2019
Hoofdstuk 1: Verzamel een groep reizigers
Juli 2019


Hoofdstuk 1

Verzamel een groep reizigers

Duizenden heiligen der laatste dagen verstomden toen de stem van Lucy Mack Smith weerklonk in de grote zaal op de begane grond van de bijna voltooide Nauvootempel.

Het was de ochtend van 8 oktober 1845, de derde en laatste dag van de herfstconferentie van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Lucy wist dat ze niet vaak meer de kans zou krijgen om de heiligen toe te spreken, vooral omdat ze zich klaarmaakten om Nauvoo te verlaten en in het verre westen een nieuw leven op te bouwen. Daarom sprak ze uit alle macht die haar zwakke, 70 jaar oude lichaam kon opbrengen.

‘Op 22 september was het achttien jaar geleden dat Joseph de platen opgroef,’ getuigde ze, ‘en vorige maandag was het achttien jaar geleden dat Joseph Smith, de profeet van de Heer…’1

Ze zweeg even en dacht aan haar zoon, die de marteldood was gestorven. De aanwezige heiligen wisten al dat een engel van de Heer hem naar gouden platen had geleid die in een heuvel met de naam Cumorah waren begraven. Ze wisten dat Joseph de platen door de gave en macht van God had vertaald, en dat de kroniek als het Boek van Mormon was gepubliceerd. Maar hoeveel heiligen in de zaal hadden hem werkelijk gekend?

Lucy herinnerde zich nog goed dat de toen amper 21-jarige Joseph haar vertelde dat hij de platen van God in ontvangst had mogen nemen. Ze had zich de hele ochtend zorgen gemaakt dat hij met lege handen de heuvel zou afdalen, net als de vier voorgaande jaren. Maar toen hij binnenkwam, had hij haar meteen gerustgesteld. ‘Wees niet bezorgd’, had hij gezegd. ‘Alles is in orde.’ Hij had haar vervolgens de uitleggers laten vasthouden waarin de Heer had voorzien om de platen te vertalen. Ze waren in een zakdoek gewikkeld, en vormden een tastbaar bewijs dat hij de kroniek in bezit had mogen nemen.

In die periode geloofde nog maar een handjevol mensen in hem, voornamelijk leden van de familie Smith. En nu woonden er meer dan 11.000 heiligen uit Noord-Amerika en Europa in Nauvoo (Illinois), de plek waar de kerk de afgelopen zes jaar bijeen was gekomen. Sommigen waren nog niet lang lid. Ze hadden nooit de kans gehad om Joseph of zijn broer, Hyrum, te ontmoeten voordat die in juni 1844 door een bende waren doodgeschoten.2 Daarom wilde Lucy het over de doden hebben. Voordat de heiligen vertrokken, wilde ze getuigen van Josephs profetische roeping en de rol van haar gezin in de herstelling van het evangelie.

Al meer dan een maand werden de huizen en winkels van de heiligen in naburige gehuchten door bendes burgerwachten in brand gestoken. Veel gezinnen vreesden voor hun leven en dachten dat ze in Nauvoo betrekkelijk veilig zouden zijn. Maar met het verstrijken van de weken waren de bendes alleen maar sterker en beter georganiseerd geworden, en al gauw braken er gewapende schermutselingen uit tussen hen en de heiligen. De overheid van de staat en het land stak geen vinger uit om de rechten van de heiligen te vrijwaren.3

De kerkleiders wisten dat het maar een kwestie van tijd was voordat de bendes in Nauvoo zouden toeslaan. Daarom hadden ze geprobeerd de gemoederen te bedaren door te beloven dat er tegen de lente geen heiligen meer in de county zouden zijn.4

Brigham Young en de andere leden van het Quorum der Twaalf Apostelen werden door goddelijke openbaring geleid in hun plannen om de heiligen meer dan 1.600 km naar het westen te verhuizen, aan de andere kant van de Rocky Mountains en buiten de toen geldende landsgrenzen van de Verenigde Staten. In hun hoedanigheid van presiderend quorum van de kerk hadden de Twaalf deze beslissing op de eerste dag van de herfstconferentie aan de heiligen kenbaar gemaakt.

Apostel Parley Pratt had verklaard: ‘De Heer wil ons naar een ruimer werkveld leiden, waar we de ware beginselen van vrijheid en gelijke rechten kunnen genieten.’5

Lucy wist dat de heiligen haar zouden helpen als ze besloot te vertrekken. Het was de heiligen in openbaringen geboden bij elkaar te blijven, en de Twaalf waren vastbesloten de wil van de Heer te doen. Maar Lucy was al oud. Ze dacht dat ze niet lang meer te leven had. Ze wilde na haar dood in Nauvoo begraven worden, dichtbij Joseph, Hyrum en andere overleden familieleden, zoals haar echtgenoot, Joseph Smith sr.

Bovendien waren de meeste van haar familieleden van plan in Nauvoo te blijven. Haar enige nog levende zoon, William, was lid van het Quorum der Twaalf geweest, maar had hun leiderschap verworpen en weigerde naar het westen te trekken. Haar drie dochters – Sophronia, Katharine en Lucy – wilden ook blijven waar ze waren. Ook haar schoondochter Emma, de weduwe van de profeet, wilde blijven.

