrip geven van het auteursrecht, zodat ze zich in de kerk en thuis zullen houden aan de auteurswet. Als de leden vragen hebben die niet in deze richtlijnen beantwoord worden, nemen ze contact op met het IPO:

Intellectual Property Office

50 East North Temple Street

Salt Lake City, UT 84150-0005, VS

Telefoon: +1 801 240 3959 of +1 800 453 3860, toestel 2-3959

Fax: +1 801 240 1187

E-mail: cor-intellectualproperty@ChurchofJesusChrist.org

Mag ik gepubliceerd kerkmateriaal kopiëren? Tenzij anderszins aangegeven, mag men kerkmateriaal kopiëren voor niet-commercieel gebruik in de kerk en thuis. Gebruiksvoorwaarden bij een website of app van de kerk geven aan hoe het materiaal op deze websites en apps gebruikt mag worden. Het mag niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt zonder specifieke schriftelijke toestemming van het IPO.

Mag ik muziek kopiëren? Op muziek is een bijzonder auteursrecht van toepassing. Men mag muziek uit de volgende bronnen kopiëren voor niet-commercieel gebruik in de kerk en thuis, tenzij er onder de lofzang of het lied staat dat kopiëren niet is toegestaan:

Bladmuziek of muziekopnamen zonder toestemming van de uitgever vermenigvuldigen is in strijd met het kerkbeleid.

Mag ik materiaal kopiëren dat geen eigendom van de kerk is? Doorgaans niet. De auteurswet regelt het gebruik van materiaal van particulieren. Doorgaans gelden er restricties waar derden zich aan te houden hebben, voordat niet-kerkelijk materiaal mag worden gekopieerd. Deze beperkingen staan doorgaans voorin een publicatie vermeld. De leden houden zich strikt aan het auteursrecht.

Mag ik commerciële audiovisuele producties in de kerk tonen? Doorgaans niet. De leden van de kerk dienen zich te houden aan de waarschuwingen en beperkingen die op commerciële audiovisuele producties staan vermeld. Films, andere video’s en muziek vallen daar ook onder. Het gebruik van commerciële audiovisuele producten op kerkactiviteiten vergt doorgaans de toestemming van de auteursrechthebbenden.

Mag ik computersoftware en andere programma’s voor kerkgebruik downloaden of kopiëren? Doorgaans niet. Het is niet toegestaan om computerprogramma’s en andere software te kopiëren of te downloaden, tenzij daar een licentie voor is aangeschaft.

Is er toestemming nodig om een musical of toneelstuk op te voeren? De producties waarvan het eigendom bij de kerk of IRI berust, mogen zonder toestemming in de kerk worden gebruikt. Als een auteursrechtelijk beschermde productie geen eigendom van de kerk is, moeten leden eerst toestemming krijgen van de auteursrechthebbenden om die gedeeltelijk of in zijn geheel in de kerk op te voeren. Doorgaans is men aan de auteursrechthebbende een vergoeding of royalty’s verschuldigd, zelfs als er geen entreegeld wordt geheven. Alle voorstellingen moeten de goedkeuring hebben van de plaatselijke priesterschapsleiders.

38.8.13

Leermiddelen

De kerk stelt materiaal beschikbaar om de leden te helpen bij het bestuderen en naleven van het evangelie van Jezus Christus. Het gaat daarbij om de Schriften, conferentietoespraken, lesboeken, boeken en andere leermiddelen. Leidinggevenden moedigen de leden aan om het evangelie thuis met behulp van de Schriften en andere leermiddelen te bestuderen.

Evangeliestudie en -onderwijs zijn op de Heiland en zijn leer gericht. Leidinggevenden zien erop toe dat leerkrachten goedgekeurde leermiddelen gebruiken om die focus in de kerklessen te bewaren. Zie Instructies voor het leerplan voor informatie over goedgekeurd materiaal.

38.8.14

Adreslijsten

Leden en leidinggevenden worden aangemoedigd om de ledenlijsten van de kerk te gebruiken. Die lijsten zijn in Ledenlijst en kaart op ChurchofJesusChrist.org en in de app Ledentools beschikbaar. Ze bevatten basiscontactgegevens van de leden. Leidinggevenden in ring en wijk hebben toegang tot aanvullende informatie die voor hun roeping nuttig is. Die informatie is voor hen ook in Hulpmiddelen leiders en administrateurs beschikbaar.

Kerkleden kunnen de toegankelijkheid tot hun digitale contactgegevens beperken. Daartoe selecteren ze het gewenste privacyniveau in het profiel van hun huishouden.

Leidinggevenden in ring en wijk respecteren de privacyinstellingen die de leden selecteren. Deze leidinggevenden zorgen er ook voor dat informatie alleen voor goedgekeurde kerkdoeleinden wordt gebruikt.

Afgedrukte ledenlijsten van wijk en ring zijn doorgaans niet nodig. Als leidinggevenden vaststellen dat er echt behoefte aan is, mogen er alleen adreslijsten worden aangemaakt via Ledenlijst en kaart op ChurchofJesusChrist.org. Deze lijsten bevatten geen geslacht, leeftijd of verjaardag van de leden.

Ledenlijsten worden niet voor niet-kerkelijk gebruik afgedrukt.

38.8.15

Kleding en uiterlijk

Mannen en vrouwen zijn naar het beeld van God geschapen (zie Genesis 1:26–27; Abraham 4:27). Het sterfelijk lichaam is een heilige gave.

Kerkleden worden aangemoedigd om in hun kledingkeuzes en uiterlijk respect voor het lichaam aan de dag te leggen. Wat gepast is, hangt veelal van iemands cultuur en de gelegenheid af. Voor de avondmaalsdienst draagt men bijvoorbeeld de beste zondagse kleren die men heeft om respect voor de verordening van het avondmaal te tonen (zie 18.9.3). Datzelfde beginsel geldt voor het tempelbezoek (zie 27.1.5). Discipelen van Jezus Christus weten zelf hoe ze zich het beste kunnen kleden en verzorgen.

Kerkleden en leidinggevenden oordelen anderen niet op grond van hun kleding en uiterlijk. Zij dienen alle mensen lief te hebben, zoals de Heiland dat gebiedt (zie Mattheüs 22:39; Johannes 13:34–35). Iedereen is van harte welkom op kerkbijeenkomsten en -activiteiten (zie 38.1.1).

Bij de verstrekking van een tempelaanbeveling en roeping in wijk en ring baseren kerkleiders zich op iemands waardigheid en de leiding van de Geest (zie 26.3, 30.1.1 en 31.1.1).

38.8.16

Extreme voorbereiding of survivalisme

De kerk propageert zelfredzaamheid. De leden worden aangespoord om zich geestelijk en stoffelijk op de moeilijkheden van het leven voor te bereiden. Zie 22.1.

Maar onze kerkleiders raden extreme of buitensporige voorbereiding op mogelijke catastrofale gebeurtenissen af. Dit wordt ook wel survivalisme genoemd. Onze voorbereidingen moeten ingegeven worden door geloof, niet door angst.

Kerkleiders hebben de leden gewaarschuwd om voor de aanleg van een voedselvoorraad geen schulden aan te gaan. De leden doen er goed aan om in de loop van de tijd een thuisvoorraad aan te leggen en een financiële reserve op te bouwen. Zie 22.1.4 en ‘Food Storage’ (Gospel Topics, topics.ChurchofJesusChrist.org).

38.8.17

Vastendag

Kerkleden mogen vasten wanneer zij maar willen. Doorgaans houden zij echter de eerste sabbat van de maand als vastendag aan.

Een vastendag bestaat doorgaans uit gebed, een periode van 24 uur niet eten en drinken (indien lichamelijk daartoe in staat) en een royale vastengave geven. Een vastengave is een bijdrage om voor hulpbehoevenden te zorgen (zie 22.2.2).

Soms vinden er algemene of plaatselijke kerkbijeenkomsten plaats op de eerste sabbat van de maand. Het ringpresidium verzet de vastendag dan naar een andere sabbat.

38.8.18

Gokken en loterijen

De kerk is tegen gokken in elke vorm en waarschuwt ervoor. Dat geldt ook voor sportgerelateerd wedden, en loterijen die onder staatstoezicht worden gehouden.

38.8.19

Gastsprekers of instructeurs

Voor de meeste kerkbijeenkomsten en -activiteiten komen de sprekers en instructeurs uit de wijk of ring.

Een gastspreker of instructeur is iemand die niet tot de wijk of ring behoort. De bisschop geeft zijn goedkeuring voordat er een gastspreker voor een wijkbijeenkomst of -activiteit wordt uitgenodigd. De ringpresident geeft zijn goedkeuring voor de uitnodiging van gastsprekers voor bijeenkomsten of activiteiten van de ring.

De bisschop of ringpresident licht de gastsprekers of instructeurs zorgvuldig door. Dat kan inhouden dat hij contact opneemt met de bisschop van de gast.

De bisschop of ringpresident ziet erop toe dat:

  • De presentatie in overeenstemming met de leer van de kerk is.

  • Gastsprekers of instructeurs niet worden betaald en geen deelnemers of klanten werven.

  • De reiskosten van de betrokkene niet uit de plaatselijke unittoelage of met privédonaties worden vergoed.

  • De presentaties in overeenstemming zijn met de richtlijnen voor het gebruik van kerkgebouwen (zie 35.4).

