Handboeken en roepingen
34. Financiën en verificaties
Voetnoten

Hide Footnotes

Thema

‘34. Financiën en verificaties’, Algemeen handboek: dienen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (2020).

‘34. Financiën en verificatie’, Algemeen Handboek.

34.

Financiën en verificaties

34.1

Gebruik van kerkgelden

De kerkgelden zijn heilig en dienen zorgvuldig verantwoord en beschermd te worden. Dit geld mag alleen door gemachtigde leden voor geautoriseerde kerkdoeleinden worden gebruikt. Kerkleiders moeten verduistering of enig ander misbruik van kerkgelden voorkomen. De kerkgelden mogen niet voor persoonlijke doeleinden worden gebruikt of worden ‘geleend’. Evenmin mag kerkgeld met privégeld vermengd worden, noch mag kerkgeld op een privérekening worden gestort. Dit en ander misbruik van kerkgelden zijn ernstige overtredingen en kunnen restricties of intrekking van iemands kerklidmaatschap tot gevolg hebben (zie 32.6.3.3 en 34.9.5).

34.2

Financiën: leidinggevenden in de ring

34.2.1

Ringpresidium

In deze paragraaf worden de taken van de ringpresident inzake de ringfinanciën uitgelegd. Hij kan een deel van dit werk delegeren aan zijn raadgevers en de administrateurs.

  • Hij ziet erop toe dat de gelden van de ring correct worden verwerkt en verantwoord (zie 34.6).

  • Tijdens hun periodieke priesterschapsgesprek bespreken de ringpresident en de bisschop de belangrijke punten op de financiële overzichten van de wijk.

  • Hij ziet erop toe dat de administrateurs, leidinggevenden van ring en wijk worden onderricht in hun financiële taken en dat zij de beschikbare instructielessen volgen. Ook ziet hij erop toe dat ze zich bij het vervullen van hun taken aan de kerkrichtlijnen en -procedures houden. Hij spreekt geregeld met leidinggevenden en administrateurs over hun verantwoordelijkheid voor heilige kerkgelden, en drukt ze op het hart wachtwoorden voor toegang tot financiële systemen van de kerk nooit aan anderen bekend te maken.

  • Hij leert de leden een volledige tiende te betalen en een royale vastengave bij te dragen (zie 34.4).

  • Hij beheert het budget en de uitgaven van de ring (zie 34.7). Hij neemt geregeld de budgets en uitgaven met de bisschoppen, ringadministrateurs en leidinggevenden van de ring door. Hij ziet erop toe dat de richtlijnen inzake de budgettoelage in de ring worden nageleefd (zie 34.7.2).

  • Hij ziet er ook op toe dat de ring en wijken zich houden aan alle belastingwetten om de belastingvrijdom van de kerk te waarborgen (zie 34.10.1).

  • Hij ziet erop toe dat het verificatiecomité van de ring is gevormd en dat het naar behoren functioneert. Ook controleert hij de verificatie van de financiële documenten in ring en wijk. Hij ziet erop toe dat alle bij verificaties geconstateerde procedurefouten worden opgelost (zie 34.9).

34.2.2

Ringadministrateur (of assistent-ringadministrateur)

De ringpresident wijst de financiële administratie toe aan de ringadministrateur of een assistent-administrateur. Die taken worden in deze paragraaf genoemd, en verder uitgelegd in de instructies van de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor.

  • Deze administrateur boekt met een lid van het ringpresidium alle ontvangen gelden in. Hij of een andere Melchizedeks-priesterschapsdrager vergezelt het lid van het ringpresidium dat het geld stort. Alleen de leden van het ringpresidium – dus niet de administrateurs – mogen geld voor de ring in ontvangst nemen.

  • Deze administrateur ziet erop toe dat de financiële verplichtingen van de ring stipt worden voldaan. Hij schrijft cheques uit of, in geval er niet van cheques gebruik wordt gemaakt, betalingsopdrachten.

  • Hij assisteert het ringpresidium bij het opstellen van het ringbudget en bijhouden van de budgettoelage van de ring (zie 34.7.1 en 34.7.2). Hij informeert de ringpresident over de verhouding tussen de uitgaven en de budgettoelage van de ring.

  • Hij kijkt elke maand of de rekening-courant met de ringrapporten klopt, overeenkomstig de richtlijnen in 34.6.7. Zo nodig helpt hij daar de wijken bij.

  • Hij ziet erop toe dat de ring zich houdt aan alle toepasselijke belastingwetten (zie 34.10). Ook neemt hij deel aan de periodieke verificaties van de ringverificateurs en verwerkt zo nodig de correcties (zie 34.9).

Zie 33.3.2 en 33.3.3 voor informatie over het roepen van ringadministrateurs en assistent-ringadministrateurs.

34.3

Financiën: leidinggevenden in de wijk

34.3.1

Bisschap

In deze paragraaf worden de taken van de bisschop inzake de wijkfinanciën uitgelegd. Hij kan een deel van dit werk delegeren aan zijn raadgevers en de administrateurs.

  • Hij ziet erop toe dat de gelden van de wijk correct worden verwerkt en verantwoord (zie 34.6).

  • Hij ziet erop toe dat alle administrateurs en leidinggevenden in de wijk worden onderricht in hun financiële taken en dat zij de beschikbare instructielessen volgen. Ook ziet hij erop toe dat ze zich bij het vervullen van hun taken aan de kerkrichtlijnen en -procedures houden. Hij spreekt geregeld met leidinggevenden en administrateurs over hun verantwoordelijkheid voor heilige kerkgelden, en drukt ze op het hart wachtwoorden voor toegang tot financiële systemen van de kerk nooit aan anderen bekend te maken.

