Als een klein kind
Ik getuig dat baby’s, kinderen en jongeren een weerspiegeling zijn van Gods koninkrijk op aarde dat in al zijn kracht en schoonheid tot wasdom komt.
Jezus begon aan het laatste jaar van zijn sterfelijk leven met intensievere training van zijn apostelen. Wilden zijn boodschap en zijn kerk na Hem voortbestaan, dan moest er meer bezinken in het hart van twaalf heel gewone mannen, die Hem amper 24 maanden kenden.
Op zekere dag merkte Jezus dat ze onderling onenigheid hadden. Hij vroeg: ‘Waarover had u het met elkaar onderweg?’ Kennelijk in verlegenheid gebracht ‘zwegen’ zij, zo luidt het verslag. Maar de grootste van alle leraren bespeurde in de overweging van hun hart de eerste zweem van eigenwaan. Daarom ‘riep [Hij] een kind bij Zich. […]
‘En Hij zei: Voorwaar, Ik zeg u, als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan.
‘Wie zich dan zal vernederen als dit kind, die is de belangrijkste in het Koninkrijk der hemelen.’
Goed om te bedenken dat koning Benjamin, nog voor de geboorte van Christus, in zijn afscheidsrede deze diepzinnige opmerking over de nederigheid van een kind maakte. Er staat: ‘De natuurlijke mens is een vijand van God, […] en zal dat voor eeuwig en altijd zijn, tenzij hij […] een heilige wordt door de verzoening van Christus, de Heer, en wordt als een kind: onderworpen, [ootmoedig,] vol liefde, […] ja, zoals een kind zich aan zijn vader onderwerpt.’
Uiteraard zijn er ook kinderlijke neigingen die we niet aanmoedigen. 25 jaar geleden beet mijn toen 3-jarige kleinzoon zijn 5-jarige zus in de arm. Mijn schoonzoon, die op die bewuste avond voor de kinderen zorgde, gaf zijn dochter verwoed alle lessen over vergeving die hij kon bedenken, omdat hij concludeerde dat haar broertje waarschijnlijk geen idee had hoe een beet in je arm voelt. Die onhandige vaderlijke les werkte ongeveer een minuut, misschien anderhalve minuut, totdat er een enorme gil uit de kinderslaapkamer kwam, waarna mijn kleindochter kalm riep: ‘Nu voelt hij ’t zelf.’
Welke levenslessen kunnen we dan wél trekken uit de deugden die kinderen tentoonspreiden? Wat bewoog Christus tot tranen tijdens de meest teergevoelige scène in het hele Boek van Mormon? Wat verkondigde Jezus toen Hij vuur en beschermende engelen uit de hemel omlaag riep om die kinderen te omringen en de volwassenen beval: ‘Zie uw kleinen’?
We weten niet hoe Hij daartoe kwam, maar ik ben geneigd te denken dat het te maken had met hun zuiverheid en onschuld, hun ingeboren nederigheid, en wat die ons kunnen brengen als we eraan vasthouden.
Waarom zijn onze dagen van wanhoop door iemand beschreven met ‘ijdelheid der ijdelheden’? Hoe komt het dat ‘de ijdele inbeelding en de hoogmoed van de mensenkinderen’ het grote en ruime gebouw kenmerken dat in Lehi’s visioen geestelijk dood was? En de Zoramieten, die groep die zo zelfingenomen bad? Over hen zei Alma: ‘O God, zij roepen U aan met hun mond, terwijl zij opgeblazen zijn […] door de ijdelheden van de wereld.’
Is er daarentegen iets lieflijker, zuiverder of nederiger dan een kind in gebed? Alsof de hemel dan in de kamer is afgedaald. God en Christus zijn heel echt voor hen, maar voor anderen kan die ervaring later oppervlakkiger zijn.
Ouderling Richard L. Evans haalde ongeveer zestig jaar geleden deze uitspraak aan: ‘Velen van ons beweren dat we christenen zijn; toch […] nemen we Hem niet serieus. […] We respecteren Hem, maar we volgen Hem niet. […] We citeren zijn woorden, maar we leven er niet naar.’ ‘We bewonderen Hem, maar we aanbidden Hem niet.’
Het leven zou er anders uitzien als de wereld Hem hoger zou achten dan het onderwerp van een godslasterlijke vloek zo nu en dan.
Maar kinderen houden echt van Hem en die liefde kan overslaan naar hun andere relaties in de speeltuin van het leven. Al wanneer ze heel jong zijn, kunnen kinderen doorgaans makkelijk liefhebben, makkelijk vergeven en zo hartelijk lachen dat zelfs het kilste, hardste hart smelt.
