Zendingsroepingen
3. Gedrag van zendelingen

3

Gedrag van zendelingen

3.0

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de gedragsnormen en christelijke eigenschappen beschreven die je tijdens je zending moet oefenen en ontwikkelen in je streven om een toegewijdere discipel van Jezus Christus te worden. Zoals de profeet Moroni heeft gezegd: ‘Want ik denk aan het woord van God dat zegt: Aan hun werken zult u hen kennen; want indien hun werken goed zijn, zijn zij eveneens goed’ (Moroni 7:5).

3.1

Christelijk gedrag

Bid en werk om christelijke eigenschappen te ontwikkelen zoals die in de Schriften en in Predik mijn evangelie worden beschreven, zoals dankbaarheid, vriendelijkheid, liefde, nederigheid, geduld, empathie en gehoorzaamheid. Met de hulp van de Heiland en je eigen oprechte, ijverige inspanningen kun je christelijke eigenschappen ontwikkelen (zie Mosiah 3:19).

Wees vriendelijk, positief en opbouwend. Heb oog voor ieders omstandigheden en stel jezelf vragen als:

  • Is het te laat of te vroeg om contact op te nemen met deze persoon? Zou dit de gezins- of persoonlijke tijd hinderlijk onderbreken?

  • Is er een manier waarop ik in deze situatie kan helpen?

  • Kan deze handeling of opmerking iemand in verlegenheid brengen, intimideren of kwetsen?

  • Wat is gepast voor deze cultuur?

Je bent te gast in het gebied waar je dient en je behoort mensen en plaatsen met respect en waardering te behandelen. Respecteer altijd de cultuur, gebruiken, tradities en godsdienstige overtuigingen, gewoonten en plaatsen in het gebied waar je werkzaam bent. Pas op dat je daden niemand beledigen. Bedenk dat wat je zegt en wat je doet gehoord, gezien en vastgelegd kan worden.

Zie voor meer informatie paragraaf 7.3, ‘Respect voor anderen’.

3.2

Tempelwaardigheid

De Heer Jezus Christus nodigt je uit om je voor te bereiden en je te heiligen; ‘ja, zuiver uw hart en reinig uw handen en uw voeten voor mijn aangezicht, opdat Ik u rein zal kunnen maken’ (Leer en Verbonden 88:74). Een deel van deze voorbereiding houdt in dat je je tempelverbonden nakomt.

3.2.1

Tempelverbonden

Als je de tempelverbonden van gehoorzaamheid, offerande en toewijding naleeft, zal dat je helpen om meer zoals de Heiland te worden.

Zelfs als er geen tempel in je zendingsgebied is, houd dan een geldige tempelaanbeveling bij je om je aan je verbonden te herinneren. Vraag je zendingspresident om een tempelaanbevelingsgesprek voordat je aanbeveling verloopt.

3.2.2

Tempelbezoek

Als er een tempel in de buurt is, kan je zendingspresident jou en andere zendelingen toestaan om er op de voorbereidingsdag af en toe heen te gaan.

Zie voor meer informatie paragraaf 7.4, ‘Tempelbezoek’.

3.3

De wet van kuisheid

Een van je tempelverbonden is dat je de wet van kuisheid gehoorzaamt. Doe je uiterste best om jezelf, je collega en anderen te beschermen tegen seksuele verleidingen die tot het overtreden van dit heilige verbond kunnen leiden. Dingen doen die de wet van kuisheid overtreden, zijn in sommige gebieden zelfs strafbaar.

Je moet elke gedachte of daad mijden die je van de Geest van God afscheidt. Dat houdt in, maar is niet beperkt tot overspel; ontucht; homoseksuele handelingen; orale seks; seksuele gevoelens opwekken; ongepast aanraken; berichten, afbeeldingen of video’s versturen of ontvangen die onzedelijk of seksueel van aard zijn; masturbatie; en pornografie bekijken of gebruiken (zie 7.5.3). Zie Voor de kracht van de jeugd (2011), ‘Bekering’, 28–29, voor meer informatie.

De Heer heeft gezegd: ‘Satan tracht te vernietigen’ (Leer en Verbonden 132:57) en je ‘ongelukkig [te maken], net als hijzelf’ (2 Nephi 2:27). Hij zal mensen, ongepaste media en andere verleidingen gebruiken om je te misleiden, in de val te laten lopen, te bedreigen en in verlegenheid te brengen. Pas bijvoorbeeld vooral op voor mensen die betaling kunnen eisen voor het niet onthullen van compromitterende of ongepaste afbeeldingen en boodschappen die je ze misschien hebt gestuurd.