  • Hij leert de leden een volledige tiende te betalen en een royale vastengave bij te dragen (zie 34.4).

  • Hij beheert het budget en de uitgaven van de wijk (zie 34.7). Hij neemt geregeld de budgets en uitgaven door met de administrateurs en leidinggevenden in de wijk. Hij ziet erop toe dat de richtlijnen inzake de budgettoelage in de wijk worden nageleefd (zie 34.7.2).

  • Hij ziet er ook op toe dat de wijk zich houdt aan alle belastingwetten om de belastingvrijdom van de kerk te waarborgen (zie 34.10.1).

  • Hij is beschikbaar gedurende de verificatie van de financiën van de wijk om vragen te beantwoorden (zie 34.9).

34.3.2

Wijkadministrateur (of assistent-wijkadministrateur)

De bisschop wijst de verwerking van de financiële administratie toe aan de wijkadministrateur of een assistent-wijkadministrateur. Die taken worden in deze paragraaf genoemd, en verder uitgelegd in de instructies van de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor.

  • Elke week is deze administrateur een lid van de bisschap behulpzaam bij het controleren van de ontvangen tiende en andere offergaven (zie 34.6.2). Hij vergezelt doorgaans het lid van de bisschap die het geld bij een bank stort, hoewel dat ook door een andere Melchizedeks-priesterschapsdrager mag worden gedaan. Ook verstuurt hij de bijbehorende bijdragenrapporten naar de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor. Alleen de leden van de bisschap – dus niet de administrateurs – mogen gelden voor de wijk in ontvangst nemen.

  • Deze administrateur ziet erop toe dat de financiële verplichtingen van de wijk stipt worden voldaan. Hij schrijft cheques uit of, in geval er niet van cheques gebruik wordt gemaakt, betalingsopdrachten.

  • Hij assisteert de bisschap bij het opstellen van het wijkbudget en het bijhouden van de budgettoelage van de wijk (zie 34.7.1 en 34.7.2). Hij informeert de bisschop over de verhouding tussen de uitgaven en de toelage van de wijk.

  • Hij kijkt elke maand of de rekening-courant met de wijkrapporten klopt, overeenkomstig de richtlijnen in 34.6.7.

  • Elk jaar stelt hij de rapporten op waarmee de bisschop de tiendevereffening houdt. Hij genereert en distribueert de overzichten van betaalde tiende en andere offergaven en deelt aan het eind van het jaar de eindejaarsopgaven van bijdragen uit. Ook maakt hij met de bisschop het eindejaarsrapport tiendestatus in de wijk op.

  • Hij neemt deel aan de verificaties van de ringverificateurs en verwerkt zo nodig de correcties (zie 34.9).

Zie 33.4.2 en 33.4.3 voor informatie over het roepen van wijkadministrateurs en assistent-wijkadministrateurs.

34.4

Bijdragen

Kerkleiders brengen de beginselen van tiende en andere offergaven onder de aandacht van de leden en moedigen hen aan om deze beginselen na te leven. Ook niet-leden kunnen een bijdrage doen aan de kerk. Iemand van wie echter het lidmaatschap is ingetrokken, mag geen tiende of andere offergaven aan de kerk betalen.

34.4.1

Tiende

34.4.1.1

Definitie van tiende

Het Eerste Presidium heeft geschreven: ‘De eenvoudigste uitspraak die we kennen, is die van de Heer zelf, namelijk dat de leden van de kerk “jaarlijks een tiende deel van al hun opbrengsten betalen”, waarmee inkomen wordt bedoeld. Niemand is gerechtigd een andere uitspraak te doen.’ (Brief van het Eerste Presidium, 19 maart 1970; zie ook Leer en Verbonden 119:4.)

34.4.1.2

Wie tiende betalen

Alle leden met inkomen betalen tiende. Op deze regel bestaan de volgende uitzonderingen:

  1. Leden die volkomen afhankelijk zijn van de kerkelijke welzijnshulp.

  2. Voltijdzendelingen. (Zij betalen wel tiende over inkomen dat zij naast het geld voor hun levensonderhoud hebben.)

Als een zendingspresident inkomen heeft waarover hij tiende betaalt, doet hij dat doorgaans in de wijk waar zijn lidmaatschapskaart zich bevindt (zie 33.6.5). Als hij echter in het buitenland werkzaam is en zijn lidmaatschapskaart zich in de wijk bevindt waarin hij verblijft, maakt hij zijn tiende doorgaans rechtstreeks naar de hoofdzetel van de kerk over.

34.4.1.3

Wanneer en hoe tiende betalen

Leiders stimuleren de leden om hun tiende te betalen zodra zij hun inkomen ontvangen. Zij kunnen hun tiende echter ook jaarlijks betalen.

De leden overhandigen hun tiende en een ingevuld formulier Tiende en andere offergaven aan de bisschop of een van zijn raadgevers (zie 34.6.1).

34.4.1.4

Gebruik van tiendegeld

Het is de bisschop niet toegestaan het tiendegeld voor wat voor doel ook te gebruiken. Hij stuurt alle tiende naar de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor (zie Leer en Verbonden 120).

34.4.1.5

Tiendevereffening

De bisschop houdt tegen het einde van elk jaar tiendevereffening. Bij afwezigheid van de bisschop kan de ringpresident in dringende gevallen een van de raadgevers van de bisschop machtigen om de tiendevereffening te houden. Dat moet echter een zeldzame uitzondering zijn.

Alle leden wonen de tiendevereffening bij om te controleren of hun bijdragen goed zijn geboekt en om hun tiendestatus aan de bisschop kenbaar te maken. Alle gezinsleden wonen zo mogelijk de tiendevereffening bij.