In haar toespraak tot de gemeente maande Lucy haar toehoorders aan zich geen zorgen te maken over de komende reis. ‘Laat u niet ontmoedigen door de gedachte dat u niet aan huifkarren en uitrusting kunt komen’, zei ze. In weerwil van armoede en vervolging had haar eigen gezin het gebod van de Heer om het Boek van Mormon te publiceren, gehoorzaamd. Ze moedigde hen aan om naar hun leiders te luisteren en goed met elkaar om te gaan.

‘Brigham zei al dat ieder van u eerlijk moet zijn, anders zult u er niet geraken’, zei ze. ‘Als u kwaad wordt, zult u problemen ondervinden.’

Lucy sprak ook over haar gezin, over de verschrikkelijke vervolging die ze in Missouri en Illinois hadden meegemaakt, en de beproevingen die voor de heiligen in het verschiet lagen. ‘Ik bid dat de Heer de leiders van de kerk, broeder Brigham en de anderen, zal zegenen’, zei ze. ‘Wanneer ik het tijdelijke voor het eeuwige verwissel, wil ik ieder van u daar ontmoeten’6

In januari 1846 kwam Brigham vaak samen met het Quorum der Twaalf en de Raad van Vijftig, een organisatie die toezicht hield op de stoffelijke aangelegenheden van Gods koninkrijk op aarde. Samen stippelden ze de beste en snelste weg uit om Nauvoo te evacueren en een nieuwe nederzetting voor de heiligen te stichten. Heber Kimball, een van de apostelen, stelde voor dat ze zo snel mogelijk met een kleine groep heiligen westwaarts zouden reizen.

Hij raadde aan: ‘Verzamel een groep reizigers die zich kunnen voorbereiden om onmiddellijk te vertrekken zodra hun wordt gevraagd af te reizen en op verkenning te gaan naar een plek voor hun gezinnen en de minderbedeelden.’

Apostel Orson Pratt merkte op: ‘Als we een groep mensen vooruitsturen om in de komende lente gewassen te zaaien, moeten ze op 1 februari kunnen vertrekken.’ Hij stelde de vraag of het niet verstandiger zou zijn om dichterbij te blijven, zodat ze eerder met zaaien konden beginnen.

Brigham voelde daar niet veel voor. De Heer had de heiligen al opgedragen naar de omgeving van het Grote Zoutmeer te trekken. Het meer lag in het Grote Bekken, een immens, komvormig dal omgeven door bergen. Het dal bestond voornamelijk uit droge woestijngrond, die zeer moeilijk te bebouwen was. Daarom waren de meeste Amerikanen niet geïnteresseerd om westwaarts te trekken.

Brigham redeneerde: ‘Als we naar het voorgestelde gebied tussen de bergen gaan, zullen andere volken ons niet beconcurreren.’ Brigham was zich ervan bewust dat er al inheemse volkeren in de streek woonden. Hij hoopte echter dat de heiligen in vrede met hen samen zouden kunnen leven.7

Noten

  1. Notulen van de algemene kerkhistoricus, 8 oktober 1845; ‘Conference Minutes’, Times and Seasons, 1 november 1845, deel 6, 1013–1014. De toespraak die Lucy tijdens de oktoberconferentie van 1845 gaf, is in haar geheel en met aantekeningen te lezen in At the Pulpit, Reeder en Holbrook, 21–26. Thema: Lucy Mack Smith

  2. Lucy Mack Smith, History, 1844–45, boek 5, [7]; Saints, deel 1, hoofdstuk 4 en 44; Black, ‘How Large Was the Population of Nauvoo?’ 92–93. Thema: Deaths of Joseph and Hyrum Smith [De dood van Joseph en Hyrum Smith]

  3. Solomon Hancock en Alanson Ripley aan Brigham Young, 11 september 1845, Brigham Young Office Files, CHL; ‘Mobbing Again in Hancock!’ en ‘Proclamation’, Nauvoo Neighbor, 10 september 1845, [2]; Gates, Journal, deel 2, 13 september 1845; Glines, Reminiscences and Diary, 12 september 1845; ‘The Crisis’ en ‘The War’, Warsaw Signal, 17 september 1845, [2]; ‘The Mormon War’, American Penny Magazine, 11 oktober 1845, 570–571; Jacob B. Backenstos aan Brigham Young, 18 september 1845, Brigham Young Office Files, CHL; Orson Spencer aan Thomas Ford, 23 oktober 1845; Thomas Ford aan George Miller, 30 oktober 1845, Brigham Young History Documents, CHL; zie ook Leonard, Nauvoo, 525–542.

  4. To the Anti-Mormon Citizens of Hancock and Surrounding Counties (Warsaw [Illinois], 4 oktober 1845), Chicago Historical Society, Collection of Manuscripts about Mormons, CHL; zie ook Leonard, Nauvoo, 536–542.

  5. Council of Fifty, ‘Record’, 9 september 1845, in JSP, CFM:471–472; ‘Conference Minutes’, Times and Seasons, 1 november 1845, deel 6, 1008–1011.

  6. Leer en Verbonden 29:8 (Revelation, Sept. 1830–A, op josephsmithpapers.org); Leer en Verbonden 125:2 (Revelation, begin maart 1841, op josephsmithpapers.org); Notulen van de algemene kerkhistoricus, 8 oktober 1845; ‘Conference Minutes’, Times and Seasons, 1 november 1845, deel 6, 1013–1014.

  7. Council of Fifty, ‘Record’, 11 januari 1846, in JSP, CFM:514, 515, 518. Thema: Council of Fifty [De Raad van Vijftig]