Als je het moeilijk vindt om deze normen na te leven, of als iemand je bedreigt, vraag de Heer dan om hulp en spreek meteen met je zendingspresident.

3.4

Eerlijkheid

Om de tempel te betreden, moet je eerlijk in je omgang met anderen zijn. In het zendingswerk houdt dat in:

  • De waarheid vertellen, in het bijzonder aan je zendingspresident, over je gedrag, getuigenis, werkgewoonten, en je emotionele en lichamelijke gezondheid.

  • In je wekelijkse rapporten een accuraat verslag geven van je werk en hoe je je tijd gedurende de week hebt besteed.

  • Geld uit het zendingsfonds verstandig gebruiken en kloppende kwitanties indienen.

  • Betrouwbaar zijn en nooit een verkeerd beeld van iemand geven, ook niet van je collega.

  • Anderen respecteren door niet zonder toestemming dingen te lenen, te pakken of te gebruiken (inclusief kleding, boeken, elektronische apparaten en sieraden).

3.5

Omgang met anderen

De Heiland leert ons: ‘Dit is mijn gebod, dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb’ (Johannes 15:12). Kies ervoor om het voorbeeld van de Heiland te volgen, en beleefd te handelen op manieren die veilig en gepast zijn voor de situatie.

3.5.1

Algemene normen voor omgang met volwassenen

Laat zien dat je betrouwbaar bent en bouw hechte relaties op met de mensen die je dient, onder wie de mensen die je onderwijst, andere zendelingen en plaatselijke leden. Wees professioneel en vriendelijk, en houd je aan deze normen:

  • Blijf altijd bij je collega.

  • Geef mensen geen advies over hun persoonlijke problemen. Verwijs de leden naar hun bisschop als ze raad nodig hebben. Als je denkt dat iemand van een ander geloof hulp nodig heeft met persoonlijke problemen, overleg dan met je zendingspresident.

  • Vermijd situaties die lichamelijk of geestelijk gevaarlijk kunnen worden of die verkeerd begrepen kunnen worden.

  • Flirt niet en ga met niemand ongepast om.

  • Zorg er altijd voor dat er een andere volwassene van je eigen geslacht bij jou en je collega aanwezig is als je iemand van het andere geslacht onderwijst of met iemand van het andere geslacht reist.

  • Houd je taal waardig en gebruik geen straattaal. Gebruik gepaste aanspreektitels. Gebruik bijvoorbeeld de titel ‘elder’ of ‘zuster’ als je het over andere zendelingen hebt om daarmee respect voor hun roeping te tonen.

3.5.2

Algemene normen voor omgang met kinderen

Voor je eigen veiligheid en die van de kinderen houd je je strikt aan de volgende richtlijnen:

  • Blijf altijd bij je collega.

  • Wees nooit alleen met iemand van jonger dan 18 jaar.

  • Wees voorzichtig als je met groepen kinderen speelt, zoals voetballen of een ander spel. Doe niets waardoor je daden verkeerd opgevat kunnen worden.

  • Vraag zo mogelijk toestemming van een ouder om interactie met een kind te hebben.

  • Ga niet kinderen kietelen, luiers verschonen, kinderen vasthouden, en laat kinderen niet op je schoot zitten. Deze en andere dingen kunnen ongepast overkomen of verkeerd opgevat worden.

  • Weiger beleefd om op kinderen te passen, ongeacht hun leeftijd.

  • Doe niet mee aan activiteiten waar je alleen met kinderen zou zijn (zie 7.2.2).

3.6

Ontspanning

Je kunt meer liefde ontwikkelen voor de mensen die je dient als je oprechte interesse toont in hun cultuur, geschiedenis, land en tradities door bezoeken aan plaatselijke bezienswaardigheden, doorgaans op de voorbereidingsdag (zie 2.5).

Informeer welke plaatsen veilig en gepast bezocht kunnen worden. Kies activiteiten die opbouwend zijn en die je helpen om je te ontspannen. Passende plaatsen zijn onder meer, maar zijn niet beperkt tot:

  • Historische en culturele bezienswaardigheden

  • Musea en galerijen

  • Dierentuinen en parken

3.6.1

Algemene normen voor ontspanning

Zorg ervoor dat je in het openbaar niet met grote groepen zendelingen samenschoolt. Normaal gesproken betekent dit dat je niet in groepen bij elkaar komt die groter zijn dan de grootte van je district. Als je dat wel doet, kun je onnodige aandacht trekken of kunnen mensen zich geïntimideerd voelen.

Gebruik de auto’s van het zendingsgebied alleen voor officiële doeleinden of met toestemming van je zendingspresident.

