Algemene conferentie
Snel klaarstaan om te helpen, traag om te oordelen
Algemene oktoberconferentie 2026


8:16

Snel klaarstaan om te helpen, traag om te oordelen

Snel klaarstaan om te helpen en traag om te oordelen, is een eenvoudige, zeer bemoedigende manier voor ieder van ons om meer op onze Heiland te lijken.

De gelijkenis van de verbijsterende knopen

‘Een klein [kind] zal ze drijven.’ Enkele jaren geleden kwam deze Schrifttekst echt tot leven voor mij. Dat gebeurde tijdens een jeugdwerkprogramma van de wijk.

Die sabbatmorgen droeg mijn jonge vriend James een nieuw pak. Toen het programma begon, onderzocht James enkele van de interessantere aspecten van zijn nieuwe pak. Wat het meest zijn aandacht trok, waren twee kenmerken van zijn jasje. Op de mouwen van zijn jasje zaten knopen, maar geen gaten. En op de linkerrevers van zijn jasje zat een knoopsgat, maar geen knopen. Noch het knoopsgat, noch de knopen leken een echt doel te dienen.

James bedacht op een slimme manier een doel voor beide. Ik keek vol spanning toe hoe James verrukt zijn rechtermouw aan de linkerrevers van zijn jasje vastknoopte. Zijn zelfvoldaanheid maakte al snel plaats voor paniek, want toen James eenmaal zijn arm tegen zijn borst had geknoopt, kon hij, zelfs met de buigzaamheid van een jeugdwerkkind, zichzelf niet meer losmaken. James had onbedoeld, maar met groot succes, een eenarmige dwangbuis gemaakt.

Toen James steeds meer vast kwam te zitten, kreeg ik steeds meer de zenuwen. Verbijsterende knopen waren voor een ongemakkelijk en in mijn ogen irritant doel gebruikt. Ik schudde teleurgesteld mijn hoofd toen James op het punt stond naar het spreekgestoelte te gaan.

Op dat moment merkte ik het meisje op dat naast James zat. Ze had ook de benarde situatie en toenemende bezorgdheid van James gezien. Maar in plaats van geïrriteerd te raken, wilde zij helpen. Ze had snel in de gaten wat er gedaan moest worden. Ze stak haar hand uit en met haar kleine, milde vingers haalde ze de knoop uit het knoopsgat. James werd bevrijd en het jeugdwerkprogramma was gered!

Ik was opgelucht, maar voelde me ook nederig. Ik herkende de zachte berisping van een verkeerd gebruikte knoop en kleine vingers die me eraan herinnerden om te proberen meer op Jezus te lijken. Dat kleine maar grootse moment hielp me inzien wat ouderling Patrick Kearon het ‘drastisch omvormen’ van mijn ziel heeft genoemd. Ik herinner me het onderwerp van dat jeugdwerkprogramma niet meer. Maar de boodschap die ik via de Heilige Geest ontving, zette me aan tot een geestelijke herschikking. Door een klein kind leerde ik dat een ware discipel van Jezus Christus snel klaarstaat om te helpen en traag is om te oordelen.

De Heiland helpt de vrouw bij de bron (en veroordeelt haar niet)

De Heiland besprak dit liefdevolle beginsel van discipelschap al vanaf het begin van zijn aardse bediening. In het evangelie van Johannes bedient Hij een Samaritaanse vrouw. We weten niet hoe ze heette. We leren haar kennen als ‘de vrouw bij de bron’. Van haar omgang met de Heer Jezus Christus kunnen we wel veel leren. Een essentiële les is het voorbeeld van de Heiland die snel klaarstond met genade en transformerende hulp.

Aan het begin van het gesprek was Jezus moe en vroeg Hij de vrouw onverwachts om wat te drinken. We kunnen ons alleen maar voorstellen hoe vaak deze vrouw al in haar eentje rond dit tijdstip naar deze bron was gekomen – tot op deze dag. Voor haar was het een gewone dag – totdat Jezus verscheen. Op haar gewone dagen had ze misschien veel veroordelende blikken doorstaan, maar weinig helpende handen – tot op deze dag.