38.8.20

Immigratie

Leden die in hun eigen land blijven, zijn vaak in de gelegenheid om de kerk daar op te bouwen en sterk te maken. Emigratie naar een ander land is echter een persoonlijke keuze.

Leden die naar een ander land verhuizen, houden zich aan alle toepasselijke wetten (zie Leer en Verbonden 58:21).

Zendelingen bieden geen (financiële) hulp aan om de migratie van anderen mogelijk te maken. Ze vragen dat ook niet aan hun ouders, familieleden of anderen.

De kerk biedt geen medewerking aan immigratie door middel van een dienstverband.

Kerkleden bieden hun tijd, talenten en vriendschap aan immigranten en vluchtelingen en heten ze als leden van hun gemeenschap welkom (zie Mattheüs 25:35; zie ook 38.8.35 in dit handboek).

38.8.21

Internet

38.8.21.1

Officiële websites van de kerk

De kerk onderhoudt officiële websites, blogs en accounts op sociale media. Er staat met het woordmerk of symbool van de kerk steeds duidelijk aangegeven dat het officiële sites betreft (zie 38.8.10). Ze voldoen ook aan de wettelijke regelingen en het kerkbeleid inzake intellectueel eigendom en privacy.

38.8.21.2

Gebruik van internet voor kerkroepingen

Kerkleden mogen geen websites, blogs of accounts op sociale media namens de kerk aanmaken, of de kerk en haar opvattingen, leer, beleid en procedures officieel vertegenwoordigen. Ze mogen echter wel in het belang van hun kerkroeping een website, blog of account op sociale media aanmaken. De leden houden zich in dat geval aan de volgende richtlijnen:

  • Het aanmaken van een website, blog of account op sociale media moet eerst door de ringpresident (op ringniveau) of de bisschop (op wijkniveau) worden goedgekeurd.

  • Het woordmerk of logo van de kerk mag niet gebruikt of nagemaakt worden (zie 38.8.10).

  • Het online materiaal dient een doel te hebben en een passende naam te krijgen. De naam van de betreffende wijk of ring mag deel van die naam uitmaken, maar de officiële naam van de kerk niet.

  • Een lid mag niet vermelden of suggereren dat de content, afbeeldingen of enig ander materiaal op zijn website door de kerk is goedgekeurd of de kerk op enige wijze officieel vertegenwoordigt. Er moet juist een disclaimer worden opgenomen waarin staat dat het geen officieel product van de kerk betreft.

  • Alle content moet relevant zijn voor het beoogde publiek en actief worden bijgehouden.

  • Contactgegevens worden ook vermeld.

  • Zorg ervoor dat er meer dan één beheerder voor de online informatie verantwoordelijk is. Dat draagt bij aan de continuïteit als iemand een andere roeping of taak krijgt. Het voorkomt ook dat één persoon de informatie steeds moet bijwerken en in de gaten houden.

  • Kunstproducten, video’s, muziek en andere materialen van de kerk mogen niet worden geplaatst, tenzij de gebruiksvoorwaarden op een officiële kerkwebsite duidelijk vermelden dat het is toegestaan, of als het Intellectual Property Office daarin uitdrukkelijk heeft toegestemd. Auteursrechtelijk beschermd materiaal uit andere bronnen mag alleen gebruikt worden als de eigenaar daar vooraf schriftelijk toestemming voor heeft gegeven. Zie 38.8.12 voor meer informatie over het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal.

  • Voor het gebruik van afbeeldingen, video’s of persoonsgegevens is toestemming van de eigenaar of de betrokkenen vereist. Toestemming kan zo nodig door middel van een afstandsverklaring, een openbare aankondiging, een geplaatst teken voor een bepaald evenement of schriftelijke toestemming verkregen worden. Men neemt de privacywetten van het land in acht.

  • Online informatiebronnen omvatten geen duplicaten van hulpmiddelen en functies die al op ChurchofJesusChrist.org, Ledentools of andere bronnen van de kerk beschikbaar zijn.

  • Leidinggevenden en zendelingen stemmen een en ander met elkaar af om dubbele communicatie te voorkomen.

  • Online informatiebronnen worden opgeheven als ze niet langer nodig zijn. Belangrijke media (zoals foto’s en video’s) worden in het geschiedkundige archief van de wijk of ring bewaard.

Zie internet.ChurchofJesusChrist.org voor aanvullende richtlijnen.

38.8.21.3

Persoonlijk gebruik van het internet

De leden worden aangemoedigd het internet te gebruiken om de aarde met getuigenissen van de Heiland en zijn herstelde evangelie te overspoelen. Blogs, sociale netwerken en andere internettechnologieën bieden de leden de kans geloofsboodschappen van vrede, hoop en vreugde in Christus te propageren.

De leden richten zich op opbouwende boodschappen waar anderen kracht en inspiratie uit kunnen putten. Die boodschappen kunnen uit officiële bronnen van de kerk afkomstig zijn, alsmede uit woorden, afbeeldingen en andere media van de leden zelf.

Leden dienen niet te suggereren dat hun boodschappen de kerk vertegenwoordigen of door de kerk gesteund worden.

De leden streven in alle online interacties hoffelijkheid na.

38.8.22

Internet-, satelliet- en videoapparatuur

De internet-, satelliet- en videoapparatuur van de kerk wordt alleen gebruikt voor niet-commerciële, kerkelijke doeleinden. Ieder gebruik moet door het ringpresidium of de bisschap zijn goedgekeurd.

Het is niet toegestaan de apparatuur te gebruiken voor toegang tot of het opnemen van programma’s die niet onder auspiciën van de kerk worden uitgezonden. Toegang tot of opname van dergelijke programma’s met middelen van de kerk, zoals een internetverbinding, is evenmin toegestaan.

Alleen wie daarvoor is opgeleid, is bevoegd de apparatuur te bedienen. De apparatuur moet achter slot en grendel opgeborgen worden. De apparatuur wordt niet uit de kerk meegenomen voor persoonlijk gebruik.

38.8.23

Landswetten

De leden gehoorzamen, respecteren en steunen de wetten van het land waar zij wonen of verblijven (zie Leer en Verbonden 58:21–22; Geloofsartikelen 1:12). Dat geldt ook voor wetten die zendingswerk verbieden.

38.8.24

Juridische bijstand bij kerkzaken

Kerkleiders nemen voor kerkzaken waarbij juridische bijstand nodig is, contact op met de juridische dienst van de kerk. In de Verenigde Staten en Canada neemt de ringpresident contact op met het kantoor van de juridische dienst:

  • +1 800 453 3860, toestel 2-6301

  • +1 801 240 6301

In andere landen neemt de ringpresident contact op met de gebiedsjurist op het gebiedskantoor.

38.8.24.1

Betrokkenheid bij of documenten in juridische procedures

Leidinggevenden in de kerk raken niet betrokken bij civiele of strafrechtelijke zaken met betrekking tot leden in hun unit zonder eerst de juridische dienst van de kerk te raadplegen. Dit beleid geldt ook voor mondeling of schriftelijk contact met advocaten of personeel van de rechtbank, met inbegrip van e-mail.

Kerkleiders overleggen met de juridische dienst van de kerk als ze vanwege hun kerkfunctie:

  • Van mening zijn dat ze moeten getuigen of communiceren in een juridische kwestie.

  • Wettelijk verplicht zijn om te getuigen of te communiceren in een juridische kwestie.

  • Bevel hebben gekregen om bewijs aan te leveren.

  • Verzocht worden om vrijwillig documenten of informatie te verschaffen.

  • Verzocht worden om met advocaten of overheidsinstanties te communiceren inzake juridische procedures, waaronder straf- of hoorzittingen.

Kerkleiders kunnen weliswaar met de beste bedoelingen informatie doorgeven in verband met juridische kwesties, maar die kan verkeerd begrepen worden en schade veroorzaken. Dat geldt in het bijzonder voor slachtoffers en hun familieleden. Het kerkbeleid volgen voorkomt ook dat de kerk in juridische kwesties onterecht als (mede)schuldige wordt beschouwd.

38.8.24.2

Getuigen in juridische procedures

Kerkleiders mogen niet zonder voorafgaande toestemming van het kantoor van de juridische dienst in enige juridische procedure namens de kerk getuigen. Dit beleid geldt ook voor straf- of hoorzittingen. Kerkleiders mogen vanuit hun kerkpositie zonder die toestemming ook geen mondeling of schriftelijk bewijs aanleveren.

Kerkleiders wekken niet de indruk dat hun getuigenverklaring in een juridische procedure het standpunt van de kerk vertegenwoordigt.

Kerkleiders mogen een getuige in een juridische procedure nooit beïnvloeden.

Zie 38.8.24 voor contactgegevens inzake de juridische dienst van de kerk.

38.8.25

Brievenbussen

In veel landen (maar niet in Nederlandstalig gebied) is het in strijd met de postvoorschriften om ongefrankeerde post in de brievenbus aan huis te deponeren. Dit voorschrift geldt dan voor alle kerkgerelateerde materialen, zoals folders, nieuwsbrieven of aankondigingen. Kerkleiders instrueren de leden en de zendelingen in die landen dat ze dergelijk materiaal niet ongefrankeerd in brievenbussen deponeren.