Zorg voor voldoende lichaamsbeweging en wees actief om je lichaam voor zendingswerk geschikt te houden. Doe aan sport op een manier die verwonding en extreme vermoeidheid voorkomt.

3.6.2

Ongeoorloofde activiteiten

Wees altijd veilig en gebruik gezond verstand als je aan recreatieve activiteiten deelneemt. Omdat zendelingen ernstig gewond zijn geraakt bij risicovolle activiteiten, moet je tijdens je zending niet aan riskante activiteiten deelnemen. Deze activiteiten zijn onder meer, maar zijn niet beperkt tot:

  • Contactsporten, atletiek, winter- en watersport (inclusief zwemmen)

  • Bergbeklimmen en rotsklimmen

  • Motor- en paardrijden

  • In privéboten varen of privévliegtuigen vliegen

  • Vuurwapens hanteren

  • Gebruik van vuurwerk of explosieven van welke soort dan ook

Bekijk deze video voor meer informatie over veilige ontspanning.

3.6.3

Media

Kies goedgekeurde en gepaste media. Dit betekent over het algemeen het mijden van:

  • Sociale media, mobiele apps en online media die niet gebruikt worden om het evangelie te onderwijzen of met je familie te communiceren (zie 3.9)

  • Televisie, films, videospelletjes en ongeoorloofde video’s

  • Audioboeken, muziek en leesmateriaal dat niet aan de zendingsnormen voldoet

Raadpleeg de zendingsnormen voor technologie voor meer informatie (zie 7.5). Bespreek vragen over media met je zendingsleiders.

3.6.4

Muziekinstrumenten

Als je zendingspresident het goedkeurt, kun je een muziekinstrument meenemen naar het zendingsveld. Het moet goedkoop en makkelijk te vervoeren zijn en aan de bagagevereisten voldoen. Het instrument dient gepast te zijn voor de zondagse bijeenkomsten (zie ‘Algemeen handboek’, 19.4.2).

Je kunt op de voorbereidingsdag en op andere momenten die je zendingspresident aangeeft op je instrument oefenen. Als je het instrument bespeelt, houd dan rekening met je omgeving en andere zendelingen, en welke invloed dit op hen heeft. De muziek die je op het instrument speelt, moet heilig, waardig en geschikt zijn voor zendingswerk.

3.7

Foto’s en video’s

Foto’s kunnen je helpen om thuis over je zendingservaringen te vertellen en kunnen een waardevolle herinnering aan je zending zijn. Let er bij het fotograferen of opnemen van video’s op dat je niemand in verlegenheid brengt, inclusief andere zendelingen en mensen die economische, sociale of lichamelijke problemen hebben. Sommige mensen willen misschien niet dat jij of anderen zien, delen of herinnerd worden aan wat er in een foto te zien is. Vraag toestemming voordat je foto’s of video’s maakt of deelt. In sommige zendingsgebieden is het mogelijk dat je vanwege de plaatselijke privacywetten geen foto’s van iemand die je onderwijst openbaar mag delen.

Bepaalde foto’s maken kan in sommige culturen en plaatsen aanstootgevend of illegaal zijn. Bijvoorbeeld het maken van foto’s van:

  • Bepaalde overheids- en militaire gebouwen.

  • Veiligheidszones op luchthavens, paspoortcontroles, grensovergangen, consulaten en ambassades.

  • Politie of militair personeel.

  • Mensen, gebouwen of activiteiten van andere geloofsrichtingen.

  • Cultureel gevoelige onderwerpen, met inbegrip van mensen in traditionele kleding.

  • Mensen die in armoede of met ziekte of handicaps leven.

Neem als algemene richtlijn geen foto’s van de hierboven genoemde zaken, plaatsen of mensen. Bespreek eventuele vragen met je zendingsleiders.

De kerk heeft ook specifieke richtlijnen voor het maken van foto’s in kerkgebouwen:

  • Maak geen foto’s of video’s in de kapel.

  • Maak geen foto’s, geluidsopnames of video’s van heilige verordeningen, waaronder het avondmaal, de doop en de bevestiging.

Bekijk deze video voor meer informatie over richtlijnen voor het maken van foto’s en video’s.

3.8

Gebruik van technologie

De Heer heeft gezegd: ‘Zie, Ik zal mijn werk te zijner tijd bespoedigen’ (Leer en Verbonden 88:73). Technologie kan een hulpmiddel zijn om leringen van het evangelie van Jezus Christus te delen, en moet gepast worden gebruikt.

Zie voor meer informatie paragraaf 7.5, ‘Technologie’.

3.9

Communicatie met familieleden, zendingsleiders en vrienden

Je familie, zendingsleiders en vrienden kunnen een grote steun voor je zijn terwijl je op zending bent. Gebruik een deel van de voorbereidingsdag om met hen, leden en recente bekeerlingen uit andere gebieden te communiceren.