En de lijst is nog lang niet af. Puurheid? Vertrouwen? Moed? Karakter?
Aanschouw met mij de nederigheid voor God die een dierbare jonge vriend van me betoonde.
Op 5 januari 2025 – 91 dagen geleden – ontving Easton Darrin Jolley het Aäronisch priesterschap en werd hij tot diaken in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen geordend.
Easton had er zo lang hij zich kon herinneren naar verlangd om het avondmaal van de Heer rond te dienen. Maar deze heilige gelegenheid ging gepaard met een knoop in zijn maag van de angst dat hij zou falen, dat hij zou vallen, dat hij geplaagd zou worden, of zichzelf en zijn familie zou beschamen.
Easton heeft namelijk een zeldzame, zeer destructieve ziekte: Ullrich congenitale spierdystrofie. De ziekte heeft hem in zijn jonge leven steeds meer gigantische uitdagingen opgeleverd, en zijn hoop en dromen voor de toekomst uiteen doen spatten. Binnenkort zal hij permanent in een rolstoel belanden. Zijn familie praat niet over hetgeen hem daarna te wachten staat.
Op de zondag na zijn ordening zou Easton voor het eerst het avondmaal ronddienen. En zijn stille motivatie was dat hij zelf deze heilige zinnebeelden aan zijn vader kon aanbieden, die de bisschop van de wijk was. Terwijl hij hiernaar uitzag, had hij gesmeekt en gepleit, gehuild en gesmeekt om de garantie te krijgen dat niemand, niemand, hem zou proberen te helpen. Om allerlei persoonlijke redenen wilde hij dit per se alleen en zonder hulp doen.
Nadat de priester het brood had gebroken en gezegend – een zinnebeeld van het gebroken lichaam van Christus – strompelde Easton ondanks zijn gebroken lichaam naar voren om zijn schaal aan te nemen. Er waren echter drie flinke traptreden van de vloer naar het podium. Dus toen hij zijn schaal had, strekte hij zich zo hoog mogelijk uit en zette hij de schaal op het platte vlak boven de trapleuning. Toen ging hij op een van de hogere traptreden zitten en trok zijn rechterbeen met beide handen op de eerste trede. Daarna trok hij zijn linkerbeen op dezelfde trede en zo verder, totdat hij steil omhoog de top van zijn eigen driedelige Mount Everest had bereikt.
Vervolgens manoeuvreerde hij zichzelf naar een stevig houvast waarmee hij kon opstaan. Hij ging terug naar de schaal. Nog een paar stappen en hij stond voor de bisschop, zijn vader, die zich met betraande ogen en wangen moest inhouden om deze volmaakt moedige, getrouwe zoon niet te omarmen. En Easton had zeker uit opluchting en met een brede glimlach kunnen zeggen: ‘Ik heb mijn vader verheerlijkt en heb het werk volbracht dat hij mij gegeven heeft om te doen.’
Geloof, trouw, puurheid, vertrouwen, eergevoel en, uiteindelijk, liefde voor die vader die hij zo graag wilde behagen. Deze eigenschappen en een tiental andere maken dat wij ook zeggen: ‘Wie zich dan zal vernederen als dit kind, die is de belangrijkste in het Koninkrijk der hemelen.’
Zusters, broeders en vrienden, bovenaan de lijst met de mooiste taferelen die ik ken, staan baby’s, kinderen en jongeren die net zo plichtsgetrouw en van onschatbare waarde zijn als zij die ik vandaag genoemd heb. Ik getuig dat zij een weerspiegeling zijn van Gods koninkrijk op aarde dat in al zijn kracht en schoonheid tot wasdom komt.
Ik getuig eveneens dat Joseph Smith, zo jong als hij was, echt zag wat hij zei dat hij zag en dat hij sprak met Hen van wie hij zei dat hij Ze sprak. Ik getuig dat Russell M. Nelson, nederig en puur als hij is, Gods geordende en door Hem begenadigde profeet en ziener is. Ik heb mijn hele leven veel gelezen en ik getuig dat het Boek van Mormon het waardevolste boek is dat ik ooit heb gelezen. Het is waarlijk de sluitsteen van mijn bescheiden onderkomen in een koninkrijk met vele woningen. Ik getuig dat het priesterschap en gebed mij behouden hebben – het priesterschap van Christus en jullie gebeden. Ik weet dat dit alles waar is en getuig ervan in de naam van de getrouwste en nederigste van al Gods zonen: de Alfa en Omega, de grote Ik ben, de Gekruisigde, de getrouwe Getuige, ja, de Heer Jezus Christus. Amen.