Behalve de controle van het overzicht met de bedragen aan tiende, vastengave en andere offergaven, kan de bisschop tijdens de tiendevereffening de beginselen van tiende met hen bespreken, hen aanmoedigen een royale vastengave te betalen en andere relevante zaken aan de orde stellen. Ten tijde van de tiendevereffening kunnen de leden onder toezicht van een administrateur of een lid van de bisschap hun Overzicht verordeningen persoon controleren (zie 33.6).

De hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor verstrekt instructies voor de tiendevereffening.

34.4.2

Vastengaven

Kerkleiders moedigen de leden aan de vastenwet na te leven. Dit omvat doorgaans (1) elke vastenzondag twee opeenvolgende maaltijden overslaan, en (2) een vastengave schenken die minimaal het equivalent is van de twee overgeslagen maaltijden. Het advies aan de leden is om royaal te zijn en, zo mogelijk, veel meer te geven dan de tegenwaarde van twee maaltijden.

Als een wijk een klein gebied bestrijkt en de veiligheid gewaarborgd is, kan de bisschop Aäronisch-priesterschapsdragers, in het bijzonder diakenen, aanwijzen om maandelijks contact op te nemen met de huishoudens in de wijk om de leden in de gelegenheid te stellen vastengaven bij te dragen. Zelfs als leden niet bijdragen, blijven priesterschapsdragers hun die gelegenheid wel bieden. Als afstand of andere omstandigheden dat noodzakelijk maken, kan de bisschop de inzameling van vastengaven bij de leden thuis beperken of afschaffen.

Vastengaven dienen altijd door twee priesterschapsdragers te worden opgehaald. Er kunnen Melchizedeks-priesterschapsdragers met de Aäronisch-priesterschapsdragers meegaan.

De leden geven geen andere bijdragen, zoals tiende, mee aan wie de vastengaven komen ophalen.

Wie de vastengaven ophalen, geven die onmiddellijk aan een lid van de bisschap.

Sommige leden kunnen er de voorkeur aan geven om hun vastengaven bij hun tiende in de envelop voor tiende en andere offergaven te doen en die rechtstreeks aan de bisschap te geven.

De leden behoren vastengave te betalen zonder voorwaarden te stellen aan het gebruik ervan. Het is de bisschop niet toegestaan regelingen te treffen of afspraken te maken om de vastengave van iemand aan een ander lid of gezin te geven of het te gebruiken voor een door de gever vastgesteld doel.

Zendings- en tempelpresidenten betalen vastengaven in de wijk waar hun lidmaatschapskaarten zich bevinden.

In 22.2.4 wordt uitgelegd hoe de vastengaven kunnen worden gebruikt.

34.4.3

Zendingsfondsen

Bijdragen aan het zendingsfonds van de wijk worden voornamelijk gebruikt om zendelingen uit de wijk bij te staan, zoals uitgelegd in 24.6.2 en 24.6.3. Als er een surplus is, kan dat gebruikt worden om andere zendelingen in de ring of de coördinerende raad bij te staan. Er wordt geen geld uit het zendingsfonds van de wijk rechtstreeks naar individuele zendelingen gestuurd. Evenmin mogen er uit dit fonds zendingsactiviteiten in de wijk of ring worden bekostigd.

Bijdragen aan het algemeen zendingsfonds worden voor het algemene zendingswerk van de kerk aangewend.

De ringpresident en de bisschop maken het geld uit zendingsfondsen dat de ring en de wijk redelijkerwijs niet nodig hebben, over naar het algemeen zendingsfonds op de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor. De bisschop of andere leden mogen contact opnemen met het wereldwijd servicecentrum (+1 855 537 4357) om informatie te krijgen over bijdragen aan het algemeen zendingsfonds.

Zie 24.6 voor aanvullende informatie over zendingsfondsen en zendelingen financieren.

34.4.4

Humanitaire hulp

De door de kerk verleende humanitaire hulp komt ten goede aan mensen van alle geloofsrichtingen waar ook ter wereld die in nood verkeren. De leden die willen bijdragen aan het humanitaire-hulpfonds gebruiken hiervoor het formulier Tiende en andere offergaven. De wijk maakt deze bijdragen over volgens de instructies van de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor. Donaties kunnen ook rechtstreeks naar de hoofdzetel van de kerk worden gestuurd:

Finance and Records Department

Treasury Services Division

Attention: Humanitarian Aid

50 East North Temple Street

Salt Lake City, UT 84150-1521, VS

Ga voor online donaties naar donate.ldsphilanthropies.org.

34.4.5

Tempelbouw

Leden die geld willen bijdragen aan de bouw van tempels kunnen dat doen naarmate hun omstandigheden dat toelaten. Daarvoor gebruiken zij het formulier Tiende en andere offergaven. Zij vermelden hun bijdrage als ‘Tempelbouw’ onder de categorie ‘Overige’. Als de leden aan de bouw van een specifieke tempel willen bijdragen, kunnen ze dat op het formulier aangeven.

Leiders houden geen inzamelingsacties en stellen ook geen streefdoelen voor bijdragen aan de bouw van tempels.

34.4.6

Permanent studiefonds

Het permanent studiefonds biedt geldelijke steun aan jongvolwassenen die de kerknormen naleven om in eigen land een beroepsopleiding te volgen, zodat zij betere carrièrekansen hebben.

De leden die willen bijdragen aan dit fonds gebruiken hiervoor het formulier Tiende en andere offergaven. De wijk maakt deze bijdragen over volgens de instructies van de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor.

Zie 22.6.4.7 voor meer formatie over het permanent studiefonds.