Deze vrouw had misschien meer gedaan om veroordeling te rechtvaardigen dan alleen haar mouw aan haar revers te knopen. Het lijkt erop dat ze een reeks verbroken relaties achter de rug had en op dat moment samenwoonde met een man die niet haar echtgenoot was. Maar wat weten we eigenlijk over haar omstandigheden? Was ze weduwe? Gescheiden? In de steek gelaten? We weten het niet. Begrijp me niet verkeerd. Haar verhaal is erg belangrijk, maar dit zijn niet de oordelende details die wij over haar achtergrond hoeven te weten.

Waar richtte Christus zich in plaats daarvan op? Op hulp. Op het aanbieden van ‘levend water’. De grote Verlosser van ons allen wist absoluut alles over deze niet bij naam genoemde vrouw, en Hij kwam naar haar toe om een levende getuige van levend water te zijn. Hij bood haar genade en transformerende hulp.

Hij sprak de vrouw met respect toe, zonder haar te vernederen. Hij luisterde aandachtig naar haar vragen en onderwees haar, zonder spot. Hij hield haar verleden niet tegen haar. Hij vertrouwde haar de waarheid toe. Jezus Christus herinnert ons eraan dat als we mensen willen helpen hun leven te veranderen, we niet alleen naar hun verleden moeten kijken, maar ook naar wat er mogelijk is. Ze liep die dag als paria naar de bron toe. Maar ze liep van de bron weg met een doel. Dat is precies hoe ‘snel klaarstaan om te helpen en traag om te oordelen’ eruitziet.

Komen opdagen op de gewone dagen van vrienden en nieuwe leden

Elke dag ontmoeten zendelingen mensen bij hedendaagse bronnen over de hele wereld. Zij verklaren dat Jezus de Christus is, de grote ‘Ik Ben’. Zij zoeken, onderwijzen, dopen en bevestigen mensen die misschien bang zijn voor een oordeel, maar die hulp nodig hebben. Als discipelen van Jezus Christus wordt ons gevraagd om onze ziel drastisch om te vormen, zodat we vrienden en nieuwe leden op christelijke manieren kunnen helpen. President Dallin H. Oaks heeft ons duidelijk en ondubbelzinnig uitgenodigd om ‘ernaar [te] streven heilig te worden, zoals onze Heiland’. Snel klaarstaan om te helpen en traag om te oordelen, is een eenvoudige, zeer bemoedigende manier voor ieder van ons om heiliger te zijn, meer op onze Heiland te lijken en zijn ware discipelen te zijn.

Ik bid dat als deze hedendaagse mannen en vrouwen bij de bron jou en mij zullen ontmoeten, ze zullen weten dat ze ‘thuis’ zijn gekomen. Ik bid dat zij in jou en mij ijverige discipelen van Jezus Christus zullen herkennen, die klaarstaan om hen met levend, liefdevol water te vullen. Ik getuig dat als we mensen een voor een op onze eigen kleine en eenvoudige manieren helpen in plaats van ze te oordelen, we de wereld op de wederkomst van Jezus Christus voorbereiden. Dat getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. Jesaja 11:6.

  2. Ik vertel dit verhaal met toestemming van James en zijn familie.

  3. Zie ‘Ik wil graag als Jezus worden’, Kinderliedjes, p. 40–41.

  4. Zie Russell M. Nelson, ‘De Heer Jezus Christus zal wederkomen’, Liahona, november 2024, 121; zie ook Ronald A. Rasband, ‘Voor onze ogen’, Liahona, mei 2025, 13–14, 17.