38.8.26

Contact van leden met de hoofdzetel van de kerk

De kerkleden wordt afgeraden om te bellen, e-mailen of schrijven naar algemene autoriteiten over leerstellige vragen, persoonlijke problemen of verzoeken. Persoonlijk reageren, zou het algemene autoriteiten moeilijker maken om hun taken uit te voeren. De leden worden aangemoedigd om voor geestelijke steun en leiding contact op te nemen met hun plaatselijke leidinggevenden, onder wie hun ZHV-presidente of quorumpresident ouderlingen (zie 31.2).

In de meeste gevallen zal de correspondentie van de leden aan algemene autoriteiten naar plaatselijke leiders worden terugverwezen. Een ringpresident die meer uitleg wenst over leerstellige of andere kerkelijke kwesties, kan ten behoeve van leden het Eerste Presidium aanschrijven.

38.8.27

Leden en werk

De kerkleden dienen werk te zoeken dat in overeenstemming is met de evangeliebeginselen en waarvoor zij met een goed geweten de zegeningen van de Heer kunnen vragen. Dit is een persoonlijke zaak die uiteindelijk aan het oordeel en de gebedsvolle overweging van het lid overgelaten moet worden.

38.8.28

Leden met een handicap

Leidinggevenden en leden worden aangemoedigd om in de behoeften te voorzien van allen die tot hun unit behoren. Leden met een handicap tellen zeker mee en kunnen zinvol bijdragen. Een handicap kan verstandelijk, sociaal, psychisch en/of lichamelijk zijn.

De leden van de kerk worden aangemoedigd om het voorbeeld van de Heiland te volgen door mensen met een handicap hoop te bieden en ze begrip en liefde te tonen. Leidinggevenden leren de leden met een handicap kennen en tonen hun oprechte belangstelling en zorg.

Leidinggevenden stellen ook vast wie extra aandacht nodig hebben omdat een ouder, huwelijkspartner, kind, broer of zus een handicap heeft. Zorgen voor een familielid met een handicap kan zowel lonend als zwaar zijn.

Leidinggevenden houden oog voor kerkleden met een handicap die buiten het gezin of de familie in een tehuis of instelling wonen.

38.8.28.1

Inzicht vergroten

Leidinggevenden, leerkrachten en andere leden streven naar begrip voor ieder die een handicap heeft, alsook naar inzicht in zijn of haar sterke punten en behoeften. Zij doen dat onder andere door met de persoon in kwestie en zijn of haar familieleden te praten. Op disability.ChurchofJesusChrist.org staan meer informatiebronnen.

38.8.28.2

Hulp bieden

Leidinggevenden peilen de behoeften van kerkleden met een handicap en hun verzorgers. Die leidinggevenden stellen vast hoe er met de hulpbronnen in de wijk of ring naar behoren in de behoeften kan worden voorzien. Zij moedigen de leden aan om in liefde en vriendschap hulp te bieden.

De bisschap of het ringpresidium roept naar behoefte een deskundige gehandicapten op wijk- of ringniveau om personen, gezinnen, leerkrachten en andere leidinggevenden bij te staan (zie 38.8.28.9).

Leidinggevenden stellen ook vast welke toepasselijke hulpbronnen de gemeenschap kan bieden voor mensen met een handicap en hun familie.

Op disability.ChurchofJesusChrist.org staat meer informatie over assistentie aan mensen met een handicap. Leidinggevenden kunnen ook contact opnemen met Gezinsondersteunende diensten (waar die beschikbaar zijn; zie 31.2.6 voor contactgegevens).

Leidinggevenden en leden proberen geen verklaring te geven waarom iemand of een kind in het gezin een handicap heeft. Zij zeggen niet dat een handicap een straf van God (zie Johannes 9:2–3) of een bijzonder voorrecht is.

38.8.28.3

Zorgen voor verordeningen

Zie 38.2.1.8.

38.8.28.4

Zorgen voor mogelijkheden om te dienen en deel te nemen

Veel leden met een handicap kunnen bijna elke taak aan. Leidinggevenden overwegen onder gebed de mogelijkheden, omstandigheden en wensen van iedere persoon en zorgen vervolgens voor geschikte gelegenheden om te dienen. De leidinggevenden overleggen ook met de betrokkene en zijn of haar familie. Ze gaan na welke invloed een kerkroeping op de persoon zelf en op zijn of haar familie of verzorger heeft. (Zie Leer en Verbonden 46:15.)

Bij de overweging van een kerktaak of roeping voor verzorgers van mensen met een handicap gaan leiders de omstandigheden van de verzorgers zorgvuldig na.

Leidinggevenden en leerkrachten betrekken leden met een handicap zo volledig mogelijk bij vergaderingen, lessen en activiteiten. De lessen, toespraken en onderwijsmethoden worden aan de behoeften van ieder individu aangepast. Zie disability.ChurchofJesusChrist.org voor informatie over aanpassing van lessen.

De bisschap kan ook een lid van de wijk vragen om iemand met een handicap tijdens een bijeenkomst of activiteit bij te staan. Voor een klas met een gehandicapt lid kan de bisschap meerdere leerkrachten roepen. De leerkrachten werken samen om aan de behoeften van alle klasleden tegemoet te komen.

Als iemand een bijeenkomst, klas of activiteit niet kan bijwonen, kunnen leidinggevenden en leerkrachten overleg plegen met het lid en de familie hoe zijn of haar behoeften kunnen worden gelenigd. De ringpresident of bisschop kan toestemming geven om een aangepast programma of een klas voor leden met een handicap op te zetten (zie 38.8.28.5). Als iemand de kerkbijeenkomsten niet kan bijwonen, kunnen leidinggevenden lesmateriaal, opnamen of streaming verzorgen.

Het streamen van bijeenkomsten, waaronder de avondmaalsdienst en eventuele uitvaartdienst, is bedoeld voor wie niet persoonlijk aanwezig kunnen zijn (zie 29.7). Zie 18.9.3 voor meer informatie over deelname aan het avondmaal.

Leiders moedigen priesterschapsdragers met een handicap tot gepaste deelname aan verordeningen aan. Priesterschapsdragers en jongevrouwen die zijn gedoopt en bevestigd en die zich aan de kerknormen houden, mogen zich vanaf januari van het jaar waarin ze 12 worden in de tempel laten dopen en bevestigen voor de doden. Richtlijnen omtrent leden met een handicap die hun eigen tempelverordeningen ontvangen, staan in 38.2.1.8 en 38.2.1.9.

38.8.28.5

Speciale klassen, programma’s of units

Leden met een handicap of bijzondere behoeften worden aangemoedigd om de zondagse bijeenkomsten in hun wijk bij te wonen, tenzij ze in een zorginstelling of behandelingskliniek verblijven waar de kerk een programma verzorgt (zie 37.6).

Units en groepen. Er kan een wijk of gemeente gesticht worden voor leden met unieke behoeften, zoals dove leden die gebarentaal gebruiken (zie 37.1). Alleen het Eerste Presidium kan toestemming geven.

Ook kan een wijk worden verzocht gastheer te zijn voor leden met een handicap, bijvoorbeeld personen die gebarentaal gebruiken. Zie 33.6.11 voor informatie over de lidmaatschapskaarten van personen die een dergelijke unit of groep bezoeken.

Dove leden die niet binnen een redelijke afstand van een unit voor slechthorenden wonen, kunnen desgewenst virtueel deelnemen. Ze moeten daarvoor wel toestemming van de leiders van de betreffende unit krijgen. De leidinggevenden van de plaatselijke wijk zien erop toe dat er voor dove leden wordt gezorgd en dat ze geregeld aan het avondmaal kunnen deelnemen.

Klassen. Leden met een handicap wonen de zondagse lessen met de leden van hun wijk bij. Zo nodig kan een wijk of ring echter speciale zondagsschoolklassen organiseren om in de behoeften van volwassen of jonge leden met soortgelijke handicaps te voorzien (zie 13.3.2).

Activiteitenprogramma’s voor leden met een handicap. Waar nodig wordt in een wijk, verschillende wijken, een ring of verschillende ringen een activiteitenprogramma voor volwassen leden met een verstandelijke handicap georganiseerd. Een dergelijk programma vormt een aanvulling op de bediening, zondagse kerkbijeenkomsten en activiteiten in de plaatselijke unit.

Een activiteitenprogramma voor leden met een handicap is doorgaans voor volwassenen van 18 jaar en ouder bedoeld. Er behoort alles aan gedaan te worden om leden onder de 18 jaar in hun wijk en ring te integreren. In uitzonderlijke situaties mogen leidinggevenden aanvullende activiteiten organiseren voor jongeren vanaf januari van het jaar waarin ze 12 worden.

Als meerdere wijken aan een activiteitenprogramma voor leden met een handicap deelnemen, wijst de ringpresident een bisschop-beheerder aan om erop toe te zien. Als er meerdere ringen deelnemen, wijst het gebiedspresidium een ringpresident-beheerder aan om erop toe te zien.

De bisschop-beheerder of ringpresident-beheerder overlegt met andere deelnemende bisschoppen of ringpresidenten over de bekostiging van deze programma’s.

Activiteitenleid(st)ers voor leden met een handicap. Volwassen leden kunnen als activiteitenleid(st)er voor leden met een handicap worden geroepen. Zij zorgen voor de planning en uitvoering van het activiteitenprogramma voor leden met een handicap. Zij raadplegen de deskundigen gehandicapten op wijk- en ringniveau (zie 38.8.28.9) om leden met een handicap uit te nodigen. Zij overleggen samen hoe ze in de behoeften van die leden kunnen voorzien.