34.4.7

Philanthropies

Philanthropies of The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints is een afdeling van het kantoor van de Presiderende Bisschap dat de filantropische donaties aan de kerk en aan haar gelieerde liefdadigheidsorganisaties en -activiteiten coördineert, aanmoedigt, bevordert en in ontvangst neemt. Informatie over het doen van bijdragen, is aan te vragen bij het kantoor van Philanthropies:

Philanthropies

1450 North University Avenue

Provo, UT 84604-6080, VS

Telefoon: +1 801 356 5300 of +1 800 525 8074

E-mail: philanthropies@ChurchofJesusChrist.org

Ga voor online donaties naar ldsphilanthropies.org.

34.4.8

Bijdragen in natura, waaronder tiende

De kerk raadt normaliter het betalen van tiende en andere bijdragen in natura af. Bij voorkeur verkopen de leden de goederen zelf, waarna ze de tiende en andere bijdragen in geld betalen. Maar in sommige gevallen kunnen bijdragen in natura aanvaard worden, en in sommige delen van de wereld kan dat zelfs de gebruikelijke gang van zaken zijn.

De kerk aanvaardt (1) aandelen, obligaties en andere effecten die direct verhandeld kunnen worden, en (2) verhandelbaar onroerend goed. Voordat die bijdragen in ontvangst worden genomen, krijgen de plaatselijke leiders daarvoor toestemming van de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor. Als een lid nog andere zaken wil doneren, vraagt de bisschop eerst toestemming aan de ringpresident. De ringpresident krijgt eerst toestemming van de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor, voordat hij de bisschop toestaat die zaken aan te nemen.

34.4.9

Geen restitutie van bijdragen

Ringpresidenten en bisschoppen laten betalers van tiende en andere offergaven weten dat die bijdragen niet worden gerestitueerd. Dit beleid geldt ook voor zendingsbijdragen die vooraf zijn betaald.

Als de tiende en andere offergaven aan de kerk zijn afgestaan, behoren ze de Heer toe, aan wie ze zijn gewijd. De essentie van al die bijdragen is dat ze vrijwillig zijn afgestaan. De donateur kan niet bepalen waaraan die ten goede komen, noch daarop enige invloed uitoefenen, eigendomsrecht laten gelden of enig voordeel verwachten anders dan de zegeningen van de Heer. Daarom is het ongepast om aan de kerk gedane bijdragen te restitueren. Dat zou afdoen aan het karakter van vrijwillige bijdragen. In sommige landen kan de restitutie van vrijwillige bijdragen ook voor wettelijke en belastingtechnische problemen zorgen, voor zowel de schenker als de kerk.

34.5

Vertrouwelijkheid van tiende en andere offergaven

Het bedrag dat een lid aan tiende en andere offergaven betaalt, is vertrouwelijk. Alleen de bisschop en wie geroepen zijn om die bijdragen te verwerken, kennen de bedragen. De ringpresident of bisschop maakt niet bekend hoeveel tiende er in totaal ontvangen is.

Zo nodig kan de bisschop de quorumpresident ouderlingen laten weten of een quorumlid een volledige-tiendebetaler is, aan het tiendefonds bijdraagt of vrijgesteld is. De quorumpresident ouderlingen moet deze informatie vertrouwelijk houden.

34.6

Ontvangen gelden verwerken en verantwoorden

De ringpresident en de bisschop zien erop toe dat alle gelden van de kerk correct worden verwerkt en verantwoord, overeenkomstig de meest recente financiële instructies. Hierna volgen de algemene beginselen.

34.6.1

Tiende en andere offergaven in ontvangst nemen

De Heer heeft het in ontvangst nemen en verantwoorden van de tiende en andere offergaven van de heiligen, een gewijde taak, aan de bisschoppen toevertrouwd (zie Leer en Verbonden 42:30–33119). Alleen de bisschop en zijn raadgevers mogen de tiende en andere offergaven in ontvangst nemen. In geen geval mag hun vrouw, een ander gezinslid, een administrateur of ander wijklid deze bijdragen in ontvangst nemen. De enige uitzondering is als Aäronisch-priesterschapsdragers opdracht hebben om de vastengaven te innen (zie 34.4.2).

De leden in de wijk overhandigen hun bijdragen in een gesloten envelop met daarin een ingevuld formulier Tiende en andere offergaven aan een lid van de bisschap. Kerkleden laten hun bijdragen niet onbeheerd achter, bijvoorbeeld door ze in een bus te stoppen of ze onder de deur van het kantoor van de bisschop door te schuiven.

Cheques worden uitgeschreven aan de wijk of aan de kerk, al naargelang de omstandigheden, maar niet aan de bisschop. In units waar de leden digitaal betalen (bijvoorbeeld met een periodieke overschrijving), moeten die betalingen naar de bankrekening van de kerk worden overgemaakt, overeenkomstig de richtlijnen van de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor.

Alleen de ringpresident en zijn raadgevers nemen geld voor de ring in ontvangst. Zij houden het geld in bewaring totdat het door een lid van het ringpresidium of de administrateur kan worden ingeboekt en afgestort.

34.6.2

Tiende en andere offergaven controleren

Bijdragenenvelopjes worden op zondag geopend en gecontroleerd, behalve tijdens de tiendevereffening, want dan worden ze op de dag van ontvangst geopend en gecontroleerd. Twee personen – een lid van de bisschap en een administrateur of twee leden van de bisschap – maken samen de bijdragenenvelopjes open om te controleren of het ingesloten bedrag overeenkomt met het bedrag op het formulier Tiende en andere offergaven. Als het ingesloten bedrag en het bedrag op het formulier Tiende en andere offergaven niet overeenkomen, moet er zo snel mogelijk contact worden opgenomen met de gever om de discrepantie op te lossen.