  5. Patrick Kearon, ‘God wil u naar huis leiden’, Liahona, mei 2024, 88.

  6. President Dallin H. Oaks heeft het volgende gezegd over traag zijn om anderen te oordelen: ‘We mogen geen definitief oordeel vellen over mensen omdat het ons aan de kennis en wijsheid ontbreekt om dat te doen. […] De wijze waarop de Heer het laatste oordeel velt, is zijn volmaakte kennis toepassen van de wet die iemand heeft ontvangen. Hij zal zijn of haar hele leven oordelen op basis van zijn of haar omstandigheden, motieven en daden.’ (‘“Judge Not” and Judging’, Ensign, augustus 1999, 8; zie ook Mattheüs 7:1–5; Lukas 6:37–42; 3 Nephi 14:1–12; Mormon 8:20.) Jezus onderwees ook consequent dat anderen helpen een kenmerk van ons discipelschap zou moeten zijn (zie Mattheüs 5:38–47; Markus 10:45; Lukas 10:30–37). In het Boek van Mormon komt dit kenmerk van discipelschap in veel passages naar voren, waaronder de prachtige beschrijvingen van manieren waarop we ons doopverbond kunnen naleven. Deze passages beschrijven de vele manieren waarop we anderen helpen en dienen (zie Mosiah 18:8–11; zie ook Jakob 2:17–19; Alma 1:26–27; 3 Nephi 13:1–4). Jezus Christus toonde ons het volmaakte voorbeeld van helpen zonder te oordelen toen Hij aan de Nephieten verscheen en ‘nog wat langer bij hen [bleef]’ (3 Nephi 17:5). Hij spaarde elk oordeel, voorzag in elke nood en genas elke wond, eenvoudigweg omdat Hij ‘vervuld [was] met medelijden’ en ‘barmhartigheid’ (3 Nephi 17:6, 7).

  7. Zie Johannes 4:4–42. Anderen die in het Nieuwe Testament een bedieningsgesprek met de Heiland hadden, zijn onder meer de rijke jongeling (zie Mattheüs 19:16–22), de dief aan het kruis (zie Lukas 23:39–43), Nicodemus (zie Johannes 3:1–21), de man bij het bad van Bethesda (zie Johannes 5:2–15), Pontius Pilatus (zie Johannes 18:33–38), Maria Magdalena (zie Johannes 20:11–18) en Simon Petrus (zie Johannes 21:15–19). In het Boek van Mormon raakte Jezus Christus zijn discipelen ‘één voor één’ krachtig aan en sprak Hij tot ieder van hen persoonlijk (3 Nephi 18:36; zie ook 28:1–3).

  8. In de tijd dat de Heiland de vrouw bij de bron ontmoette, was de culturele en religieuze vijandigheid tussen Joden en Samaritanen diepgeworteld. President Dallin H. Oaks heeft dat als volgt samengevat: Samaritanen ‘behoorde[n] tot een groep die door de Joden geïsoleerd en veracht werd’. (‘Levend in Christus’, Liahona, mei 2026, 85.) Het was dus veelzeggend dat Jezus besloot dat Hij door Samaria moest gaan (zie Johannes 4:4; cursivering toegevoegd). Zijn besluit om opzettelijk naar Samaria te gaan en met een Samaritaanse vrouw te spreken, was sociaal gezien radicaal en geestelijk diepzinnig. President Oaks heeft in de algemene aprilconferentie van 2026 verder gezegd dat levend zijn in Christus ook inhoudt dat we vredestichters zijn (zie ‘Levend in Christus’, 85–87). Het is dus zeer opmerkelijk, maar totaal niet verrassend, dat de Heiland bij een van de eerste daden in zijn aardse bediening een vredestichter voor de vrouw bij de bron was.

  9. Zie Johannes 4:7. Dit was niet de laatste keer dat de Heiland moe was en om iets te drinken vroeg. Aan het einde van zijn aardse bediening, uitgeput door zijn lijden, hing Jezus aan het kruis en vroeg Hij weer om wat te drinken (zie Johannes 19:28). Als we nadenken over Jezus Christus’ bediening aan de vrouw bij de bron, laten we dan ook denken aan het moment waarop Hij weer moe en dorstig was. De gekruisigde Heiland van de wereld stond weer klaar om te helpen en was weer traag om te oordelen. Hij offerde zijn leven voor ons (zie Johannes 19:30).