Activiteitenleid(st)ers voor leden met een handicap worden op aanwijzing van de bisschop-beheerder of ringpresident-beheerder geroepen en aangesteld. De ringpresident kan ook een hogeraadslid aanwijzen om als activiteitenleider voor leden met een handicap te fungeren.

Leid(st)ers die met leden met een handicap (van alle leeftijden) werken, volgen de cursus op ProtectingChildren.ChurchofJesusChrist.org. Zie disability.ChurchofJesusChrist.org voor aanvullende veiligheidseisen voor leid(st)ers.

Activiteitenleid(st)ers voor leden met een handicap wonen desgewenst leid(st)ersvergaderingen op ring- en wijkniveau bij.

Richtlijnen voor activiteitenprogramma’s voor leden met een handicap. Activiteitenprogramma’s voor leden met een handicap bieden deelnemers de gelegenheid om zich geestelijk, sociaal, lichamelijk en verstandelijk te ontwikkelen (zie Lukas 2:52). Leidinggevenden bepalen de frequentie van de activiteiten. Ze nemen het aantal deelnemers, reisafstanden en andere omstandigheden in overweging.

Sommige leden kunnen wellicht vanwege complexe medische, lichamelijke, verstandelijke of gedragsmatige omstandigheden niet deelnemen. Leidinggevenden streven er dan naar om op andere manieren in hun behoeften te voorzien.

Deelname en veiligheidsnormen. Er zijn bij alle activiteiten ten minste twee verantwoordelijke volwassenen aanwezig. Die twee volwassenen kunnen twee mannen, twee vrouwen of een echtpaar zijn. Doorgaans zijn er meer volwassenen nodig om toezicht te houden op activiteiten voor leden met een handicap dan voor andere activiteiten.

Volwassenen die bij activiteiten assisteren, volgen de cursus op ProtectingChildren.ChurchofJesusChrist.org. Zij moeten vóór deelname toestemming van hun bisschop krijgen. Zie disability.ChurchofJesusChrist.org voor aanvullende veiligheidseisen.

Als er ongepast gedrag plaatsvindt, is het de onmiddellijke verantwoordelijkheid van leidinggevenden om de kwetsbare persoon te beschermen en te helpen. Zie 38.6.2.1 en abuse.ChurchofJesusChrist.org voor informatie over wat te doen als er mogelijk sprake is van misbruik of mishandeling.

38.8.28.6

Tolken voor dove of slechthorende leden

Dove of slechthorende leden nemen bij communicatiebehoeften contact op met hun leidinggevenden. Leden en leidinggevenden zorgen er samen voor dat er tolken voorhanden zijn.

Tolken staan zo opgesteld dat de sprekers en zij voor de leden goed te zien zijn. De tolken hoeven zich niet per se op het podium te bevinden.

Bij een verordening of gesprek zit of staat de tolk dicht bij degene die de verordening verricht of het gesprek voert. Zie 38.2.1.2 voor meer informatie over het vertolken van verordeningen en zegens.

Als er genoeg tolken beschikbaar zijn, lossen ze elkaar om de dertig minuten af om vermoeidheid te voorkomen.

In delicate situaties, zoals een persoonlijk gesprek of een kerklidmaatschapsraad, overleggen de leiders met het dove lid. Zij zoeken dan, als het lid dat wenst, een tolk die geen familie is, om het vertrouwelijke karakter te waarborgen.

Diezelfde beginselen zijn van toepassing op leden die doof of slechthorend zijn en geen gebarentaal gebruiken, maar een verbale tolk nodig hebben bij het liplezen.

Leidinggevenden in de wijk of ring kunnen een cursus gebarentaal organiseren. De kerk heeft een woordenboek met Amerikaanse gebarentaaltermen uitgegeven, de Dictionary of Sign Language Terms for The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints.

38.8.28.7

Privacy

Leidinggevenden houden rekening met de privacy van leden met een handicap voor, tijdens en na leid(st)ersvergaderingen waarin behoeften aan de orde komen. Leidinggevenden bespreken zonder toestemming geen diagnoses of andere persoonlijke informatie.

38.8.28.8

Assistentiedieren

Bisschoppen en ringpresidenten bepalen of assistentiehonden van mensen met een handicap in de kerk worden toegelaten. Andere dieren, met inbegrip van emotionele-steundieren (troostdieren), zijn doorgaans niet in kerkgebouwen of bij kerkevenementen toegestaan, tenzij dat wettelijk is vastgelegd. (In de Verenigde Staten heeft de kerk over het algemeen geen wettelijke verplichting om assistentiehonden of emotionele-steundieren in een kerkgebouw toe te laten.) Het is aan bisschoppen en ringpresidenten om hierin plaatselijk een beslissing te nemen. Zij houden rekening met de behoeften van gehandicapte personen en de behoeften van anderen in de unit.

Zie 27.1.3 en disability.ChurchofJesusChrist.org voor aanvullende richtlijnen over het gebruik van assistentiedieren in kerkgebouwen.

38.8.28.9

Deskundige gehandicapten

De bisschap of het ringpresidium roept naar behoefte een deskundige gehandicapten op wijk- of ringniveau. De deskundigen helpen leden met een handicap en hun verzorgers om aan bijeenkomsten en activiteiten van de kerk deel te nemen en erbij te horen.

De deskundigen bieden leden en leidinggevenden als volgt hun steun:

  • Zij leren mensen met een handicap en hun familieleden kennen.

  • Zij reageren op handicapgerelateerde vragen en zorgen van ouders, leidinggevenden en anderen.

  • Zij faciliteren toegang tot materialen, bijeenkomsten en activiteiten van de kerk. Dat kan via technologie en op andere manieren (zie 38.8.28.10).

  • Zij zoeken naar zinvolle mogelijkheden om leden met een handicap een steentje bij te laten dragen.

  • Zij stellen specifieke behoeften van gezinnen vast, alsook eventuele hulpbronnen in de gemeenschap, wijk en ring.

De deskundigen helpen leden met een handicap en hun verzorgers desgewenst om anderen informatie over de handicap te verschaffen.

38.8.28.10

Hulpbronnen

Zie disability.ChurchofJesusChrist.org voor hulpbronnen voor leden met een handicap, voor hun familie en verzorgers, en voor leidinggevenden en leerkrachten. Die website biedt het volgende:

  • Informatie die meer inzicht geeft in de uitdagingen waarmee mensen met een handicap te maken hebben.

  • Hulpbronnen die leden met een handicap en hun familieleden troost in het evangelie van Jezus Christus helpen vinden.

  • Een overzicht van kerkmaterialen in vormen die voor leden met een handicap toegankelijk zijn (zie ook store.ChurchofJesusChrist.org).

Vragen legt men voor aan:

Members with Disabilities

50 East North Temple Street

Salt Lake City, UT 84150–0024, VS

Telefoon: +1 801 240 2477 of +1 800 453 3860, toestel 2-2477

E-mail: disability@ChurchofJesusChrist.org

38.8.29

Andere geloofsrichtingen

In veel andere geloofsrichtingen is veel te vinden dat inspireert, lovenswaardig is en respect afdwingt. De zendelingen en de andere leden gaan tactvol en respectvol met de geloofsovertuiging en tradities van anderen om. Ze mijden ook elke vorm van belediging.

Ring- en zendingspresidenten met vragen over betrekkingen met andere geloofsrichtingen nemen contact op met het gebiedspresidium. Andere plaatselijke leiders met dergelijke vragen nemen contact op met de ring- of zendingspresident.

38.8.30

Betrokkenheid bij politiek en samenleving

De leden van de kerk worden aangemoedigd om deel te nemen aan het politieke en bestuurlijke proces. In veel landen kan dat omvatten:

  • Stemmen.

  • Lid worden van, of zich inzetten voor, een politieke partij.

  • Financiële steun bieden.

  • Communiceren met partijfunctionarissen en -kandidaten.

  • Meedoen aan vreedzame, wettelijk toegestane demonstraties.

  • Werkzaam zijn in een ambt (verkozen of benoemd) bij de plaatselijke en landelijke overheid.

De leden wordt ook aangeraden zich actief in te zetten voor de verbetering van hun woonplaats en te werken aan een gemeenschap die een goede omgeving voor gezinnen is.

In overeenstemming met de plaatselijke wetten worden de leden aangemoedigd om te gaan stemmen, en zich goed in kwesties en kandidaten te verdiepen. Verschillende politieke partijen zetten zich in voor principes die in overeenstemming zijn met het evangelie. De leden van de kerk hebben de plicht zich te informeren over, en steun te geven aan, politici die eerlijk, goed en verstandig zijn (zie Leer en Verbonden 98:10).

De kerk neemt een neutraal standpunt in wat politieke partijen, programma’s en kandidaten betreft. De kerk hecht haar goedkeuring aan geen enkele politieke partij of politicus. Evenmin zegt zij haar leden op wie ze moeten stemmen.