34.6.3

Tiende en andere offergaven storten

Een lid van de bisschap en een andere Melchizedeks-priesterschapsdrager, doorgaans de administrateur die mede de bijdragen heeft gecontroleerd, bereiden de storting voor.

Wie het ontvangen geld gaan storten, maken daarbij zo mogelijk gebruik van (1) nachtkluiscassettes die alleen door de bank kunnen worden geopend of (2) andere inbraakveilige cassettes. Een administrateur of een lid van de bisschap vraagt bij de hoofdzetel van de kerk, het gebiedskantoor of de bank na of dergelijke cassettes beschikbaar zijn.

Als er een nachtkluis beschikbaar is, stort het lid van de bisschap, vergezeld van de andere priesterschapsdrager, het geld op dezelfde dag dat het in ontvangst is genomen.

Als er geen nachtkluis beschikbaar is en de bank op zondag is gesloten, vraagt de bisschop een Melchizedeks-priesterschapsdrager, doorgaans een lid van de bisschap, om het geld op de eerstvolgende werkdag op de bank te storten. De persoon die de storting doet, is verantwoordelijk voor het geld. Hij:

  1. Let erop dat het geld veilig is tot het bij de bank gestort kan worden.

  2. Krijgt een stortingsbewijs van de bank, waarop de datum en het gestorte bedrag staan.

Voorts voltooien een lid van de bisschap en een administrateur de volgende procedure op de volgende zondag, voordat ze ertoe overgaan om de die dag ingeleverde bijdragen te verwerken:

  1. Zij vergelijken het stortingsbewijs van de bank met de stortingsdocumenten van de vorige week om na te gaan of het juiste bedrag is afgestort.

  2. Zij ondertekenen het stortingsbewijs van de bank en archiveren het met de andere bijdragengegevens.

34.6.4

Kerkgelden beschermen

Wie verantwoordelijk zijn voor kerkgelden mogen die nooit ’s nachts in het kerkgebouw laten liggen of onbeheerd achterlaten, bijvoorbeeld tijdens een dienst of activiteit.

34.6.5

Tiende en andere offergaven kwiteren

De hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor voorziet de ringen en wijken van instructies voor het kwiteren van tiende en andere offergaven.

De kwitanties voor leden die in natura hebben betaald (tiende en andere offergaven niet in geld betaald) worden alleen door de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor uitgeschreven. Op die kwitanties wordt geen geldwaarde aangegeven voor de geschonken goederen.

34.6.6

Unittoelage ontvangen en beheren

Zie 34.7.2.

34.6.7

Rekeningen-courant van ring en wijk beheren

Elke ring heeft doorgaans één rekening-courant. De ringpresident beheert die, hoewel zijn raadgevers en administrateurs hem daarbij kunnen assisteren. De raadgever die als voorzitter van het verificatiecomité van de ring fungeert, ondertekent doorgaans geen betalingsopdrachten en is ook niet op enige andere wijze betrokken bij de financiële administratie van de ring.

Alle wijkgelden worden in één rekening-courant beheerd. De bisschop beheert deze rekening, hoewel zijn raadgevers en administrateurs hem daarbij kunnen assisteren.

Elke cheque (of betalingsopdracht, ook steeds hierna) moet door twee bevoegde personen ondertekend worden. Meestal worden de ringpresident, zijn raadgevers en de financieel administrateur gemachtigd om de cheques van de ring te ondertekenen. Meestal worden de bisschop, zijn raadgevers en de financieel administrateur gemachtigd om de cheques van de wijk te ondertekenen. Een geautoriseerde ondertekenaar van cheques ondertekent geen cheque als hij zelf de begunstigde is (bijvoorbeeld van vastengaven).

Hoewel raadgevers een cheque kunnen ondertekenen, doen ze dat alleen als de ringpresident of de bisschop de uitgave heeft goedgekeurd.

Een cheque mag alleen worden ondertekend als die volledig is uitgeschreven.

Elke maand bekijkt de ringpresident of bisschop onmiddellijk het financieel maandoverzicht van zijn unit of het bankafschrift en overhandigt het aan de administrateur, die kijkt of het klopt.

Elke maand controleert een ringadministrateur of de rekening-courant, de depositorekening (indien in gebruik) en de posten in de categorie ‘Overige’ (indien opgevoerd) met elkaar kloppen. Elke maand stemt een wijkadministrateur het financieel overzicht, de posten in de categorie ‘Overige’ en andere vereiste financiële documenten af. De administrateur zet daarna zijn handtekening. De ringpresident of bisschop kijkt de afstemming na en ondertekent die vervolgens.

Chequeboeken of blanco betalingsopdrachten moeten opgeborgen worden in een afsluitbare lade of kast. Als ze uit de kast of lade zijn gehaald, mogen ze niet onbeheerd worden achtergelaten. Als er blanco cheques ontbreken, geeft de ringpresident of de bisschop onmiddellijk de nummers van deze cheques door aan de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor. Ook geeft hij opdracht tot blokkering van de ontbrekende cheques.

Ringen en wijken met een rekening-courant mogen geen spaarrekening hebben.

Quorums en organisaties hebben geen rekening-courant, spaarrekening, noch een kleine kas. Hun gebudgetteerde uitgaven worden alle betaald uit de rekening-courant van ring of wijk.

34.6.8

Ring- of wijkgelden die niet op een rekening-courant staan

Deze paragraaf is van toepassing op units buiten de Verenigde Staten en Canada die hun geld niet op een rekening-courant hebben staan. In plaats daarvan hebben units een contante kas, spaarrekening of een bankrekening met een debitkaart.

Het gebiedskantoor voorziet die units van specifieke richtlijnen. Hierna volgen enkele basisbeginselen:

  • Een unit heeft slechts één contante kas, spaarrekening of bankrekening met debetkaart.