Geef op de voorbereidingsdag prioriteit aan communicatie, ten eerste met je ouders en ten tweede met je zendingspresident.

Je kunt alle berichten die je gedurende de week ontvangt, lezen wanneer je daar een geschikt moment voor hebt. Je dient alleen op de voorbereidingsdag op de boodschappen van thuis te reageren, tenzij het een noodsituatie betreft.

3.9.1

Familie

Je kunt met je familieleden op je wekelijkse voorbereidingsdag via brieven, e-mails, sms-berichten, online berichten, telefoongesprekken en videochats communiceren.

Gebruik de goedgekeurde communicatiemethode die voor jou en je familie het beste is en die kostenbesparend is, zodat je binnen je maandelijkse budget kunt blijven. Dat varieert afhankelijk van je omstandigheden, locatie en schema.

Als je ouders op verschillende locaties wonen, kun je elke ouder afzonderlijk op de voorbereidingsdag contacteren. Het is niet de verwachting dat zendelingen elke week met hun ouders bellen of videochatten.

Je wordt aangemoedigd om contact met je familieleden te hebben bij bijzondere gelegenheden, zoals Kerstmis, Moederdag, Vaderdag, de verjaardagen van je ouders, en andere feestdagen die in je land of cultuur belangrijk zijn.

Alle initiatieven tot communicatie via sms-bericht, online bericht, telefoon en videochat moeten van jou uitgaan. Als familieleden jou moeten spreken, nemen ze eerst contact op met de zendingspresident.

Als je telefoneert of videochat met je familie, wees dan verstandig bij het bepalen van de duur van je gesprekken. Houd daarbij rekening met je collega en houd het doel van je werk in gedachten.

3.9.2

Zendingspresident

Schrijf op de voorbereidingsdag een brief aan je zendingspresident. Over het algemeen stuur je je brief aan hem via Missionary Portal.

Alleen je zendingspresident zal je wekelijkse brief lezen. Wees open en eerlijk, zodat hij weet wat je bezighoudt en hij je relevante raad en feedback kan geven. Houd er rekening mee dat hij elke brief zal lezen, maar niet op elke brief kan reageren.

Als je belangrijk nieuws van thuis krijgt waar je onmiddellijk op moet reageren, informeer dan je zendingspresident en overleg met hem voordat je op andere dagen dan de voorbereidingsdag of bij bijzondere gelegenheden contact met je familie opneemt.

3.9.3

Communiceren met mensen in je zendingsgebied

Als je contact opneemt met mensen uit andere delen van je zendingsgebied, zorg er dan voor dat je communicatie gericht is op het vervullen van het doel van je zending. Volg de normen in paragraaf 3.5.1, ‘Algemene normen voor omgang met volwassenen’ en in Voorzorgsmaatregelen voor veilig technologiegebruik, en denk eraan om dergelijke communicatie samen met je collega te voeren.

3.9.4

Pakjes en brieven

In sommige zendingsgebieden wordt het adres van het zendingskantoor gebruikt als adres voor post en pakjes en als retouradres. Daarmee bescherm je je veiligheid en wordt diefstal en verlies van post bij overplaatsing voorkomen. Volg alle richtlijnen die je in dergelijke gevallen ontvangt.

3.9.5

Zendingservaringen met mensen van thuis

Je kent misschien iemand van thuis die geknipt is om iemand te helpen die je in je zendingsgebied onderwijst. Je moet je zendingspresident om toestemming vragen om die persoon over haar of zijn ervaring en getuigenis te laten vertellen. Overleg met de persoon over de beste manier om te communiceren.

Als je familie of vrienden van thuis meer over het evangelie van Jezus Christus willen weten, kan je zendingspresident je toestemming geven om ze met behulp van technologie te onderwijzen (zie 7.5.4).

3.9.6

Bezoek van familie en vrienden

In het algemeen mogen familie en vrienden je niet op zending bezoeken. In bijzondere omstandigheden kan je zendingspresident echter een uitzondering toestaan. Die bezoeken moeten kort zijn en mogen je zendingstaken niet hinderen. Een bezoek mag geen ongemak geven voor je collega, andere zendelingen of de mensen die je onderwijst. Zorg ervoor dat deze bezoeken je aandacht niet van het zendingswerk afleiden en geen financiële last voor je familieleden zijn.

3.9.7

Noodsituaties

Als je familie je vertelt over een noodsituatie thuis, informeer dan je zendingsleiders zodat zij je kunnen helpen. Zendingsleiders nemen contact op met je familie als jij zelf een noodsituatie hebt.