In uitzonderlijke gevallen, als er morele kwesties of gebruiken van de kerk in het geding zijn, kan de kerk een standpunt in politieke aangelegenheden innemen. In dergelijke gevallen mengt de kerk zich mogelijk in politieke discussies om haar standpunten voor het voetlicht te brengen. Alleen het Eerste Presidium is bevoegd om:

  • Het standpunt van de kerk inzake morele kwesties te (laten) verwoorden.

  • Steun van de kerk toe te zeggen of te onthouden inzake specifieke wetgeving.

  • Zich namens de kerk uit te laten over juridische kwesties.

Plaatselijke leiders mobiliseren leden niet om zich actief in politieke kwesties te mengen. Leiders mogen ook niet proberen om de deelname van leden op dit gebied te beïnvloeden.

Kerkleden die een openbaar ambt ambiëren (verkozen of benoemd), moeten niet suggereren dat zij gesteund worden door de kerk of haar leiders. Leidinggevenden en leden van de kerk zeggen of doen ook niets dat opgevat kan worden als kerkelijke steun aan een politieke partij of kandidaat, een politiek platform of beleid.

Zelfs als de kerk een standpunt inneemt inzake een politieke kwestie, vraagt de kerk niet dat verkozen functionarissen op een bepaalde manier stemmen of een bepaald standpunt innemen. Leden met een openbare functie nemen hun eigen beslissingen. Die functionarissen zijn het wellicht niet altijd met elkaar of met een verklaard standpunt van de kerk eens. Zij spreken niet namens de kerk.

Politieke keuzes en voorkeuren behoren niet het onderwerp van lessen of oproepen in de kerk te zijn. Leidinggevenden zorgen ervoor dat de Heiland en zijn evangelie in de bijeenkomsten en activiteiten van de kerk centraal staan.

De leden oordelen elkaar niet in politieke aangelegenheden. Trouwe heiligen der laatste dagen kunnen tot allerlei politieke partijen behoren en op allerlei kandidaten stemmen. Elk lid dient zich in de kerk welkom te voelen.

Het is niet toegestaan kerkdocumenten, adreslijsten en soortgelijk materiaal voor politieke doeleinden te gebruiken.

Het is niet toegestaan het kerkgebouw te gebruiken voor politieke activiteiten. De kerkgebouwen mogen echter als stemlokaal worden gebruikt als er geen redelijk alternatief is (zie 35.4).

38.8.31

Privacy van leden

De leiders van de kerk hebben de plicht de privacy van de leden te waarborgen. Het is niet toegestaan om kerkdocumenten, adreslijsten en soortgelijk materiaal voor particuliere, commerciële of politieke doeleinden te gebruiken (zie ook 38.8.14).

Leidinggevenden in wijken en ringen slaan geen vertrouwelijke kerkgegevens op en delen die niet buiten door de kerk verschafte applicaties, systemen of internetdiensten. Voorbeelden van vertrouwelijke kerkgegevens zijn iemands:

  • Lidmaatschapsstatus.

  • Materiële behoeften.

  • Andere persoonlijke informatie die niet openbaar beschikbaar is.

Berichten van personen of overheidsinstanties met betrekking tot privacywetten dienen onmiddellijk naar het kantoor bescherming persoonsgegevens van de kerk te worden doorgestuurd.

E-mail: DataPrivacyOfficer@ChurchofJesusChrist.org.

Wijk- en ringleiders reageren niet op dergelijke berichten.

Zie ook de ‘Privacykennisgeving’ van de kerk op ChurchofJesusChrist.org. De leden kunnen leidinggevenden in de ring of wijk ook om hulp vragen om het beleid in te zien.

38.8.32

Eigen publicaties

Leden dienen ervan af te zien om een algemeen autoriteit, algemeen functionaris of gebiedszeventiger te vragen om als medeauteur op te treden of zijn of haar goedkeuring te hechten aan publicaties over de kerk of haar leer.

38.8.33

Boodschappen van algemene autoriteiten, algemene functionarissen en gebiedszeventigers opnemen, transcriberen of streamen

Leden mogen de boodschappen van algemene autoriteiten, algemene functionarissen en gebiedszeventigers niet opnemen, transcriberen of streamen. Sommige bijeenkomsten waarin deze leidinggevenden spreken, mogen op aanwijzing van de bisschop of ringpresident echter wel gestreamd worden. Zie 29.7 voor informatie.

Leden mogen thuis wel voor eigen niet-commercieel gebruik opnamen maken van de uitzendingen van de algemene conferentie.

38.8.34

Verwijzen naar de kerk en haar leden

De naam van de kerk is in 1838 aan de profeet Joseph Smith geopenbaard: ‘Want aldus zal mijn kerk in de laatste dagen heten, ja, De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’ (Leer en Verbonden 115:4). Als we de kerk en de leden op de volgende manieren aanduiden, geeft dat de verbondenheid tussen Jezus Christus en de leden van zijn kerk aan.

De volledige naam van de kerk dient zoveel mogelijk gebruikt te worden. Als dan de eerste keer de volledige naam van de kerk is gebruikt, zijn de volgende termen juist en gepast:

  • De kerk

  • De Kerk van Jezus Christus

  • De herstelde Kerk van Jezus Christus

Als we het over kerkleden hebben, zijn de volgende termen juist en gepast:

  • Leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen

  • Heiligen der laatste dagen (de naam die de Heer zijn verbondsvolk in de laatste dagen heeft gegeven)

  • Leden van de Kerk van Jezus Christus

Andere termen voor kerkleden, zoals ‘mormonen’, ‘LDS’ of ‘HLD’, worden afgeraden.

Mormon is correct in eigennamen zoals het Boek van Mormon, of als bijvoeglijk naamwoord in historische uitdrukkingen zoals ‘Mormon Trail’.

De term mormonisme is onjuist, en gebruik ervan wordt ontmoedigd. Verwijs naar de combinatie van de unieke leer, cultuur en levenswijze van de kerk bij voorkeur met de zinsnede ‘het herstelde evangelie van Jezus Christus’.

38.8.35

Vluchtelingen

Veel mensen zijn huis en haard ontvlucht om aan geweld, oorlog, geloofsvervolging en levensbedreigende situaties te ontkomen. In het kader van hun plicht om voor behoeftige mensen te zorgen (zie Mosiah 4:26), bieden kerkleden hun tijd, talenten en vriendschap aan om vluchtelingen als leden van hun gemeenschap welkom te heten. Zie Mattheüs 25:35; ChurchofJesusChrist.org/refugees.

38.8.36

Verzoeken om financiële steun van de kerk

Het beleid van de kerk is erop gericht financiële steun te verschaffen aan mensen in nood en voor gepaste doeleinden.

Financiële steun van de kerk aan hulpbehoevende leden wordt door de bisschop geregeld (zie 22.3.2). Bisschoppen volgen de vastgestelde beginselen en beleidsregels en zorgen er zo voor dat kerkgelden op gepaste wijze aangewend worden (zie 22.4 en 22.5).

Hulpbehoevende leden worden aangemoedigd om met hun bisschop te spreken. Ze nemen geen contact op met de hoofdzetel van de kerk en vragen andere kerkleiders of leden niet om geld. De bisschop schakelt doorgaans leidinggevenden van het ouderlingenquorum of de ZHV in om de behoeften in kaart te brengen.

38.8.37

Onderzoek en enquêtes in de kerk

Het doel van enquêtes en onderzoek in de kerk is betrouwbare informatie verzamelen die de algemene kerkleiding meeneemt in hun afwegingen. De afdeling Coördinatieonderzoek (CRD) is het enige gemachtigde onderzoeksbureau van de kerk. CRD schakelt ook wel derde partijen in om onderzoek te verrichten.

Als door de kerk gemachtigde onderzoekers contact met leden of leidinggevenden opnemen, vermelden ze daar de contactgegevens van een CRD-medewerker bij. Deze medewerker kan vragen over het onderzoek beantwoorden.

CRD streeft ernaar de identiteit en antwoorden van deelnemers aan een enquête of onderzoek te beschermen. Men mag te allen tijde van deelname afzien. Men hoeft sommige of alle vragen niet te beantwoorden.

Ouders of voogden moeten toestemming geven voordat kinderen jonger dan 18 jaar worden uitgenodigd om aan een onderzoek deel te nemen.

Plaatselijk leiders geven geen toestemming voor onderzoeken of enquêtes met betrekking tot de kerk. Zij dragen ook geen leden als kandidaten voor een onderzoek of enquête aan.

CRD houdt zich aan alle privacywetten. Plaatselijke leiders houden zich eveneens aan deze wetten en verschaffen de persoonsgegevens van leden niet aan onbevoegde onderzoekers, enquêteurs en onderzoeksbureaus.

Soms moet voor onderzoeksdoeleinden informatie in kerkbijeenkomsten verzameld worden. Dat geldt in het bijzonder als in het onderzoek de bijeenkomst centraal staat. In dergelijke gevallen zal CRD er samen met plaatselijke leiders voor zorgen dat de aanwezigheid van hun medewerkers niet afleidt van de bijeenkomsten.

Neem contact op met de afdeling Coördinatieonderzoek om een onderzoeksverzoek te verifiëren:

Telefoon: +1 801 240 2727 of +1 800 453 3860, toestel 2-2727

E-mail: research@ChurchofJesusChrist.org

38.8.38

Plaatselijke restricties om het evangelie te verspreiden in acht nemen

De kerk werkt aan de vervulling van Jezus Christus’ opdracht om het evangelie in de hele wereld te verkondigen (zie Mattheüs 28:19). Zendelingen zijn alleen werkzaam in landen waar ze officieel door de plaatselijke overheid erkend en welkom zijn.