  • Het geld wordt beheerd door de ringpresident of de bisschop.

  • Een contante kas, spaarrekening of debetkaart wordt pas gebruikt als twee bevoegde personen een betalingsopdracht hebben ondertekend. Dit formulier wordt pas ondertekend als het volledig is ingevuld.

  • De vereiste documentatie, zoals facturen, rekeningen of kassabonnen, dienen aan de betalingsopdracht te worden gehecht. Als er aan een lid een voorschot wordt uitbetaald, ondertekent het lid het formulier ten teken dat het bedrag dat wordt vermeld op het formulier is uitbetaald op de genoemde datum. Het lid overlegt daarna (1) de documentatie waaruit blijkt dat het geld is uitgegeven en (2) retourneert het geld dat niet is uitgegeven.

  • Bankafschriften, zo die worden verstrekt, worden besteld op het adres van de ringpresident of de bisschop, niet bij het kerkgebouw of de administrateur. Hij kijkt elk afschrift direct na en geeft het dan aan de administrateur om het af te stemmen. De administrateur zet daarna zijn handtekening. De ringpresident of bisschop kijkt de afstemming na en ondertekent die vervolgens.

  • De ringpresident of de bisschop controleert de overige financiële rapporten en ziet erop toe dat die kloppend gemaakt worden.

  • De ringpresident of de bisschop beheert de contante kas.

  • Het kasgeld wordt volledig gescheiden van privégeld bewaard. Kerkgelden moeten te allen tijde zorgvuldig worden beveiligd.

  • De contante kas moet elke maand door twee bevoegde ondertekenaars worden nageteld. De tellingen en handtekeningen moeten op een formulier worden gedocumenteerd dat door het gebiedskantoor wordt verstrekt. Elk tekort in de kas moet onmiddellijk aan de gebiedscontroller worden gemeld.

  • Alle uitgaven worden onmiddellijk genoteerd en alle documentatie (nota’s, kassabonnen of andere documenten) worden bewaard.

34.6.9

Financiële documenten bijhouden

Elke ring en wijk houdt de financiële documenten nauwkeurig bij. Met deze financiële documenten kunnen de ringpresident en de bisschop de heilige kerkgelden verantwoorden en beschermen. Met nauwkeurige documenten kunnen ook de budgets worden opgesteld, de budgettoelages worden beheerd en de leden worden voorzien van informatie over hun financiële bijdragen.

Administrateurs raadplegen de instructies van de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor over het gebruik en de bewaartermijn van rapporten en documenten. Financiële documenten worden minstens drie jaar na het lopende jaar bewaard. De plaatselijke wetten kunnen een langere bewaarduur voorschrijven.

34.7

Budget en uitgaven

34.7.1

Budgets van ring en wijk

Elke ring en wijk stelt een budget op als uitgangspunt van hun financieel beleid. De ringpresident beheert het ringbudget en de bisschop het wijkbudget, hoewel ze het toezicht daarop aan een van hun raadgevers mogen toewijzen. Ieder mag ook het opstellen van en toezicht houden op het budget aan een administrateur toewijzen.

Het is niet toegestaan zonder goedkeuring van de presiderende functionaris ring- of wijkuitgaven te doen.

Ruim voor het begin van het volgende kalenderjaar stellen het ringpresidium en de bisschap als volgt hun budget op:

  1. Neem de uitgaven van het afgelopen jaar door om inzicht te krijgen in terugkerende kosten.

  2. Vraag de organisaties om een gedetailleerd overzicht van hun financiële behoeften.

  3. Stel het budget op. Wees hierbij verstandig en billijk. Let erop dat de begrote uitgaven niet hoger zijn dan de verwachte budgettoelage.

Het is niet nodig om het budget door steunverlening te laten goedkeuren.

De ringpresident bekijkt de wijkuitgaven als onderdeel van zijn priesterschapsgesprek met iedere bisschop.

34.7.2

Budgettoelage

Door middel van het budgettoelagesysteem worden de activiteiten en programma’s van ringen en wijken uit de algemene middelen van de kerk betaald. Daardoor hoeven de leden geen budgetbijdragen te betalen. De budgettoelage is mogelijk gemaakt door getrouwe tiendebetaling.

34.7.2.1

Unittoelages toewijzen

De hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor kent budgettoelages toe op basis van opkomst in de volgende categorieën:

  • Avondmaalsdienst

  • Jongemannen

  • Jongevrouwen

  • Jeugdwerkkinderen (8–11 jaar)

  • Jonge alleenstaanden

De ringpresident bepaalt hoeveel van de budgettoelage naar de ring gaat en hoeveel naar de wijken. Hij ziet erop toe dat het bedrag van de budgettoelages billijk onder ring en wijken wordt verdeeld, overeenkomstig deze richtlijnen.

De ringpresident werkt daarbij in goed overleg nauw samen met de bisschoppen. Als er zich onvoorziene veranderingen voordoen die wijzigingen in de budgettoelages rechtvaardigen, ziet hij erop toe dat de wijzigingen billijk zijn.

De bisschop ziet toe op de verdeling van de budgettoelage in de wijk. Hij ziet erop toe dat de organisaties in de wijk een billijk en toereikend deel krijgen.

Priesterschapsleiders zorgen ervoor dat de toegekende budgetdelen en activiteiten voor jongemannen en jongevrouwen evenredig en billijk zijn. Toewijzing van het budget gebeurt overeenkomstig het aantal jongeren in elke organisatie. De budgetdelen en activiteiten voor jongens en meisjes in het jeugdwerk moeten ook toereikend, evenredig en billijk zijn. Toewijzing van het budget gebeurt overeenkomstig het aantal kinderen.