  10. Er is een uitdrukking in het Engels en in veel Europese talen dat men ‘niet te vaak naar de bron moet gaan’. Dat gaat over het beginsel dat iemand die te vaak naar dezelfde hulpbron gaat, het risico loopt de waarde van die bron uit te putten totdat die uiteindelijk [figuurlijk] opdroogt. (Zie The Free Dictionary, ‘go to the well too many times’, idioms.thefreedictionary.com.) Hoewel deze uitdrukking op wereldse hulpbronnen van toepassing is, gaat die niet op wanneer we het over Jezus Christus hebben. We kunnen Hem nooit te vaak bij onze eigen bron ontmoeten (zie Mosiah 26:30). Onze moeite om steeds toegang tot de verzoening van Jezus Christus te krijgen, doet niets af aan de doeltreffendheid ervan, want die is oneindig. Bisschop W. Christopher Waddell heeft het prachtige verband beschreven tussen de verzoening van Jezus Christus en de niet-oordelende hulp die zijn broer, die aan kanker stervende was, ontving: ‘Dankzij geweldige mensen die een behoefte onderkenden en niet oordeelden, maar dienden zoals de Heiland, was het voor Mike niet te laat. […] We moeten wel bedenken dat het nooit te laat is en dat niemand ooit zo ver van het pad is afgedwaald dat hij zich buiten het bereik van de oneindige verzoening van Jezus Christus bevindt, die oneindig in duur en reikwijdte is.’ (‘Net als Hij’, Liahona, mei 2019, 21; cursivering toegevoegd.)

  11. Johannes 4:10.

  12. In het kader van zijn aanbod om te helpen, was de Heiland niet bang om deze nieuwe discipel te vragen een taak op zich te nemen (zie Johannes 4:7). Hoewel de vrouw niet meteen positief reageerde op het verzoek van Jezus, aanvaardde zij uiteindelijk, na de nodige persoonlijke aandacht, vreugdevol de belangrijkste opdracht: de wereld vertellen dat Jezus de Messias is. Als ware volgelingen van Jezus Christus en zijn voorbeeld moeten we niet bang zijn om mensen, vooral nieuwe leden, uit te nodigen anderen te dienen en te helpen als onderdeel van hun reis op het verbondspad. (Zie Mosiah 5:2; zie ook Dale G. Renlund, ‘De machtige verandering in het hart behouden’, Liahona, november 2009, 99.)

  13. Zie Psalmen 85:11.

  14. Onze hemelse Vader en Jezus Christus erkennen ons potentieel om tot de best mogelijke versie van onszelf uit te groeien. (Zie Dale G. Renlund, ‘Je voorbereiden om de Heiland te ontmoeten’, Liahona, mei 2025, 44.)

  15. Zie Johannes 4:29. De soort hulp die de Heiland bood, hield niet in dat de vrouw uit haar gecompliceerde leven werd gehaald of dat haar moeilijke omstandigheden veranderden. In plaats daarvan stelde zijn aanbod van hulp haar in staat om met een nieuw doel haar leven weer op te pakken. David A. Bednar heeft als president van de Brigham Young University-Idaho gezegd: ‘Wanneer jij en ik de instaatstellende kracht van de verzoening begrijpen en gebruiken, zullen we bidden om de kracht om zelf onze omstandigheden te veranderen, niet om dat aan God over te laten.’ (‘In the Strength of the Lord’ [devotional aan de Brigham Young University, 23 oktober 2001], 4, speeches.byu.edu.)

  16. We zien hoe standvastig Gods karakter is als we aan een andere vrouw bij de bron denken die ook hulp nodig had in plaats van veroordeling. In Genesis 16 vluchtte Hagar na een hevig emotioneel conflict weg van Abram en Sarai, en was ze alleen in de woestijn. Er verscheen een engel aan Hagar toen ze bij een bron stopte. Nadat ze hemelse bemoediging, begrip en een uitnodiging had ontvangen, zei Hagar: ‘U bent de God Die naar mij omziet!’ (Vers 13.) De bron of put waar de Heer Hagar opzocht, kreeg de naam ‘Lachai Roi’, wat ‘De Levende Die naar mij omziet’ betekent (zie Genesis 16:14, voetnoot). Als we ernaar streven om heiliger te zijn in ons eigen bedieningswerk, kunnen we misschien Hagars dienende engel navolgen en het middel zijn waardoor iemand te weten komt dat onze hemelse Vader en Jezus Christus werkelijk naar hem of haar in zijn of haar woestijn omzien.