De kerk en haar leden respecteren alle wetten en voorschriften met betrekking tot zendingsactiviteiten. In sommige delen van de wereld beperken uitgezonden zendelingen zich bijvoorbeeld tot humanitaire of andere bijzondere hulpverlening. Die zendelingen verkondigen het evangelie niet actief. Er zijn landen waar de kerk geen zendelingen naartoe stuurt.

38.8.39

Veiligheidsmaatregelen in de welzijns- en zelfredzaamheidsbedrijven van de kerk

Veel welzijns- en zelfredzaamheidsbedrijven van de kerk beschikken over machines die bij ondeskundig gebruik letsel kunnen veroorzaken. De ringpresident-beheerder (of anderen op zijn aanwijzing) en de managers van die bedrijven zien erop toe dat zowel de werknemers als de vrijwilligers een veilige werkplek hebben.

De werkers ontvangen geregeld instructie in veiligheidsmaatregelen. De werkplek moet periodiek geïnspecteerd worden. Gevaarlijke situaties voor de gezondheid en veiligheid worden gecorrigeerd. Ook wordt er voortdurend op toegezien dat de instructies worden nageleefd, het gereedschap en de apparatuur correct worden gebruikt en gevaarlijk gedrag wordt nagelaten.

Doorgaans zijn de werkers in deze bedrijven 16 jaar of ouder. De bediening van machines moet overgelaten worden aan volwassen, vakbekwame en ervaren lieden. Alleen volwassenen mogen elektrische apparaten bedienen.

De manager van het bedrijf meldt eventuele ongevallen aan:

  • Welzijns- en zelfredzaamheidsdiensten: +1 801 240 3001 of +1 800 453 3860, toestel 2-3001

  • Afdeling Risicomanagement van de hoofdzetel van de kerk (zie 35.3.6 voor contactgegevens)

38.8.40

Informatie uit betrouwbare bronnen halen

In de huidige wereld is informatie makkelijk voorhanden en te delen. Dit kan een grote zegen zijn voor wie graag goed geïnformeerd willen zijn. Veel informatiebronnen zijn echter onbetrouwbaar en niet opbouwend. Sommige bronnen zetten aan tot boosheid, twist, angst of ongegronde samenzweringstheorieën (zie 3 Nephi 11:30; Mosiah 2:32). Daarom is het belangrijk dat kerkleden bij hun zoektocht naar waarheid wijsheid betrachten.

Leden van de kerk dienen alleen geloofwaardige, betrouwbare en op feiten gegronde informatiebronnen te raadplegen en te delen. Zij mijden bronnen die speculatief of op geruchten gefundeerd zijn. Kerkleden kunnen door de leiding van de Heilige Geest en zorgvuldige studie waarheid van dwaling leren onderscheiden (zie Leer en Verbonden 11:12; 45:57). Wat de leer en het beleid van de kerk betreft, zijn de Schriften, de leringen van de hedendaagse profeten en het Algemeen handboek de gezaghebbende bronnen.

38.8.41

Seminars en vergelijkbare bijeenkomsten

De kerk waarschuwt de leden voor seminars en soortgelijke bijeenkomsten met presentaties die:

  • Heilige zaken minachtend, spottend of anderszins ongepast behandelen.

  • De kerk schade kunnen berokkenen, afbreuk aan haar zending doen of het welzijn van haar leden of leidinggevenden in gevaar brengen.

Leden moeten niet toestaan dat hun positie of status in de kerk gebruikt wordt om dergelijke bijeenkomsten te propageren of hun goedkeuring ervan te suggereren.

Zie 35.4, 38.6.12 en 38.7.8 voor meer informatie. Zie ook Jakob 6:12.

38.8.42

Steun aan leden in de gevangenis, het ziekenhuis of andere instellingen

De ringpresidenten wordt verzocht steun te geven aan leden in de gevangenis, in het ziekenhuis en andere instellingen binnen de ringgrenzen. Zij doen dat via de priesterschapskanalen en overeenkomstig de richtlijnen die de kerk en die instanties hebben opgesteld.

De ringpresident bepaalt welke hulp er per instelling wordt geboden. Ook ziet hij toe op de geboden hulp, daarbij geassisteerd door de plaatselijke priesterschapsleiders. Als de ring moeite heeft om de instellingen binnen haar grenzen van dienst te zijn, kan het gebiedspresidium een of meer nabijgelegen ringen vragen te assisteren.

De ringpresident of een daarvoor aangewezen bisschop kan een priesterschapsdrager roepen om toe te zien op de hulp die de leden in die instellingen krijgen. In gevangenissen moet het contact met mannelijke gedetineerden onderhouden worden door mannen. Een echtpaar kan echter ook contact met mannelijke gedetineerden onderhouden. Minstens twee mannen of twee vrouwen, of een echtpaar, onderhouden het contact met vrouwelijke gedetineerden. Mannen en vrouwen die contact onderhouden met gedetineerden zijn niet alleen met hen.

Erediensten voor leden in de gevangenis, het ziekenhuis of andere inrichtingen kunnen zo nodig worden aangepast aan de behoeften van de betrokkenen. Deze diensten lijken veel op een avondmaalsdienst, hoewel het avondmaal niet wordt bediend aan gedetineerden. In afwijking van het kerkbeleid mogen gedetineerden bij een eredienst in de gevangenis gebeden uitspreken of een toespraak houden, ongeacht hun godsdienst of hun status in de kerk.

Andere hulp die de leden in deze inrichtingen geboden kan worden, omvat goede raad, steun van dienende broeders en zusters, zondagsschool, thuisavond, seminarie of instituut en andere toepasselijke programma’s.

Zie 18.9.1 voor informatie over de bediening van het avondmaal aan leden in ziekenhuizen of verzorgingshuizen. Zie 37.6 voor informatie over de stichting van een wijk of gemeente in een zorgcentrum.

Leidinggevenden kunnen voor meer informatie over steun aan leden in de gevangenis terecht bij de Prison Ministry Group op +1 801 240 2644 of +1 800 453 3860, toestel 2-2644.

38.8.43

Belastbare activiteiten

Leiders in wijk en ring zien erop toe dat de plaatselijke activiteiten de belastingvrijdom van de kerk niet in gevaar brengen. Zie 34.10.1 voor nadere richtlijnen.

38.8.44

Belasting

Kerkleden behoren zich aan de belastingwetten van het land waar ze wonen te houden (zie Geloofsartikelen 1:12; Leer en Verbonden 134:5). Leden die het niet eens zijn met de belastingwetgeving, kunnen die aanvechten voor zover de wetten van hun land dat toelaten.

Kerkleden botsen met de wet en met de leringen van de kerk als zij:

  • Opzettelijk verplichte belastingen niet betalen of weigeren te betalen.

  • Lichtzinnige juridische argumenten bezigen om belastingbetaling te omzeilen.

  • Weigeren gehoor te geven aan een definitief besluit in een belastingzaak waarin ze gehouden zijn belasting te betalen.

Deze leden komen mogelijk niet voor een tempelaanbeveling in aanmerking. Zij worden niet tot een leidinggevende positie in de kerk geroepen.

Een kerklidmaatschapsraad is verplicht als een lid voor de overtreding van belastingwetten strafrechtelijk veroordeeld is (zie 32.6.1.5).

38.8.45

Beleid inzake reizen

Een man en een vrouw moeten niet samen reizen om een kerkactiviteit of -bijeenkomst bij te wonen of om ergens een taak te vervullen, tenzij ze met elkaar zijn getrouwd of beiden alleenstaand zijn. Zie 20.7.7 voor overige reisrichtlijnen.

38.9

Militaire zaken en geestelijke verzorging

Ringpresidenten en bisschoppen zorgen ervoor dat de zegeningen van de kerk binnen bereik komen van de leden die in de krijgsmacht dienen. Zoals uitgelegd in dit hoofdstuk bestaat het kerkprogramma voor leden in de krijgsmacht en de diensten voor de geestelijke verzorging uit:

  • Steun uit ringen en wijken.

  • Kerkoriëntatie voor leden die in de krijgsmacht gaan.

  • Organisatie van wijken, gemeenten of groepen voor leden in de krijgsmacht.

  • Akkoordverklaring voor en steun van geestelijk verzorgers van de kerk.

  • Het garment in de krijgsmacht.

  • Steun van zendingsechtparen toegewezen aan bepaalde militaire bases.

38.9.1

Militaire zaken: leidinggevenden in de ring

Als er zich binnen de ringgrenzen een militaire basis bevindt of als er in een ring leden zijn die in de krijgsmacht dienen, heeft het ringpresidium de taken die in deze paragraaf worden uitgelegd. Als de militaire basis zich niet in een ring maar in een zendingsgebied bevindt, vallen die taken onder de zendingspresident.

Een lid van het ringpresidium ziet toe op de kerkoriëntatie voor opgeroepen militairen in de ring. Hij ziet erop toe dat alle leden die in de krijgsmacht gaan, de oriëntatie bijwonen. De ringsecretaris kan deze oriëntatie coördineren.