34.7.2.2

Algemene beginselen en richtlijnen

De budgettoelage is opgezet om de lasten van de leden qua geld en tijd te verlichten. Zo nodig verminderen en vereenvoudigen de leidinggevenden de activiteiten om binnen de budgettoelage te blijven. De meeste activiteiten moeten eenvoudig zijn en niets of weinig kosten. Uitgaven moeten vooraf worden goedgekeurd door het ringpresidium of de bisschap. Alleen uitgaven waarvoor schriftelijk bewijs voorhanden is, mogen goedgekeurd worden.

De budgettoelages van ring en wijk worden gebruikt om alle activiteiten, programma’s, lesboeken, en benodigdheden te betalen. De leden betalen niet voor deelname. Evenmin mag er van hen verlangd worden dat ze voor materiaal zorgen, huur- of toegangsprijzen betalen, of op eigen kosten lange afstanden afleggen. Activiteiten waarbij veel leden voor eten zorgen, kunnen gehouden worden als dat geen al te grote last is voor de leden.

Mogelijke uitzonderingen op het budgetbeleid in de voorgaande alinea kunnen worden gemaakt voor jaarlijkse kampen of soortgelijke activiteiten (zie 20.2.8), facultatieve activiteiten (zie 20.5) en incidentele activiteiten voor jonge alleenstaanden (zie 14.3.7).

Leden die extra aan de kerk willen bijdragen, kunnen hun bijdrage niet aan het ring- of wijkbudget toewijzen. In plaats daarvan raden leidinggevenden hen aan bij te dragen aan het vastengavenfonds, de zendingsfondsen, of andere goedgekeurde bijdragencategorieën.

De ringpresident en de bisschop zien erop toe dat de budgettoelage verstandig wordt besteed. De toelage moet tot zegen van de leden worden gebruikt en de oogmerken van het evangelie bevorderen. Leidinggevenden zorgen er ook voor dat alle uitgaven binnen de toelage blijven. Het succes van de budgettoelage hangt af van de zorgvuldigheid waarmee de plaatselijke priesterschapsleiders de kerkelijke financiën en uitgaven beheren en controleren.

Overbodige budgettoelages mogen niet worden opgemaakt. Overbodige wijktoelages worden aan de ring gerestitueerd. Overbodige ringtoelages worden aan de hoofdzetel van de kerk of het gebiedskantoor gerestitueerd. Ringen en wijken mogen bij uitzondering een deel van de ongebruikte toelage vasthouden als dat nodig is voor bepaalde activiteiten die voor het volgend jaar gepland staan, zoals een jeugdconferentie. Units mogen echter geen aanzienlijke bedragen uit de budgettoelage van het ene jaar naar het volgende overhevelen om reiskosten te betalen. Evenmin mag geld uit de categorie ‘Overige’ worden gebruikt om de categorie ‘Budget’ aan te vullen.

Wil de budgettoelage slagen, dan is het belangrijk dat het kwartaalrapport nauwkeurig wordt ingevuld en op tijd wordt ingestuurd.

De budgettoelage voorziet niet in de bekostiging van nieuwe gebouwen, onderhoud, telefoon, energie en water, computers, of reizen van priesterschapsleiders. Die uitgaven worden betaald uit de algemene kerkgelden overeenkomstig de meest recente richtlijnen.

34.7.3

Bijzondere activiteiten en projecten bekostigen

34.7.3.1

Activiteiten voor een of meerdere ringen

Plaatselijke leiders worden aangemoedigd om activiteiten voor een of meerdere ringen te houden om een gevoel van eenheid te scheppen en de kans te bieden op het ontwikkelen van vriendschapsbanden, vooral onder jongeren en jonge alleenstaanden. Leidinggevenden zorgen ervoor dat ze voldoende geld reserveren om een behoorlijk aantal activiteiten in de ring of met meerdere ringen mogelijk te maken. Dit geld komt uit de budgettoelage.

Zie hoofdstuk 20 voor meer informatie over activiteiten.

34.7.3.2

Jeugdconferenties

Zie 20.4.

34.7.3.3

Jaarlijkse kampen of soortgelijke activiteiten en uitrusting

Zie 20.2.8 en 20.2.9.

34.7.3.4

Facultatieve activiteiten

Zie 20.5.

34.8

Geldinzameling

Zie 20.6.8.

34.9

Verificaties

34.9.1

Verificatiecomité van de ring

De ringpresident vormt een verificatiecomité, bestaande uit een van zijn raadgevers als voorzitter en twee andere leden met inzicht in financiële zaken. De raadgever die als voorzitter fungeert, ondertekent normaal gesproken geen betalingsopdrachten en is ook niet op enige andere wijze betrokken bij de financiële administratie van de ring. De comitéleden zijn geen ringverificateur en zijn ook niet op enige andere wijze betrokken bij de financiële administratie van ring of wijk.

34.9.2

Ringverificateurs

De ringpresident of zijn raadgever die voorzitter is van het verificatiecomité van de ring, roept minstens twee ringverificateurs. Deze verificateurs zijn betrouwbare broeders met een geldige tempelaanbeveling in hun bezit. Ze hebben zo mogelijk ervaring op het gebied van boekhouding of verificatie. Ze worden goedgekeurd door het ringpresidium en de hoge raad, maar ze worden niet gesteund en doorgaans niet aangesteld.

Ook hogeraadsleden kunnen dienst doen als ringverificateur. De ringadministrateur en assistent-ringadministrateurs mogen echter niet als verificateur worden geroepen. Verificateurs mogen ook andere functies vervullen.

