2025
Manieren waarop we Jezus Christus volgen
Voor de kracht van de jeugd juni 2025


Manieren waarop we Jezus Christus volgen

We kunnen Jezus Christus volgen door samen met Hem aan zijn werk deel te nemen.

Jezus Christus

Weid mijn schapen, David Koch

Als wij ons laten dopen, beginnen we het proces van de naam van Jezus Christus op ons nemen. President Dallin H. Oaks heeft geschreven: ‘Een van de belangrijkste betekenissen van de naam van Christus op ons nemen [is] de bereidheid en toewijding om het werk van de Heiland en zijn koninkrijk op ons te nemen.’

Het werk van de Heiland is om ‘de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen’. De onsterfelijkheid is een gave die Jezus Christus door zijn opstanding al gegarandeerd heeft. Het eeuwige leven is de grootste gave die God de mensheid kan geven. Het houdt in dat we voor eeuwig in gezinsverband in zijn tegenwoordigheid leven.

Om het eeuwige leven te ontvangen, moeten we trouwe discipelen van Jezus Christus worden. Dat betekent dat we het herstelde evangelie aannemen door geloof in de Heiland en zijn verzoening, bekering, de doop, de gave van de Heilige Geest ontvangen en tot het einde toe volharden.

Gedreven werkzaam

Vervolgens sluiten we ons bij de Heiland aan in zijn werk om Gods kinderen te helpen ook trouwe discipelen van Jezus Christus te worden. We gaan het evangelie delen, het verstrooide Israël vergaderen, taken in de kerk van de Heiland vervullen en ernaar streven om zoals Hij te worden.

zendelingen

President Nelson heeft beaamd: ‘Elke keer dat je iets doet waarmee je iemand – aan deze of de andere kant van de sluier – helpt om een stapje te zetten in de richting van hun verbonden met God en hun noodzakelijke doop- en tempelverordeningen, help je Israël vergaderen.’

Om van het werk van de Heiland ons werk te maken, moeten we ons richten op zijn doeleinden, zijn geboden onderhouden en elkaar liefhebben. Terwijl we op zijn manier zijn werk doen, moeten we sommige dingen zelf uitpluizen. De Heer heeft verklaard:

‘Voorwaar, Ik zeg: De mensen dienen gedreven voor een goede zaak werkzaam te zijn en vele dingen uit eigen vrije wil te doen en veel gerechtigheid tot stand te brengen;

‘want de macht is in hen, waardoor zij naar eigen believen kunnen handelen. En voor zover de mensen goed doen, zullen zij hun beloning geenszins verliezen.’

jongeren dienen

Als we de Heiland volgen, met Hem aan zijn werk deelnemen en anderen helpen om zijn trouwe discipelen te worden, onderwijzen we wat Hij zou onderwijzen, richten we ons op zijn leer, en hebben we in het bijzonder aandacht voor de armen, behoeftigen en kwetsbaren. De Heiland onderwees dit duidelijk toen Hij in een synagoge in Nazareth Jesaja citeerde:

‘De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn, om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid.’

Samen met Jezus Christus deelnemen aan zijn werk is fantastisch omdat zijn werken, plannen en doeleinden niet kunnen ‘worden verijdeld, noch kunnen ze mislukken’. Tegen hen die ontmoedigd zijn, heeft de Heer gezegd: ‘Welnu, word niet moe goed te doen, want u legt het fundament van een groot werk. En uit het kleine komt het grote voort.’

zendelingzusters

Het hart en een gewillige geest

We hebben geen buitengewone talenten of capaciteiten nodig voor het werk van de Heer. Zijn vereiste is enkel toewijding en bereidwilligheid. Hij heeft gezegd: ‘Zie, de Heer verlangt het hart en een gewillige geest.’ De Heer kan de bereidwilligen bekwaam maken. Maar Hij kan of zal de bekwamen niet bereidwillig maken. Hoe getalenteerd we ook zijn, Hij zal ons alleen gebruiken als we toegewijd zijn aan zijn werk en bereid zijn om Hem te helpen.

Samuel en Anna-Maria Koivisto toonden zowel toewijding als bereidwilligheid. Kort na hun huwelijk verhuisden ze wegens carrièremogelijkheden van Finland naar Zweden. Na aankomst werd broeder Koivisto uitgenodigd voor een gesprek met president Leif G. Mattsson, raadgever in het ringpresidium van de ring Göteborg. Omdat Samuel geen Zweeds sprak, spraken ze Engels.

Na een kort gesprek vroeg president Mattsson Samuel om als wijkzendingsleider te dienen. Samuel wees op een voor de hand liggend bezwaar: ‘Maar ik spreek geen Zweeds.’

President Mattsson boog zich over zijn bureau en vroeg nadrukkelijk: ‘Heb ik u gevraagd of u Zweeds spreekt, of bent u bereid de Heer te dienen?’

Samuel antwoordde: ‘U vroeg of ik gewillig was de Heer te dienen. En dat ben ik.’

Samuel nam de roeping aan. Anna-Maria aanvaardde ook roepingen. Beiden dienden trouw en leerden gaandeweg goed Zweeds spreken. Het leven van Samuel en Anna-Maria wordt gekenmerkt door toewijding en bereidheid om de Heer te dienen. Ze hebben me geleerd dat we onze talenten gebruiken om te dienen, en dat de Heer ons dan helpt om zijn doeleinden te bereiken.

Als we bereid zijn om te dienen, doen we ons best om niet te klagen of te morren. Als we niet voorzichtig zijn en geen eeuwig perspectief voor ogen houden en onszelf er niet aan herinneren wiens werk het werkelijk is, kunnen we gaan klagen, morren en wankelen in onze toewijding aan Jezus Christus. Dat kan tot regelrechte opstand tegen de Heer leiden. Uiteindelijk kunnen we ons geloof verliezen.

Ik bid dat we er altijd voor kunnen kiezen om Jezus Christus te volgen door samen met Hem aan zijn werk deel te nemen. Als we dat doen, worden ons de ‘grootste en kostbare beloften geschonken’, zoals vergeving van zonden, heil en verhoging. Ja, ons wordt de grootste gave gegeven die God maar kan geven: het eeuwige leven.