Als er op een militaire basis kerkdiensten worden gehouden, sticht de president van de ring waarin zich de militaire basis bevindt een wijk, gemeente of groep voor leden in de krijgsmacht en hun gezin (zie 38.9.4). Voor elk van die units wordt door de ringpresident een bisschap (indien goedgekeurd door het Eerste Presidium), een gemeentepresidium of een groepsleider militairen en assistenten geroepen en aangesteld. Hij houdt ook toezicht op die leiders. De ringpresident geeft de contactgegevens van deze leiders door aan de afdeling Militaire zaken en geestelijke verzorging. Hij kan aan elke groep militairen een wijk toewijzen als steunpunt.

Als er een of meer kerkunits voor militairen zijn gesticht, voorziet de ringpresident, in samenwerking met de afdeling Militaire zaken en geestelijke verzorging, iedere bisschop, gemeentepresident of groepsleider van een aanstellingsbrief. Die brief bevat een functieomschrijving en een machtiging om de unit te presideren en bijeenkomsten te leiden. De geestelijk verzorger op de basis hoort een kopie van die brief te ontvangen.

Een lid van het ringpresidium werkt op elke militaire basis in de ring nauw samen met de geestelijk verzorger met de hoogste anciënniteit. Hij ziet erop toe dat de bisschoppen van de wijken die een militaire basis binnen de grenzen van hun wijk hebben hetzelfde doen. Deze leiders informeren de militair geestelijk verzorger over het zondagse schema, de plek van samenkomst en de contactpersoon, zodat de geestelijk verzorger die informatie kan doorgeven aan de leden op de militaire basis.

De ringpresident voert jaarlijks een gesprek met iedere geestelijk verzorger van de kerk binnen de grenzen van zijn ring. In dit gesprek informeert hij naar het welzijn van de geestelijk verzorger en gaat hij na of de betrokkene zich aan de kerknormen houdt. De ringpresident houdt ook jaarlijks een afzonderlijk gesprek met de huwelijkspartner van iedere geestelijk verzorger.

Een geestelijk verzorger van de kerk en zijn of haar huwelijkspartner behoren een wijk- of ringroeping te hebben. Een geestelijk verzorger die Melchizedeks-priesterschapsdrager is, mag een leidinggevende functie vervullen, zoals in de hoge raad of als presiderend functionaris van een groep, een wijk of gemeente voor militairen zolang een dergelijke roeping zijn militaire plichten niet in de weg staat. Een geestelijk verzorger behoort echter niet voor een kerkfunctie te worden geroepen waarvoor hij aan zendingswerk moeten doen.

De ringpresident mag een geestelijk verzorger vragen om ringraden bij te wonen en verslag uit te brengen over de activiteiten en heractivering in de units op de militaire basis. De geestelijk verzorger kan ook optreden als contactpersoon tussen de legerleiding en de ringpresident. Geestelijk verzorgers kunnen de ringpresident ook laten weten welke leden in de krijgsmacht als groepsleider van leden in de krijgsmacht geroepen zouden kunnen worden en zij kunnen helpen bij heractivering van kerkleden in militaire dienst.

Defensie eist dat een geestelijk verzorger toezicht houdt op elke godsdienstige samenkomst op een militaire basis. Als er een geestelijk verzorger van de kerk op de basis is, wijst defensie deze doorgaans het toezicht toe over de unit van de kerk die daar vergadert. De geestelijk verzorger presideert de kerkdienst alleen als de betrokkene als bisschop, gemeentepresident of groepsleider van leden in de krijgsmacht is geroepen, maar wordt altijd geacht aan de diensten deel te nemen.

38.9.2

Militaire zaken: leidinggevenden in de wijk

Een lid van de bisschap voert vooraf een gesprek met leden die in de krijgsmacht gaan. Hij ziet erop toe dat zij de kerkoriëntatie voor opgeroepen militairen bijwonen.

Als een lid zich meldt bij een militaire basis of naar een nieuwe standplaats wordt overgeplaatst, zorgt een lid van de bisschap ervoor dat hij of zij weet waar de dichtstbijzijnde unit van de kerk is. Informatie over vergadertijden en -plaatsen op militaire bases voor militairen die lid van de kerk zijn, staat op ‘Een kerkgebouw of -gemeente zoeken’ of is verkrijgbaar bij de afdeling Militaire zaken en geestelijke verzorging.

Als een lid in de krijgsmacht gaat, blijft de lidmaatschapskaart in de thuiswijk tot het lid ergens permanent wordt gestationeerd. Hevel de lidmaatschapskaart niet over naar kerkunits op bases waar basis- en vervolgopleidingen plaatsvinden.

De priesterschapsleiders in de thuiswijk corresponderen regelmatig met elk lid van de wijk in de krijgsmacht dat elders is gelegerd. Zij raden gezinnen ook aan om erop toe te zien dat leden uit hun gezin in de krijgsmacht de Liahona ontvangen. Het Church News is ook beschikbaar voor wie het Engels beheerst.

Elke bisschop is verantwoordelijk voor de kerkleden die zich op een militaire basis binnen de grenzen van zijn wijk bevinden. Hij gaat een nauw samenwerkingsverband aan met de geestelijk verzorger met de hoogste anciënniteit op de basis (zie 38.9.1).

38.9.3

Kerkoriëntatie voor opgeroepen militairen

In de kerkoriëntatie voor opgeroepen militairen worden leden die in de krijgsmacht gaan, ingelicht over wat zij in militaire dienst van de kerk kunnen verwachten wat kerkdiensten en activiteiten betreft. Deze oriëntatie kan op wijk- of ringniveau worden gehouden. Een lid van het ringpresidium of de bisschap roept een instructeur voor opgeroepen militairen, bij voorkeur iemand met een militaire achtergrond, om deze oriëntatie te leiden.

Bij de oriëntatie kunnen eventueel de Engelstalige video’s Serving Your Country en Let Not Your Heart Be Troubled bekeken worden. Het lid ontvangt een ‘military scripture set’, een identificatieplaatje van de kerk en de brochure Serving Your Country. Als een lid deze oriëntatie niet bijwoont vóór het aan zijn basisopleiding begint, zorgt de bisschop, gemeentepresident of groepsleider van leden in de krijgsmacht die verantwoordelijk is voor militairen in opleiding ervoor dat het lid die zo spoedig mogelijk op de militaire basis krijgt.

38.9.4

Kerkunits voor leden in de krijgsmacht

Leden in de krijgsmacht maken doorgaans deel uit van een wijk of gemeente in de buurt van de basis waar zij gelegerd zijn. In de volgende situaties kan de ring- of zendingspresident echter een wijk, gemeente of groep voor leden in de krijgsmacht en hun gezin op de basis stichten:

  • Er is geen unit op redelijke reisafstand van de militaire basis waar de kerkleden gelegerd zijn.

  • De militairen zijn in een land gelegerd waar in de plaatselijke wijk of gemeente een taal gesproken wordt die ze niet verstaan.

  • De militairen kunnen de militaire basis niet af vanwege opleidingseisen of andere restricties.

  • De militaire eenheid waarin de kerkleden dienen, is of wordt wegens militaire operaties gestationeerd in een plaats waar de kerk geen units heeft of waar de plaatselijke kerkunit de leden niet voldoende kan opvangen doordat er een andere taal wordt gesproken, of waar het bijwonen van de plaatselijke diensten niet haalbaar is.

  • Leden die reservist of gardist zijn en aan weekendexercities of jaarlijkse oefeningen deelnemen.

Wijken en gemeenten op militaire bases worden gesticht overeenkomstig de procedures in hoofdstuk 37.

Doorgaans wordt er eerder een wijk of een gemeente dan een groep voor leden in de krijgsmacht gesticht, als er behoefte is aan steun voor zowel de militairen als hun gezinsleden. Ook kan er een wijk of gemeente worden gesticht voor militairen zonder hun gezin als men verwacht geruime tijd kerkdiensten en -programma’s te zullen verzorgen voor leden die de basisopleiding volgen of elders gelegerd zijn. Defensie staat kerkleden zonder militaire functies doorgaans niet toe om deel uit te maken van wijken of gemeenten die gebruik maken van gebouwen op de basis.

Als de omstandigheden de stichting van een wijk of gemeente op een militaire basis niet rechtvaardigen, kan de ring- of zendingspresident een groep voor militairen stichten. Een groep voor militairen is een kleine kerkunit die kerkdiensten houdt en over de unitleden waakt. De groepsleider draagt echter geen priesterschapssleutels en is dus niet gemachtigd om tiende en andere offergaven in ontvangst te nemen, leden te begeleiden bij ernstige zonden, lidmaatschapsprivileges in te perken of andere taken te vervullen waar priesterschapssleutels voor nodig zijn. Neem voor informatie over groepen voor leden in de krijgsmacht contact op met de afdeling Militaire zaken en geestelijke verzorging, of ga naar military.ChurchofJesusChrist.org.

Leiders van groepen voor leden in de krijgsmacht in afgelegen gebieden kunnen kerkmateriaal en benodigdheden aanvragen bij de afdeling Militaire zaken en geestelijke verzorging.

Afhankelijk van de behoeften van leden onder de wapenen kunnen de kerkprogramma’s in een wijk, gemeente of groep voor leden in de krijgsmacht die bijeenkomt op een militaire basis, beperkt van opzet en omvang zijn.