34.9.3

Verificatiemethode

De ringverificateurs verifiëren tweemaal per jaar de financiële documenten van de ring, wijken, gemeenten en centra familiegeschiedenis. De verificateurs verifiëren ook elk jaar de financiële rapporten van recreatieve eigendommen.

De verificateurs zien erop toe dat de tiende en andere bijdragen goed geboekt worden, kerkgelden goed beheerd en bewaakt worden, en de financiële rapporten volledig en goed ingevuld worden. De presiderende functionaris van de unit en de financieel administrateur zijn gedurende de verificatie beschikbaar om mogelijke vragen te beantwoorden.

De ringpresident en het verificatiecomité van de ring controleren alle verificaties. Na hun controle ondertekenen de voorzitter van het verificatiecomité van de ring en de ringpresident de verificaties. Verificaties mogen ondertekend en ingestuurd worden voordat alle fouten zijn gecorrigeerd. De ringpresident en het verificatiecomité van de ring zien erop toe dat alle procedurefouten direct worden gecorrigeerd.

34.9.4

Gebiedsverificateurs en assistent-gebiedsverificateurs

Het gebiedspresidium roept een gebiedsverificateur als lid van het verificatiecomité van het gebied. De gebiedsverificateur rapporteert aan de voorzitter van het verificatiecomité van het gebied. Op aanwijzing van de voorzitter van het verificatiecomité van het gebied wordt een assistent-gebiedsverificateur geroepen voor elke coördinerende raad. Assistent-gebiedsverificateurs rapporteren aan de gebiedsverificateur.

De primaire taken van gebiedsverificateurs en assistent-gebiedsverificateurs zijn:

  • Instructies geven over de richtlijnen op het gebied van verificaties en financiën aan priesterschapsleiders, administrateurs, verificatiecomités en ringverificateurs.

  • De nabehandeling van ontbrekende verificaties en de afhandeling van procedurefouten.

  • Financieel toezicht door leidinggevenden en administrateurs aanmoedigen.

  • Op aanwijzing speciale verificaties uitvoeren.

34.9.5

Verlies, diefstal, verduistering of onjuist gebruik van kerkgelden

Als er kerkgelden zijn verloren of gestolen, of als een leider kerkgelden heeft verduisterd of onjuist gebruikt, wordt de ringpresident of voorzitter van het verificatiecomité van de ring daarvan direct op de hoogte gesteld. Hij verwittigt de afdeling verificatie van de kerk (of de gebiedscontroller als de unit zich buiten de Verenigde Staten en Canada bevindt). De afdeling verificatie van de kerk (of de gebiedscontroller) stuurt het formulier Rapport van verduistering en verlies aan de ringpresident of de voorzitter van het verificatiecomité. Op aanwijzing van de afdeling verificatie van de kerk (of de gebiedscontroller) ziet de ringpresident of de voorzitter van het verificatiecomité erop toe dat de kwestie terdege wordt onderzocht, en dat het formulier goed wordt ingevuld en ingediend.

Als iemand een groot bedrag heeft verduisterd, stelt de ringpresident of de voorzitter van het verificatiecomité van de ring ook het gebiedspresidium in kennis.

34.9.6

Financieel (assistent-)ringadministrateur

De ringadministrateur of assistent-ringadministrateur belast met financiën instrueert wijken in opdracht van het verificatiecomité van de ring in correcte financiële richtlijnen en procedures in verband met aangetroffen procedurefouten bij verificaties.

34.9.7

Voor meer informatie

Meer informatie over het verificatiecomité, de verificateurs en de verificatieprocedures staat in het Helpcentrum op ChurchofJesusChrist.org. Het verificatiecomité van de ring kan vragen aan de toegewezen assistent-gebiedsverificateur richten.

34.10

Belasting

De belastinginformatie in dit gedeelte is alleen van toepassing op de Verenigde Staten en Canada. Als priesterschapsleiders in de Verenigde Staten en Canada meer informatie nodig hebben, nemen zij contact op met:

Tax Administration

50 East North Temple Street, Room 2225

Salt Lake City, UT 84150-0022, VS

Telefoon: +1 801 240 3003 of +1 800 453 3860, toestel 2-3003

Priesterschapsleiders buiten de Verenigde Staten en Canada nemen voor hun belastingvragen contact op met het gebiedskantoor.

34.10.1

Belastingvrijdom

De kerk is doorgaans vrijgesteld van het betalen van omzet-, vermogens-, inkomsten- en andere belastingen, omdat het een religieuze organisatie is. De gebouwen en andere eigendommen worden gebruikt voor eredienst, godsdienstonderwijs en andere kerkactiviteiten. Leidinggevenden van wijk en ring zien erop toe dat de kerkgebouwen niet worden gebruikt voor politieke of commerciële activiteiten, zoals uitgelegd in 35.4. Houdt men zich daar niet aan, dan komt de belastingvrijdom van de kerk in gevaar.

Het is van belang dat de ring- en wijkleiders zich aan deze richtlijnen houden om de belastingvrijdom van de kerk te waarborgen. Als een ring of wijk misbruik maakt van die belastingvrijdom, kunnen andere units daar de dupe van worden.

34.10.2

Omzet- en gebruiksbelasting

De omzet- en gebruiksbelasting en hoe die van invloed is op de kerk, verschilt van land tot land, en van staat tot staat. Leidinggevenden nemen contact op met de afdeling belastingen van de kerk of het gebiedskantoor met de vraag of de kerk is vrijgesteld van deze belastingen of die dient te betalen.

34.10.3

Vermogensbelasting

De afdeling belastingen van de kerk archiveert alle vrijstellingen van vermogensbelasting en betaalt alle vereiste vastgoedbelasting. De plaatselijke leiders hoeven geen actie te ondernemen.