  17. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Heiland, toen Hij met de vrouw bij de bron sprak, het voorbeeld gaf van wat ‘het doel van het zendingswerk’ is geworden. In hoofdstuk 1 van Predik mijn evangelie staat dat het doel van iedere zendeling is: ‘Anderen uitnodigen tot Christus te komen door met jouw hulp het herstelde evangelie aan te nemen, met geloof in Jezus Christus en zijn verzoening, bekering, de doop, de gave van de Heilige Geest en volharding tot het einde.’ (Predik mijn evangelie, [2023], 1; cursivering toegevoegd.) Jezus nodigt de vrouw bij de bron uit om tot Hem te komen en helpt haar daar dan bij.

  18. Exodus 3:14; zie ook Johannes 4:26.

  19. Ouderling Quentin L. Cook heeft verteld dat in drie jaar tijd bijna 900.000 mensen zich als bekeerling met De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen hebben verbonden. (Zie ‘De Heer bespoedigt zijn werk’, Liahona, november 2025, 48.) Op een gegeven moment was ieder van die nieuwe leden, op zijn of haar eigen manier, een man of vrouw bij de bron.

  20. President Dieter F. Uchtdorf heeft getuigd dat een ontmoeting met Jezus Christus ons voor eeuwig verandert. Hij heeft ook gezegd dat ontmoetingen met discipelen van Jezus Christus levens zouden moeten veranderen. (Zie ‘Ontmoeting bij het lege graf’, Liahona, mei 2026, 58–61.)

  21. Dallin H. Oaks, ‘Levend in Christus’, 87.

  22. Hulp naar het voorbeeld van Christus stimuleert discipelschap met geestelijk vertrouwen. Nadat hij hulp van Jezus Christus ontving, had Petrus het vertrouwen om zijn grote visvangst achter te laten en Hem te volgen (zie Lukas 5:11). Ook de vrouw bij de bron had nadat ze hulp van de Heiland had gekregen het vertrouwen om haar waterkruik te laten staan en iedereen over de Messias te vertellen (zie Johannes 4:28).

  23. Zie Clark G. Gilbert, ‘Kom naar huis’, Liahona, mei 2026, 15–17.

  24. President Dieter F. Uchtdorf heeft ons hieraan herinnerd: ‘“U [moet] elkaar liefhebben”, heeft Jezus gezegd. “Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent” [Johannes 13:34–35]. Heel vaak krijgt iemand voor het eerst een getuigenis van Jezus Christus als hij of zij liefde onder de discipelen van Jezus Christus voelt.’ (‘Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent’, Liahona, mei 2025, 51–52.)

  25. President Dieter F. Uchtdorf heeft samengevat hoe onze kleine, soms onopgemerkte gaven ons in staat stellen om eenvoudige dingen te doen die de nodige soort hulp vertegenwoordigen om levens te veranderen: ‘Ik wil graag enkele gaven van de Geest noemen die ik bij veel leden over de hele wereld heb opgemerkt. Overweeg of jij met een of meer van deze bent gezegend: medeleven tonen, mensen opmerken die over het hoofd worden gezien, […] oprechte complimenten geven, […] dingen eenvoudig uitleggen, […] anderen laten weten dat ze erbij horen. […] Ik hoop dat je inziet hoe waardevol ze voor het werk van de Heer zijn, en dat jij door jouw gaven misschien een van Gods kinderen hebt geraakt, gezegend of zelfs gered.’ (‘Doe je deel met heel je hart’, Liahona, november 2025, 23; zie ook Gerrit W. Gong, ‘Niemand zit alleen’, Liahona, november 2025, 40–43.) In afdeling 46 van de Leer en Verbonden benadrukt de Heer dat het werkelijke doel van onze geestelijke gaven, of die nu groot of klein zijn, is om de kinderen van onze hemelse Vader te helpen (zie Leer en Verbonden 46:8–10, 26).

  26. President D. Todd Christofferson heeft gezegd: ‘Het karakter van Christus aannemen, is niet alleen een kwestie van persoonlijke voorbereiding, maar een belangrijk onderdeel van de voorbereiding van de wereld op de wederkomst van de Heer en zijn heerlijke millenniaanse regering. We zijn geneigd de invloed van christelijke mensen in de wereld te onderschatten, maar één voor één is altijd Jezus’ benadering geweest om de samenleving te veranderen en zijn koninkrijk te vestigen.’ (‘Het karakter van Christus’, Liahona, mei 2026, 92.)