Wanneer er een kerkunit op een militaire basis wordt gesticht, is overleg met de geestelijk verzorger met de hoogste anciënniteit op de basis nodig om de tijden van bijeenkomsten en het gebruik van de voorzieningen op de basis te coördineren. Als er geen geestelijk verzorger aan de basis is toegewezen, overlegt de ringpresident met de bevelhebbend commandant.

38.9.5

Groepsleiders in afgelegen of oorlogsgebieden

Hoewel de ring- of zendingspresident doorgaans groepsleiders voor militairen roept en aanstelt, kan dat in afgelegen of oorlogsgebieden niet mogelijk zijn. Aangezien een groepsleider geen priesterschapssleutels ontvangt, is het toegestaan dat hij benoemd wordt zonder te worden aangesteld. De priesterschapsleider die verantwoordelijk is voor het gebied kan een goede Melchizedeks-priesterschapsdrager benoemen tot groepsleider. Wel informeert hij eerst bij diens bisschop en ringpresident of hij de kerknormen naleeft. Als er een geestelijk verzorger van de kerk in het gebied is, kan de priesterschapsleider hem machtigen om een groepsleider te roepen en aan te stellen.

Als een kerklid in de krijgsmacht niet met andere kerkleden kan samenkomen, mag de bisschop hem machtigen om het avondmaal te bedienen en te gebruiken als hij priester in het Aäronisch priesterschap is of het Melchizedeks priesterschap draagt. Als er meerdere kerkleden op een locatie zijn, wordt er een groepsleider geroepen om kerkdiensten te leiden en het avondmaal te bedienen.

Als er een groepsleider is geroepen, wordt de afdeling Militaire zaken en geestelijke verzorging daarvan in kennis gesteld. De groepsleider ontvangt een aanstellingsbrief. Defensie stelt deze brief verplicht voordat de groepsleider kerkdiensten mag houden.

38.9.6

Zending en dienstplicht

In landen waar dienstplicht geldt, zoeken ringpresidenten en bisschoppen uit hoe deze wetten van toepassing zijn op de leden van de kerk die een zending willen vervullen. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld kan iemand die zich aanmeldt voor actief dienstverband voordat hij een zending vervult, zijn dienstverband niet onderbreken voor een zending. Wie zich aanmeldt bij de reservisten of gardisten kan na de voltooiing van de basis- en vervolgopleiding op zending gaan. Leidinggevenden nemen voor aanvullende informatie contact op met de afdeling Militaire zaken en geestelijke verzorging.

38.9.7

Geestelijk verzorgers van de kerk

De afdeling Militaire zaken en geestelijke verzorging zorgt voor een gecentraliseerde ondersteuning voor mannelijke en vrouwelijke geestelijk verzorgers die in verschillende overheidsinstellingen en niet-overheidsinstellingen werkzaam zijn. Deze instellingen omvatten het leger, ziekenhuizen, gasthuisorganisaties, gevangenissen, detentiecentra, politie en brandweer, grenspolitie, burger- en veteranenorganisaties, en hogescholen en universiteiten. Elke organisatie legt vast waaraan de geestelijk verzorger qua opleiding en ervaring moet voldoen, maar heeft ook instemming van de kerk nodig voordat iemand de functie van geestelijk verzorger mag vervullen.

Geestelijk verzorgers bedienen mensen van alle geloofsrichtingen, inclusief heiligen der laatste dagen. Ze zorgen ervoor dat iedereen godsdienstvrijheid wordt toegestaan en komen tegemoet aan de godsdienstige behoeften van wie zij dienen.

De omvang en het type van de bediening die een geestelijk verzorger biedt, varieert sterk afhankelijk van de situatie. Militair geestelijk verzorgers mogen bijvoorbeeld:

  • Niet-confessionele christelijke bijeenkomsten leiden.

  • Burgerlijke huwelijken voltrekken.

  • Bevelhebbers helpen om overlijdensberichten op te stellen.

  • Uitvaart- en herdenkingsdiensten houden.

  • Rouwbegeleiding geven.

  • Zelfmoordpreventietraining leiden.

  • Geestelijke zorg en begeleiding aan zowel de militairen als hun gezin verlenen.

Zie 38.3 voor informatie over geestelijk verzorgers van de kerk en burgerlijke huwelijken voltrekken.

Geestelijk verzorgers mogen kerkleden, onder toezicht van hun priesterschapsleiders, bij het bekeringsproces begeleiden. Leden moeten ernstige overtredingen echter met hun bisschop of ringpresident afwikkelen om het proces te voltooien.

Militaire geestelijk verzorgers van de kerk in een afgelegen of oorlogsgebied mogen aanvullende taken vervullen onder leiding van hun kerkleiders. Geestelijk verzorgers van de kerk die Melchizedeks-priesterschapsdrager zijn, mogen bijvoorbeeld leden in de krijgsmacht roepen en aanstellen. Als zij daar toestemming van kerkleiders voor hebben gekregen, mogen zij ook een gesprek voeren met een lid in de krijgsmacht voor de doop, bevestiging, en ordening tot het Aäronisch of Melchizedeks priesterschap als er door omstandigheden geen contact met voltijdzendelingen of de bisschop of ringpresident van het lid in de krijgsmacht mogelijk is.

Als de taken van geestelijk verzorgers ze ervan weerhouden hun eigen wijk te bezoeken, vragen zij hun ringpresident toestemming om de diensten in een andere wijk te mogen bijwonen.

38.9.8

Het garment in de krijgsmacht

Als een lid dat in de krijgsmacht gaat zijn begiftiging heeft ontvangen, ziet zijn bisschop erop toe dat hij of zij de onderstaande richtlijnen begrijpt.

Zo mogelijk dragen begiftigde leden in de krijgsmacht het garment zoals elk ander lid. Zij voorkomen echter dat het garment in het zicht komt van hen die de betekenis ervan niet begrijpen. Als de omstandigheden dit onvermijdelijk maken, zoeken de leden de leiding van de Geest en gebruiken tact, discretie en wijsheid. Zo kan het beter zijn om het garment tijdelijk niet te dragen en pas weer aan te doen als de situatie dat toelaat. Het garment alleen om redenen van gemak niet dragen, is ongepast.

Als de militaire voorschriften het dragen van een garment onmogelijk maken, is dat niet van invloed op iemands kerkelijke status, op voorwaarde dat hij of zij zich aan de kerknormen houdt. Als leden in de krijgsmacht het garment niet kunnen dragen vanwege militaire voorschriften of omstandigheden die zij niet in de hand hebben, dan hebben zij de plicht en het (voor)recht om het weer te gaan dragen zodra dat kan.

Leden in de krijgsmacht vragen bij hun legeronderdeel aan welke specifieke eisen hun onderkleding moet voldoen, zoals kleur of halslijn. Bij de distributiecentra van de kerk kunnen aangepaste garments worden besteld, die voldoen aan de specificaties van de kerk en het Amerikaanse leger en de Amerikaanse luchtmacht. Dit is een tweedelig lichtbruin garment met een T-shirt met ronde halslijn. Dit draagt men onder het gevechtstenue als de militaire voorschriften dat voorschrijven. Aangezien het T-shirt beschouwd wordt als deel van het uniform zijn de merktekens aan de binnenkant gedrukt, zodat ze niet zichtbaar zijn als het T-shirt zonder het tenue-shirt wordt gedragen.

Als een krijgsmachtonderdeel een andere kleur T-shirt eist, kunnen de voorgeschreven militaire T-shirts worden gekocht en naar Beehive Clothing worden opgestuurd om daar van merktekens te worden voorzien. Zowel de witte als de lichtbruine onderbroek van het garment kan bij dat hemd met voorgeschreven kleur gedragen worden.

Bepaalde synthetische stoffen zijn zeer brandbaar en kunnen gevaar opleveren voor piloten of anderen die aan vuur worden blootgesteld. Alle van nylon en sommige van polyester vervaardigde materialen vallen in die categorie. Militaire autoriteiten hebben aangegeven dat katoen veruit de veiligste stof is om te dragen. In die situaties draagt men een garment van honderd procent katoen.

Als leden een aangepast garment nodig hebben, nemen ze contact op met het distributiecentrum. Ze kunnen eventueel ook het Uniform Garment Marking Order Form gebruiken.

38.9.9

Zendingsechtparen

Gepensioneerde echtparen met een militaire achtergrond worden als zendingsechtparen geroepen naar bepaalde militaire bases om plaatselijke priesterschapsleiders op het gebied van heractivering en behoud van bekeerlingen te assisteren. Ze bieden ook steun aan gezinnen van uitgezonden leden in de krijgsmacht tijdens hun afwezigheid.

38.9.10

Overige informatie

Zie 33.6.8 voor informatie over lidmaatschapskaarten van leden in de krijgsmacht.

Zie 38.2.12.3 voor informatie over patriarchale zegens voor leden in de krijgsmacht.

Zie 38.2.5.4 voor informatie over de ordening van leden in de krijgsmacht in afgelegen gebieden.

Zie 26.3.2 voor informatie over de uitgifte van tempelaanbevelingen in afgelegen gebieden.

Als kerkleiders vragen hebben over militaire zaken, nemen ze contact op met:

Military Relations Division

50 East North Temple Street, Room 2048

Salt Lake City, UT 84150–0020, VS

Telefoon: +1 801 240 2286

E-mail: pst-military@ChurchofJesusChrist.org