Zendingsroepingen
6. Het einde van je zending

6

Het einde van je zending

6.0

Inleiding

Bereid je nu voor om je leven als discipel van Jezus Christus en als trouw lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen voort te zetten als je naar huis gaat en je levensmissie vervult.

6.1

Contact houden

Blijf contact houden met de mensen die je hebt onderwezen en met wie je op zending hebt samengewerkt, met inbegrip van je zendingsleiders. Steun en sterk ze in woord en daad, en vier belangrijke gebeurtenissen in hun leven.

6.2

Van je zending terugkeren

Omdat je een zendeling(e) blijft totdat je door je ringpresident bent ontheven, wordt er van je verwacht dat je tot die tijd alle zendingsnormen volgt. Overweeg om rechtstreeks naar huis te gaan. Dat is vooral belangrijk als je in het buitenland werkzaam bent en daarvoor een visum nodig had. Als je je terugkeer uitstelt, kan het voor toekomstige zendelingen moeilijk zijn om een reisvisum te krijgen. Als je familie je komt ophalen, vraag je van tevoren om raad en leiding van je zendingspresident.

Je mag je zending niet in een ander zendingsgebied beëindigen of na je ontheffing je zending in een ander gebied voortzetten als collega van een familielid.

Als je thuiskomt, maak dan zo snel mogelijk een afspraak met je ringpresident voor je ontheffing.

Laat je thuis zo snel mogelijk testen op tuberculose, zelfs als je er vóór je zending op bent getest en geen symptomen hebt.

6.3

Dienen en groeien na je zending

Blijf na je thuiskomst de evangelienormen naleven. Zorg ervoor dat je:

  • dagelijkst bidt en de Schriften bestudeert;

  • actief bent in je wijk of een wijk voor jonge alleenstaanden;

  • de kans grijpt om naar de tempel te gaan als er een in de buurt is;

  • de instituutslessen of een godsdienstcursus volgt;

  • gaat studeren of een goede baan vindt via de kerk of andere kanalen.

Leef zo dat je de vreugde zult ervaren die in het Boek van Mormon wordt beschreven, toen Alma de jonge zijn vrienden na lange tijd terugzag:

‘En zie, nu geschiedde het, terwijl Alma vanuit het land Gideon zuidwaarts naar het land Manti reisde, dat hij tot zijn verwondering de zonen van Mosiah tegenkwam, die op weg waren naar het land Zarahemla. […]

‘Daarom was Alma buitengewoon verheugd zijn broeders te zien; en wat nog meer tot zijn vreugde bijdroeg: het waren nog steeds zijn broeders in de Heer; ja, en zij waren sterk geworden in de kennis van de waarheid, want het waren mannen met een zuiver begrip en zij hadden de Schriften zorgvuldig onderzocht om het woord van God te leren kennen.

‘Maar dat was niet alles; zij hadden zich overgegeven aan veel gebed en aan vasten; daarom hadden zij de geest van profetie en de geest van openbaring, en wanneer zij leerden, leerden zij met kracht en met gezag van God’ (Alma 17:23; cursivering toegevoegd).